Werkplek

De kantoortuin: ruimtelijk of ongezond?

Kantoortuin in Den HaagBeeld Werry Crone

Eens ging de open werkplek door voor revolutionair, nu krijgt de kantoortuin vooral kritiek. Bedrijfsartsen waarschuwen zelfs voor hoofdpijn, stress en burn-out. De zoektocht naar de ideale werkplek gaat door. ‘Als we terug willen naar die hokken, lopen we achteruit.’

Als we al iets of iemand de schuld willen geven van het introduceren van de kantoortuin in Nederland, dan moeten we misschien toch in de richting wijzen van verzekeringsmaatschappij Centraal Beheer uit Apeldoorn. Die gaf architect Herman Hertzberger eind jaren zestig van de vorige eeuw de opdracht om een gebouw te ontwerpen, waarin het kantoorpersoneel niet langer gehinderd werd door scheidingswanden en deuren.

De gedachte leeft nog volop, net als de architect zelf. Herman Hertzberger is met zijn 87 jaar zonder twijfel een van de oudste nog actieve architecten ter wereld. Hij weet nog goed dat hij de opdracht kreeg, vertelt hij op zijn kantoor aan de Amsterdamse Gerard Doustraat – “Nee, dit is geen kantoortuin, dit is meer een volkstuintje”. Hertzberger: “De heer J.W. Ruiter, destijds president-­directeur van Centraal Beheer, zei tegen me: ‘Ik wil een werkplaats voor duizend mensen en die mogen niet allemaal bij elkaar zitten, want dan wordt het een inktvijver’. Toen is het idee ontstaan om open units te ontwerpen, waar per unit vijftien tot zestien mensen werken.”

De schepper van het Muziekcentrum Vredenburg in Utrecht en het ministerie van sociale zaken in Den Haag zou het revolutionaire hoofdkantoor van de Apeldoornse verzekeraar, dat werd opgeleverd in 1972, geen kantoortuin noemen. “Ik noem het liever een open kantoor. Je ziet de anderen maar je hebt niet direct last van ze. Anders gezegd: het zijn groepen die in ruimtelijke zin met elkaar in verbinding staan.”

Centraal Beheer Apeldoorn 50 jaar geleden.Beeld Willem Diepraam

Ongezond

De oorsprong van de échte kantoortuin, zegt Hertzberger, vinden we in de Verenigde Staten. Hij pakt er een boek bij over de grote Amerikaanse architect Frank Lloyd Wright. “Kijk, het Larkingebouw in New York, ontworpen in 1903. Dat heeft de toon gezet. Of deze, het hoofdkantoor van Johnson Wax uit 1936, ook van Frank Lloyd Wright.” Elk open ruimtes, hoge plafonds.

Het ene na het andere kantoor met open zaal verrees, waar je ook kwam, in de hele wereld. En altijd klonk er zowel lof als kritiek op ‘het nieuwe werken op zaal’. Tot deze week aan toe. Want zo’n kantoortuin zal best gezellig zijn, met die grappige man van debiteuren en die vrolijke vrouw van de salarisadministratie. Maar we moeten het niet doen. 

Werken in een kantoortuin is namelijk ongezond, zo concludeerde het televisieprogramma ‘De Monitor’ zeer recent na een rondgang onder ­bedrijfsartsen. Een werkplek zonder scheidingswanden leidt volgens de artsen tot vermoeidheid, concentratieklachten en uiteindelijk tot meer ­verzuim. Door het open kippenhok dat zo’n muurloze kantoorzaal oplevert krijgen medewerkers hoofdpijn, stress en burn-outs.

Antwan van Haaren, adviseur gezonde gebouwen bij onafhankelijk adviesbureau DGMR, herkent de klachten van de bedrijfsartsen: “Ik ben ook geen voorstander van kantoortuinen. Je moet niet lukraak bureaus opstellen in een ruimte. Ik zie vaak dat bedrijven niet goed nadenken over de inrichting van een werkomgeving.”

Volgens Van Haaren is het vooral van belang dat werkgevers nadenken over het soort werk dat hun medewerkers doen. “Vaak blijkt het noodzakelijk dat er belcellen of stilteruimtes komen. Kantoortuinen kunnen wel maar moeten een goede invulling geven aan de ­verschillende soorten functies binnen één ruimte.”

De kantoortijger is de dupe en toch gaan ze ermee door

Dat de vlag uitging bij columnist Japke-d. Bouma is misschien overdreven, maar blij is ze zeker dat de ruime meerderheid van 91 bedrijfsartsen in een rondgang van tv-programma ‘De Monitor’ riep dat het maar eens afgelopen moet zijn met het fenomeen kantoortuin. “Eindelijk! Ik roep het al jaren. En ik niet alleen, ook de lezers die mij dagelijks massaal tweets en mails sturen over hun ergernissen in de open kantoortuin. Ze schrijven dat ze weer wandjes willen, meer stiltecellen, dat ze gek worden van dat teamoverleg een bureau verderop, van die hoestende collega, van alle praatjes over het weekend, of iedereen die om je heen loopt te bellen.” 

Bouma schrijft sinds 2012 vermakelijke columns over het kantoorleven en is eindredacteur bij NRC Handelsblad. Ze is in het bijzonder geïnteresseerd in de taal, de managementhypes en de omgangsvormen op kantoor. Meestal aangesticht door zogenaamd hippe managers, die na een tijdje toch weer weg zijn, om ergens anders een ‘traject uit te rollen’. Ze gruwelt van ‘management bla-bla’. Haar boeken dragen niet voor niets titels als ‘Uitrollen is het nieuwe doorpakken’ of ‘Ga lekker zelf in je kracht staan’.

Bouma: “Op zo’n grote zaal zitten is zo overweldigend. Vroeger had je nog lage systeemplafonds en dikke vloerbedekking. Dat dempte het geluid. Maar nu geven hoge, kale plafonds een ‘industriële look’ en is het één galmende klankkast geworden. Nee, een kantoortuin schaadt mensen en het ergste is nog dat bedrijven het gewoon kunnen weten want ieder onderzoek bewijst het. Toch gaan ze ermee door. En de kantoortijger is de dupe. Die dommigheid en argeloosheid ergert me mateloos.”

Toch is het volgens de adviseur bouwfysica niet alleen de indeling van de ruimte die van invloed is op de gemoedstoestand of gezondheid van de kantoormedewerker. Van Haaren: “Er spelen meer factoren mee. Hoe is de ventilatie, wat is de temperatuur en hoe is het gesteld met de akoestiek? Wat de een koud vindt, ervaart de ander als warm. Je kunt het nooit iedereen naar de zin maken.”

Ontspanning in een kantoortuinBeeld Hollandse Hoogte / Olaf Kraak Fotografie

Uiteraard zit er ook een economische kant aan het inrichten van een gezonde, gezellige en fatsoenlijke werkplek, merkt Van Haaren. “Je kunt nu eenmaal meer mensen kwijt in die open ruimtes.” Kijk, nu komen we tot de kern, want de drijfveer bij de inrichting van een kantoor, daar gaat het uiteindelijk om, benadrukt Rosa Kösters, onderzoeker aan het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis. “De vraag blijft altijd: Met welk doel wordt een werkplek ingericht? Voor wie is deze werkplek ideaal?”

Kösters is gespecialiseerd in de ontwikkelingen op de werkvloer in Nederland door de jaren heen. “Ruim honderd jaar geleden begon de discussie over een gezonde werkplek al, onder andere onder aanvoering van de vakbonden. Daardoor is er nu bijvoorbeeld veel meer oog voor veiligheid.” Ook de heersende mores vanuit de maatschappij dringen soms het kantoor binnen: roken is er bijvoorbeeld niet meer bij tussen de printers en de toetsenborden.

En over die toetsenborden gesproken: die klinken wel even anders dan het geratel in de typekamers uit de jaren vijftig, die uitsluitend werden bevolkt door vrouwen. Kösters: “De automatisering heeft ons werk sowieso ingrijpend veranderd. Die discussie over kantoortuinen is bovendien niet voor iedereen de realiteit. Zo’n driekwart van de mensen werkt op een andere plek dan op kantoor.”

Mini-samenleving

Terwijl er voortdurend allerlei managementboeken verschijnen over ‘het nieuwe werken’, creatieve post-it sessies of hoe je als team beter op elkaar ingespeeld kan raken ­­­­–het zogenoemde ‘agile-lean teamcoaching’–, is het de vraag in hoeverre werknemers naar hun mening wordt gevraagd bij het inrichten van de werkvloer, zegt Kösters. “Vaak komt het initiatief van de werk­gever. En nieuwe ideeën voor de ideale werkplek zullen blijven komen, verwacht ik. Onze economie is gericht op het genereren van meer productiviteit, dus zal er altijd naar manieren worden gezocht om die verder te verhogen.”

De modernste variant van de ideale werkvloer zie je bij bedrijven als Google en Apple en in Nederland bij Afas Software, waar een kantoor een soort mini-maatschappij is waar je per elektrische step van de vegetarische kantine naar de sportzaal kunt. En, o ja: soms wordt er ook echt gewerkt. Kösters ziet dat die kantoortrend kopieën kent maar ze vraagt zich af of dát nu de heilige graal van het nieuwe werken is: “Zo’n mini-samen­leving, waar alles aanwezig is wat je nodig hebt, en het bedrijf een soort familie is, leidt er toe dat werknemers geen interactie meer hebben met mensen buiten het bedrijf.”

Centraal Beheer ApeldoornBeeld Johan van der Keuken

Het ‘Even Apeldoorn bellen-gebouw’ van Hertzberger is niet meer als zodanig in gebruik, maar het idee van open units, waarbij het voltallige personeel kan checken of de directeur niet uit zijn neus zit te peuteren,  is nog springlevend. Sterker, het is misschien wel de allerbeste kantoorpolder-oplossing die de maestro zich zou wensen.

Hertzberger: “De gedachte dat iedereen in één grote zaal samen zit, is toch wel twijfelachtig. Aparte ruimtes blijven nodig. Maar een open kantoor is goed. Het sociale contact is belangrijk. Je moet over voetbal of over dat mooie meisje of jongen van een paar bureaus verderop kunnen praten. Maar je moet ook kunnen overleggen over je werk; activiteiten hebben met elkaar te maken.” Daarom weet Hertzberger één ding zeker: “Als we terug willen naar die hokken, dan lopen we achteruit.”

Mediteren en massages, allemaal voor het werkgeluk

Bij Afas Software in Leusden hebben ze moderne opvattingen over hoe je zou moeten werken. Zo moet je als medewerker wel een heel goede smoes hebben om niet op een personeelsfeestje te verschijnen. Maar dan krijg je wel wat als medewerker. Het bedrijf bouwt een geheel nieuw hoofdkantoor, dat ze Experience Center noemen. Het futuristische gebouw krijgt straks veel open ruimtes met glas, natuurlijke materialen, scheidingswanden en groen. Ronde vormen moeten zorgen voor een perfecte akoestiek.

“We hebben daarnaast ook heel veel mogelijkheden om jezelf als werknemer even terug te trekken”, zegt Britt Breure, hr-medewerker bij Afas. “Denk aan een meditatieruimte, massageruimte, bibliotheek, auditoria en een ruim opgezette pantry’s waar men koffie kan drinken, een gymzaal, een grandcafé en een patio. Daarnaast is de Afas-masseur drie dagen in de week aanwezig, bereidt onze chef-kok dagelijks gezonde en overheerlijke lunches, staan we stil bij belangrijke momenten van onze medewerkers, hebben we te gekke uitjes, en besteden we veel aandacht aan ‘gezien worden’ en oprecht betrokken zijn bij collega’s wanneer het even niet zo goed met ze gaat.” 

Die bedrijfsfilosofie levert onder meer een zeer laag ziekteverzuim op van 1,6 procent, meldt Breure trots. “De focus van Afas ligt al jaren op werkgeluk van de medewerkers. We geloven dat gelukkige medewerkers zorgen voor gelukkige klanten.”

Lees ook:

Bij Afas is winst fijn, maar inspiratie belangrijker

In Leusden wordt gebouwd aan het Afas Experience Center. Het complex staat model voor de filosofie van het softwarebedrijf, dat veel meer wil zijn dan dat.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden