Verdozing

Een tennisbaan of volkstuin op het dak van een datacentrum. ‘We kunnen schaarse grond veel efficiënter benutten’

Het Albert Heijn home shop center in Bleiswijk.  Beeld Phil Nijhuis
Het Albert Heijn home shop center in Bleiswijk.Beeld Phil Nijhuis

De ‘verdozing’ van Nederland is niet te stoppen, maar die megamagazijnen kunnen veel functioneler en klimaatvriendelijker, zegt vastgoedbedrijf Intospace.

Distributie- en datacentra zouden veel beter gebruikt moeten worden dan nu het geval is. De dure en schaarse Nederlandse grond kan efficiënter en groener worden benut door de vierkante meters van de megamagazijnen ‘driedubbel’ te gebruiken, stelt het logistieke vastgoedbedrijf Intospace. De gebouwen moeten bijvoorbeeld ook een recreatieve bestemming krijgen. Daarnaast moeten ze uitstootvrij zijn en helpen om de transportsector schoner te maken.

“De ruimte die je inneemt op de begane grond kun je als het ware teruggeven via het dak”, zegt directeur Tim Beckmann van Intospace. “Op het dak kunnen volkstuinen komen of banen om te sporten, maar je kunt er ook een parkeerplaats maken waardoor die uit het zicht is. Wij voegen functies toe aan distributiecentra en aan de omgeving ervan, zodat onze gebouwen positief bijdragen aan een leefbare omgeving.”

Intospace richt zich exclusief op logistiek vastgoed en is eigendom van het investeringsfonds Somerset Capital dat is gevestigd in Oisterwijk. De onderneming van Beckmann heeft klanten als Jumbo en Picnic. Ook het grote Zalando-distributiecentrum in Bleiswijk is door Intospace gebouwd.

Grote dozen vreten stroom

De opmars van zulke grote ‘dozen’ in het Hollandse landschap, bedoeld voor de logistiek van grootwinkelbedrijven of data van techreuzen als Google en Microsoft, roept kritiek op bij burgers en milieuorganisaties. De magazijnen nemen veel plaats in en vreten vaak stroom. Bovendien komt er relatief weinig werkgelegenheid voor terug, zo klinkt het vaak.

Tegelijkertijd willen consumenten hun boodschappen vaker thuisbezorgd krijgen – en snel graag – waardoor de Jumbo’s, Picnics en Albert Heijns magazijnen blijven neerzetten. Beckmann: “De wereld van de logistiek is drastisch aan het veranderen door de manier waarop we leven en werken. De consument stelt zijn verwachtingen bij van ‘morgen bezorgen’ naar ‘vandaag geleverd’.”

Liefst moet dat hele proces ook nog zo groen mogelijk. De afgelopen drie jaar heeft Intospace ongeveer een miljoen vierkante meter aan zonnepanelen op daken geplaatst. Daarmee kunnen ruim 50.000 huishoudens worden voorzien van stroom. “Al onze distributiecentra geven meer stroom dan ze verbruiken”, zegt Beckmann. “Het zijn daarmee feitelijk kleine uitstootvrije energiecentrales.”

Zo min mogelijk nieuwe stukken land

De logistiek levert – zeker sinds bezorgen door corona een vlucht heeft genomen – banen op. “Orderverzamelaars, bezorgers, klantendienstmedewerkers, programmeurs en data-analisten. Door de krapte op de arbeidsmarkt zien we dat met name de grotere bedrijven enorm investeren in gemechaniseerde magazijnen waardoor er een grote toename is in vacatures voor hoger, vaak technisch, opgeleide medewerkers.”

Intospace wil zo min mogelijk nieuwe stukken land gebruiken voor toekomstige distributiecentra. Een speciaal team van het bedrijf speurt Nederland af naar herontwikkelingslocaties. Want verdwijnen zullen die gebouwen niet. Beckmann: “Het is jammer dat de sector zo’n negatief imago heeft. Zelfs als we alles lokaal zouden produceren, blijven hubs en distributiecentra nodig om tijd en afstand tussen consument en producent te overbruggen. Logistiek is de levensader van de Nederlandse economie en is here to stay. Zonder logistiek is er geen economie mogelijk. Daarom is het belangrijk dat niet alleen wij, maar de hele branche anders gaat denken en de schaarse grond creatiever gaat benutten.”

Zijn er te veel datacentra?

Als het gaat over de ‘verdozing’ van Nederland worden distributiemagazijnen en datacentra meestal op één hoop gegooid. Dat is niet terecht, stelt branchevereniging Dutch Data Center Association (DDA). “De bebouwde oppervlakte van datacenters in Nederland is ruim 200 hectare, terwijl distributiecentra 4000 hectare en kassen zelfs zo’n 11.000 hectare innemen”, zegt Stijn Grove, directeur van DDA.

Dat datacentra stroom vreten wordt volgens hem ook overdreven: “Ze nemen nog geen half procent van het Nederlandse energieverbruik voor hun rekening, terwijl bijna iedereen er uren per dag gebruik van maakt”. Volgens Grove gebruiken we – mede door de populariteit van streamingdiensten als Netflix en Spotify – steeds meer data en dus zal de vraag naar datacentra blijven groeien.

De vergunning voor een nieuw datacentrum in Zeewolde – waar weerstand tegen is – is in behandeling. Het zou gaan om een megahub voor Facebook. Critici vragen zich af waarom zo’n buitenlandse gigant zijn wereldwijde data uitgerekend via de Hollandse polder moeten regelen. Grove: “Omdat Nederland een logistiek knooppunt is. We liggen centraal en dat is ook voor data efficiënter. Vergelijk het met Schiphol. Toch vindt de grootste groei van onze branche nu buiten Nederland plaats.”

Binnen Nederland kopen datacentra vaker groene stroom in en gaan bedrijven en instellingen efficiënter met grond om, vertelt Grove. “Bedrijven sluiten hun eigen centra en besteden hun databeheer uit. En de overheid is in korte tijd van 64 kleine naar vier grote professionele datacentra gegaan en heeft daarmee de helft kunnen besparen aan energie. Wat niet wegneemt dat het nog beter kan en dat we moeten blijven nadenken over de impact van onze branche.”

Lees ook:

Nederland ‘verdoost’ in rap tempo, wat kunnen we eraan doen?

In hoog tempo nemen ze de polder in, de distributie- en datacentra. En we hebben ze aan onszelf te danken. ‘Maar dat betekent nog niet dat we er geen regie op moeten voeren.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden