Nieuw pensioenstelsel

De compensatie voor onfortuinlijke pensioengerechtigden wordt een stuk duurder

Minister Carola Schouten van Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen (ChristenUnie) beantwoordt vragen van Kamerleden. Beeld ANP
Minister Carola Schouten van Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen (ChristenUnie) beantwoordt vragen van Kamerleden.Beeld ANP

Om een eerlijke overgang tussen het huidige en het nieuwe pensioenstelsel te kunnen garanderen, zou nu – met de huidige rentestand – nog eens tien miljard euro moeten worden uitgetrokken.

Dirk Waterval

Nu de nieuwe pensioenwet door het parlement lijkt te komen, duikt een oude vraag op. Hoe gaan werknemers van 45 jaar en ouder gecompenseerd worden voor de afschaffing van de zogeheten doorsneesystematiek?

De doorsneesystematiek regelt dat jonge en oude werknemers in het huidige pensioenstelsel precies evenveel pensioen opbouwen voor de euro die zij aan premie inleggen.

Eigenlijk is dat vreemd, want de ingelegde euro van een 25-jarige kan nog ruim veertig jaar renderen voordat die jongere met pensioen gaat. Je zou dan verwachten die verwachte beleggingswinst ook in ‘hun pensioenpotje’ terechtkomt.

Dezelfde grote pot

Oude werknemers, jonge werknemers en gepensioneerden zitten nu nog per fonds allemaal samen in dezelfde grote pot. De beleggingswinst die je mag verwachten van het nog veertig jaar renderen van de ingelegde premie is dus zo een soort ‘subsidie’ van jonge werknemers voor oude werknemers, aangezien ze bij pensionering uitbetaald krijgen uit dezelfde grote pot.

Wanneer jongeren zelf eenmaal oud zijn, profiteren zij weer van degenen die tegen die tijd jong zijn. Dan krijgen zíj die ‘subsidie’. Maar daar komt een eind aan.

Al zorgen in 2019

Straks, als het nieuwe pensioenstelsel in gaat, beheren pensioenfondsen niet langer één grote pot, maar krijgt iedereen zijn eigen pensioenpotje. En de middengroep, zeg maar van rond de 45 jaar, is de dupe van die overgang. Die werknemers zagen de verwachte beleggingswinst op hun ingelegde euro’s hun hele werkende leven naar de ouderen gaan, en net nu zij bijna aan de beurt zijn om te profiteren van de premie-inleg van jongere deelnemers, wordt het systeem afgeschaft.

Zij moeten daar eenmalig voor worden gecompenseerd, als straks de grote potten worden verdeeld over miljoenen individuele potjes. Nu bestonden over die compensatie al zorgen toen het pensioenakkoord in 2019 werd gesloten tussen vakbonden, werkgevers en kabinet. Destijds was de schatting dat de compensatie in totaal zo’n 60 miljard euro zou gaan kosten.

Maar op dat moment lag de zogeheten risicovrije rente een stuk lager dan die nu is. Aan de hand van die risicovrije rente moeten fondsen berekenen hoe hard een ingelegde euro minimaal zal renderen. Hoe hoger de rente, hoe groter het verschil tussen hoeveel de inleg van een jongere nog kan groeien ten opzichte van de inleg van een oudere werknemer. En dus hoe groter de compensatie moet zijn voor de afschaffing van deze doorsneesystematiek.

Buffers aanwenden

“Inmiddels zal de compensatie in plaats van 60 miljard euro eerder neerkomen op 70 miljard euro”, zegt actuaris Agnes Joseph van verzekeraar Achmea. Die schatting volgt uit eerdere berekeningen van het Centraal Planbureau voor verschillende rentestanden.

Tegelijkertijd zorgt de gestegen rente er óók voor dat pensioenfondsen rap aan vermogen verliezen. Aandelen en obligaties verliezen op de beurs aan waarde als de rente stijgt. Dit jaar ging verloren de grote fondsen ieder al aan tientallen miljarden euro’s aan vermogen.

“Door de gestegen rente is het totale vermogen van pensioenfondsen in één jaar gedaald van zo’n 1800 miljard naar minder dan 1500 miljard”, zegt Joseph. Met andere woorden: eerst was er 60 miljard euro nodig, op een totaal van 1800 miljard. Nu zo’n 70 miljard op een totaal van 1500 miljard. Fondsen zullen dus een groter deel van hun buffers moeten aanwenden om de compensatie te financieren, of anders de premie van huidige werkenden fors verhogen.

Nu heeft de gestegen marktrente één groot voordeel, benadrukt actuaris Marc Heemskerk van vermogensbeheerder Mercer: fondsen hoeven bij een hogere rentestand minder geld ‘op te potten’, omdat ze ervan uit mogen gaan dat het sneller zal aangroeien. Zo komt door de gestegen rente nu eindelijk het verhogen van pensioenen in zicht, maar het geld mag ook naar de compensatie. “Dat is een afweging die ieder pensioenfondsbestuur voor zich moet maken”, zegt Heemskerk.

Lees ook:

De Kamer stemt over de pensioenwet, maar niemand weet hoe die uitpakt

Eindelijk kunnen Tweede Kamerleden straks stemmen over de nieuwe pensioenwet. Maar weten ze wel hoe een ‘ja’ of ‘nee’ gaat uitwerken in de praktijk?

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden