ReportageParticipatiewet

De Participatiewet is te streng, dus zoeken gemeenten de randjes van de wet op

Een vrijwilliger in Den Haag vertrekt om de soep te bezorgen. Coach Anouar Hamdi kijkt toe. Beeld Phil Nijhuis
Een vrijwilliger in Den Haag vertrekt om de soep te bezorgen. Coach Anouar Hamdi kijkt toe.Beeld Phil Nijhuis

De Participatiewet is te veel gericht op het tegengaan van misbruik en te weinig op het helpen van mensen, vindt de Vereniging Nederlandse Gemeenten. En dus werken veel gemeenten in feite met een boogje om de wet heen. Zoals in Den Haag en Waalre.

Op een willekeurige dinsdag in het buurthuis Allekanten in de Haagse wijk Bouwlust kun je er niet omheen. De geur van verse soep walmt bezoekers vanuit de keuken tegemoet. En tussen de potten, pannen en snijplanken is dan in elk geval Batoul Khalifa druk in de weer. Met een aantal andere wijkbewoners maakt ze wekelijks een grote pan klaar. Die wordt in handzame maaltijdporties ingevroren, en de maandag erop bezorgd bij ouderen in de wijk. “Meestal maken we groente- of tomatensoep”, vertelt ze. “We hebben ook wel eens linzensoep geprobeerd, maar ouderen eten liever iets dat ze al kennen.”

Culinair avontuurlijk zijn ze misschien niet, die buurtgenoten-op-leeftijd. Maar wel erg dankbaar, zo blijkt telkens bij de praatjes aan de deur. De wekelijkse bezorgsoep is er pas net een half jaar, maar een traditie is het nu al. “Toen we er vanwege een feestdag een keer niet waren, kregen we meteen reacties dat we gemist werden”, vertelt Anouar Hamdi, coach bij de stichting Werk van Waarde. De wekelijkse kookgroep kwam er mede op zijn initiatief. Of beter: als gezamenlijk project van Hamdi en een groep wijkbewoners die, in veel gevallen althans, al jaren vastzit in een bijstandsuit­kering.

Granieten bestand

Dat gold ook voor Khalifa, die tot het vaak aangehaalde ‘granieten bestand’ behoort. Door gezondheidsproblemen belandde ze aan de zijlijn van de maatschappij. Pogingen om toch tot betaald werk te komen, ­liepen op niets uit. Via een re-integratietraject ging ze inpakwerk doen, maar dat bleek uiteindelijk te zwaar. Door het gebrek aan levensinvulling kwam Khalifa in een isolement terecht. Ze zag weinig mensen, sliep vaak overdag. En omdat ze zo weinig buiten kwam, zakte ook haar Nederlands langzaam weg.

Tot ze de gemeente Den Haag eind vorig jaar weer aan de telefoon kreeg. Net als veel andere mensen die langdurig in de bijstand zitten, reageerde ze in eerste instantie ­defensief. Hadden ze weer een ­verplicht traject dat uiteindelijk tot niets zou leiden? Toch niet. “Wat we hier in Den Haag-Zuidwest proberen, is om met alle mensen die langdurig in de bijstand zitten een gesprek te voeren”, legt wethouder Bert van Alphen (GroenLinks) uit. “Niet om ze zo snel mogelijk aan ­betaald werk te helpen, maar wel om ze een waardevolle bijdrage te laten leveren aan juist hun eigen omgeving.” Dat kan ook, of misschien wel juist, via vrijwilligerswerk in de eigen wijk. Ofwel Instapwerk, zoals de gemeente het project heeft gedoopt. “Het uitgangspunt is wat iemand zélf kan bijdragen.”

En dus voerde coach en projectleider Hamdi eerst en vooral een hele serie gesprekken. “Ik merkte daarbij in eerste instantie veel terughoudendheid. Mensen die dachten: weer een project. Maar mijn vraag was vooral: Wie ben je en wat vind je leuk?” Inmiddels zijn 21 mensen via deze constructie aan de slag; er is nog plek voor negen anderen. Zij krijgen een vrijwilligersvergoeding van ongeveer 150 euro per maand: die komt boven op hun uitkering. Het bedrag wordt dus niet op de bijstand ingehouden, zoals naar de letter van de Participatiewet eigenlijk de bedoeling is.

Van boeman naar vangnet

Die Participatiewet ligt nogal onder vuur bij de gemeenten die er sinds 2015 in de dagelijkse praktijk mee te maken hebben. De bedoeling erachter was om mensen zo snel en zo goed mogelijk aan het werk te helpen. Maar de invoering ging gepaard met bezuinigingen en de tijdgeest zorgde ervoor dat de focus erg kwam te liggen op het bestrijden van misbruik. Het zorgde voor een systeem waarin mensen elke bijverdienste naast hun uitkering moesten verantwoorden. En waarbij de gemeente vaak eerder als boeman of vijand werd beschouwd dan als vangnet of helpende hand.

Zomaar 150 euro aan vrijwilligersvergoeding uitkeren boven op de bijstand, kortom, is niet zoals het door de wetgever bedoeld is. Maar het mag wel: de gemeente Den Haag heeft de vrijheid om met eigen beleid en projecten mensen aan het werk te helpen. “We zoeken in feite het randje van de wet op”, schetst Van Alphen. En dat doen steeds meer gemeenten, op allerlei verschillende manieren. Ze zoeken hun eigen weg door eigenlijk een beetje om de Participatiewet heen te werken.

Eigenlijk moet dat natuurlijk anders, vinden Van Alphen en een groot aantal van zijn 351 collega’s. De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) schreef onlangs in een stuk voor de partijen die een nieuwe regering gaan formeren dat de Participatiewet fundamenteel op de schop moet. Het bestaansminimum waarvan mensen in de bijstand leven is eigenlijk niet toereikend, geven zij aan. En de nadruk op controle en het tegengaan van fraude werkt volgens gemeenten juist averechts. Een foutje is in het ingewikkelde web van toeslagen, regelingen en uitkeringen snel gemaakt. Omdat de wet een fout, ook als die zonder kwade intenties wordt gemaakt, direct als fraude ziet, raken mensen nogal eens verstrikt in een web van pro­blemen. Waarbij plotseling grote ­bedragen worden teruggevorderd en schulden op de loer liggen.

Wonen op de camping

Zoiets maakte bijvoorbeeld ook Hans Seegers uit Waalre mee. Zijn ­financiële problemen begonnen met een forse terugvordering van te veel ontvangen toeslagen. Daardoor kwam Seegers, nadat hij na jaren op de vrachtwagen als eind-vijftiger zijn baan verloor, ineens in de armoede terecht. Hij moest zijn huis uit, kwam op een camping te wonen, werd afhankelijk van de voedselbank en moest ook zijn auto verkopen. Een isolement lag op de loer. Tot zich een redder in nood aandiende: het Diaconaal Noodfonds Waalre (DNW) verstrekte hem een rente­loze lezing voor een e-bike. “Nu kan ik weer zelf op de fiets naar Eind­hoven en Valkenswaard”, vertelt hij. “Dat geeft me de vrijheid die ik anders kwijt was.”

Het DNW is in Waalre niet zomaar een club. Het fonds bestaat al een jaar of twintig, en is – hoewel de naam anders doet vermoeden – niet meer alleen aan de kerk verbonden. De lijnen met de gemeente zijnkort. Want in situaties waarin het voor de gemeente lastig kan zijn om iemand met een minimuminkomen een steuntje in de rug te geven, kan het Diaconaal Noodfonds inspringen. Het DNW krijgt weliswaar subsidie van de gemeente, maar heeft ook ­andere geldschieters. Dat maakt dat het bestuur de vrijheid heeft om naar oplossingen te zoeken die een gemeente niet zo makkelijk toe kan en mag staan.

Hans Seegers uit Waalre verloor zijn baan en woning, en werd afhankelijk van de voedselbank. Beeld ANP
Hans Seegers uit Waalre verloor zijn baan en woning, en werd afhankelijk van de voedselbank.Beeld ANP

Bijvoorbeeld in het geval van ­Seegers. Als hij zijn fiets aantoonbaar nodig had om naar zijn werk te kunnen, dan zou de gemeente er misschien nog via de Participatiewet werk van kunnen maken. Maar omdat hij nu gepensioneerd is, gaat die vlieger niet op: de fiets vergroot zijn baankansen immers niet meer. “De e-bike voorkomt wél dat hij in een isolement raakt”, benadrukt DNW-secretaris Hans Vermeijden.

Een wettelijke rol heeft het ­noodfonds natuurlijk niet. Maar de gemeente betrekt het DNW wel ­nadrukkelijk bij knelgevallen die zich aandienen. Met name bij bijzondere bijstand: mensen met een minimuminkomen die in sommige gevallen in aanmerking komen voor een bijdrage in incidentele kosten. Bijvoorbeeld als de koelkast of wasmachine stuk is, maar ook als een bijdrage aan een advocaat nodig is, of essentiële schoolspullen voor kinderen. Juist in gevallen waarin de gemeente die hulp om wat voor reden dan ook niet kan bieden, kan het noodfonds inspringen.

“Het zijn actieve mensen; ze zijn heel goed bij de les”, weet wethouder Liesbeth Sjouw (D66). “Het uitgangspunt is dat wij betalen wat binnen onze mogelijkheden ligt, en dat het noodfonds op bijzondere situaties kan inspelen. Zij moeten geen dingen doen die wij ook kunnen.” Af en toe is dat voor discussie vatbaar, constateert Vermeijden. Dan kijkt de gemeente wat het bestuur betreft wat al te snel naar het Noodfonds om iemand uit de brand te helpen. Maar de samenwerking zorgt in elk geval voor een net iets breder vangnet dan als de gemeente het zonder het DNW zou moeten doen. “De lijnen zijn kort, ook met bijvoorbeeld de Voedselbank”, aldus Sjouw. “Daar­bij scheelt het dat we het in Waalre over een relatief klein bestand hebben. Dat maakt dat dit hier zo kan werken.”

Noodfonds helpt gemeente

In feite is de samenwerking tussen het noodfonds en de gemeente historisch zo gegroeid. Maar met de kennis van 2021 zou je kunnen zeggen dat het DNW een van de fundamentele problemen ondervangt die de Participatiewet met zich meebrengt. Bij de uitvoering hebben gemeenten in feite altijd een dubbelrol: zij moeten beoordelen of iemand recht heeft op een uitkering of ondersteuning. Maar zij moeten daarbij ook toezien op hun eigen budget. Dat bovendien ontoereikend is, zo concludeerde de VNG in haar recente pleidooi voor herziening.

Door de constante financiële druk is er altijd een prikkel om vooral niet te toeschietelijk te zijn. Een niet te onderschatten rol van het DNW is daarom misschien wel die van advocaat voor Waalrenaren in de knel. Ook als er meer speelt dan wat het noodfonds via bijzondere bijstand kan oplossen. “Wij komen bij veel mensen over de vloer: iedereen die we helpen, spreken we ook uitgebreid”, vertelt Vermeijden. “Daardoor kunnen we de gemeente er – bij toestemming van cliënten – ook op wijzen als mensen tussen de wal en het schip dreigen te vallen.”

De wijkaanpak in Den Haag en de rol van het DNW in Waalre hebben misschien op het eerste oog weinig met elkaar te maken. Toch is er een belangrijke overeenkomst. Als Waalre zich strikt aan de richtlijnen van de Participatiewet zou houden, dan zou Hans Seegers het nu zonder ­e-bike moeten stellen. Die fiets heeft hij nu wel, omdat in Waalre de lijnen kort zijn en er zoiets als een Diaconaal Noodfonds bestaat.

En als Den Haag niet het randje van de wet zou opzoeken door Batoul Khalifa via een persoonlijk traject en een vrijwilligersvergoeding in het buurthuis aan de slag te helpen, dan zat ze nu nog steeds thuis. Dat ze nu toch aan de slag is, komt in feite omdat Den Haag zo groot is dat het de aanpak van de sociaaleconomisch zwakkere wijken kan combineren met een project om mensen met een bijstandsuitkering een waardevolle bijdrage aan de maatschappij te laten leveren.

De menselijke maat vinden

Maar als het via dit soort constructies lukt om de menselijke maat te hanteren, is het dan wel nodig om de wet aan te passen? Of kunnen gemeenten met wat creativiteit een prima minimabeleid optuigen? “De wet is nu te veel ingericht vanuit het principe dat iedereen aan het werk kan en dus zal gaan”, concludeert de Haagse wethouder Van Alphen. “Maar een wet die gericht is op participatie zou meer ruimte moeten bieden. Betoul Khalifa krijgt nu een vrijwilligersvergoeding. Maar die is beperkt tot 150 euro, hoeveel tijd en energie ze er ook insteekt.”

Als de gemeente haar een structureel salaris uit arbeid wil geven, is dat onmogelijk. Want dan, zo zegt de wet eigenlijk, wordt Khalifa niet genoeg geprikkeld om weer volledig aan het werk te gaan. “Maar de Participatiewet gaat eraan voorbij dat volledig werken, en dus uitstroom, er voor veel mensen niet in zit. Als je vervolgens kijkt wat iemand wél kan, is er geen ruimte om dat te ­belonen.”

“Het gaat hier om een diverse doelgroep, waarvan een deel absoluut naar een zelfstandig inkomen kan, maar een ander deel op andere manieren geholpen zal moeten worden. Het wordt tijd dat Rijk en gemeenten samen de verantwoordelijkheid nemen, zodat het perspectief voor deze mensen niet meer in de rafelranden van de wetgeving moet worden gevonden.”

Lees ook:

Wie zijn die mensen die geen bijstand aanvragen en hoe overleven ze?

Het is een bijna astronomisch aantal: 170.000 huishoudens die recht hebben op bijstand maken daar geen gebruik van. Maar hoe erg is dat?

De Participatiewet moet op de schop, vinden gemeenten: ‘Te veel wantrouwen’

Het systeem van uitkeringen en toeslagen moet fundamenteel anders, vinden de Nederlandse gemeenten. Mensen met een minimuminkomen komen nu te vaak in de knel, constateren zij.

Wethouders GroenLinks en CDA komen met armoede-aanpak: ‘Een minister voor bestaanszekerheid? Helemaal geen gek idee’

Jammer dat hun partijleiders zo moeilijk tot elkaar komen in de formatie, vinden de wethouders Peter Heijkoop (CDA) en Rutger Groot Wassink (GroenLinks). Zij lanceren samen een plan om armoede aan te pakken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden