null

EssayPhilip Dröge

Een miljoen huizen erbij? Voor je het weet is Apeldoorn een buitenwijk van Utrecht

Wie benieuwd is wat het betekent als er in Nederland razendsnel een miljoen huizen verrijzen, kan leren van Groot-Jakarta, een huizenzee die zijn buurgemeenten opslokte. Wil Nederland dat of zijn er alternatieven?

Experimentje: neem de kaart van Nederland in gedachten en zet de stad Utrecht op een dieet van steroïden. De bebouwing begint te bulken als een bodybuilder, vol nieuwe bobbels en hobbels. Utrecht groeit zo onbeteugeld, dat de noordrand van de stad oprukt tot aan Almere. Tilburg? Niets meer dan een zuidelijke buitenwijk van de Domstad. In het oosten grenst Utrecht door alle groeistuipen aan Apeldoorn en in het westen is Alphen aan den Rijn zelfs helemaal opgeslokt. Het lijkt slechts een kwestie van jaren voordat Leiden, Arnhem en Eindhoven ook onderdeel uitmaken van wat je dan met recht Groot-Utrecht mag noemen.

Recent kwam mijn boek Moederstad uit, over Jakarta en zijn voorganger Batavia. Om tijdens lezingen mijn gehoor een idee te geven hoe formidabel hard de Indonesische hoofdstad sinds de onafhankelijkheid van Nederland is gegroeid, projecteer ik een kaart van het huidige Jakarta op Nederland, met Utrecht als uitgangspunt. Het levert het hierboven beschreven beeld op.

Philip Dröge is schrijver van historische non-fictie. Na boeken over buurlandje Moresnet en de vulkaan Tambora kwam dit voorjaar het boek Moederstad uit, over de geschiedenis van Jakarta.

Groot-Jakarta telt nu 30 miljoen inwoners en is qua oppervlakte groter dan Luxemburg. Het bestaat uit wat de Nederlanders ooit Batavia noemden en vijf buurgemeentes die door de stad zijn verzwolgen.

Alleen een dreigende vulkaan in het zuiden en de zee in het noorden zorgen dat Jakarta zich langs die lengteas niet verder kan uitbreiden. Dus zwelt de bebouwing nu vooral in oostelijke en westelijke richting aan. In 2030 groeit de stad definitief vast aan Bandoeng, is de verwachting: alsof Utrecht en Nijmegen samensmelten.

De reactie op deze alternatieve kaart van Nederland is bijna altijd hetzelfde: ontzetting en weerzin. Hoe kan een mens leven in zo’n monsterlijk uitgesmeerde stad, al die eindeloze vierkante kilometers beton en asfalt? Mijn antwoord is dat ook weinig mensen in Indonesië echt dol zijn op hun ibu kota, oftewel moederstad. Deze moeder eet haar kinderen op. Wie er woont en het geld heeft, gaat graag weer weg; al is het maar voor even. Tegelijk komen er iedere week nieuwe inwoners met bus-, boot- en vliegtuigladingen tegelijk aan. Wie in Indonesië ambities heeft, moet in de hoofdstad zijn, waar de economische kansen groter zijn en iedere migrant denkt meer te zullen verdienen dan thuis.

Het lijkt een ver-van-mijn-bed-show, dit verhaal over Jakarta. De Derde Wereld, de ongebreidelde kinderzucht van een andere cultuur. Maar wie zegt dat Nederland niet ook zo kan worden? We zijn aardig op weg. Op veel plekken in Jakarta dringt de vergelijking met Nederland zich zelfs op. Vooral de zuidkant van Jakarta bestaat uit eindeloze buitenwijken van kleine huizen met erfjes, gebouwd aan ontelbare doodlopende straten of krioelende paadjes. Wie door zijn wimpers kijkt, kan er dezelfde stratenpatronen als in de jaren-zeventig nieuwbouwwijken van Zoetermeer of Purmerend in ontdekken. Dezelfde drie verdiepingen en een tuintje.

Natuurlijk zijn de Jakartaanse wijken eindeloos veel groter. Ze zien er anders en armoediger uit. Maar ze vormen een waarschuwing dat we in ieder geval niet verder kunnen bouwen zoals we gewend zijn.

De wrange schaarste leidt tot uitwassen

We komen tussen Waddenzee en Belgische grens meer dan 300.000 woningen tekort, blijkt uit recente onderzoeken. Dat is meer dan een tijdelijk tekort, het is wrange schaarste. Het gebrek aan woningen leidt tot allerlei uitwassen; huizen stijgen in prijs, al staan ze in krimpgebieden of op grond die beeft. Eindeloos veel jongeren wonen langer bij hun ouders dan ze willen. Anderen zitten illegaal in vakantiehuizen. Migranten blijven jaren in opvang die voor maanden is bedoeld.

Zo’n dertig organisaties, verenigd in de Grote Bouwcoalitie willen vanwege de krapte niet minder dan een miljoen huizen neerzetten in tien jaar. Een stad als Deventer, ieder jaar opnieuw. Laat die bouwwoede vooral even doordringen. We moeten ‘sneller, goedkoper en fabrieksmatig’ gaan bouwen. Vooral dat laatste woord klinkt naar angstaanjagende eenvormigheid. Waar moeten al die fabriekshuizen komen te staan? Het Economisch Instituut voor de Bouw pleitte recent voor meer bouwen in het groen, vooral eengezinswoningen. De verenigde makelaars van de NVM hebben in de media hun wens eveneens uitgesproken om in de buitengebieden te bouwen. De steden zijn vol en duur, dus willen ze de ruimte ertussen inkleuren met goedkoop vlekbeton.

null Beeld

En dan niet in de groenstroken tussen Delfzijl en Veendam of Venlo en Roermond. Nederlanders willen in het westen wonen, zo leert een blik op de vierkante-meterprijzen. Vooral in de nog ongebouwde gebieden rond de steden moeten veel van die nieuwe huizen-uit-de-fabriek komen. Zoals in het populaire landelijke areaal rond Utrecht. Een stad die nu al ernstig richting Amersfoort en Woerden kruipt.

Jakarta is het zeker nog niet: zoveel mensen wonen er niet eens in heel Nederland. Maar ook Jakarta is niet in een dag gebouwd en het gevoel van een eindeloze urbane olievlek kan je ook al bij een veel kleinere groei bekruipen. Zeker als agglomeraties, dankzij al die nieuwe wijken, aan elkaar vast beginnen te groeien, kan het ineens toch hard gaan. Dan ontstaan uitgebreide rommelige halfstedelijke oorden, waar niemand wil zijn, maar veel mensen toch heengaan, omdat ze er geld kunnen verdienen.

Zulke gebieden hebben we nu uiteraard ook al, verrommeling is geen nieuwe term. Iedere Nederlander die nu leeft, heeft alleen onstuimige groei gekend. In iets meer dan een eeuw is het inwonertal van ons land verdrievoudigd; in het nieuwe millennium is de Nederlandse bevolking alweer met twee miljoen mensen gegroeid. Ondanks planologische kernbeslissingen, structuurvisies, bestemmingsplannen en planprocedures leidt dat onherroepelijk tot meer woningen, wegen, kantoren en fabrieken. Zeker als we ineens als een bezetene gaan bouwen, uit paniek omdat we een miljoen huizen tekortkomen.

Het is in deze water-staat-tot-de-lippen situatie moeilijk om nog rustig na te denken of we Jakarta achterna willen of dat we misschien allang op die weg zijn.

De uitbundige tropische natuur maakt de drukte en vervuiling bijna leefbaar

Toen ik onderzoek deed voor mijn boek, heb ik lang door de vele wijken van de Indonesische hoofdstad gebanjerd, op zoek naar sporen van het verleden. Het is, als je bepaalde verwachtingen loslaat, niet eens een onprettige stad. Het overgrote deel van de bebouwing bestaat uit laagbouw van maximaal drie verdiepingen. Vooral de vele dorpen binnen de stad – wijken die al tijdens het koloniale tijdperk zonder gemeentelijke bemoeienis door Javaanse migranten zijn gesticht – zijn gezellig en ondanks ontbrekende riolering best leefbaar. De stad is bovendien behoorlijk groen, overal groeit de uitbundige tropische natuur. Het maakt de gigantische omvang, de drukte en de vervuiling bijna draaglijk.

Toch vormt de stad een waarschuwing waar we naar moeten luisteren. Al was het maar omdat de oorsprong van deze megalopolis ook Nederlands is. Een waarschuwing om vooral niet de breedte in te gaan, de strekkende-kilometers-nog-vijftien-stations-erbij breedte. Dan wordt de stad als een puber met groeistuipen: één en al onhandige ledematen en strekkende meters slechte huid. Ze eet de omgeving op zorgt alleen maar voor nog meer files.

Wat moeten we dan wel? Dat is een van de beslissingen die een toekomstige minister voor wonen moet nemen. Veel politieke partijen willen zo’n minister in een volgend kabinet. Hij of zij moet de regie nemen over wat het grootste bouwoffensief sinds de jaren vijftig moet worden. We staan voor niets minder dan een fundamentele keuze. Willen we in delen van de Randstad Jakarta achterna, of gooien we het over een andere boeg?

Het enige stedelijke gebied ter wereld dat nog omvangrijker is dan Groot-Jakarta, is de delta van de Zhujiang Rivier in China. In dat gebied liggen steden als Guangzhou, Shenzhen en Hongkong. In dit gebied met 65 miljoen inwoners is ervoor gekozen om ongegeneerd de hoogte in te gaan en veel groen op te offeren. Daardoor zijn er tussen de megasteden van dit gebied nog wel natuurlijke plekken over en wordt de infrastructuur zeer efficiënt gebruikt. Maar of Nederlanders, gewend aan hun tuintjes en opritten, gelukkig worden van wonen op zestig vierkante meter op de drieëndertigste verdieping?

Jakarta is reddeloos verloren. De stad bezwijkt letterlijk onder haar eigen gewicht. De grond klinkt in door het oppompen van te veel water en de infrastructuur loopt hopeloos vast. Niet voor niets wil de Indonesische regering de hoofdstad van het land nog dit decennium verhuizen naar Borneo. Daar is een stuk land aan de oostkust van dat eiland aangewezen voor bebouwing en zijn de voorbereidingen begonnen. Op Borneo willen de Indonesiërs opnieuw beginnen en de fouten van de afgelopen halve eeuw vermijden. Door vooral veel planmatiger te werk te gaan en het gebruikelijke concept van een huisje met erfje los te laten.

Een nieuwe stad in ons eigen Borneo: het Groene Hart

Ook in Nederland gaan stemmen op om niet overal een plukje nieuwe huizen te bouwen, maar op een locatie in het westen van het land een heel nieuwe stad neer te zetten. Partijen CDA en Ja21 zijn al voor. Die nieuwe plaats zou tussen Gouda en Zoetermeer kunnen liggen, midden in ons eigen Borneo, het Groene Hart. Net als de nieuwe Indonesische hoofdstad, kunnen we daar proberen om de fouten uit het verleden niet opnieuw te maken. Een nieuw begin is een verleidelijke keuze.

De oplossing voor die nieuwe Nederlandse stad kan dezelfde zijn als voor de nieuwe Indonesische ibu kota: mensvriendelijke hoogbouw, met oog voor de omgeving en het milieu. Geen mensenpakhuizen zoals aan de Zhujiang, maar zeker ook geen eindeloze huisjes en erfjes als in Jakarta.

De vraag blijft of het genoeg is. Want als die miljoen nieuwe huizen zijn gebouwd, wat dan? De laatste ramingen tonen aan dat Jakarta blijft groeien, zelfs als de nieuwe hoofdstad op Borneo klaar is.

En in Nederland? Niemand lijkt verder te willen denken dan die miljoen huizen.

Lees ook:

Wie nog geen huis bezit, is wellicht voorgoed te laat: ‘We zijn een fuik in gezwommen’

Jonge mensen die nu nog geen eigen huis bezitten, krijgen het lastig. En hun kinderen ook. Alleen wie rijke ouders heeft, redt het nog. Er dreigt een tweedeling, waarschuwt Hans de Geus.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden