AnalyseDe beurs

De AEX breekt record na record: wat is er de afgelopen twintig jaar veranderd?

De Amsterdamse beurs op 1 april.  Beeld Jean-Pierre Jans
De Amsterdamse beurs op 1 april.Beeld Jean-Pierre Jans

Vorige week week vestigde de AEX-index een nieuw record, dinsdag werd dat record nog wat aangescherpt. Het oude dateerde van 20,5 jaar geleden. Welke bedrijven zaten toen in de index? Welke nu?

Platformeconomie? Nooit van gehoord. Machines voor de fabricage van chips? Best belangrijk, maar nog lang geen handel van vele miljarden. Grote banken die (bijna) konden omvallen? Ondenkbaar.

Op 4 september 2000 beleeft de AEX-index, de graadmeter van de gang van zaken op de Amsterdamse beurs, een mijlpaal. Voor het eerst in zijn zeventienjarig bestaan sluit de index boven de 700 punten. De 24 bedrijven die dan in de index zitten, zijn eigenlijk een allegaartje van hele grote en niet zo grote bedrijven. Natuurlijk is Shell de grootste, ­gevolgd door Unilever dat net voor 56 miljard gulden (guldens zijn er dan nog, het bedrag staat gelijk aan 25,4 miljard euro) Bestfoods heeft gekocht en daarmee onder meer eigenaar is geworden van Knorr. Ook de Amerikaanse alternatieve ijsmaker Ben & Jerry’s, dat een deel van zijn winst steevast uitkeert aan goede doelen, is trouwens net aangeschaft.

De financiële powerhouse ING – de optelsom van de Postbank, de Nederlandse Middenstandsbank en verzekeraar Nationale Nederlanden – staat in de AEX-index, zo ook de andere grootbanken ABN Amro en Fortis. Het Ahold-concern, dat onder leiding van de zeer ambitieuze bestuursvoorzitter Cees van der Hoeven de ene na de andere supermarktketen opkoopt, is vertegenwoordigd, en er is in de AEX ook plek voor bedrijven die ‘de nieuwe economie’ (zeg maar: de techfondsen van toen) vertegenwoordigen: bedrijven die actief zijn in automatisering, mobiele telefonie en iets nieuws dat internet heet. Nieuwe ontwikkelingen die veel beloven en de fantasie (en de geldzucht) van beleggers prikkelen: automatiseerder Getronics, KPN en kabelaar UPC horen daarbij.

Het duurde twintig jaar en bijna zes maanden voordat het record, die 701,56 punten van toen, er dan eindelijk aan ging. Gek eigenlijk, want in die tijd ‘veramerikaniseerden’ veel beursgenoteerde ondernemingen: de belangen van de aandeelhouders kwamen voorop te staan: veel winst werd het doel en nog meer winst was nog beter.

Maar aan de andere kant: ook niet zo gek. In september 2000 waren de koersen de realiteit voorbij, totaal losgezongen van de werkelijkheid. De verwachtingen bleken veel te hoog gespannen. Daarbij gingen diverse bedrijven (onder andere Getronics, KPN, Ahold) zich te buiten aan veel te dure overnames. En toen de koersen na 2003 weer opveerden (de AEX stond in het voorjaar van 2003 even op 218,44 punten) kwam er in 2008 de financiële crisis die er ook op de beurzen hard inhakte. In maart 2009 stond de AEX-index even op 199,50.

Klik of tik op de foto om hem te vergroten.

null Beeld Thijs van Dalen
Beeld Thijs van Dalen

Dat was het absolute dieptepunt. Sindsdien zijn de aandelenkoersen van de bedrijven die op de Amsterdamse beurs genoteerd staan gemiddeld genomen eigenlijk alleen maar gestegen. Natuurlijk, schoksgewijs en met dipjes ertussendoor maar toch: gestegen. Inmiddels is de index wederom boven de 700 punten beland en bestaat die deels uit blijvers en deels uit nieuwelingen.

De blijvers

Ruim de helft van de bedrijven die op 4 september 2000 deel uitmaakten van de AEX-index doet dat nog steeds. Shell doet nog steeds in olie, gas, vloeibaar gas, benzine, diesel en kerosine, Unilever maakt nog steeds soepen, ijs, thee, wasmiddelen, zepen en shampoos (maar geen margarines meer) en Ahold was en is een supermarktconcern.

Bij sommige blijvers is niet de naam, maar wel de rest veranderd. Neem Akzo­Nobel dat in 2000 onder leiding stond van de onlangs overleden Kees van Lede en toen medicijnen (de pil, antidepressiva), chemicaliën, zout én verf maakte. Nu produceert het alleen nog verf. Daar is het wel een van de grootste van de wereld in.

Ook Philips koos voor specialisatie, een belangrijke trend in de afgelopen twintig jaar. In 2000 maakte het nog consumentenelektronica en lampen, nu alleen nog medische apparatuur en zorgtechnologie. Onlangs gingen ook de huishoudelijke apparaten de deur uit. De lichtdivisie ging al eerder. Die heet nu Signify en staat in de AEX-index.

ASML doet nog wel hetzelfde: machines bouwen om chips mee te maken. Maar het zijn er nu meer, ze zijn veel groter, ze kunnen veel meer en zijn veel duurder dan toen. En ze worden nog groter en nog duurder. In 2000 kostte de duurste machine die ASML verkocht zo’n vijf miljoen euro. Vorig jaar was dat 130 miljoen en de eerste exemplaren ter waarde van 270 miljoen zijn nog niet gemaakt maar al wel verkocht.

In september 2000 was ASML op weg naar een topjaar, al herinnerden journalisten er nog aan dat het bedrijf in 1992 bijna failliet was gegaan. In 2020 was er weer een topjaar, het zoveelste. ASML haalde 6,5 keer zoveel omzet als in 2000 en tien keer zo veel winst. ASML’s beurswaarde is nu hoger dan die van Shell. Wie had dat in 2000 gedacht? Een aandeel kostte donderdag 529,30 euro; op 4 september 2000 was dat 48,18 euro.

De AEX-index op de Amsterdamse beurs is voor het eerst sinds september 2000 boven de 700 punten gesloten. Beeld ANP
De AEX-index op de Amsterdamse beurs is voor het eerst sinds september 2000 boven de 700 punten gesloten.Beeld ANP

Verdwenen

Hagemeijer? Wat was dat ook alweer? ‘Handelshuis’ stond er altijd bij in de beurspraatjes van de kranten. Het bedrijf handelde onder meer in elektronica, al begonnen de twee broers Hagemeijer in 1900 in Soerabaja met de inkoop van Nederlandse producten als kaas en sigaren die ze vervolgens doorverkochten. In 2007 kwam Hagemeijer in handen van het Franse Rexel. Sindsdien hoor je de naam niet meer.

Door verkoop verdwenen meer bedrijven uit de index en/of van de Amsterdamse beurs: babyvoedingmaker Numico, dat ooit Nutricia heette, is al jaren van het Franse concern Danone. Automatiseerder Getronics (naar KPN), Corus (nu Tata Steel), kabelaar UPC, modehuis Gucci en Vendex kregen andere eigenaren.

Het Vendex-concern ging naar drie investeringsmaatschappijen die later zeer goed boerden met de verkoop van het vastgoed van Vendex, De Bijenkorf, Hema, M&S Mode en de warenhuizen van V&D. V&D bestaat niet meer.

Veel invloed op de samenstelling van de AEX hadden de torenhoge ambities van de Fortis-directie in 2007 én de financiële crisis van een jaar later. Fortis verslikte zich compleet in de koop van ABN Amro en toen de financiële crisis was uitgebroken, moesten de grootbanken overeind worden gehouden door de staat. Het gevolg? Fortis verdween, natuurlijk ook uit de AEX-index. Fortis’ verzekeringspoot werd zelfstandig en ging verder als ASR, zijn oude naam. Fortis’ bankenpoot werd onderdeel van ABN Amro. ING, ook diep in de problemen gekomen in de crisis, werd verordonneerd om zijn verzekeraar Nationale Nederlanden (NN) af te staan. NN maakt weer deel uit van de AEX. ASR sinds kort ook.

Wanneer kom je in de AEX-index?

De AEX-index bestaat in principe uit 25 bedrijven. Dat zijn, weer in principe, de 25 bedrijven met de hoogste beurswaarde. Vermenigvuldig het aantal uitstaande aandelen van een bedrijf met de koers van het aandeel en je krijgt de beurswaarde. Jarenlang was Shell het bedrijf met de hoogste waarde, nu is dat ASML. Er staan ongeveer 418 miljoen aandelen ASML uit en een aandeel kostte eind deze week 529,30 euro. De beurswaarde is dus 221 miljard euro.

Euronext telt in zijn berekening niet alle aandelen mee. Stukken die in vaste handen zijn – en als ‘niet vrij verhandelbaar’worden beschouwd – tellen niet mee. Omdat de staat ruim de helft van de aandelen ABN Amro bezit, is de beurswaarde van de bank volgens de telling van Euronext dus iets minder dan de helft van de echte beurswaarde. Die rekenmethode kostte ABN Amro in maart zijn plekje in de AEX-index. Door de coronacrisis had de bank veel van zijn waarde verloren. Maar als Euronext alle aandelen ABN Amro zou meetellen, zou het bedrijf gewoon in de AEX zijn gebleven. Iets dergelijks speelt ook bij baggeraar Boskalis, die voor bijna de helft eigendom is van investeringsmaatschappij Hal.

Elk voorjaar berekent Euronext de beurswaarde van alle fondsen die in Amsterdam een notering hebben. De 25 fondsen met de hoogste beurswaarde komen in de AEX. Maar als de nummer 26 en 27 al in de AEX stonden, blijven ze er in. Je kan dus eigenlijk niet zeggen dat de AEX bestaat uit de 25 bedrijven met de hoogste beurswaarde.

Tussentijds kan de samenstelling van de AEX ook veranderen. Dat kan in juni, september en december en dat kan het geval zijn als er een AEX-fonds is verkocht of als er een groot bedrijf op de beurs komt. Dat debuteert dan op de ‘lokale markt’, maar kan daarna in één van die drie maanden doorschuiven naar de AEX. Het kan dus zijn dat de index een tijdje uit minder dan 25 bedrijven bestaat. Dat was bijvoorbeeld zo op 4 september 2000, toen de index voor het eerst boven de 700 punten uitkwam. Een maand daarvoor was automatiseerder Baan verkocht en uit de AEX verwijderd.

De nieuwelingen

De AEX, een bedrijf komt er niet zomaar in, tenzij het al groot was voordat het naar de beurs ging. Maar soms gaat het wel snel. Peter van der Does had in 2000 net een betaalbedrijf opgericht dat Bibit heette. Dat verkocht hij in 2004 aan de Bank of Scotland. Hij zal op 4 september 2000 niet hebben gedacht dat hij in 2006 een nieuw betaalbedrijf zou beginnen: dat deed-ie wel en het heette Adyen. Dat ging in 2018 naar de beurs. Niet omdat Van der Does dat zo graag wilde maar omdat een aantal aandeelhouders wilde cashen. De introductiekoers was 240 euro, een dag later kostte een aandeel 455 euro. Koers nu: 1982 euro. Zo’n stijging is zelden vertoond.

In september 2000 deed het woord ‘internetplatform’ bij vrijwel niemand bellen rinkelen en was het al bijzonder als je bij een restaurant een maaltijd kon afhalen. Toch was Jitse Groen net begonnen met Thuisbezorgd, een internetplatform voor het bezorgen van maaltijden. Twintig jaar en een serie gewaagde overnames later ‘platformt’ erfgenaam Just Eat Takeaway nu in meer dan twintig landen en gaat het bedrijf de Champions League sponsoren. Net als hotelsite Booking.com wil Groen op zijn gebied snel de grootste in de wereld worden. Dat loont meestal, leert de ervaring. Beleggers zijn dol op dat soort bedrijven.

Relatief nieuwe bedrijven zijn ook ASMI en BE Semiconductor Industries, ofwel Besi. Ze maken machines die in de chipindustrie worden gebruikt. Zo groot en bekend als ASML zijn ze niet, maar met het concern uit Veldhoven vormen ze wel een opmerkelijk trio: Nederland mag bekend zijn om zijn ­tulpen, dijken en baggeraars, anno 2021 is het ook het land van de fabrikanten van dat soort machines. Ze zijn onmisbaar voor de fabricage van chips en die zitten tegenwoordig vrijwel overal in.

Ooit beleefden ASMI en Besi, net als ASML, moeilijke tijden. Maar nu de wereld verder en verder verchipt, is de verwachting dat de drie de komende jaren alleen maar verder zullen groeien – en hard ook. Vooral daardoor zijn ASMI en Besi in de AEX-index beland en de verwachting is dat ze daar wel een tijdje in zullen blijven, en misschien wel heel lang.

Lees ook: AEX-index breekt twintig jaar oud record, terwijl de economie in zwaar weer verkeert, hoe kan dat?

De AEX-index, graadmeter van de gang van zaken op de Amsterdamse beurs, heeft met 708,43 punten een nieuw record gevestigd. Het oude dateerde van 4 september 2000.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden