DwangarbeidMode

Dwangarbeid in China? Dat is een zaak voor diplomaten, vindt de modebranche

De Chinese staats-tv toont moslims die in Xinjiang opgeleid worden tot textielwerker. Beeld AP
De Chinese staats-tv toont moslims die in Xinjiang opgeleid worden tot textielwerker.Beeld AP

Modemerken lopen risico’s door hun betrokkenheid bij misstanden in China. Ze krijgen te maken met rechtszaken of een consumentenboycot.

Kledingbedrijven die te weinig doen tegen gedwongen arbeid door Oeigoeren in China, lopen het risico voor de rechter te worden gedaagd. In Frankrijk is deze week al zo’n zaak tegen vier modemultinationals aangespannen. Maatschappelijke organisaties en een Oeigoerse vrouw die zelf een Chinees ‘opvoedingskamp’ heeft overleefd, beschuldigen hen van betrokkenheid bij gedwongen arbeid en mensenhandel.

Het betreft het Spaanse Inditex (bekend van de Zara-winkels), het Japanse Uniqlo, de Franse SMCP Groep en de Amerikaanse sportschoenenproducent Skechers. Via hun toeleveranciers zouden zij zakelijk betrokken zijn bij de verplichte arbeid die de Oeigoerse moslimminderheid in China verricht.

“Deze aanklacht legt de straffeloosheid bloot van internationale bedrijven die door hun bedrijfsvoering profiteren van deze misdaden”, zeggen de betrokken organisaties, waaronder Collectif Ethique sur l’étiquette, de Franse zusterorganisatie van Schone Kleren Campagne. Ze vragen het openbaar ministerie een onderzoek te beginnen. Ook kondigen ze vergelijkbare zaken aan in andere landen. Of dat ook in Nederland is, is onbekend.

Buiten Xinjiang

Aanvankelijk betrof de Oeigoerse kwestie vooral mensenrechtenschendingen in de regio Xinjiang, goed voor 20 procent van de wereldwijde productie van katoen. Maar China stelt ook Oeigoeren te werk buiten die regio, en niet alleen in de textielsector.

Bedrijven horen standaard onderzoek te doen naar misstanden in hun productieketens. Daarbij vertrouwen ze op inspecties door zogenoemde auditorganisaties. Maar die hebben hun werkzaamheden in Xinjiang gestaakt. Ze kunnen niet langer instaan voor de betrouwbaarheid van hun rapportages. Volgens brancheorganisatie InRetail zijn deze controles buiten die regio nog altijd zinvol. “Als auditeur kom je de fabrieken in Xinjiang niet in. In de rest van China is dat anders”, zegt senior beleidsadviseur Femke den Hartog.

Druk van overheden of de Europese Unie

InRetail vindt dat de Nederlandse overheid of de Europese Unie druk moeten uitoefenen op China. De misstanden komen immers voort uit Chinees overheidsbeleid en de problemen overstijgen de textielsector. Ook de Sociaal-Economische Raad (Ser), die betrokken is bij een initiatief voor eerlijke kleding, zegt dat het voor de hand ligt dat bedrijven een beroep doen op de Nederlandse overheid.

De Ser schetste eerder het dilemma voor bedrijven: als zij dieper in de keten verbonden blijken te zijn met Xinjiang, kunnen ze de negatieve impact niet voorkomen, verminderen of herstellen. “Zelfs het verbreken van de zakelijke relatie lost het probleem voor de Oeigoeren niet op.”

InRetail gelooft niet in een boycot. Den Hartog: “Je moet als sector nadenken over de gevolgen die het terugtrekken uit Xinjiang kan hebben voor individuele bedrijven en hun werknemers elders in China. Tal van buitenlandse merken werken op een goede manier samen met hun Chinese toeleverancier en hebben de afgelopen jaren concrete stappen gezet om de productieomstandigheden te verbeteren. Daar heeft de Chinese werknemer baat bij.”

Kledingmerken die zich uitspreken tegen de situatie in China, moeten rekening houden met een Chinese consumentenboycot. Dat is H&M, Nike en Adidas bijvoorbeeld overkomen. Den Hartog: “De relatie met China is delicaat en de sector is hierover voortdurend in gesprek met diplomaten. We moeten het reële risico van een handelsoorlog met China voorkomen. De dialoog is de oplossing en dat is het terrein van regeringen en de Verenigde Naties.”

Beter uitzoeken

De situatie van de Oeigoeren is niet nieuw, reageert Pauline Overeem van Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen. “Pas nu de misstanden veel aandacht krijgen, beamen kledingbedrijven hoe erg het is en dat er iets moet gebeuren. Al voordat bedrijven in het buitenland gaan produceren, moeten ze veel beter uitzoeken met welke overheid of welke fabriek ze te maken krijgen. En zich eerst afvragen of ze die stap – naar China, Myanmar of India – wel moeten zetten.”

Lees ook:

Neem een heropgevoede Oeigoer in dienst, en krijgt er een zak geld bij

Kledingbedrijven willen geen textiel uit Xinjiang om dwangarbeid door Oeigoeren te vermijden. Maar Oeigoeren worden door heel China tewerkgesteld – lang niet alleen in Xinjiang.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden