sw-bedrijven

De voormalige sociale werkplaatsen lijden verlies, maar de komende jaren minder

Een werknemer van een sociale werkplaats. Beeld ANP
Een werknemer van een sociale werkplaats.Beeld ANP

In 92 procent van de gemeenten draaide het sw-bedrijf (de vroegere sociale werkplaats) in 2018 verlies. Financieel gezien ziet de toekomst er beter uit, vooral doordat de loonkosten dalen.

De sw-bedrijven, zoals sociale werkplaatsen tegenwoordig heten, hebben het zwaar. Verreweg de meeste draaien verlies. Het kost ze meer geld om mensen met een beperking een jaar te laten werken dan dat er binnenkomt via subsidies van de overheid en inkomsten uit hun werkzaamheden. Gemiddeld draaien sw-bedrijven per persoon per jaar tussen de 1500 en 3000 euro verlies.

Er is zelfs een vijftal sw-bedrijven met een negatief resultaat van 6000 euro of meer per werknemer. Dat blijkt uit berekeningen van bureau Berenschot in opdracht van het ministerie van sociale zaken. In 92 procent van de gemeenten had het sw-bedrijf in 2018 een negatief resultaat.

De Participatiewet

Deze evaluatie verschijnt omdat sinds 2015 de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) is afgeschaft. Er mogen geen nieuwe mensen meer komen op de sociale werkplaats die onder de cao van de Wsw vallen. Mensen met een arbeidsbeperking komen sinds 2015 in de Participatiewet terecht, de nieuwe naam voor de bijstand. Donderdag praatte de Tweede Kamer met staatssecretaris Tamara van Ark over of dit zo’n een goede beslissing is geweest destijds. 

SP en CDA willen dat mensen met een arbeidsbeperking aan de slag kunnen in een sociale werkvoorziening nieuwe stijl, een sociaal ontwikkelbedrijf. Veel sociale werkplaatsen zijn nog open aangezien vijf jaar geleden er nog bijna negentigduizend mensen werkten. Sommige gemeenten kozen wel voor een sterfhuisconstructie, andere lieten de sociale werkplaatsen fuseren of ze verwelkomden nu ook mensen uit de Participatiewet op de werkvloer van het sw-bedrijf.

Welke keuze beter is, kan Berenschot niet echt zeggen na uitgebreid onderzoek. De sw-bedrijven die zich helemaal hebben toegelegd op de oorspronkelijke taken, zetten nog wel redelijk goede financiële resultaten neer, zien de onderzoekers. Maar deze organisaties hebben wel alle vet uit de organisatie gesneden. Taken die niet per se nodig zijn, zijn gestopt, zoals communicatie.

Ondergrens bereikt

Ook risicovolle en slecht presterende werkzaamheden zijn afgestoten. De medewerkers worden dan verplaatst naar beter renderende taken. En de prijzen voor de afnemers van hun producten zijn verhoogd. Daarnaast is (in mindere mate) de begeleiding omlaag gebracht, en zijn de huisvestingskosten verlaagd. Maar dit zijn krimpende bedrijven waarbij dus op een gegeven moment een ondergrens wordt bereikt. Dan moet worden gezocht naar alternatieven, zoals het samenwerken met andere sw-bedrijven.

Al ziet Berenschot tot nu toe weinig kostenvoordelen van schaalvergroting. Er komen wel iets meer opdrachten van de gemeente binnen, wat positief is. En sw-bedrijven die bijstandsgerechtigden op vrijkomende plekken zetten, hebben het financieel vaak minder lastig dan bedrijven die deze plekken niet kunnen opvullen. Maar Berenschot hoorde ook kritiek, over het ontbreken van een focus door de leiding als er op het sw-bedrijf veel meer mensen werken dan alleen arbeidsbeperkten. En zonder focus, geen besparingen, luidt een conclusie in het rapport ‘Thermometer Wsw’.

Gemiddelde loonkosten dalen

Meerdere keren zagen de onderzoekers dat er vervolgens niet zoveel urgentie is bij het begeleiden van ‘goede werknemers’ naar een reguliere werkplek. “De afdelingsleider moet namelijk ook goede productiecijfers realiseren en heeft er dan geen belang bij om (goede) medewerkers (snel) weer te laten door- of uitstromen.” De doorstroom naar reguliere arbeid is zowel voor als na invoering van de Participatiewet verwaarloosbaar, merkt Berenschot op. Tussen 2015 en 2018 neemt het aandeel ietsje toe, van 1 procent naar 2 procent.

Een blik op de toekomst is financieel gezien wel positief. Dit komt vooral doordat de gemiddelde loonkosten dalen, omdat mensen uit de oudere generatie, die gemiddeld een hogere loonschaal hebben, met pensioen gaan. En er zal niemand meer doorstromen naar die hogere schalen, want die cao is er niet meer. De loonkosten waren in 2018 nog 27.500 euro per jaar, vorig jaar 28.085 euro maar die nemen vanaf 2020 af, tot uiteindelijk minder dan 24.400 euro per arbeidsjaar over vijf jaar.

Dit jaar is het tekort van alle sw-bedrijven nog heel hoog; zo’n 220 miljoen euro is de schatting. Waarschijnlijk is dit tekort in 2025 teruggelopen naar zo’n 50 miljoen euro.

Lees ook: 

Aan sociale werkplaats nieuwe stijl is weinig sociaal

Sociale werkplaatsen moeten dicht, maar gaan onder een andere vlag verder. Met veel slechtere arbeidsvoorwaarden.

De sociale werkplaats heet alleen niet meer zo

Als op een feestje aan Maarten Gielen wordt gevraagd wat voor werk hij doet, vindt hij het moeilijk om antwoord te geven. Tot drie jaar terug was hij ‘gewoon’ directeur van een sociale werkvoorziening met de naam IBN (Integrale Bedrijven Noordoost-Brabant). Maar nu?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden