Boze boeren onderweg naar Stroe rijden dwars door centrum van Apeldoorn.  Beeld Luciano De Graaf
Boze boeren onderweg naar Stroe rijden dwars door centrum van Apeldoorn.Beeld Luciano De Graaf

FactcheckBoerenprotest

Dreigt op het platteland een kaalslag? De feiten en cijfers

Boeren protesteren massaal tegen de kabinetsvoorstellen om de uitstoot van stikstof terug te dringen. De boerensector staat op omvallen, zeggen zij, en op het platteland dreigt een kaalslag. Klopt dat? Zes stellingen.

Joost van Velzen en Jelle Brandsma

1. ‘Krimp van de veehouderij is een ramp voor de economie’

Moeilijk in te schatten. Om de stikstofuitstoot terug te dringen zou vooral het aantal melkveehouderijen moeten krimpen. De toegevoegde economische waarde van de zogeheten grondgebonden veehouderij, dat zijn de melkkoeien, schapen en geiten, wordt volgens Wageningen Economic Research geschat op 8,6 miljard euro. Nederland telt nu zo’n 14.000 melkveebedrijven die samen ongeveer 1,5 miljoen dieren hebben. Daarbij zijn er nog bijna 1 miljoen vleeskalveren. Sinds het jaar 2000 is het aantal bedrijven flink gedaald maar door schaalvergroting van de overgebleven bedrijven is het aantal koeien licht gestegen.

Als er veehouders verdwijnen kan er ruimte ontstaan voor nieuwe economische activiteiten. Het is moeilijk inschatten wat de economische schade voor Nederland is als een fors aantal melkveehouders verdwijnt. Landbouweconoom Petra Berkhout van Wageningen Economic Research: “Het cijfer is maar een deel van het verhaal. Er zit natuurlijk ook veel kennis en innovatie rondom deze sector, die niet in het getal is meegenomen, net zo min als bijvoorbeeld dierenartsen. Bij heel forse krimp zullen er ook daar effecten zijn. Ook is de melkveehouderij, die ruim zestig procent van het agrarisch areaal in Nederland in beslag heeft, heel bepalend in het aanzicht van Nederland.”

2. ‘Concerns in de agrarische sector gaan omvallen’

Deels. Behalve voor de boerenbedrijven die in de buurt van natuurgebieden zitten zal hun grootste afnemer, zuivelcoöperatie FrieslandCampina, zeker last hebben van minder melkveehouderijen. De boeren zijn immers niet alleen de toeleveranciers van de melk waar het zuivelconcern de toetjes van maakt, de melkveehouders zijn samen mede-eigenaar van FrieslandCampina. Aan de andere kant is het zuivelconcern een wereldspeler, waardoor het niet van Nederland afhankelijk is. Andere bedrijven, zoals voerproducenten, machinebouwers en loonbedrijven, zullen een krimp van de melkveesector wel voelen.

Kalverhouders moeten eveneens vrezen voor hun boterham. Ongeveer 95 procent van het in Nederland geproduceerde kalfsvlees gaat naar het buitenland, vooral naar Italië. Sowieso exporteert Nederland veel vlees. Van de meest uitgevoerde landbouwproducten in 2021, zo onderzocht Wageningen samen met het CBS, is vlees de nummer twee, na sierteelt. In 2021 ging voor 9,1 miljard euro Nederlands vlees de grens over.

Berkhout: “Het gevolg van een krimp in Nederland is dat de productie naar het buitenland zal verschuiven als er geen veranderingen zijn in de vraag naar zuivelproducten. Toch zal het effect op nationale schaal voor de toegevoegde waarde en werkgelegenheid best kunnen meevallen, omdat de teruggang in werkgelegenheid en toegevoegde waarde elders kan worden opgevangen, zeker nu de arbeidsmarkt zo krap is. Regionaal kunnen de effecten groot zijn. Daarom is het zaak om te zorgen voor een fatsoenlijke afwikkeling. In die zin is het niet veel anders dan toen de mijnen destijds moesten worden gesloten.”

3. ‘Op het platteland dreigt een kaalslag’

Lastig in te schatten. “Niemand weet precies hoe het Nederlandse platteland er over pakweg vijftig jaar uit zal zien”, zegt planoloog Zef Hemel. Hij bekleedt als eerste hoogleraar de Bonnema-leerstoel aan de Rijksuniversiteit Groningen, die is ingesteld om de toekomst van het platteland te onderzoeken. “Wat we wel weten is dat vanaf de jaren vijftig van de twintigste eeuw het aantal boerenbedrijven scherp is gedaald. Tegelijk verdubbelde de gemiddelde bedrijfsomvang. Tussen 1993 en 2002 zette de daling zich versneld voort, met een afname van gemiddeld zestig bedrijven per week. De drie Wageningse onderzoekers die dit begin 2003 constateerden spraken zich ook over de toekomst uit. Uitgaande van een negatief exponentiële afname zou er over vijftig jaar nog een kwart van de huidige 90.000 bedrijven overblijven. Deze ontwikkelingen zullen samen met een verdere verstedelijking van het agrarische land, het buitengebied een volkomen ander aanzien geven, zo was de veronderstelling. Inmiddels zijn we twintig jaar verder en zijn er nog 50.000 boerenbedrijven over.”

Is deze stikstofcrisis dan het einde van het boerenbedrijf? Nee, denkt Hemel. “Stellig niet. Anno 2022 stel ik vast dat het met die verstedelijking van het buitengebied rap gaat. En de productielandbouw zal, hoe dan ook, verder krimpen. Grootschalige aankoop van boerenland voor natuurontwikkeling lijkt mij de grote opgave. Maar geen wildernis dit keer. Nederlanders snakken naar onthaasting en willen nieuwe wandelgebieden. Agrarische landschappen met een eigen karakter, dat zijn de landschappen met toekomst in de eenentwintigste eeuw. Kun je, ook als agrariër, daar nog goed je brood verdienen? Nou en of.”

Het poldergebied Rijnenburg, waar duizenden woningen kunnen worden gebouwd. Beeld ANP/Hollandse Hoogte
Het poldergebied Rijnenburg, waar duizenden woningen kunnen worden gebouwd.Beeld ANP/Hollandse Hoogte

4. ‘De boer staat met de rug tegen de muur’

De boer heeft het inderdaad moeilijk. Volgens landbouweconoom Petra Berkhout zal het zogenoemde extensiveren van de veeteelt – een manier van boeren waarbij gebruik wordt gemaakt van meer grond per dier, en waarbij dieren vaker buiten in de wei kunnen staan – nog een hele klus worden: “Extensiveren is in Nederland geen eenvoudige optie. Het betekent minder productie per hectare, terwijl de vaste kosten niet dalen. Die vaste kosten, arbeid en grond, vormen het leeuwendeel van de kosten en dat heeft tot gevolg dat extensiveren leidt tot een hogere kostprijs. Extensiveren kan alleen als de prijs voor het product omhoog gaat, wat kan als een consument bereid is meer te betalen. Aan het beperkte marktaandeel van biologische zuivel is te zien dat dat niet zo makkelijk gaat. Een andere optie is om met overheidsgeld extensiveren te stimuleren, bijvoorbeeld met vergoedingen voor natuur- en landschapsbeheer. Die moeten dan wel ruimer zijn dan de huidige vergoedingen. En dat laatste is lastig omdat je dan tegen Brusselse regels aanloopt die daar grenzen aan stellen.”

5. ‘Hoeveel stikstof een boer uitstoot is nog nooit gemeten’

Jawel. De concentratie van stikstofverbindingen (ammoniak en stikstofoxiden) wordt op een groot aantal locaties in Nederland gevolgd. Zo zijn er 297 meetlocaties in 86 natuurgebieden. Deze metingen geven een redelijk betrouwbaar beeld van de aanwezigheid van stikstof in diverse delen van Nederland. De meetresultaten worden in een rekenmodel gestopt en daarmee is af te leiden waar de stikstof uiteindelijk terechtkomt. Het aantal plekken waar wordt gemeten is de laatste jaren al uitgebreid en het zouden er nog meer kunnen worden, zegt Albert Bleeker, onderzoeker bij het RIVM. Meer metingen zullen de kwaliteit van de modellen verbeteren, maar uitbreiding is kostbaar en levert waarschijnlijk geen ander beeld op.

Boeren zeggen vaak dat onduidelijk is hoeveel stikstof hun bedrijf uitstoot. Het is ondoenlijk om bij alle Nederlandse bedrijven de uitstoot te meten, zegt Bleeker. Er zijn wel ‘emissiefactoren’ aan de hand waarvan de stikstofuitstoot per bedrijf berekend kan worden. Die zijn opgesteld aan de hand van metingen bij vergelijkbare bedrijven. De emissies zijn vervolgens per bedrijf te berekenen door de emissiefactoren te combineren met data van het bedrijf, zoals het aantal dieren, zegt Bleeker.

null Beeld Brunopress
Beeld Brunopress

6. ‘Andere sectoren blijven buiten schot’

Nee. Ook andere sectoren moeten een bijdrage leveren aan reductie van de stikstofuitstoot, maar daar zijn de emissies lager dan in de landbouw. Het adviescollege van Johan Remkes becijferde twee jaar geleden dat de landbouw verantwoordelijk is voor ongeveer 40 procent van de uitstoot. Huishoudens zijn verantwoordelijk voor ongeveer 6 procent van de uitstoot en het wegverkeer neemt eenzelfde percentage voor zijn rekening. Achter de internationale scheepvaart staat een percentage van 3 procent. De industrie en de bouw dragen niet meer bij dan 1 procent bij.

Een groot deel van de stikstof waait vanuit het buitenland de lansgrenzen binnen, namelijk 30 procent volgens Remkes. Er is discussie of de stikstof uit het buitenland mee moet worden geteld. Er waait immers ook stikstof van Nederland naar het buitenland. Als de 30 procent import buiten beschouwing blijft, is de landbouw verantwoordelijk voor 60 procent van de stikstofuitstoot. Bescherming van de natuur is Europees geregeld en daarom zijn ook andere landen bezig met stikstofmaatregelen.

Lees ook:

Hoe Nederland uitgroeide tot exportreus in de landbouw - en nu moet veranderen

Nederland is de tweede landbouwexporteur wereldwijd. Die positie is problematisch in het licht van de stikstofproblematiek. Hoe is die positie zo gegroeid?

Vriend en vijand over stikstofminister Van der Wal: ‘Ze is consequent, relativerend, en blijft optimistisch’

Weinig ministers staan zo onder druk als Christianne van der Wal, die morgen haar stikstofbeleid verdedigt. Haar standvastigheid wekt bewondering.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden