Beeld Idris van Heffen

Flexwerkers

De prijs voor te veel flexibiliteit op de arbeidsmarkt: ‘Dit is niet zoals het hoort’

De coronacrisis leert dat veel flexkrachten kwetsbaar zijn. De overheid trekt de portemonnee om hen te helpen. Dat kan nu niet anders, maar het is eigenlijk niet zoals het hoort, zegt hoogleraar Evert Verhulp.

Een economische recessie is een drama voor veel flexibele arbeidskrachten. En het wordt een mokerslag als die zo snel om zich heen grijpt als de coronacrisis. In onder meer de horeca, bij de organisatie van evenementen, in het toerisme en in de cultuursector, maar ook bij winkels valt het werk stil. Het eerste wat bedrijven en organisaties doen, is tijdelijke contracten opzeggen.

Acuut zit een groot deel van deze flexkrachten zonder inkomen. Het kabinet trekt miljarden uit om lonen door te betalen en om gemeenten in staat te stellen zzp’ers te helpen. Ondertussen legt de crisis bloot dat de grote flexibele schil de zwakke plek is op de arbeidsmarkt.

Volgens Evert Verhulp, hoogleraar arbeidsrecht, ‘laat deze crisis weer zien dat flexibele arbeidskrachten de harde klappen opvangen en dat daarvoor iets geregeld moet worden’. Hij was lid van de commissie-Borstlap die in januari adviseerde­­ over de toekomst van de arbeidsmarkt en daarbij concludeerde dat bescherming van flexibele arbeidskrachten de achilleshiel is. Jurriën Koops, directeur van de ABU, de brancheorganisatie van uitzendbureaus, vindt ook dat het roer om moet. “Dat er iets verandert, is nog urgenter door deze crisis.”

Het kabinet moest een noodverband verzinnen

De crisis drukt de politiek met de neus op de feiten. De rechtspositie van de flexkrachten is meestal slecht geregeld. De inkomens bieden doorgaans nauwelijks ruimte om zelf buffers aan te leggen en de sociale zekerheid die de overheid, vakbonden en werkgevers zouden kunnen of moeten organiseren, ontbreekt. Uitzendkrachten hebben overigens in de regel wel sociale zekerheid en worden betaald volgens een cao. Al tien jaar staat politieke onenigheid het regelen van bescherming voor de rest van de flexkrachten in de weg. Om een sociaal drama te voorkomen, moest het kabinet daarom de afgelopen weken een noodverband verzinnen.

De overheid trok de portemonnee om de economie tijdens de crisis zoveel mogelijk overeind te houden, maar zeker ook omdat tijdelijke krachten en zzp’ers zeer beperkt zijn verzekerd. De regeling om maximaal 90 procent van de loonsom te betalen van werknemers geldt ook voor mensen met een nul-urencontract, voor tijdelijk personeel en voor uitzendkrachten. Zelfstandig ondernemers, met en zonder personeel, die hun inkomen onder bijstandsniveau zien dalen, kunnen aankloppen bij de gemeente. Dat kon altijd al, maar dit keer hoeft de ondernemer niet eerst het gespaarde eigen vermogen aan te spreken en wordt er ook niet gelet op het inkomen van de partner.

Bij de vakbonden FNV en CNV regent het klachten: veel bedrijven zetten ondanks de steun van het kabinet tijdelijke krachten toch op straat. Bij KLM verloren 1500 werknemers met een tijdelijk contract hun baan. Het UWV zag in maart 38.000 nieuwe aanvragen voor WW-uitkeringen, maar daar zitten ook werknemers bij die in vaste dienst waren. Iemand met een tijdelijk contract komt in aanmerking voor een (gedeeltelijke) WW-uitkering als 26 weken is gewerkt in de 36 weken voordat iemand werkloos werd. Dat is voor veel mensen met tijdelijke contracten lastig. Minister Wouter Koolmees van sociale zaken zei vorige week: “Het kabinet roept bedrijven op om tijdelijke arbeidskrachten zoveel mogelijk in dienst te houden. Kan dat niet, dan moet er een vangnet zijn. Maar ik snap dat werkgevers nu stappen moeten zetten als ze op een andere manier geen zicht hebben op gezond overleven.”

Tot eind vorige week klopten 240.000 zelfstandig ondernemers aan bij de sociale dienst. Er zijn in Nederland 870.000 zzp’ers die meer dan 1225 uur per jaar besteden aan hun bedrijf. Dit urencriterium is de maatstaf voor een belastingvoordeel, de zelfstandigenaftrek.

In welke sectoren gaat het nog goed?

Evert Verhulp is razend benieuwd naar de cijfers over welke zzp’ers, werknemers met tijdelijke contracten en uitzendkrachten als eerste hun baan verliezen. Het kan helder maken in welke sectoren het nog goed gaat en zelfs meer werk ontstaat. Het biedt mogelijk ook meer duidelijkheid over welke werknemers het meest kwetsbaar zijn.

Verhulp taxeert dat er voor zzp’ers in de ICT bijvoorbeeld nog werk is. Er zullen ook zzp’ers zijn die opdrachten verliezen, de bakens verzetten en zo toch omzet binnenhalen, zegt hij. “Dat zijn de echte ondernemers. Er is ook een groep die vrijwel uitsluitend voor één opdrachtgever werkt. Als die in een sector actief is waar nu nauwelijks werk is, gaat het mis en is er, los van wat de overheid organiseert, geen vangnet.”

Sommige zzp’ers zeggen geen behoefte te hebben aan sociale zekerheid en waarderen de vrijheid die het werk als zelfstandige biedt. Anderen organiseren zelf een beetje inkomenszekerheid, bijvoorbeeld via een gezamenlijk spaarpotje, een broodfonds.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek onderzocht of zzp’ers bestand zijn tegen de crisis. Donderdag werd duidelijk dat ongeveer 40 procent een buffer heeft en het daarmee een jaar kan stellen zonder inkomsten. Daarbij tellen ze ook het inkomen van een partner mee. Circa 20 procent heeft geen spaarpotje. Vakbond FNV kwam een paar weken geleden met cijfers waaruit blijkt dat zzp’ers er veel slechter voor staan: de helft beschikt niet over een buffer.

Beeld Idris van Heffen

Dat tijdelijke contracten, ondanks de goede bedoelingen van het kabinet, niet worden verlengd is verklaarbaar, zegt Verhulp. “Een werkgever moet nog steeds een deel van het loon zelf betalen. Wat ook een rol kan spelen is dat de regels voorschrijven dat een tijdelijk contract drie keer mag worden verlengd. Daarna moet zo’n tijdelijke werknemer in dienst worden genomen of het bedrijf verlaten. Veel werkgevers zijn in deze onzekere tijden bang om contracten te verlengen of om te zetten in een vast dienstverband.”

Uitzendkrachten vormen een derde groep flexibel personeel. Vakcentrale CNV concludeerde na een enquête onder vijfhonderd leden dat de helft van de uitzendkrachten zijn baan verliest. Er vallen ongetwijfeld klappen, zegt directeur Koops van de branchevereniging ABU, maar 50 procent minder werk vindt hij overdreven. “De omzet van onze leden daalt gemiddeld met 30 procent.” Volgens het UWV verzochten in maart 9000 uitzendkrachten een WW-uitkering. In de uitzendbranche werken dagelijks 254.000 mensen.

Kok wordt bakker

Uitzendkrachten zijn in dienst bij het uitzendbureau en volgens Koops proberen deze bedrijven hun werknemers ‘vast te houden’. Als bij de ene inlener geen werk meer is, kunnen ze soms geplaatst worden bij een andere onderneming, zegt hij. “Cijfers daarover heb ik nog niet. Ik ken voorbeelden van koks die in een bakkerij aan de slag gaan en van werknemers die niet meer op Schiphol terechtkunnen, maar wel in het distributiecentrum van Albert Heijn.”

In de drie economische crises van de afgelopen twintig jaar waren het steeds de flexibele arbeidskrachten die de eerste klappen opvingen, zegt Koops. Dat was in 2001 na ‘nine-eleven’ het geval, na de kredietcrisis gebeurde het ook en het gebeurt nu weer. Werkgevers hebben na elke grote crisis steeds meer behoefte aan flexibiliteit, zegt hij. “De uitdaging wordt om die flexibiliteit goed te reguleren.”

De commissie-Borstlap constateerde in januari in een advies aan het kabinet dat de flexibiliteit is doorgeschoten. Ooit was een vaste baan de standaard en nu heeft 40 procent van de werkenden­­ een flexibel contract. “Grote groepen werkenden raken structureel in de knel”, stelt de commissie. Het schaadt op den duur ook de economie. Door de onzekere dienstverbanden investeren bedrijven niet meer in hun personeel­­ en zijn flexkrachten ook niet bereid en in staat zelf hun kennis en vaardigheden uit te breiden.

De commissie adviseert om het aantal contractvormen terug te dringen en heeft het over ‘drie rijbanen’. Iemand is in dienst als werknemer bij een bedrijf of bij een uitzendbureau of werkt als zelfstandig ondernemer. In alle gevallen moeten sociale premies worden betaald zodat ook zzp’ers zijn verzekerd tegen in ieder geval arbeidsongeschiktheid. De regels voor het betalen van belasting moeten meer gelijk worden zodat de ene contractvorm niet goedkoper is dan de andere. Verder doet de commissie voorstellen om beter duidelijk te maken wie aan de slag is als werknemer en wie een echte ondernemer is.

Schot in de roos

Koops vindt dat de crisis duidelijk maakt dat dit advies een schot in de roos is. “Behoefte aan flexibiliteit blijft, maar de regels moeten beter en duidelijker worden. De marges van veel zzp’ers aan de basis van de arbeidsmarkt zijn te dun. Deze groep is extreem kwetsbaar. Je merkt dat arbeid bij bedrijven steeds vaker een kostenpost is en daar lijden zij, maar ook uitzendkrachten onder. De maatschappelijke waarde van werk verdwijnt naar de achtergrond. Er was een tijd dat wij als uitzendbureaus te maken hadden met de afdeling personeelszaken­­ of de manager voor human resources. Steeds vaker gaat de afdeling inkoop over het inhuren van personeel. Dat zegt alles.”

Van zzp’ers die eigenlijk geen ondernemer zijn, hebben uitzendbureaus heel veel last, zegt Koops. “Een bedrijf als Temper is een online-platform waar zzp’ers zich kunnen inschrijven en verhuurd worden aan onder meer de horeca. Daar moeten wel goede regels voor komen, want nu is er geen sprake van eerlijke concurrentie. Deze groep hoeft zich niet aan de cao te houden, betaalt geen sociale premies en heeft enorme fiscale voordelen, terwijl er gewoon sprake is van uitzenden in een modern digitaal jasje. Echte uitzendbureaus nemen uitzendkrachten in dienst als werknemers, betalen belasting en sociale premies en houden zich bovendien aan de cao.”

Een hotel dat via Temper een schoonmaker inhuurt, betaalt deze zzp’er 16 euro per uur en Temper krijgt 3 euro per uur. Koops: “Zo’n kamermeisje is natuurlijk geen zelfstandige. Die mag niet zelf bepalen of zij een wastafel wel of niet poetst, maar krijgt instructies van haar baas.”

Temper laat weten dat het gros van het werk door de coronacrisis stilligt en dat het ­bedrijf een beroep heeft gedaan op de steunregeling van de overheid voor het personeel dat bij de organisatie werkt. Voor de zzp’ers, die het bedrijf ‘free­flexers’ noemt, en die hun werk hebben verloren, is niets geregeld, zegt een woordvoerder. Die kunnen naar de gemeentelijke­­ bijstand. “Sommige hotels hebben­­ nog werk, er zijn ook bedrijven in de logistiek die via Temper freeflexers inscha­kelen.”

De coronacrisis maakt volgens Verhulp extra­­ duidelijk dat de Nederlandse politiek, samen­­ met vakbonden en werkgevers, een andere­­ weg in moet slaan. De flexibele schil moet kleiner en er is een betere bescherming nodig.

Het is goed dat de overheid nu de portemonnee­­ trekt en zzp’ers steunt als hun inkomen onder het sociaal minimum zakt, vindt de hoogleraar, maar het is niet zoals het hoort. Ze zouden geholpen moeten worden als ze ook meebetalen aan sociale zekerheid, vindt hij. “Ze betalen geen sociale premies en 40 procent betaalt niet of nauwelijks inkomstenbelasting. Dan zeg ik: waar waren jullie toen het geld voor dit soort zekerheden werd verzameld?”

Lees ook:

Noodhulp of niet, vakbonden zien steeds meer flexkrachten op straat staan

Dat flexibele arbeidskrachten zijn meegenomen in de noodplannen van het kabinet lijkt niet voldoende. Flexkrachten vliegen er in veel sectoren uit of vallen tussen wal en schip, zeggen vakbonden. 

‘De situatie van zelfstandigen en werknemers moet naar elkaar toe groeien’

Een flexibele arbeidsmarkt, en meer bescherming voor zzp’ers. Dat adviseert de commissie-Borstlap. ‘In ons advies zit zoet en zuur, lief en leed.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden