Cao-onderhandelingen

De vakbonden eisen tot 14 procent meer loon. Krijgen ze hun zin?

Een paraplu van de FNV tijdens een bijeenkomst op de landelijke stakingsdag streekvervoer vorige week. Beeld ANP, Sem van der Wal
Een paraplu van de FNV tijdens een bijeenkomst op de landelijke stakingsdag streekvervoer vorige week.Beeld ANP, Sem van der Wal

Nu de vakbonden hun looneisen op tafel hebben gelegd, kan het spel van onderhandelen met de werkgevers beginnen.

Joost van Velzen

Een nieuw inzicht was het natuurlijk niet wat de koning dinsdagmiddag voorlas in zijn jaarlijkse Troonrede: “Het is pijnlijk dat steeds meer mensen in Nederland moeite hebben met het betalen van hun huur, boodschappen, zorgpremie of energierekening.”

De inflatie is het gesprek van de dag en zeer waarschijnlijk ook van de dagen, weken en maanden die nog komen. Hoe worstelen Nederlanders zich financieel de winter door en hoe behouden zij voldoende koopkracht op de langere termijn. Dat is de vraag waar de vakbonden de komende periode een royaal antwoord op willen van werkgevers. Liefst royaler dan ooit tevoren.

Met een zelden gevraagde looneis van tussen de 5 en wel 14 procent kwamen de grootste vakbonden FNV en CNV bij wijze van uitzondering deze keer nu eens gezamenlijk naar buiten met hun verlangens.

Bibberen

En dat zijn de vakbewegingen niet meer gewend, constateert Alfred Kleinknecht, emeritus hoogleraar economie. “Ik heb de indruk dat de bonden een beetje bibberen van de stress want ze hebben nog nooit zoveel gevraagd als nu.” Hij acht het niet nodig dat hun cao-onderhandelaars daadwerkelijk zenuwachtig met het bedrijfsleven aan tafel zitten. “Op het moment dat de arbeidsmarkt extreem krap is, zoals nu, is de micro-economische logica: het loon moet omhoog.”

Maar volgens de econoom gebeurt nu als het ware het tegendeel, althans als hij kijkt naar wat mensen netto overhouden. “Als ik bij de NS 10 procent meer loon krijg en de inflatie is hoger dan dat, ga ik er in koopkracht toch op achteruit.” Er zit daarom voor het bedrijfsleven niks anders op dan over de brug komen met flinke loonsverhogingen, constateert Kleinknecht.

Arbeidsproductiviteit ligt stil

Daar zijn meerdere redenen voor, niet alleen behoud van koopkracht. Ook de arbeidsproductiviteit, de gemiddelde productie van één werknemer in een bepaalde periode, speelt mee. “Die ligt al sinds 2015 nagenoeg stil. En dat terwijl de arbeidsmarkt al extreem krap is. Betalen ze niet, wordt de arbeidsmarkt alleen maar nog krapper.”

En nee, zo'n salarisverhoging kan niet elk bedrijf in Nederland betalen. Maar dat zij dan maar zo, dat is helemaal niet zo slecht voor de economie, denkt Kleinknecht: “Gezonde bedrijven kunnen hogere lonen betalen. Die maken behoorlijke winsten en delen bonussen uit aan het topkader. Bedrijven die slecht zijn gemanaged gaan dan kopje onder, ja. Maar zo erg is het niet als zelfs een paar duizend bedrijven failliet gaan gezien de huidige krappe arbeidsmarkt.”

Rabobank-econoom Leontine Treur wijst erop dat de historisch hoge looneisen van de bonden nog niet meteen zijn ingewilligd: “Het is natuurlijk wel een openingsbod, dat is het spel. Maar duidelijk is wel dat ondernemers de druk voelen om de lonen te verhogen. Door het grote gebrek aan personeel maar ook doordat de stakingsbereidheid nu wellicht groter is.”

Treur benadrukt dat de ene branche bovendien de andere niet is: “Horeca heeft een mooie zomer achter de rug, maar heeft het lastig gehad door corona. Aan de andere kant zullen zij makkelijker personeel kunnen aantrekken als zij ze meer gaan betalen.”

Sterke positie

Het ziet er volgens haar hoe dan ook naar uit dat de bonden een sterkere positie hebben dan voorheen: “14 procent is misschien het andere uiterste, maar je kunt als ondernemer nu moeilijk met 2 procent aankomen.”

Anders dan Kleinknecht ziet Treur nog beweging in de arbeidsproductiviteit: “Op sectorniveau is er nog wel degelijk productiviteitsgroei. Maar je moet blijven investeren in innovatie. Wat dat betreft zijn hogere lonen ook weer een prikkel om te investeren in arbeidsbesparende technologie.”

Waarmee de onderhandelende partijen realistisch gezien misschien wel uitkomen bij die andere zinsnede uit de Troonrede: “De geleidelijkheid in de veranderingen is wezenlijk. Niet alles kan en hoeft tegelijk, ook niet hier en nu.”

Lees ook:

Vakbonden CNV en FNV komen samen met stevige looneisen

De vakbonden CNV en FNV trekken samen op om hun historisch hoge looneisen kracht bij te zetten. ‘Ze voelen de wind in de rug en grijpen het moment.’

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden