Staatsschuld

De rente stijgt: staat ons een nieuwe financiële crisis te wachten?

null Beeld Brechtje Rood
Beeld Brechtje Rood

Door corona is de staatsschuld van veel landen fors opgelopen. Intussen begint de rente op deze schulden te stijgen. Moeten we een nieuwe financiële crisis verwachten in Zuid-Europa? Of zijn er genoeg lessen geleerd van de vorige keer dat het misging?

Dirk Waterval

Het schemert nog in de straten van hartje Athene als er ineens, pal voor de Griekse Centrale Bank, een autobom ontploft. Gelukkig zijn er op deze donderdagochtend – het is 10 april 2014 – geen gewonden. Schrikken is het wel. In de hele wijk is de explosie voelbaar.

Dit zal het werk zijn geweest van linkse anarchisten, zegt de politie al snel. De datum en locatie lijken immers niet toevallig gekozen. Juist vanaf deze donderdag mag de Griekse overheid eindelijk weer geld lenen bij beleggers. In de vier jaar daarvoor was het land verstoken geweest van toegang tot de kapitaalmarkten. Nu staat die deur weer open.

Voor die hernieuwde toegang had Griekenland wel zeer rigoureus moeten bezuinigen. Door een combinatie van financieel wanbeleid en de kredietcrisis waren de Grieken rond 2010 in een enorme schuldencrisis beland. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Europese Unie schoten uiteindelijk te hulp met noodleningen, maar daar moest wel wat tegenover staan: belastingverhogingen en bezuinigingen. Die hadden in de jaren voor de autobom geleid tot massaal baanverlies onder ambtenaren. Er volgde een faillissementsgolf onder bedrijven en het werkloosheidscijfer schuurde tegen de 30 procent aan.

Hoge zelfmoordcijfers en talloze straatprotesten

Het is een periode van hoge zelfmoordcijfers en talloze straatprotesten. Zoveel, dat de explosie voor de centrale bank niet eens veel aandacht kreeg in de media. Griekenland stond er in die jaren dan misschien het slechtst voor in de eurozone, maar uiteindelijk werden ook andere lidstaten als Italië en Ierland meegezogen in wat de staatsschuldencrisis zou gaan heten. Beleggers begonnen hierdoor steeds meer rente te vragen op leningen, en al snel ging het over de toekomst van de euro. Konden zuidelijke lidstaten eigenlijk wel in één muntunie met Noord-Europa?

Zomer 2015: een bedelende man zit op straat voor het gebouw van de Griekse nationale bank in Athene. Door een combinatie van financieel wanbeleid en de kredietcrisis waren de Grieken vanaf 2010 in een enorme schuldencrisis beland. Beeld AP
Zomer 2015: een bedelende man zit op straat voor het gebouw van de Griekse nationale bank in Athene. Door een combinatie van financieel wanbeleid en de kredietcrisis waren de Grieken vanaf 2010 in een enorme schuldencrisis beland.Beeld AP

Nu, in het voorjaar van 2022, heeft Griekenland zijn noodleningen van het IMF vervroegd weten af te betalen. De huidige minister van financiën, Christos Staikouras, zei een paar weken geleden dat hiermee ‘een hoofdstuk is afgesloten’ dat in mei 2010 begon. Maar is dat wel zo? Staat Europa niet aan de vooravond van weer een nieuwe schuldencrisis?

De schuldberg is door de coronacrisis alleen maar gestegen. Dat zorgde niet direct voor problemen, omdat de rente zo historisch laag was, maar die zal vanaf nu weer stijgen. Daarmee groeit ook de verstikkende werking van de rentelasten op de overheidsbegrotingen.

Aan de andere kant heeft Europa geleerd van de vorige keer dat het misging. Daarom zijn hieronder twee scenario's uitgewerkt: één waarin een financiële crisis dit keer meevalt, en één waarin het toch weer helemaal mis gaat.

Scenario 1: Het kan dit keer meevallen

Om maar positief te beginnen: Europa ziet er nu anders uit dan tien jaar geleden. Er zijn veiligheidsmaatregelen ingebouwd om te voorkomen dat lidstaten opnieuw afglijden in de schulden. Zo hebben lidstaten in 2012 een speciaal noodfonds opgericht. Mocht een van de lidstaten in de problemen komen, dan ligt er 500 miljard euro klaar om erger te voorkomen.

Dat bedrag is bij lange na niet genoeg: momenteel heeft Italië alleen al zo’n 2700 miljard euro schuld. “Maar het fonds kan wel verlichting brengen”, zegt Casper de Vries, hoogleraar monetaire economie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. “Het aflossen van een deel van de schuld zou voor een overheid misschien al genoeg kunnen zijn om er weer bovenop te komen.”

En er is meer goed nieuws. Niet alleen landen hebben onderling een noodfonds, ook commerciële banken hebben dat. Samen zorgen zij ervoor dat dit zogenoemde Single Resolution Mechanism gevuld blijft. De hoop is dat zij elkaar zo voor faillissementen kunnen behoeden. Dan hoeven overheden niet meer de portemonnee te trekken om ze te redden. Los van dat noodpotje staan banken inmiddels ook onder strenger toezicht. Ze moeten aan veel hogere kapitaaleisen voldoen dan voorheen, en staan er robuuster voor.

Eén van de belangrijkste troeven die nationale overheden hebben om een staatsfaillissement te voorkomen is niet een of ander noodfonds, maar gebruik van boerenverstand. Lidstaten zagen de rentestanden in de afgelopen jaren naar ongekende dieptes afdalen, en besloten om daar optimaal gebruik van te maken. Maar ooit zou die rente weer stijgen, en dus sloten landen snel leningen af met langere looptijden. Daarmee stelden ze het moment uit dat ze moeten herfinancieren. Pas op dát moment zien ze zich geconfronteerd met de nieuwe, hogere rentestanden.

“De meeste landen hebben nog een gemiddelde looptijd van acht jaar voor de boeg”, zegt de Groningse hoogleraar politieke economie Jakob de Haan. “Landen in de eurozone komen dus niet direct in de problemen als de rente hard stijgt.” De langere looptijden geven tijd om te anticiperen, een luxe die er tien jaar geleden niet was.

Scenario 2: Het kan evengoed opnieuw misgaan

Maar wat als het dan, zij het met enige vertraging, toch misgaat? De hoeveelheid schuld van de Europese lidstaten is sinds de coronacrisis fors toegenomen. Terwijl het in de jaren tussen de staatsschuldencrisis en de coronacrisis best goed ging met het afbouwen daarvan. Afgezet tegen de grootte van de economie kromp de schuldberg in de eurozone gestaag, lidstaten haalden de broekriem aan.

Dat veranderde toen het coronavirus hele winkelstraten en horeca platlegde. Overheden gingen over tot massale geldinjecties om banen en bedrijven te behouden, met geld dat ze geleend hadden op de kapitaalmarkten. Dat konden de begrotingen best hebben, want door de extreem lage rentes van de afgelopen jaren konden lidstaten heel goedkoop aan geld komen. Landen als Nederland en Duitsland kregen voor leningen met een looptijd van tien jaar zelfs geld toe van beleggers.

Begrotingsdiscipline? Dat is een stuk moeilijker als er bijna geen consequenties zijn voor grootschalig leengedrag. “Vanwege de lage rente hoefden ook landen met een grote schuld maar weinig af te dragen”, zegt hoogleraar De Haan. Neem Italië: dat land was in 2021, na een jaar coronacrisis, veel minder geld kwijt aan rentelasten dan tijdens het hoogtepunt van de schuldencrisis. En dat terwijl de Italiaanse staatsschuld in 2021 veel groter was dan in 2014. In de crisisjaren ging het om ongeveer 130 procent van het nationaal inkomen, nu is dat ongeveer 155 procent.

Inmiddels lijken de dagen van goedkoop lenen een beetje voorbij. In de Verenigde Staten is de centrale bankenkoepel al begonnen om de eerste renteverhogingen door te voeren op kortlopende leningen. Dat is zijn antwoord op de sterk oplopende inflatie. In Europa zal de ECB vroeg of laat moeten volgen, waarschijnlijk deze zomer al.

Op de kapitaalmarkten is de rentestijging al maanden geleden ingezet. Beleggers handelen daar in staatsleningen, en brengen door vraag en aanbod een marktrente tot stand. Het gaat hard: op nieuw schuldpapier met een looptijd van tien jaar betaalde de Italiaanse overheid een jaar geleden nog zo’n 0,6 procent rente. Nu is dat al 2,5 procent. Bij zo’n rentestijging van bijna 2 procent moet de Italiaanse economie jaarlijks met zo’n 3 procent groeien om er naar verhouding niet op achteruit te gaan met de staatsschuld, rekent De Vries uit. “Zulke groei is de afgelopen jaren bijna onhaalbaar gebleken voor dat land.”

Als de lidstaten de hogere rente gaan voelen, doordat hun oude leningen zijn afgelopen, dan staan ze volgens collega De Haan voor een pijnlijke keuze. “Hogere rentelasten drukken op de begroting en staan andere uitgaven in de weg. Het is dan kiezen: of accepteren dat je als land moet bezuinigen, of extra bijlenen en zo de staatsschuld nog verder vergroten.”

Ook voer voor pessimisme: er is nog steeds geen Europees depositogarantiestelsel. Op nationaal niveau is dat er sinds 2011 al wel. Binnen de grenzen van een lidstaat garanderen commerciële banken elkaar dat zij zullen inspringen als een concurrent dreigt om te vallen. Spaargeld van burgers, tot een bedrag van honderdduizend euro, is gegarandeerd.

Maar Duitse banken gaan dus geen Griekse of Italiaanse banken uit de brand helpen. Politiek liggen geldstromen van ‘noord naar zuid’ nu eenmaal gevoelig. Maar een Europees gedragen garantiestelsel zou beleggers veel vertrouwen kunnen geven in de Zuid-Europese landen. Als een Italiaanse bank niet zo snel meer omvalt, en dus niet zo snel meer gered hoeft te worden door zijn overheid, dan heeft die overheid meer middelen om zijn schuld af te lossen. Beleggers kunnen dan een lagere rente rekenen, het risico op wanbetaling is immers kleiner.

Weer een ander probleem is dat banken nog altijd bovengemiddeld veel staatsleningen van hun eigen overheid op hun balans hebben staan. Franse banken houden veel Franse staatsobligaties aan, Portugese banken veel staatsschuld van de Portugese overheid enzovoort. Op zich is daar niets mis mee – totdat het economisch een keer wat minder gaat met een land. Dan daalt de handelswaarde van het schuldpapier van dat land. En moeten banken, die veel van dit schuldpapier op hun balans hebben staan, ineens enorme afschrijvingen doen. Daardoor hebben ze minder kapitaal over om uit te lenen aan consumenten en bedrijven, waardoor de economie weer een nieuwe tik krijgt. Daardoor verdampt er weer meer kapitaal bij banken, en zo is de vicieuze cirkel rond.

Zo’n tien jaar geleden trokken banken en hun overheden elkaar zo mee de afgrond in. Volgens experts is het risico op dat scenario nog onverminderd groot. Dus komt er nu een nieuwe crisis aan, of niet? Niemand weet hoe de nieuwe veiligheidsmaatregelen en noodfondsen opwegen tegen oude problemen als die vicieuze bank-overheidcirkel en de gegroeide schuldberg. Hoogleraar De Vries houdt zijn hart toch wel een beetje vast. Zijn collega De Haan uit Groningen is optimistischer. “Ik denk dat nog best mee kan vallen.”

Lees ook:

Hogere staatsschulden? Dat is niet erg, menen economen

Tijdens corona hebben overheden zich een slag in de rondte geleend. Moeten ze daarmee door kunnen gaan?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden