Loon-prijsspiraal

Een recordhoge inflatie: gaan de lonen dan ook stijgen?

null Beeld Fadi Nadrous
Beeld Fadi Nadrous

Hoge inflatie, een krappe arbeidsmarkt en lonen die achterblijven. Het zijn ingrediënten voor de zo gevreesde loon-prijsspiraal. Komt die er? Waarschijnlijk niet. Of toch?

Barbara Vollebregt

Het is het gesprek onder economen: komt de loon-prijsspiraal terug? Wanneer het leven duurder wordt, eisen werknemers een hoger loon, dat werkgevers weer doorberekenen in hun prijzen: een gevaarlijk riedeltje dat zichzelf kan blijven herhalen.

Deze zo gevreesde loon-prijsspiraal hebben we al sinds het begin van de jaren tachtig niet meer gezien. Tegelijkertijd zijn de reële lonen – de lonen ten opzichte van de inflatie – sindsdien niet of nauwelijks gestegen waardoor de huidige roep om een fikse loonsverhoging vanuit de vakbonden logisch is. Zeker nu personeelstekorten bijna overal groot zijn. Ondertussen stijgt de inflatie, vooral door de hoge energieprijzen. De energierekening wordt hoger, net als tanken bij het benzinestation duurder is geworden. Ook voor boodschappen rekenen we meer af aan de kassa.

Maar is dat genoeg om het monster dat de loon-prijsspiraal heet wakker te maken? Daar is nu in ieder geval nog weinig van te merken. Want het duidelijke startpunt van een loon-prijsspiraal zijn loonsverhogingen, al dan niet aangejaagd door inflatie.

Maar AWVN, de werkgeversorganisatie die maandelijks bijhoudt hoeveel de cao-lonen stijgen, noteert dit jaar een gemiddelde loonstijging van 2,0 procent. In de laatst gemeten maand oktober stegen de lonen met gemiddeld 2,4 procent. Terwijl tussen oktober en november de inflatie van 4,1 naar boven de 5 procent sprong.

Contractlonen lopen altijd achter

Opmerkelijk? Niet echt, zegt Piet Rietman, econoom bij ABN Amro. De zogenaamde contractlonen die zijn afgesproken lopen altijd achter, of het nu goed of slecht gaat met de economie. Incidentele loonstijgingen zeggen daarom meer. Dat is wat werkgevers hun werknemers op dit moment buiten het cao om extra betalen om werknemers bij zich te houden of nieuwe te lokken. Daarin ziet Rietman wel dat werkgevers nu de portemonnee trekken. Daardoor stijgen de gemiddelde lonen met nog zo’n 0,5 tot 0,7 procentpunt.

Toch zullen we in Nederland geen loon-prijsspiralen gaan zien, is zijn verwachting. Rietman denkt dat de hoge inflatie tijdelijk is. Bovendien zijn alle omstandigheden nu anders dan toen loonprijs-spiralen veel voorkwamen. Hij neemt ons even mee naar die tijd, aan het einde van de wederopbouw. “Zowel de lonen als de prijzen werden landelijk bepaald. Vakbonden waren machtig en dwongen forse loonsverhogingen af. Werkgevers klopten dan weer aan bij de overheid – die wilden de hogere lonen kunnen doorberekenen in hun prijzen. Daarop gingen werknemers weer staken. Uiteindelijk ontstond een landelijke loonexplosie met loonsverhogingen tot wel 15 procent”, schetst hij de situatie.

Ook aan het begin van de jaren 80 schoten de lonen weer omhoog. Om te voorkomen dat Nederlandse bedrijven zich daardoor uit de markt zouden prijzen sloten werkgevers en werknemers gezamenlijk het Akkoord van Wassenaar. Daarin werd landelijk afgesproken om de lonen nog maar gematigd te laten stijgen. Daarmee werd een loon-prijsspiraal in de kiem gesmoord. Nu liggen de cao-loonstijgingen al jaren tussen de 1 en 3 procent. Dat is te laag om een loon-prijsspiraal te veroorzaken, zegt Rietman.

Te vroeg

Marcel Klok, ING-econoom ontkent niet dat Nederland weer in een loon-prijsspiraal terecht kan komen, maar hij vindt het nog veel te vroeg om dat te concluderen. “We zien de laatste maanden in nieuwe cao’s de lonen wel iets stijgen. Voor volgend jaar verwachten we een gemiddelde loonsverhoging van 2,4 procent. Dat is wel een stijging, maar geen forse.”

Hij verwacht niet dat de loonstijging snel boven de drie procent zal uitkomen. Niet omdat de vakbonden niet om meer vragen, want dat doen ze al jaren. Maar ze halen het niet binnen, zegt Klok. Dat heeft te maken met de terugloop in het ledenaantal van de bonden: jongeren sluiten zich minder snel aan en de sectoren waar de vakbond van oudsher sterk is, zoals de industrie, hebben de afgelopen jaren een relatief kleiner aandeel in de economie.

Een loon-prijsspiraal kan pas ontstaan als de bonden hogere lonen eisen en die ook binnen harken, zegt Klok. Dat gaat niet alleen makkelijker met meer leden, ook de stand van de economie heeft grote invloed. Als de huidige krapte op de arbeidsmarkt langer aanhoudt, versterkt dat de positie van de bonden in cao-onderhandelingen.

Maar dan moet het economisch ook beter gaan met andere Europese landen. Nu is het voor arbeidsmigranten uit Oost-Europa best aantrekkelijk om hierheen te komen. Het is voor Nederlandse werkgevers dus een optie om over de grens te zoeken naar personeel. Als het beter gaat met de economie in de landen om ons heen, wordt dat snel moeilijker. Dan kan het Nederlandse bedrijfsleven zich nog wenden tot de grote groep zzp’ers in ons land, die meestal niet bij een vakbond zijn aangesloten wat de onderhandelingspositie van de vakbonden weer niet ten goede komt.

Zelfs als de positie van de vakbonden door aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt versterkt, dan duurt het nog wel even voor werknemers dat op hun loonstrook terugzien. Cao-lonen hobbelen nu eenmaal altijd achter economische ontwikkelingen aan, benadrukt Klok.

De hand op de knip

Makkelijk gaat het aan de onderhandelingstafels de komende maanden in ieder geval niet worden, denkt hij. Werkgevers willen de hand op de knip houden vanwege de onzekerheid die het coronavirus en zijn nieuwe varianten met zich meebrengt. Bovendien voelen werkgevers de huidige inflatie ook: zij betalen meer voor hun gas en benzine, andere grondstoffen en spullen die door corona vertraging hebben opgelopen, zoals chips die gebruikt worden voor het maken van auto’s en computers.

Toch zou het volgens Rietman wel goed zijn als de reële lonen van werkenden omhoog gaan. Dat hoeft niet meteen te leiden tot een loon-prijsspiraal, zeker niet in tijden van inflatie, stelt hij gerust. “Maar het zou wel goed zijn als in de lange staart van de coronapandemie huishoudens iets meer te besteden hebben en de armoede daardoor verder afneemt. Want de huidige inflatie raakt minima het hardst in de portemonnee. Zij voelen elke cent die de energieprijs, of het kopen van koffie of aardappelen nu extra kost.” Alle werkenden iets koopkrachtiger maken door de lonen te verhogen is geen overbodige luxe, wil hij maar zegen.

In hoeverre kan overheidssteun het ontstaan van een loon-prijsspiraal beïnvloeden? Klok: “Niet echt. De inflatie kan geremd worden door de belastingen op producten (btw) of energiekosten van huishoudens te verlagen. Dat laatste heeft de overheid voor volgend jaar al toegezegd. Maar die maatregel is tijdelijk. De inflatie zal daardoor iets afnemen, maar als die steun stopt stijgt de inflatie ook weer. De hoop is natuurlijk dat tegen die tijd de energieprijzen, die de hoge inflatie nu voor een groot deel veroorzaken, zijn gedaald omdat de tekorten aan gas dan weer zijn aangevuld en opgelost.”

De overheid kan niet zeggen: de lonen moeten omhoog

Maar de dynamiek op de arbeidsmarkt is niet door de overheid te stoppen. Die wordt namelijk bepaald door de markt, vervolgt Klok. De overheid kan bezuinigen of meer uitgeven maar ze kan niet zeggen: de lonen moeten omhoog. En dat laatste is bepalend voor het ontstaan van een loon-prijsspiraal. Het verhogen van het minimumloon, waar vakbond FNV voor pleit, zou minima langduriger helpen. Een breed gesteunde motie van Pieter Omtzigt om het minimumloon te verhogen met vier procent per 1 januari haalde het deze week niet.

Arnoud Boot, hoogleraar financiële markten aan de Universiteit van Amsterdam, liet eerder al aan deze krant weten te betwijfelen of het wel zo verstandig is dat het kabinet op korte termijn ingrijpt. “Een te snelle overheidsreactie op de stijgende prijzen kan de inflatie nog verder aanjagen. Voorkom daarom hapsnap-beleid als de compensatie van de hoge energierekening, richt dat op kwetsbaren en neem de gemiddelde energieprijzen en niet dagkoersen. En betracht terughoudendheid bij het verhogen van de minimumlonen”, zei Boot.

Ton Wilthagen, hoogleraar arbeidsmarkt aan de Tilburg University, verwacht wel dat er een loon-prijsspiraal kan ontstaan. Maar, zegt hij er meteen bij, niet zo’n extreme als we die kennen uit de geschiedenis. Hij noemt de vier factoren die loonstijgingen tegenhouden: de afnemende macht van vakbonden, werkgevers die als alternatief voor vast personeel met flexibele arbeidskrachten en zzp’ers gaan werken, technologie die menselijke taken kan overnemen en het globaliseringsargument: als Nederland te duur wordt, laten bedrijven hun spullen elders maken.

Naast die vier belemmeringen speelt ook iets anders, en dat is niet onbelangrijk, zegt Wilthagen. De krapte op de arbeidsmarkt is zelden zo groot geweest als nu en die krapte blijft. Want de vergrijzing van de beroepsbevolking is structureel, blijkt ook uit cijfers van het nationale demografisch onderzoeksinstituut (NIDI). Daar komt bij dat de vakbonden weliswaar minder leden hebben, maar nog wel altijd bij cao-onderhandelingen aan tafel zitten en daar als een belangrijke speler worden gezien.

Niet zo aantrekkelijk

Je kunt zeggen dat werkgevers de vakbonden en hun looneis makkelijk kunnen omzeilen door arbeidsmigranten in te schakelen of flexwerkers en zzp’ers te benaderen, zegt Wilthagen. Maar Nederland is helemaal niet zo’n aantrekkelijk land voor arbeidsmigranten. Er is in bijna geen enkele gemeente draagvlak voor het huisvesten van (meer) arbeidsmigranten. Duitsland en Engeland zijn bij arbeidsmigranten een stuk populairder. En spullen elders laten maken stuit op transportkosten, het doet afbreuk aan de economische zelfstandigheid en duurzaam is het ook niet echt. Bovendien ga je niet snel naar het buitenland voor een etentje, zegt hij.

En de zzp’ers dan? Wilthagen: “Daarvan zien we nu juist dat ze meer geld kunnen vragen, omdat de arbeidstekorten hoog zijn. Dus een goedkope optie is dat voor werkgevers ook niet meer.” Zzp, flexwerkers en platformwerk – denk aan maaltijdbezorgers – die door nieuwe Europese regels waarschijnlijk een steeds vaster arbeidscontract zullen krijgen, zullen in de toekomst niet meer de uitwijkhavens van de arbeidsmarkt zijn, wil hij maar zeggen. Dat kan de cao-lonen best weleens omhoog duwen.

En robots? Gaan die er nog voor zorgen dat de lonen niet gaan stijgen? Wilthagen denkt van niet. Slimme technologie kan de krapte op de arbeidsmarkt niet zomaar oplossen. Daarvoor is het niet alleen te duur, maar ook nog te vaak onmogelijk. Niet al het werk in ons land kan worden gedaan door robots. En als dat wel zou kunnen dan willen de meeste bedrijven, maar ook zorginstellingen en scholen, dat niet. Bovendien zijn de personeelstekorten nu zodanig groot dat zowel robots als mensen nodig zijn om het werk gedaan te krijgen, zegt de hoogleraar. Wilthagen sluit het ontstaan van een loon-prijsspiraal dus zeker niet uit.

Lees ook:

Bijna 40 jaar geleden was de inflatie net zo hoog als nu, maar de situatie is onvergelijkbaar

De inflatie was in 1982 net zo hoog als nu. Maar de economische situatie was toen heel anders. ‘De inflatie van nu? Een luxeprobleem.’

Gokken met energie is link. Waarom dat gokken dan niet tegengaan?

De snel stijgende prijzen voor energie zorgen voor problemen bij de kleine leveranciers. Nu weer bij Sepa Green Energy. Er is wel een oplossing: stop met vaste tarieven. Laat de burger per maand betalen wat energie kost.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden