Crisis en herstel

Crises nemen al jaren een flinke hap uit onze koopkracht, hoe zit dat met corona?

Winkelend publiek tijdens de koopzondag in het centrum van Amsterdam.  Beeld Ramon van Flymen, ANP
Winkelend publiek tijdens de koopzondag in het centrum van Amsterdam.Beeld Ramon van Flymen, ANP

Sinds 1977 is de koopkracht van Nederlandse huishoudens zo goed als onafgebroken gestegen, met bijna 60 procent. Alleen crises gooiden tot nu toe roet in het eten. Wat kunnen we nu verwachten?

Het is voor economen zo klaar als een klontje. Na een economische crisis wordt de groei van onze koopkracht, wat we kunnen kopen van ons geld, getemperd. Dat blijkt uit de donderdag gepresenteerde studie Inkomens verdeeld, trends 1977-2019 van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en de Universiteit Leiden.

Zo volgden zware economische tijden na de tweede oliecrisis van 1979. Waardoor de koopkracht van huishoudens tot 1985 daalde: in 1981 met 2 procent, twee jaar later zelfs met 2, 3 procent, een historisch dieptepunt. Tussen 1999 en 2009 groeide het besteedbare inkomen juist hard door herzieningen van het belastingstelsel, waardoor een minder groot deel van het inkomen van huishoudens naar de Belastingdienst ging.

Ook de kredietcrisis leidde ertoe dat de koopkracht na 2009 vier jaar op rij daalde. Vanaf 2014 krabbelde de Nederlandse economie weer langzaam uit het dal. Wederom was overheidsingrijpen nodig om de boel uit het slop te halen. Werkenden en huishoudens met kinderen profiteerden daarvan het meest, stellen de onderzoekers.

Koopkracht is dankzij de coronasteun gestegen

Hoe het dan kan dat de koopkracht in coronajaar 2020 juist is gestegen met 2,2 procent? “Dat komt vooral door cao-loonafspraken die al voor de coronapandemie waren gemaakt, fiscale maatregelen en de financiële noodsteun van de overheid”, legt Peter Hein van Mulligen, hoofdeconoom bij het CBS, uit.

Door de noodsteun is het aantal bedrijven dat failliet is gegaan laag gebleven en is het baanverlies tijdens de coronacrisis – met uitzondering van het begin van de pandemie, waarin met name flexwerkers en jongeren hun baan kwijtraakten – ook meegevallen. Sterker nog, 70 procent van de mensen heeft op dit moment een betaalde baan. Dat aantal is nooit eerder zo hoog geweest.

En daardoor lijkt het er niet op dat de koopkracht van Nederlandse huishoudens nog een flinke klap krijgt, zegt Van Mulligen. Bovendien blijkt uit de nieuwste cijfers van AWVN, de belangrijkste arbeidsvoorwaardenadviseur voor werkgevers, dat de lonen weer omhooggaan, met gemiddeld 2,4 procent in september. Dat is het hoogste percentage sinds de corona-uitbraak.

Eerste crisis die de koopkracht niet remt

Daarmee is corona de eerste crisis die de groei van onze koopkracht niet lijkt te remmen. En de stijgende gasprijzen en de duurdere biertjes dan? Volgens de laatste ramingen van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) is die inflatie een tijdelijk fenomeen, de herstelpijn van corona.

Maar zeker weten economen het ook niet. Want zo’n atypische crisis als deze is lastig te duiden en niet te vergelijken met wat voor economische crisis dan ook, zegt de hoofdeconoom. Om de koopkracht te laten groeien is het belangrijk dat het economisch herstel door kan zetten. Daar kan de schaarste op de arbeidsmarkt wel een rem op zetten, want als bedrijven geen mensen kunnen vinden voor het werk, dan belemmert dat de productie, al lijkt ook dat van tijdelijke aard.

Verschillen tussen huishoudens zijn stabiel gebleven

In de studie staat nog iets opmerkelijks. Sinds het begin van de jaren negentig zijn de verschillen tussen huishoudens aan de boven- en onderkant zo goed als stabiel gebleven. Dat is interessant, omdat er sinds de corona-uitbraak juist wel signalen zijn dat de ongelijkheid tussen rijk en arm weer toeneemt, onder meer doordat huishoudens met een goed inkomen tijdens de lockdowns veel hebben gespaard. Zij kunnen nu eventuele prijsstijgingen goed opvangen. Terwijl huishoudens met een laag besteedbaar inkomen die spaarpot niet hebben en daardoor extra moeite hebben om de (tijdelijk) hogere kosten voor gas, elektriciteit en sommige boodschappen op te hoesten.

Uit de studie wordt duidelijk dat de overheid steeds harder moet werken om de inkomensverschillen niet groter te laten worden. De kloof tussen arm en rijk zit in Nederland overigens niet zozeer in de inkomens, als wel in bezit. Vooral een eigen woning – die zes op de tien huishoudens bezitten – is belangrijk. De waarde van de eigen woning stijgt namelijk snel. Volgens de meest recente cijfers, van begin 2019, had de rijkste 10 procent huishoudens in Nederland samen meer dan 1000 miljard euro aan vermogen. De onderste helft had niet of nauwelijks vermogen, of zelfs schulden.

Lees ook:

Waarom wordt alles opeens zo duur?

Voor benzine betalen we meer dan 2 euro per liter. Energie wordt rap duurder, om over de huizenprijzen nog maar te zwijgen. En ook in de supermarkten dreigt de inflatie nu toe te nemen. De oorzaken lopen uiteen, maar een overkoepelende coronafactor is er ook.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden