Woningnood

Dagelijks twintig studio's? Geen probleem, als je maar modulair bouwt

Directeur Harry van Zandwijk van het bedrijf Jan Snel uit Montfoort waar woningen in de fabriek worden gebouwd. Beeld Werry Crone

Er kunnen wel 40 procent meer nieuwe woningen uit de grond worden gestampt dan nu worden gebouwd, berekende ABN Amro. Dat kan door modulair bouwen. Bij bouwbedrijf Jan Snel is te zien hoe dat gaat.

Of de journalist weet wat modulair bouwen is. Directeur Harry van Zandwijk van Jan Snel vraagt het, terwijl het uitlegfilmpje op zijn presentatiescherm al klaarstaat. Iets met prefab? Niet helemaal, zegt Van Zandwijk. Iets met containers die als huizen dienen dan? Weer een nee. Een lichtelijk verontwaardigde directeur: “Weet je wat? We gaan zo wel even kijken.”

Een klein kwartiertje later stapt Van Zandwijk zelfverzekerd door een van zijn fabriekshallen. Hier rollen vloeren compleet met vloerverwarming van de spreekwoordelijke band. Soms zelfs met het tapijt en het laminaat er al op. Badkamers worden al betegeld, woonkamers beschilderd, warmtepompen en de radiatoren al geplaatst. Raamkozijnen staan ook al klaar.

Al die vloeren, voorgefabriceerde badkamers en toiletten worden vervolgens geplaatst in vierkante blokken van een paar vierkante meter groot. Soms 14, soms 12, dan weer 20. De module, legt Van Zandwijk uit. Kan een modulair huis dan maximaal 20 vierkante meter groot zijn? Alleen voor studenten dus? De directeur schudt het hoofd. “Alles is mogelijk. Wil je een groter huis, dan haal je gewoon de schotten tussen die modules uit.”

Nieuwbouwwijk vol wisselwoningen

In het Noordoost-Groningse Appingedam verrees een modulaire nieuwbouwwijk vol wisselwoningen. Bestemd voor gedupeerde Groningers die vanwege aardbevingsschade niet meer in hun eigen huis kunnen vertoeven. Niks 20 vierkante meter, maar eengezinshuizen met drie verdiepingen en een tuin. “Ook die tuin leggen wij aan.”

Voor een klant in Amerika bouwt het bedrijf momenteel appartementen van zo’n 70 à 80 vierkante meter groot. Met twee badkamers, een walk-in closet en een open keuken. Allemaal gebouwd in de fabriekshallen van Jan Snel. Zijn al die appartementen klaar, dan worden ze in Amerika op elkaar gestapeld en verder afgewerkt. En hop... er staat een appartementencomplex.

Aan modulair bouwen kleefde lang een wat negatief imago, vertelt Van Zandwijk, terug in zijn kantoor. Het was tijdelijk, dachten projectontwikkelaars, beleggers en banken. Niet rendabel genoeg om er geld in te steken. Het was ook niet fraai genoeg, vonden ze, met de containerwoningen nog in het achterhoofd. En modulaire panden konden niet hoger zijn dan vijf verdiepingen, was het idee. Niets van waar, kan Van Zandwijk geïnteresseerden nu vertellen. Zijn panden kunnen veertig jaar blijven staan. Of langer. Maar als de opdrachtgever anders bepaalt, kunnen de appartementen of huizen ook ergens anders weer opgestapeld worden.

Natuurlijke sanering

Het beeld kantelt daarom, zien ze bij Jan Snel. Inmiddels wordt het bedrijf benaderd door grote spelers in de bouwwereld om samen te werken. Bam? Heijmans? VolkerWessels? Van Zandwijk licht het niet toe. Wel zegt hij: “Ze moeten wel.” Hij wijst op wat hij de natuurlijke sanering in de bouw noemt. Timmermannen, betonvlechters en andere bouwlieden zijn haast niet meer te vinden, terwijl de roep om nieuwbouwwoningen groot is. Dus kijken die grote bouwbedrijven of dat grotendeels geautomatiseerde modulair bouwen ook voor hen een oplossing kan zijn.

En, kan dat het zijn? Het antwoord van Van Zandwijk is een volmondig ja. Hij haalt er een tijdschrift bij om het te illustreren. Waar een gewoon bouwbedrijf zo’n twee jaar nodig heeft om een nieuw complex uit de grond te stampen, doen modulaire bouwers er een maand of tien over. “Dat komt doordat we in de fabriek bouwen. Als het regent of sneeuwt, gaan wij rustig verder. Bij vorst hoeven we niet te stoppen.” Terwijl de modules worden gefabriceerd, werkt een ander team van Jan Snel aan de fundering. Doordat de ‘faalkosten’ lager zijn, is modulair bouwen goedkoper dan gewoon bouwen.

Van Zandwijk geeft het voorbeeld van een studentencomplex in Eindhoven. TU Eindhoven wilde driehonderd studentenwoningen laten bouwen. “In april zijn we gaan kijken, hebben een plan gemaakt en aan het eind van het jaar stonden ze er.”

Sneller bouwen

Modulair bouwen gaat 30 tot 50 procent sneller dan regulier bouwen, rekenden ze uit bij het bedrijf. Volgens  economen van ABN Amro kan die snelheid de huidige bouwproductie met wel 40 procent opkrikken, zo blijkt uit een in december gepubliceerd rapport. Ook die snelheid is te zien in de fabriekshallen van Jan Snel: dagelijks produceren de bouwvakkers twintig studio’s.

Aan het eind van het gesprek weer een uitlegfilmpje. Met unieke woningen deze keer. “Niet wat je verwachtte hè? Veel mooier hè? Geen containerwoningen hè?”, glundert de directeur.

Lees ook:

Zorg dat de woningvraag van vandaag niet de leegstand van morgen is

Bij het aanvullen van de woningvoorraad gaat het niet alleen om kwantitatieve groei, maar moet juist worden gekeken hoe woningen kunnen voorzien in de voortdurende veranderende woonwensen, bepleit Monique van Haaf, gedeputeerde voor Ruimte en Wonen, Grondbeleid en Handhaving in Overijssel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden