Luanda Leaks

De bittere prijs van een miljoenenproject

Een open riool stroomt dwars door de wijk Povoado waar de weggejaagde mensen een heenkomen zochten.

Inwoners van de Angolese hoofdstad Luanda zijn zes jaar geleden voor een prestigieus bouwproject met geweld uit hun huizen gejaagd. Waarom stapten baggerbedrijf Van Oord, ING en de Nederlandse overheid in dat project, terwijl er zoveel signalen waren van wanbeleid en corruptie? Een reconstructie.

Het leek in 2013 zo’n mooi plan: het Nederlandse baggerbedrijf Van Oord zou voor de kust van Luanda, de hoofdstad van Angola, kleine eilanden uitbouwen tot één lange, aaneengesloten boulevard van bijna zeven kilometer, waar een moderne stad zou verrijzen. Gele zandstranden, boulevards met palmbomen, moderne woonflats en kantoren en een jachthaven zouden de hoofdstad van het West-Afrikaanse land een nieuw aanzicht geven. Niemand hoefde voor het project te verhuizen, zo bleek uit meerdere studies. ‘Er staan vrijwel geen huizen’, schreef een Angolees adviesbureau over het projectgebied. Een Brits adviesbureau bevestigde dat: ‘Er zullen geen fysieke verhuizingen plaatsvinden voor het project’.

Maar het tegendeel is waar, zo blijkt uit onderzoek van Trouw ter plaatse. Slechts enkele weken nadat Van Oord voor het project aan de slag ging, zijn ruim drieduizend families met geweld van hun land verdreven, om plaats te maken voor de nieuwe ‘Corimba Boulevard’. Tegen de tijd dat de rapporten werden geschreven, was het land waar zij woonden inderdaad leeg: het Angolese leger en de politie hadden de huizen al verwoest en de bewoners waren dakloos geworden.

Golfplaten dak

Albertina de Fatima is een van de personen die haar huis kwijtraakte. Ze zit in een klein, donker hutje in een sloppenwijk van Luanda. Er schijnt alleen wat licht naar binnen door een gat in het golfplaten dak. Binnen stinkt het naar een combinatie van vochtige grond en rotte vis, vliegen zoemen rond De Fatima’s hoofd.

Jarenlang woonde ze in een mooi huis, vertelt ze. “Ik voelde me een koningin.” Totdat ze ruim zes jaar geleden met grof geweld uit haar huis werd gezet. “Tientallen politiemannen en militairen kwamen ons eiland op, ze sloegen en bedreigden ons, het was nog erger dan de oorlog van 1992”, zegt De Fatima, verwijzend naar de Angolese burgeroorlog die duurde van 1975 tot 2002.

Kinderen uit sloppenwijk Povoado voetballen. Op de achtergrond het parlementsgebouw en het rijke centrum van Luanda.

Sindsdien woont De Fatima met zo’n vijfhonderd families in Povoado, een sloppenwijk op een oude vuilnisbelt in het midden van Luanda. Vanuit haar krappe hutje dat ze met vier andere families deelt, ziet ze even verderop het chique parlementsgebouw en de glinsterende flats van het rijke Luanda. Aan de andere kant van de baai, zo’n tweehonderd meter verderop, ligt Areia Branca. Daar woonde De Fatima ruim 25 jaar, tot het moment dat politie en militairen haar uit haar huis zetten.

Alle soorten ongedierte

De bewoners van Areia Branca werden verjaagd om plaats te maken voor kunstmatige eilanden, nieuwe stranden, een luxe jachthaven en hoge flats. De Nederlandse baggeraar Van Oord zou de nieuwe eilanden aanleggen, samen met een bedrijf van Isabel dos Santos, dochter van de president die het olierijke land bijna veertig jaar regeerde. ING Bank financierde, en de Nederlandse overheid verzekerde het project.

“Hier voel ik me verschrikkelijk”, zegt De Fatima. “De hygiëne is heel slecht, we worden ziek hier, we hebben alle soorten ongedierte.” Kinderen sterven van de honger, stelt hulporganisatie SOS Habitat, en er heersen ziektes als tuberculose en cholera. “De afgelopen twee weken stierven in Povoado vier personen, onder wie een kind”, zegt directeur André Augusto van SOS Habitat. Er leven tot wel acht families in één hutje van wat kapotte, bij elkaar geraapte golfplaten.

Op elkaars lip leven

Toch blijft De Fatima op deze miserabele plek, omdat ze nog altijd hoopt dat de Angolese staat haar een woning aanbiedt, als compensatie voor het verwoesten van haar huis. Maar de stress van jarenlang op elkaars lip leven, begint zijn tol te eisen. “In deze hut doen we alles: slapen, koken, eten, wassen, werken. Als ik een bad wil nemen, wacht ik meestal totdat er een voetbalwedstrijdje is, dan zijn de mannen buiten. Anders moet ik ze vragen om naar buiten te gaan. We leven hier op elkaars lip, allemaal met andere gewoonten. De stress die dat veroorzaakt, is ondraaglijk. Er is veel ruzie, relaties gaan kapot. In dit land is zoveel rijkdom, er zijn mensen met vijf auto’s en zes huizen. Hebben ze dan niet een beetje om met ons te delen? Het is triest. Heel triest.”

Terwijl de ex-bewoners van Areia Branca nog altijd wachten op compensatie, is ook van de stadsvernieuwing niets terechtgekomen. Het eiland waar De Fatima en de andere drieduizend families woonden en waar het nieuwe moderne stadscentrum moest komen, is leeg. Van baggerwerkzaamheden is tot op heden geen sprake. De huizen zijn al zes jaar weg, onder een boom liggen twee politieagenten te slapen, verder gebeurt er niets.

De nieuwe president van Angola legde het stadsontwikkelingsproject afgelopen maart stil, omdat volgens hem onnodig hoge kosten in rekening werden gebracht. Het bedrijf van de dochter van de Angolese president mocht ruim 189 miljoen dollar (170 miljoen euro) voor het project in rekening brengen, maar het is volstrekt onduidelijk wat zij in ruil voor dat geld zou doen.

Rechten van drieduizend families

Dit blijkt uit onderzoek van Trouw en Het Financieele Dagblad naar documenten uit de gelekte persoonlijke administratie van Isabel dos Santos. De stukken kwamen in handen van PPLAAF, een platform voor Afrikaanse klokkenluiders, en werden via het Internationale Consortium van Onderzoeksjournalisten ICIJ gedeeld met 36 media in 22 landen.

Hoe raakt een Nederlands bedrijf betrokken bij een project van een Angolese presidentsdochter die al in 2013 in verband werd gebracht met corruptie? Waarom stappen ING en de Nederlandse overheid in een project, waarvoor de rechten van ruim drieduizend families zijn geschonden? En wie betalen de prijs van het miljoenenproject?

Albertina de Fatima

Isabel dos Santos heeft een eigen jacht, luxe huizen in Londen, Lissabon, Luanda en Dubai, en is een van de rijkste vrouwen van Afrika. Maar zakenblad Forbes meldde al in 2013 dat Dos Santos haar rijkdom vooral verkreeg dankzij haar vader José Eduardo dos Santos, die van 1979 tot 2017 president was van het West-Afrikaanse land. Elk groot project waarbij ze was betrokken, kreeg ze volgens het blad door een handtekening van haar vader-de-president, of door mee te liften met buitenlandse bedrijven die zaken wilden doen in Angola.

Groot landaanwinningsproject

De Corimba Boulevard is typisch zo’n project van Isabel dos Santos dat ze dankzij haar vader kreeg. Belangrijk onderdeel van dat masterplan is een groot landaanwinningsproject voor de kust van Luanda. Op de plek waar Albertina de Fatima en duizenden andere vissers en arme stedelingen wonen, wil Dos Santos een modern stadscentrum bouwen met nieuwe, kunstmatige eilanden. Begin 2013 komt ze tijdens een bijeenkomst over het geplande project in contact met de Nederlandse baggeraar Van Oord. Kort daarna, in mei 2013, keurt de president het landaanwinningsplan van zijn dochter goed. Drie weken later bezetten het leger, de politie en de marine het Areia Branca-eiland.

“In het midden van de nacht hoorden we machines het eiland op komen”, vertelt Gabriel Vilinga, een visser die toen al ruim 25 jaar op Areia Branca woonde. “Graafmachines, grote apparaten. We wisten niet waarvoor die waren, maar we vertrouwden het niet. Toen volgden politie, verschillende onderdelen van het leger, ME, marine. Tegen de ochtend was ons hele eiland omsingeld en begonnen de machines onze huizen te vernietigen. Niemand vertelde ons iets, ze zeiden alleen maar dat we moesten vertrekken.”

Als barbaren

De autoriteiten sluiten het eiland af: niemand mag er meer in of uit. Telefoonkabels worden doorgesneden, waterputten afgesloten. “We mochten niets, als we probeerden te bellen, sloegen ze ons”, zegt Vilinga. “We konden met niemand communiceren, pers kon het eiland niet op”, vult zijn buurman Pedro Alexandrino aan. “Ze gedroegen zich als barbaren.”

Zes dagen lang blijven de troepen op het eiland. “We mochten geen water drinken, geen vuur maken. Als we gingen koken, schopte de politie onze pannen omver. Alles werd gedaan om ons te verzwakken. Onze identiteitspapieren werden in het water gegooid”, zegt Samuel Gonçalvez, een visser.

De politie en het leger gebruikten grof geweld, bevestigen alle bewoners die we spraken. “Ze sloegen met stokken en knuppels, zelfs oudere vrouwen, er vielen veel gewonden”, staat in een brief van de bewoners aan het stadsbestuur. “Ze gebruikten een tank met gloeiend heet water dat ze op ons spoten”, herinnert Vilinga zich. Twee kinderen werden gedood door een graafmachine die over hen heen reed, zo schreven de bewoners in brieven – die in bezit zijn van Trouw – aan de Angolese autoriteiten . “Het was verschrikkelijk, het voelde alsof het oorlog was”, aldus Vilinga.

Oude vuilnisbelt

Na zeven dagen worden de bewoners in vrachtwagens van hun eiland gehaald. “Er was grote paniek, kinderen renden weg, op zoek naar hun ouders. We moesten al onze spullen achterlaten. Het leger deed alsof wij vijanden waren”, zegt Vilinga.

Alle drieduizend families komen op straat terecht. Ze zwerven door de stad, sommigen slapen op de stoep van een kerk, waar nonnen hen wat te eten geven. Anderen zoeken onderdak in een ziekenhuis. Maar overal worden ze weggejaagd door de politie. Een groep van vijfhonderd families besluit uiteindelijk naar Povoado te gaan, een oude vuilnisbelt in het centrum van de stad. Daar, slechts tweehonderd meter van hun oude huis, wachten ze nu, in de hoop dat de staat hen ooit een nieuw huis zal geven. “Ik was veertig en dacht dat ik het voor elkaar had: een klein huisje, een familie, een fijne plek om te wonen”, zegt Pedro Alexandrino. “Maar toen verloor ik alles. De overheid heeft ons alles afgepakt.”

angola Samuel Gonçalvez

Nog in dezelfde maand waarin bewoners van Areia Branca hun hele hebben en houden verliezen, vindt even verderop een bijeenkomst plaats met Isabel dos Santos, vertegenwoordigers van de Angolese staat, en medewerkers van baggerbedrijf Van Oord en adviesbedrijf Royal HaskoningDHV, zo blijkt uit documenten in handen van Trouw. De partijen overleggen hoe ze het stadsontwikkelingsproject zo snel mogelijk van de grond kunnen krijgen. Royal Haskoning is door Dos Santos ingehuurd om de kunstmatige eilanden te ontwerpen, onderzoeksinstituut Deltares onderzoekt de zeestromen, en Van Oord maakt op basis van al die informatie een plan voor de uitvoering van het project.

Zo snel mogelijk beginnen

Baggerbedrijf Van Oord en Isabel dos Santos werken nauw samen: er is regelmatig mailcontact en er zijn verschillende bezoeken over en weer. In januari 2014 komt Dos Santos zelfs naar Rotterdam, om bij Van Oord de plannen door te nemen. Enkele maanden later zijn medewerkers van Van Oord weer in Angola, en verblijven ze in een tropisch resort. Alles wordt gedaan om zo snel mogelijk met de bouw te kunnen beginnen. Van Oord regelt zelfs de financiering: het baggerbedrijf stapt namens de Angolese staat naar ING Bank voor een lening om het project te financieren. En Van Oord gaat langs bij Atradius, de exportkredietverzekeraar van de Nederlandse overheid, die projecten in moeilijke landen verzekert om de Nederlandse export te steunen.

ING en Atradius zijn enthousiast, maar voordat ze akkoord gaan, willen ze weten wat de sociale en milieugevolgen zijn. Ze laten een studie uitvoeren door een Brits adviesbureau, waaruit blijkt dat het project de vissen en zeeschildpadden in gevaar brengt. Maar voor de bewoners van Areia Branca heeft het geen gevolgen: ‘Er zullen geen fysieke verhuizingen plaatsvinden voor het project’, staat in het rapport. Een Angolees adviesbureau had eerder al geconcludeerd dat niemand voor het project hoefde te wijken: ‘Het gebied is in reconversie en er staan vrijwel geen huizen. Overstromingen zorgden ervoor dat huizen werden verwoest’. De bureaus konden dat enkel concluderen, omdat zij hun onderzoek startten, nadat de bewoners al waren verdreven.

Volgens Francisco Alexandre, hoofd communicatie van de gemeente Luanda, vertellen die studies niet de waarheid. “De mensen van Areia Branca zijn verdreven voor een project van Urbinveste”, zegt hij. “Isabel dos Santos kreeg het land om een project te ontwikkelen.”

Project is staatsgeheim

Zelfs de gemeente Luanda kreeg geen gedetailleerde informatie over de projecten. “Dat werd allemaal besloten op het hoogste niveau, het ging buiten officiële instituties om. Het project is een staatsgeheim, niemand heeft toegang tot documenten, alles werd achter gesloten deuren besloten.”

Was het voor Van Oord, ING en Atradius destijds wel verstandig om in zee te gaan met Isabel dos Santos, over wie al jaren verhalen over corruptie de ronde doen? “Ik zou dit nooit hebben gedaan”, zegt Jan Eijsbouts, hoogleraar maatschappelijk verantwoord ondernemen aan de Universiteit Maastricht en voormalig directeur juridische zaken bij Akzo Nobel, waar hij medeverantwoordelijk was voor het anti-corruptiebeleid.

Gabriel Vilinga

“Van Oord doet zaken met Urbinveste, een onderneming van de presidentsdochter, in een land dat qua corruptie een slechte naam heeft.” Volgens de corruptie-perceptie-index van Transparency International is Angola een van de meest corrupte landen ter wereld. “Bovendien werd het project aan het consortium gegund, zonder dat er een aanbesteding aan te pas is gekomen. Daarmee moet je extra voorzichtig zijn. Je moet ook precies weten wat het bedrijf van de presidentsdochter doet in ruil voor het geld, en zeker weten dat die beloning proportioneel is.”

Maar juist dat is een raadsel. Urbinveste krijgt 30 procent van het totale budget: een som van 189 miljoen dollar. Wat het bedrijf – dat slechts 31 mensen in dienst heeft en geen ervaring heeft met zulke grote projecten – voor dat geld doet, is onduidelijk. Terwijl de kosten van Van Oord precies zijn uitgesplitst per vierkante meter grond die wordt verzet en per type machine die eraan te pas komt, staat voor Urbinveste ruim 76 miljoen dollar (68 miljoen euro) begroot voor ‘algemene kosten en studies’ en een kleine 27 miljoen dollar (24 miljoen euro)voor ‘projectmanagement’. “Zo’n groot bedrag voor ‘algemene kosten’ is niet normaal”, zegt Leen Paape, hoogleraar corporate governance aan Nyenrode Universiteit. “Het is volledig onduidelijk of Urbinveste wel een prestatie levert in ruil voor het geld. Op basis van wat ik heb gezien zou ik dit niet tekenen.” Professor Eijsbouts beaamt dat: “Het is niet duidelijk hoe het bedrag is samengesteld en wat Dos Santos doet in ruil voor het geld.”

Project geannuleerd

Afgelopen maart komt aan het project een eind. Met eenzelfde pennenstreek als waarmee José Eduardo dos Santos de projecten aan zijn dochter had gegund, annuleert de nieuwe president João Lourenço die contracten. “Als gevolg van prijsopdrijving heeft het project tot een schadelijke last voor de Angolese overheid geleid”, zegt president Lourenço afgelopen maart. Deze ‘excessieve en disproportionele betalingen’ schaden ‘rechtvaardigheid, moraal, en transparantie’. De president zegt de bouw van de boulevard te willen hervatten zonder Urbinveste, en verwacht daarmee 400 miljoen dollar (361 miljoen euro) te kunnen besparen.

Van Oord ontkent dat sprake is van prijsopdrijving. Wel geeft het bedrijf toe dat de kosten aan de kant van Dos Santos ‘ruim zijn begroot’. Van Oord schat dat de werkelijke kosten voor Urbinveste zo’n dertig miljoen dollar zouden bedragen, in plaats van de begrote 189 miljoen. Waarom het budget voor Urbinveste zo ruim was, is volgens Van Oord niet meer te achterhalen.

Onderzoek naar Isabel dos Santos deed Van Oord niet. De baggeraar zegt alleen naar Urbinveste te hebben gekeken. “De betrokkenheid van Urbinveste was voor ons positief, omdat het project daardoor een goede kans van slagen had.” Ook ING en Atradius deden geen onderzoek naar de presidentsdochter. “Onze contractpartner is Van Oord, dus we weten niet veel over Urbinveste”, zegt Bob Jennekens, beleidsmedewerker kredietverzekeringen op het ministerie van financiën. ING stelt enkel wat vragen aan Van Oord over de aanbesteding en het anti-corruptiebeleid. “We zien geen beperkingen voor deze deal”, concludeert ING al snel. Naar Urbinveste kijkt de bank niet, omdat de lening enkel gebruikt wordt om Van Oord te betalen, zegt ING in antwoord op vragen. Professor Paape vindt het een ‘bijzondere reactie’. “In mijn ogen kun je je er niet vanaf maken door enkel naar Van Oord te kijken.”

Gedwongen verhuizingen

Van Oord ontkent dat het destijds wist van de gedwongen verhuizingen. “Jullie hebben ons wakker geschud”, zegt het bedrijf in reactie op vragen. Het baggerbedrijf stelt nu dat de bewoners voor de aanleg van een weg van hun land zijn verjaagd. Satellietbeelden tonen echter dat voor die weg een smalle strook land was vrijgemaakt, vóórdat de bewoners werden verjaagd. Voor het project van Van Oord zou het gehele eiland moeten worden ontruimd, zo blijkt uit de projectplannen.

Atradius weigert in eerste instantie in te gaan op vragen. Een beroep van Trouw op de wet openbaarheid van bestuur wordt dan al maanden getraineerd door het ministerie van financiën. Uiteindelijk stelt directeur Bert Bruning dat de gedwongen verhuizingen in Areia Branca plaatsvonden, voordat de kredietverzekeraar bij het project betrokken raakte.

Lening niet terugbetalen

Wanneer de Angolese staat het project stillegt vanwege de te hoge kosten, komen Atradius en ING in het verweer. Niet wegens mogelijke corruptie of mensenrechtenschendingen. Nee, ING vreest dat de Angolese staat haar lening niet terugbetaalt, zo blijkt uit een brief die ING mede namens Atradius aan de Angolese staat stuurt. Daarin dringt ING er enkel op aan om het project snel weer te hervatten, omdat de bank de Angolese staat anders in gebreke zal stellen. Over mogelijke corruptie en ‘excessieve en disproportionele betalingen’ wordt in de brief met geen woord gerept. Atradius laat weten na de beschuldigingen van de Angolese staat geen verder onderzoek te hebben gedaan naar de prijsstelling van het consortium.

Aan de overkant van de baai zien bewoners van Povoado Areia Branca, het eiland waarvandaan ze verjaagd zijn.

Ondanks de aanmaningen van ING en de pogingen van Van Oord een nieuwe deal te sluiten, ligt het project nog altijd stil. Van Oord stelt dat het de heronderhandelingen met de Angolese staat bijna heeft afgerond. “Alleen de handtekeningen moeten nog worden gezet.”

Alves da Rocha, hoogleraar economie aan de katholieke universiteit van Angola, had liever gezien dat het plan helemaal zou worden geannuleerd. “We hebben zo’n project hier helemaal niet nodig. De meeste mensen in Luanda leven in sloppenwijken, wat hebben zij aan nieuwe kantoren en flatgebouwen? In een land waar mensen geen eten hebben, niet naar school kunnen, zijn heel andere dingen nodig. De Angolese staat had hiervoor nooit een lening moeten aangaan bij ING Bank. Het zijn de gewone Angolezen die die schuld moeten gaan terugbetalen, terwijl het land in een diepe economische crisis zit.”

Lonen niet betalen

Da Rocha moet het interview onderbreken voor een telefonisch spoedoverleg met de decaan van de universiteit. De gehele universiteit kan wegens de economische crisis en inflatie deze maand de lonen niet betalen. “Ik weet niet wat ik tegen mijn personeel moet zeggen”, zegt Da Rocha tegen de decaan. “Dit is het soort problemen dat we momenteel moeten oplossen in Angola”, zegt hij, nadat hij ophangt.

Van Oord zegt dat het inmiddels contact heeft gelegd met de Angolese staatssecretaris van constructie om compensatie voor de ex-bewoners van Areia Branca te bespreken. “Doen anderen het niet, dan gaan we regelen dat er compensatie komt.” Ook ING Bank zegt invloed te zullen uitoefenen ‘om de problemen van de oud-bewoners bespreekbaar te maken’.

Lees alles over het onderzoeksproject op www.trouw.nl/luandaleaks

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden