ReportageLokaal ondernemen

De supermarkt 2.0 slaat aan in Wilp. ‘Bij ons bepaalt de boer de prijs’

Varkensboer Tonnie Veldhuis (links) vult de schappen in de onbemande winkel in Wilp. Initiatiefnemer Lukas Lagerweij biedt een helpende hand.  Beeld Herman Engbers
Varkensboer Tonnie Veldhuis (links) vult de schappen in de onbemande winkel in Wilp. Initiatiefnemer Lukas Lagerweij biedt een helpende hand.Beeld Herman Engbers

Het Gelderse Wilp heeft sinds enkele weken een onbemande minisupermarkt. Goed voor de lokale boeren die het assortiment verzorgen. Maar ook voor de 2400 inwoners, die weer in het eigen dorp boodschappen kunnen doen.

Lukas van der Storm

Aardappels, speklappen, boerenkool en walnoten. In het dorpshart van Wilp, tussen Deventer en Apeldoorn, waren dat soort voedingsmiddelen al een jaar of zes niet meer te koop. Aan dat gemis kwam drie weken geleden een einde. Dankzij een noviteit, bedacht door Wilpenaar Lukas Lagerweij. Zijn onbemande minisupermarkt trok in de eerste weken al meer dan vijfhonderd verschillende klanten. Hij wil zijn concept – dat hij Pantry heeft gedoopt – graag uitbreiden naar andere supermarktloze dorpen.

In Wilp gebeurde de afgelopen decennia wat zich in veel dorpen van rond de 2000 inwoners voltrok: de middenstand verdween. “Toen mijn ouders jong waren, zaten hier meerdere slagers, bakkers en kruideniers”, schetst Lagerweij. “En zelf heb ik nog wel eens geflyerd om de supermarkt te behouden.” De kleine vestiging van de Troefmarkt gaf er een jaar of zes geleden echter de brui aan. Sindsdien heeft Wilp nog één bakkerij. Voor andere boodschappen rijden de inwoners nu meestal naar Twello.

Boeren in de knel

Jammer eigenlijk, bedacht Lagerweij tijdens een borrelavond met zijn vriendengroep. Een van de aanwezigen vertelde er over zijn plannen om de melkveehouderij van zijn ouders over te nemen. En dat in een moeilijke tijd, waarin de markt dwingt tot schaalvergroting. Terwijl burgers en beleidsmakers liever kleinschalig en lokaal willen, maar daar als consument vaak weer niet naar handelen.

Zo kwam het gesprek op al die boeren in de omgeving van Wilp. Veehouders, akkerbouwers en telers: samen zijn ze goed voor een heel behoorlijk voedselaanbod. “Als je hier rondkijkt, zie je ook dat veel boeren aan huis verkopen. Maar als je die als consument allemaal af moet, is dat nogal een karwei.”

Lagerweij, van huis uit 3D-ontwerper, sloeg aan het schetsen. Hij ontwierp een soort tiny house, dat als nieuwerwetse boerensupermarkt kan dienen. En nu, twee jaar later, staat dat er echt: midden in het dorp. Het winkeltje meet ongeveer drie bij zeven meter. Wie boodschappen wil doen, moet een app downloaden om de deur te kunnen openen. Het vervolg is simpel: de gewenste producten scannen, betalen via Ideal en met de boodschappen naar huis.

Aardappels uit de Wilpse klei

In de winkel hangen camera's. Tegen diefstal, maar ook als service naar klanten. Die kunnen thuis al het aanbod bekijken. Dan zien ze links de producten van de dorpsbakker Gerrits liggen, en rechts de aardappels die de familie Schrijver uit de Wilpse klei haalt, naast de wortels en andere wintergroenten van boerderij De Kolke uit Voorst.

Het assortiment kent vooral veel lokale producten. Een klant vindt het fijn dat er na zes jaar weer een supermarkt in het dorp is.  'Ik vind het fijn om echte verse boodschappen te halen. Het mooie is ook dat dit een nieuwe centrale plek is in het dorp', zegt Jeltje van Essen. Beeld Herman Engbers
Het assortiment kent vooral veel lokale producten. Een klant vindt het fijn dat er na zes jaar weer een supermarkt in het dorp is. 'Ik vind het fijn om echte verse boodschappen te halen. Het mooie is ook dat dit een nieuwe centrale plek is in het dorp', zegt Jeltje van Essen.Beeld Herman Engbers

Het aanbod zal veel Wilpenaren er niet van weerhouden om af en toe toch naar Twello te rijden. “Maar dat is niet erg”, benadrukt Lagerweij. “We mikken op verse, lokale producten, die juist een aanvulling zijn op wat mensen bij de supermarkt halen. Je zult hier – ook als we groeien – niet zo snel toiletrollen zien.”

Toch wordt er op een doordeweekse novembermiddag al gretig gebruik gemaakt van de Pantry. Lagerweij excuseert zich ongeveer elke tien minuten dat hij ook deze toevallige ontmoeting niet in scene heeft gezet. Bijvoorbeeld met buurvrouw Jeltje van Essen, die een vriendin uit Deventer de nieuwe aanwinst voor het dorp komt laten zien. “Ik vind het fijn om echt verse boodschappen te halen. Het mooie is ook dat dit een nieuwe centrale plek is in het dorp. Door corona heb ik toch maar weinig mensen ontmoet: de bakker was wat dat betreft van levensbelang.”

Geen slaaf van de wereldmarkt

Dat varkensboer Tonnie Veldhuis van varkensboerderij Dijk43 de vriezer tegen de achterwand komt bijvullen, is wél afgesproken. Van alle leveranciers zit hij nog het verst weg: een kilometer of tien verderop, in Klarenbeek. “We zijn al een aantal jaar bezig om onze boerderij om te vormen”, vertelt hij. “Tot 2014 hadden we een vrij groot bedrijf met 6000 vleesvarkens en 500 zeugen. We stonden voor de keuze: stoppen we of gaan we door? Ik vond varkens houden nog altijd heel leuk, maar wilde minder een slaaf van de wereldmarkt zijn.”

Initiatiefnemer van de Pantry, Lukas Lagerweij (r) in de deuropening van zijn nieuwe mini-supermarkt. Leverancier en varkensboer Tonnie Veldhuis(l) heeft net de vriezer tegen de achterwand bijgevuld. Beeld Herman Engbers
Initiatiefnemer van de Pantry, Lukas Lagerweij (r) in de deuropening van zijn nieuwe mini-supermarkt. Leverancier en varkensboer Tonnie Veldhuis(l) heeft net de vriezer tegen de achterwand bijgevuld.Beeld Herman Engbers

Het bracht hem en zijn vrouw Wilma tot een ongebruikelijke keuze: ze gingen - tegen alle trends van schaalvergroting in - juist veel minder dieren houden. 100 zeugen en 500 vleesvarkens, een factor vijf tot tien minder dan vroeger dus. De focus verschoof van de anonieme wereldmarkt naar de eigen regio. Via een coöperatie verkoopt hij zijn vlees nu rechtstreeks aan een aantal supermarkten in de omgeving. Er kwam een boerderijwinkel, en Wilma zette een zorgtak op die dagbesteding biedt aan iedereen met een hulpvraag.

Het werk van Veldhuis is er behoorlijk door veranderd. Veel meer dan vroeger is hij nu ondernemer. “Ik ben nu ook een dag per week bezig om mijn producten in de markt te zetten. Dat moet je natuurlijk liggen: niet iedereen wil dat. Maar ik ben blij dat we deze stap hebben gezet.”

En zo’n nieuwsoortige winkel in Wilp, dat is precies zo'n nieuwe ontwikkeling die ook Veldhuis weer een stap verder kan helpen. Zeker als het groter groeit, bijvoorbeeld naar andere supermarktloze dorpen in de buurt. “Van alles wat we verkopen, gaat nu 80 procent naar de boer en 20 procent naar de Pantry”, aldus Lagerweij. “En dat is omdat we veel aanloopkosten hebben: liever maken we er straks 85-15 van.” En beknibbelen op de kostprijs, zoals supermarkten nogal eens doen? Dat is Lagerweij in elk geval niet van plan. “Bij ons is het de boer die de prijs bepaalt.”

Lees ook:
De automaat vol lokale producten verovert het platteland. ‘Het is gewoon bijvullen.’

Op boerenerven en in dunbevolkte gebieden nemen automaten – met daarin meestal zuivel, aardappelen of bloemen – de rol van winkelier over.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden