EssayGovert Buijs

‘De coronacrisis biedt ook kansen voor de economie’

Beeld Brechtje Rood

Los zes forse pre-coronaproblemen op bij het opnieuw optuigen van de economie, betoogt Govert Buijs. Daar kan Nederland het voortouw in nemen.

 In 1935 of ’36, crisisjaren, brandde het huis van Gerrit van Harten en Adriaantje Vis helemaal af, op klaarlichte dag. Het domste wat Gerrit zou kunnen doen, was het oude huisje, met eensteens­muren en een rieten dak, exact herbouwen. De kans deed zich nu voor iets beters te bouwen: met een spouwmuur, een pannen dak, ietsje groter ook. Gerrit en Adriaantje, met alle toen al acht of negen kinderen, overleefden het – anders was ik er niet geweest, zij waren mijn opa en oma.

De coronacrisis is als een plotseling uitslaande brand in onze economie. En hoewel een indrukwekkend groot gilde van Duiders al na twee dagen wist waar het allemaal door kwam – van een boze Moeder Natuur tot en met het neoliberalisme en de globalisering, en niet te vergeten een disfunctionerend Europa – lijkt het me het beste om het gewoon als domme pech te zien, een brand die niemand had voorzien. Maar je moet wel herbouwen.

Geen tijd te verliezen

Het grote risico is dat we in een kortetermijn-wederopbouwreflex schieten: alles weer zo vlug mogelijk zoals het was, muren en dak direct weer overeind. Maar daardoor zouden de secundaire gevolgen van de crisis wel eens veel groter kunnen zijn dan de directe gevolgen nu en in de nabije jaren. Ten eerste dreigen we dan jaren te verliezen voor de broodnodige herstructurering van de economie. Omdat zoiets vaak decennia kost, kunnen we het ons niet veroorloven deze tijd verloren te laten gaan.

Maar ten tweede dreigen we ook visieloos voorbij te gaan aan de grote geopolitieke veranderingen van de laatste decennia die wellicht nog niet zo scherp op ons netvlies staan.

Na de kredietcrisis van 2008 was het aanvankelijk stil, maar in de laatste jaren kwam er een hausse op gang van kritische analyses van de huidige markteconomie. Dit betekent vaak geen massieve aanval, à la Marx, op ‘het kapitalisme’ of ‘de vrije markt’. De inzet is veeleer de vrije markt te redden, hét platform voor creativiteit en innovatie, voor individuele ontplooiing en wederzijdse dienstverlening. In coronatijd beseffen we dit eens te meer: van kappers tot restaurateurs, van sportscholen tot aanbieders van vergadersoftware. Maar als we wat scherper kijken, dan zien we een treurig beeld dat zich al ver voor de coronacrisis aftekende. 

Ik zie zes ingrijpende problemen.

Allereerst de ecologische problematiek: de oude economie teert jaarlijks in op de reserves van de aarde terwijl het besef doordringt dat we met (straks) tien miljard mensen deze wijze van produceren en consumeren eenvoudigweg niet kunnen volhouden. We zullen moeten overschakelen op een circulaire economie.

Een tweede probleem betreft de immense financialisering. Net zoals we nu onze totale economie afstemmen op de beschikbare ic-capaciteit – en dit keihard opleggen – zo bepaalt de financiële economie al enkele decennia onze economische politiek. Criterium: het te verwachten rendement. Niet welvaart of welzijn. Aandeelhouderswaarde werd het doel van ondernemingen, niet maatschappelijke waarde.

Een derde probleem is de groeiende ongelijkheid. Tussen landen is de ongelijkheid afgenomen, maar binnen vrijwel alle landen nam ze fors toe. Opwaartse mobiliteit stagneerde. De arbeidsinkomensquote verschoof drastisch van arbeid naar kapitaal. Toch blijft de belasting primair uit ‘arbeid’ komen. Dus: bezuinigen op de publieke sector, private wealth, public poverty.

Een vierde kernprobleem betreft de onjuistheid van prijzen. Allerlei kosten zijn daar vaak niet in niet verwerkt. Prijs en waarde blijken heel verschillende zaken. Zo is vliegen veel te goedkoop en krijgen boeren te weinig voor hun producten waardoor ze hun grond hard moeten uitknijpen – met alle milieugevolgen.

Een vijfde probleem betreft de enorme machtsconcentraties van bedrijven en sectoren die door het verzamelen van data in korte tijd ongekende machtsposities opbouwden, zonder hierover publiek verantwoording af te leggen. Het is toch absurd dat private partijen onze nieuwe publieke ruimte – de digitale wereld – organiseren, en handig belasting ontwijken? Veel grote bedrijven hebben maatschappelijke verantwoordelijkheid ideologisch en praktisch de nek omgedraaid. Het MKB, in vrijwel alle landen de kurk waar de economie op drijft, betaalt het gelag met een steeds hogere belastingdruk.

Ten slotte worden ook de psychische gevolgen ernstiger. De economie is een cynische rat race, waarin je ofwel glorieus wint, ofwel met een burn-out aan de kant komt te liggen. Ook doordat de balans van zekerheid en onzekerheid naar onzekerheid is doorgeslagen.

Geen wonder dat zowel in westerse als niet-westerse landen een kloof is gegroeid tussen ‘volk’ en ‘elite’. Dat schreeuwt om een sociaal-duurzame economie. Onze kwaliteit van leven, de menselijke waardigheid en de sociale leefbaarheid van onze wereld en ons overleven hangen hier uiteindelijk van af.

Beeld Brechtje Rood

De economische wetenschap maakte hier al een grote sprong voorwaarts. Naast de eendimensionale schijnmaatstaf van het bnp zijn er alternatieven die in kaart brengen hoe goed het met landen gaat, zoals de OECD Better Life Index. Die wijzen de weg naar een ‘holistische vrijemarkteconomie’, waarin menselijke ontwikkeling, innovatie en creativiteit verbonden zijn met ecologie en sociale rechtvaardigheid.

Hoe ontwerpen we de economie opnieuw? Hier komt de geopolitieke situatie in het spel – het tweede risico van een kortetermijn-wederopbouwreflex. In de afgelopen tien jaar hebben we de terugkeer gezien van de geopolitiek, het strategische schaakspel van grootmachten om invloed, grondstoffen en commerciële posities. De VS en China zijn de grote spelers geworden, beide met een economisch stelsel waarin, hoe verschillend ook, de menselijke waardigheid geen doorslaggevende rol speelt. Bij beide stapelt de rijkdom zich bij een elite op – in het ene geval heet ze Big Business, in het andere de Partij.

Deze grootmachten hebben geen belang bij het ontstaan van iets als een (duurzaam-)sociale markteconomie (en ja, gelukkig doen sommige Amerikaanse staten iets anders dan de federale overheid; en ja, China werkt aan duurzaamheid). En dus is de ene helft van de wereld onvermijdelijk overgeleverd aan een zichzelf verrijkende financiële elite, de andere helft aan een technologisch-totalitaire supermacht die de eigen machtspositie versterkt.

Tenzij zich een derde optie aandient, die zich inzet voor een economie of the people, by the people and for the people (vrij naar Lincoln). En die is er, of beter: die kan er zijn. Dicht bij huis.

Eén kandidaat: Europa

Voor het inrichten van een ander soort vrijemarkteconomie is er maar één kandidaat: Europa. Dat is nog steeds ongeveer de grootste economie ter wereld, een continent met marktmacht. En ja, binnen Europa zijn de verschillen groot. Maar zodra je er een stap buiten zet, weet je plots weer dat die verschillen veel kleiner zijn dan die tussen Europa en veel andere cultuurgebieden.

Met vallen en opstaan probeert Europa een markteconomie te ontwikkelen met gevoel voor menselijke waardigheid, vrijheid en bonum commune, het gemeenschappelijke belang van alle burgers. Europa belichaamt een zoektocht naar een ‘derde weg’, een economie van en voor iedereen, een menselijke waardigheidseconomie.

Helaas is dat ideaal juist in Europa aan ernstige intellectuele en politieke bloedarmoede gaan lijden. De economische wetenschap is zich ook hier geheel gaan richten op de VS. Alternatieven kwamen nauwelijks in beeld – terwijl de ecologische, sociale, politieke én economische behoefte daaraan groot is.

Rijnlands model

Nederland en vooral Duitsland hadden ooit een traditie op dit punt, vaak aangeduid als ‘Rijnlands model’. Maar vrijwel niemand zet zich aan de ontwikkeling van Rijnland 2.0. Gelukkig kijken de creatieve, visionaire economen juist nu wel naar Europa. Hier liggen oude tradities klaar om nieuw leven ingeblazen te worden – met een nieuw economisch-intellectueel zelfvertrouwen.

Maar wat te doen met de politieke bloed­armoede? Veel lidstaten denken dat de kleine Europese staten nog steeds afzonderlijk, als natiestaten, de toon kunnen aangeven in de wereld. Terwijl geopolitiek de keuze simpel is: het wordt óf de VS, of China, of Europa. Als Europa zich niet als één schaker manifesteert, zal ze slechts een schaakbord worden.

Het gilde der Snelle Duiders van de coronacrisis heeft goed begrepen dat één duiding dominant wordt, zij bepaalt de herinnering – en wie tijdens de crisis ‘goed’ en wie ‘fout’ was. Deze duiding zal de rugdekking leveren voor grote mentaliteits- en maatschappijveranderingen. 

Govert Buijs (1964) is hoogleraar ‘Economie en samenleving’ aan de Vrije Universiteit Amsterdam

Vertrouwenscrisis

De Tweede Wereldoorlog en de Marshallhulp maakten de weg vrij voor de grote culturele, politieke en economische invloed van de VS in de decennia daarna. Na de aanslagen op de Twin Towers werd de duiding sterk bepaald door de clash of civilizations, en kwam er ineens wereldwijd een nieuwe nadruk op culturele en religieuze verschillen en op ‘identiteit’ als politiek thema. De islam belandde in de beklaagdenbank. Na de financiële crisis van 2008 kwam er een einde aan de glorietocht van wat we ‘neo­liberalisme’ zijn gaan noemen. De erop volgende verwarring en onzekerheid versterkten het identiteitsdenken. Tegelijk stortte het vertrouwen in banken en bankiers in, en in hun kielzog het vertrouwen in veel andere instituties. Gevolg: een vertrouwenscrisis en populisme.

Hoe je handelt tijdens een crisis, en wie daarin ‘goed’ en ‘fout’ waren, bepalen de handelingsruimte in de jaren nadien. De collectieve herinnering vormt een heel eigen vorm van kapitaal. Verpest je het tijdens een crisis, dan zaai je voor decennialang wantrouwen. In een crisis wordt in korte tijd heel veel toekomst gecreëerd.

Europees pact

Ook door een klein land als Nederland. In plaats van zuinig te zijn, zou Nederland in dienen te zetten op een nieuw Europees Pact. Om de feilen van de Europese Unie te repareren en tegelijk een nieuwe visie op een gezamenlijke toekomst te ontwikkelen. Is het niet met Euro- of coronabonds, dan toch met een ruimhartige, Marshallplan-achtige steun voor de zwaarst getroffen lidstaten.

Het huidige Europa heeft te weinig ingezet op een eigen alternatief voor het Amerikaanse marktmodel. Maar juist in Europa is het besef dat dit moet en kan, wel levend gebleven. Veel EU-landen kennen een mengvorm van markt, staat en civil society, inclusief vrij veel coöperatie-verbanden, ook in Nederland.

De keiharde doorwerking van de zes genoemde schaduwzijden van de ongebreidelde vrije markt zijn hierdoor enigszins getemperd. Dat draagt er ongetwijfeld toe bij dat de geluksscores in veel Europese landen structureel hoger zijn dan elders. Toch trekt de EU nog steeds onvoldoende lering en profijt uit de economische tradities en cultuur in veel van haar lidstaten, zoals onder meer het Rijnlands denken, coöperatie-denken in Spanje, de economia civile in Italië, of een économie du bien commun in Frankrijk. Hier ligt een gedeeld potentieel voor de markteconomie van morgen en overmorgen, duurzaam en sociaal.

Domme pech - bijzonder moment

De coronacrisis is vooral domme pech. Maar ze creëert wel een bijzonder moment. Er zijn soms, heel soms, momenten in de geschiedenis waarin je snel moet handelen met het oog op de lange termijn. Momenten waarop het er echt om spant, een huis in brand vliegt en men ineens moet herbouwen – voor de komende generatie.

Als we het nu niet goed doen, dan komt het waarschijnlijk heel lang niet goed, misschien zelfs nooit meer.

Abraham Lincoln besefte dat toen in 1863 het lot van de tot op dat moment enige functionerende democratie ter wereld in de waagschaal lag en hij vreesde dat government of the people, by the people and for the people might perish from the earth.

Je hoeft niet lang naar de huidige geopolitieke en geo-economische constellatie te kijken om iets dergelijks te zien rond de ontwikkeling van een duurzame, menselijke waardigheidseconomie, een economie waarin de common good evenzeer aandacht krijgt als de individuele marktvrijheid.

Vrekkige vier

Bondskanselier Merkel lijkt het moment aanzienlijk beter te verstaan dan onze regering die er graag prat op gaat ‘geen visie’ te hebben. Daarom zal Nederland nu snel moeten handelen, opgelopen imagoschade herstellen en alsnog allianties sluiten, visie ontwikkelen en visionair een nieuwe Europese toekomst schetsen, met wat er qua economisch gedachtengoed in veel lidstaten al is ontwikkeld. Niet kopman van de ‘vrekkige vier’ maar vaandeldrager van een ‘visionaire coalitie’ is de rol die Nederland past – en in ons belang is. Opdat een vrijemarkteconomie ‘of the people, by the people and for the people’ niet voorgoed van de aardbodem zal verdwijnen, nog voor ze goed en wel vorm gekregen heeft. 

Lees ook:

Duurzamer uit de coronacrisis komen? Er zijn kansen genoeg

Kan de economie duurzamer uit de coronacrisis komen? Een stortvloed aan projecten laat zien dat er kansen zijn. Maar verval niet in wensdenken, stelt een hoogleraar. ‘De crisis maakt verregaande verandering voorstelbaarder.’

Toon lef kabinet, en kies na deze crisis voor die ándere economie

Klimaatverandering, de te schrale publieke sector, die problemen kunnen meteen aangepakt worden wanneer we uit de crisis proberen te komen, stelt Maria van der Heijden voor, directeur-bestuurder van MVO Nederland. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden