Herstel

De chemie klimt alweer richting het niveau van voor de coronacrisis

Productie van neusstaafjes voor coronatests bij DSM. Beeld ANP

Nederlandse chemiebedrijven draaien in coronatijd allemaal door, zij het op een wat lager pitje. Maar het dieptepunt lijkt voorbij.

Ze had het zelf nooit vermoed. Dat ze zich bezig zou houden met waterzuivering in Italië. Met Italiaanse leerlooierijen. Met de bestanddelen van handgels. Maar Manon Bloemer, directeur van VNCI, de branche­organisatie van de honderd grootste chemiebedrijven in Nederland, deed dat wel. Het waren allemaal kwesties die in coronatijd werden besproken met Cefic, de belangenorganisatie van de Europese chemie.

Waarom? Italiaanse waterzuiveraars konden niet aan chemicaliën komen om water te zuiveren. De leerlooierijen maken een bijproduct dat wordt verwerkt in medicijnen. Op last van de Italiaanse regering moesten de leerlooierijen dicht. Daardoor dreigde een tekort aan dat bijproduct. Tijdens de coronacrisis begonnen bedrijven handgels te maken. Die productie is vergunningplichtig, overal in Europa golden ­andere voorwaarden. Dat moest veranderen, anders konden de gels de grenzen niet over. 

Chemie is overal, en daarom een graadmeter van de gang van zaken in de economie. De Nederlandse chemie (45.000 werknemers, jaaromzet in 2019: 52 miljard euro) kreeg in maart, en vooral april, een ram: de productie lag volgens voorlopige cijfers ruim 10 procent lager dan in april vorig jaar. In tegenstelling tot in het buitenland bleven alle fabrieken draaien, zij het met een verlaagde bezettingsgraad: niet 85 á 90 procent, maar soms 60 tot 65 procent, zegt Bloemer.

Zware tijden voor de auto-industrie

Grote klappen waren er, vertelt Bloemer, en dat bevestigen Sabic, BASF en Nouryon (voorheen de chemietak van AkzoNobel), voor bedrijven die leveren aan de auto-industrie. De autoverkopen zakten in, veel autofabrieken sloten tijdelijk hun deuren. Die industrie had het voor de coronacrisis al lastig. Zware tijden waren het voor producenten van additieven voor diesel en benzine. Wie reed er nog auto in april?

De kunstmestindustrie produceerde door en de verkoop van chemicaliën voor de bouw verliep redelijk normaal. Maar de leveranciers van kunststoffen en chemicaliën voor keukens, vloeren, gordijnen en koelkasten voelden de crisis wel. Voor grote aankopen en verbouwingen schrokken veel consumenten in Europa terug.

Grensproblemen

Vreemde tijden. Sabic zag, net als Shell en Dow, de verkopen van basis­chemicaliën teruglopen en de afzet van polycarbonaat(producten) aan de auto-industrie verschrompelen. Wat compensatie voor dat verlies was er wel. De fabricage van schermen van polycarbobaat (bijna hetzelfde als plexiglas) in Bergen op Zoom draait “24 uur, klok rond, op alle productielijnen”, meldt een zegsman. Sabics vestiging in Geleen voerde de productie op van materialen die worden verwerkt in mondkapjes en beschermende kleding. Het gaat daar niet om grote hoeveelheden, zegt de woordvoerder.

Grensproblemen waren er door de corona-uitbraak voor mensen die werken bij Dow Chemical of op het Chemelot-terrein, maar in België en of Duitsland wonen. Opeens moest Manon Bloemer zich dus buigen over de vraag of buitenlandse werknemers van Dow in Terneuzen en het chemiecomplex Chemelot in Zuid-Limburg daar wel aan het werk konden blijven.

Bij BASF in Heerenveen was het druk bij de fabricage van grondstoffen voor inkten voor verpakkingen van voedsel. Een tijdje produceerde BASF er handgels, op een recept dat was vrijgegeven door de Wereldgezondheidsorganisatie. “Kleinschalige productie die we gratis hebben ­geleverd aan huisartsen, ziekenhuizen en medewerkers”, vertelt een woordvoerder. In Emmen werden materialen voor gezichtsmaskers ­gemaakt. 

DSM zag minder belangstelling voor zijn kunststoffen, maar wierp zich, met Shell, op de productie van (grondstoffen voor) desinfecterende middelen – eerst gratis, later tegen kostprijs – en maakt ook neusstaafjes voor coronatests. Air Liquide verkocht veel minder zuurstof aan ­industriële klanten, maar zag een kleine markt wel enorm groeien: die van zuurstof voor medisch gebruik.

De consument moet zijn geld gaan uitgeven

Inmiddels lijkt de chemie het dieptepunt voorbij. Productiecijfers over mei en juni zijn er nog niet, maar gegevens over het aardgasverbruik van de 300 grootste chemiebedrijven wel: die naderen het niveau van voor de coronacrisis. Ondertussen, zegt Bloemer, drukken de ­bedrijven hun kosten door minder voorraden aan te houden, geen nieuwe mensen aan te nemen en soms investeringen uit te stellen.

Het echte herstel, betoogt Bloemer, moet komen van de consument. Als die het in april en mei opgespaarde geld gaat uitgeven, zal de chemie aantrekken. Dan gaat het vooral om buitenlandse consumenten, want 80 procent van de chemieproductie gaat naar het buitenland. En 80 procent daarvan komt in ­Europa terecht. Bloemer: “De Nederlandse chemie produceert meer voor Duitsland dan voor Nederland.”

En die kwesties waar Cefic zich over boog? Die zijn volgens Bloemer opgelost: het Italiaanse water wordt weer gezuiverd, de leerlooierijen zijn open en de handgels en personeelsleden mogen de grenzen over.

Lees ook:

Daar zijn ze: mondkapjes ‘made in Holland’

Met gepaste trots overhandigden drie bedrijven, Afpro filtertechniek, Auping en DSM, de eerste doos in Nederland gemaakte mondkapjes aan minister Martin van Rijn. Binnenkort zullen er wekelijks een miljoen volgen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden