Een van de twee datacenters van Google in Nederland, in het Noord-Hollandse Middenmeer.

Ruimtegebrek

Een hyperscale datacenter, moet dat echt? En moet dat hier?

Een van de twee datacenters van Google in Nederland, in het Noord-Hollandse Middenmeer.Beeld ANP

Ze zijn onmisbaar in de digitale economie. Maar datacenters zijn ook groot en lelijk en de nieuwe coalitie zet zelfs vraagtekens bij de economische meerwaarde ervan. ‘Niemand ontkent het belang. Maar niet elk nieuw plan is goed.’

Hanne Obbink

Het zijn oerlelijke dozen die enorme oppervlaktes beslaan en het landschap verpesten. Wat er precies in die dozen gebeurt, dat heeft iets raadselachtigs, maar duidelijk is wel dat er duizelingwekkende hoeveelheden elektriciteit doorheen gaan. En de bedrijven die er gebruik van maken, techgiganten als Facebook, zijn die wel zo sympathiek dat we die ter wille moeten zijn?

Sinds ‘Zeewolde’ is de discussie over datacenters actueler dan ooit. De gemeenteraad van het dorp in Flevoland stemde half december met een nipte meerderheid in met de komst van een datacenter voor Meta (zoals het bedrijf achter Facebook, WhatsApp en Instagram tegenwoordig heet). Een paar dagen later ging de Eerste Kamer dwars liggen: die sprak uit dat het kabinet tijdelijk geen grond mag verkopen voor zulke datacenters. Eerst moet het nieuwe kabinet met een visie komen.

En die komt er ook, kondigde de nieuwe coalitie al aan. “Datacentra leggen een onevenredig groot beslag op de beschikbare duurzame energie in verhouding tot de maatschappelijke en/of economische meerwaarde", heet het in het regeerakkoord. “Daarom scherpen we de landelijke regie en de toelatingscriteria bij de vergunningverlening hiervoor aan.”

Nieuwe datacenters in de pijplijn

Hangt er een koerswending in de lucht? Dat valt nog te bezien. In een brief aan de Tweede Kamer, uitgerekend op de dag dat de raad van Zeewolde zijn beslissing nam, schreef demissionair staatssecretaris Dilan Yesilgöz (klimaat en energie) dat het Rijk ‘in gesprek zal gaan’ met provincies, maar dat een nieuwe strategie iets is voor het nieuwe kabinet.

Maar intussen zal de groei van het aantal datacenters hard doorgaan: volgens Yesilgöz zitten er 20 à 25 plannen voor nieuwe datacenters in de pijplijn. En volgens marktonderzoek van de vereniging die de belangen van de sector behartigt, de Dutch Datacenter Association (DDA), blijft het daar niet bij. Dat past ook goed in de ‘Ruimtelijke Strategie Datacenters’ die het ministerie van economische zaken twee jaar geleden opstelde.

De in het coalitieakkoord aangekondigde ‘aanscherping’ betreft trouwens alleen hyperscale datacenters, een van de drie categorieën die vaak onderscheiden worden. Datacenters kunnen multi-tenant of single tenant zijn - de sector is uiteraard vergeven van de Engelse termen. Multi-tenants zijn centra die hun capaciteit verhuren aan meerdere bedrijven, single tenants zijn er alleen voor het eigen bedrijf - zoals een bank of een overheidsdienst met een eigen IT-infrastructuur.

Een betrouwbaar elektriciteitsnet

Maar de hyperscales roepen de meeste discussie op. Dat zijn de heel grote, met een oppervlakte van meer dan tien hectare, in eigendom van een van de techgiganten. Daar heeft Nederland er nu drie van: van Google en van Microsoft in Middenmeer, en nog een van Google in het Eemshavengebied. Die van Meta in Zeewolde kan de vierde worden.

Die techgiganten zoeken voor hun centra locaties met een betrouwbaar elektriciteitsnet, een goede toegang tot de internetkabels die Europa verbinden met de rest van de wereld, een stabiele politiek en - vanwege de behoefte aan koeling - een gematigd klimaat, schrijft Yesilgöz. “Nederland scoort hoog op al deze punten.”

Maar hoe zit het nu met die meerwaarde van deze megacentra en van datacenters in het algemeen? Wat leveren zij de Nederlandse economie op, en staat dat in verhouding tot wat ze kosten?

Behoorlijke groeiverwachting

Naar die economische meerwaarde is ‘nooit serieus onafhankelijk academisch onderzoek gedaan’, zegt René Buck van adviesbureau Buck Consultants International. Zelf deed zijn bureau twee jaar geleden een voorzichtige poging, samen met onderzoeksbureau CE Delft, voor de Metropoolregio Amsterdam. Rond Amsterdam is de IT-sector verhoudingsgewijs groot: bijna 7 procent van de banen heeft er met IT te maken, tegen 3,8 procent in heel Nederland. Maar het aantal banen dat direct of indirect met datacenters te maken heeft, is heel beperkt, slechts 3 procent van alle IT-banen.

Ook de bijdrage van datacenters aan het bruto regionaal product (alles wat er in de regio verdiend wordt) is niet groot. De hele IT-sector is goed voor 8,5 procent van die verdiensten, datacenters voor slechts 0,4 procent. “Er is een behoorlijke groeiverwachting”, valt in het onderzoeksrapport te lezen, “maar afgezet tegen de hele economie van de regio blijft het aandeel beperkt.”

Werken die datacenters dan misschien als magneet voor andere IT-bedrijven die op zoek zijn naar een vestigingsplek? Ook dat valt tegen.“De aanwezigheid van talent, een innovatief en ondernemend klimaat en internationale bereikbaarheid zijn veel meer onderscheidend", stellen de onderzoekers. Kijk trouwens maar naar Eemshaven: dat Google daar nu zit met een datacenter heeft ‘geen meetbaar effect’ gehad op de aantrekkingskracht van het gebied voor andere bedrijven.

Vestigingen van Netflix en Disney

Toch is Amsterdam internationaal gezien bijzonder, stellen de onderzoekers. Het is een van de vijf Europese steden - samen met Frankfurt, Londen, Parijs en Dublin, binnen de sector wel aangeduid als de FLAP-D-steden - waar de betrouwbaarheid en snelheid van digitale verbindingen zo groot zijn dat van ‘hyperconnectiviteit’ wordt gesproken. Voor een bepaald soort bedrijven is die hyperconnectiviteit zo belangrijk dat die de keus voor een vestigingsplek wel degelijk beïnvloedt. Amsterdam heeft er onder meer vestigingen van Netflix en Disney aan te danken.

Het ligt daarom voor de hand dat ook nieuwe datacenters zich rond Amsterdam vestigen, voegde Buck Consultants daar afgelopen zomer in een nieuw onderzoek aan toe: vanwege de al aanwezige infrastructuur kost dat minder en levert dat meer kwaliteit op. Maar dat geldt vooral voor de kleinere datacenters. Voor de hyperscales geldt: het maakt niet uit waar die komen, ze hoeven niet eens per se in Nederland, want voor gebruikers maakt het geen verschil of ze hier of elders in Europa staan.

Gas uit Rusland

De Dutch Datacenter Association ergert zich groen en geel aan zulke onderzoeken. En sowieso aan de ‘beeldvorming’ rond datacenters: daar mankeert veel aan, zegt DDA-directeur Stijn Grove. Neem het aantal banen dat de sector oplevert. Dat zijn er zo'n 11.000. Weinig? “Vergelijk het met het aantal boeren in Nederland, 30.000. Is dat een kleine sector? En regionaal kunnen die extra banen heel belangrijk zijn. Ruim 400 banen dankzij het Meta-datacenter in Zeewolde, dat zijn waarschijnlijk ook 400 gezinnen, dat voegt echt iets toe.”

Ook het enorme ruimtebeslag van datacenter relativeert Grove met een vergelijking. Het Meta-center in Zeewolde gaat bestaan uit vijf hallen van 400 meter lang, 70 meter breed en 20 meter hoog, en die nemen al met al 166 hectare in beslag. Ja, dat is veel. De drie hyperscale-centers die Nederland nu al heeft, nemen samen 164 hectare in beslag, alle multi-tenant-centers bij elkaar zo'n 75 hectare. “Maar de Nederlandse distributiecentra nemen 4100 hectare in beslag, de glastuinbouw ongeveer 10.000. En al die kassen, zijn die nou zo mooi?”

Grove's belangrijkste argument is van een heel andere orde: de Nederlandse economie - en die van de hele wereld - is een digitale economie geworden en die kan niet bestaan zonder datacenters. “Begin 2020 waren in Nederland 2,1 miljoen mensen voor meer dan de helft van hun werk afhankelijk van digitale diensten", zegt hij op grond van eigen onderzoek van de sector. “Dat aantal is alleen maar groter geworden, nu vanwege corona veel mensen thuis werken. Dat kan alleen maar dankzij datacenters: die ervoor zorgen dat alle digitale applicaties soepel werken.”

Maar moeten die datacenters dan ook echt in Nederland staan? “Nederland is er geschikt voor, we hebben de infrastructuur ervoor", zegt Grove. “En is het niet hypocriet om alles te omarmen wat er op digitaal gebied gebeurt, maar over die datacenters te zeggen: die willen we hier niet?” Hij voegt er nog één argument aan toe, dat van de ‘soevereiniteit'. “Hoe verstandig is het als we ons afhankelijk maken van anderen, zoals met het gas uit Rusland?”

Restwarmte de lucht in

En dan is er nog de kwestie van de energie. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek is in 2019 2,7 terawattuur aan elektriciteit aan datacenters geleverd, 2,3 procent van de totale elektriciteitsvraag. Dat stroomverbruik zal groeien, en hard ook. Een ambtelijke werkgroep van het ministerie van economische zaken komt uit op geschat verbruik van tussen de 5 en 15 terawattuur in 2030.

Die groei komt grotendeels voor rekening van de hyperscale centers. Alleen al de komst van het Meta-center in Zeewolde zorgt, als het op volle kracht draait, voor een extra verbruik van 1,4 terawattuur - even veel als bijna een half miljoen huishoudens.

Het goede nieuws is, zegt Grove met een verwijzing naar onderzoek van het Internationaal Energieagentschap, dat sinds 2010 het aantal internetgebruikers wereldwijd verdubbeld is, en het internetverkeer vertienvoudigd, maar dat het energieverbruik in die jaren nauwelijks steeg. Veel kleine centra verdwenen en maakten plaats voor grotere, en dat leverde een besparing op. Goed nieuws is ook dat 80 procent van die stroom volgens DDA-onderzoek duurzaam ingekocht is.

Techgiganten die stroom slurpen

Met dat groenestroomverbruik is niet iedereen onverdeeld gelukkig. Het aanbod aan groene stroom is nog beperkt en met hun gigantische vraag concurreren de datacenters dus met anderen: grote industrieën en ook burgers. Het draagvlak voor de energietransitie wordt groter naarmate meer mensen er direct van profiteren, zeggen critici. Techgiganten die stroom slurpen en niet eens voor veel banen zorgen, zetten dat draagvlak juist onder druk.

Maar je kunt er ook anders tegenaan kijken, vindt voorzitter Olof van der Gaag van de vereniging van ondernemers in duurzame energie NVDE. Er is in 2030 veel meer energie nodig dan ten tijde van het Klimaatakkoord werd verondersteld, zegt hij. “Het aanbod van groene stroom moet dus gelijk op gaan met de groeiende vraag. En dat kan: zeshonderd extra windmolens op zee is daar genoeg voor. Datacenters hebben vaak goede, langlopende contracten. Dat helpt, dat maakt het voor investeerders aantrekkelijker om geld te steken in windparken.”

Datacenters kunnen ook een bron zijn voor een warmtenet, zeggen optimisten bovendien. Die centra hebben omvangrijke installaties om de servers die er staan te koelen, en de restwarmte die dat oplevert, is soms goedkoper dan bijvoorbeeld geothermie. Maar, waarschuwden de consultants van Buck al in hun rapport voor de Metropoolregio Amsterdam, ‘er moet veel energie aan worden toegevoegd om de warmte op de juiste temperatuur te krijgen’.

Financieel niet haalbaar

In Zeewolde lijkt er weinig van terecht te komen. Daar levert Meta de restwarmte af aan de grens van zijn perceel; anderen moeten die verder zien te transporteren. Maar omdat dat grote investeringen vergt, is het volgens de gemeente financieel niet haalbaar om meer dan 17 procent van die restwarmte te gebruiken. “Als meer dan 80 procent de lucht in wordt geblazen en het datacenter draait op groene energie, ben je niet goed bezig", reageerde Andy van den Dobbelsteen, hoogleraar klimaat en duurzaamheid aan de TU Delft in dagblad De Stentor.

“Niemand ontkent het belang van de informatiestromen die mogelijk zijn dankzij datacenters", zo vat consultant Buck de discussie samen. “Maar dat betekent niet dat je elk nieuw plan op voorhand moet voorzien van het stempel ‘goedgekeurd’. Op z'n minst is het de vraag, zeker voor de hyperscales, waar zo'n datacenter moet komen, en daar hoort een afweging van kosten en baten bij.”

Volcontinu in bedrijf

Een datacenter is een gebouw – of meerdere gebouwen – met een complex aan netwerk-, opslag- en serverapparatuur. Op deze apparatuur draaien honderden of zelfs duizenden softwaretoepassingen, zoals besturingssystemen en databases. Zo’n datacenter is via glasvezelnetwerken verbonden met andere datacenters, met kantoorlocaties en fabrieken. Van wezenlijk belang zijn ook de technische installaties voor de stroomvoorziening en voor de koeling van de servers.

Zo’n centrum is volcontinu in bedrijf, het kan zich geen enkele rimpeling veroorloven. Alle systemen worden dan ook voortdurend gemonitord en onderhouden. Dat houdt behalve IT’ers en installatietechnici ook bewakers aan het werk: een datacenter is hermetisch van de buitenwereld afgesloten.

Lees ook:

Glasvezel, goedkope bundels en almaar meer apparaten doen dataverbruik ongeremd stijgen

Het gebruik van mobiel internet vertoont nog altijd een stijgende lijn. De groeiende behoefte aan data zal ook de vraag naar datacenters verhogen.

Eerste Kamer stemt voor stop op verkoop grond voor datacentra, gevolgen Zeewolde onduidelijk

De Eerste Kamer wil dat het kabinet tijdelijk geen grond verkoopt voor grootschalige datacentra, zoals die bij Zeewolde.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden