Risicorapportage financiële markten

CPB: Coronacrisis kan tot nieuwe bankencrisis leiden

De horeca wordt hard geraakt door de coronacrisis. Een vestiging van La Place in Nieuwegein is dicht.Beeld Maarten Hartman

Flexwerkers verliezen hun baan, kleine ondernemers hun zaak. Maar ook banken en de euro zijn niet per definitie coronabestendig, stelt het Centraal Planbureau. 

Als de coronacrisis nog een maand of drie duurt, zal een kwart van de kleine en middelgrote bedrijven, ondanks de financiële steun die ze nu van de overheid krijgen, bij de bank moeten aankloppen voor extra geld. De banken kunnen beduidend meer hebben dan in 2008, toen de financiële crisis uitbrak, maar onkwetsbaar zijn ze niet.

Dit concludeert het Centraal Planbureau in zijn Risicorapportage Financiële Markten, een rapport waarin het planbureau op verzoek van de Tweede Kamer beschrijft welke risico’s er zijn voor de stabiliteit van het financiële stelsel en voor de economie. Sinds 2012 maakt het planbureau jaarlijks zo’n rapport op, een soort algemene stresstest op financieel gebied.

Dat de coronacrisis een forse bedreiging vormt voor dat stelsel zal geen verbazing wekken. Dat vooral flexwerkers, zzp’ers en (kleine) ondernemers die crisis aan den lijve ondervinden ook niet. Maar bedreigingen zijn er op macroniveau. Beleggingsfondsen en verzekeraars zijn in de loop der jaren risicovoller gaan beleggen en lopen nu dus meer kans op zeperds. Pensioenfondsen dreigen pensioenen te moeten korten. Nederlanders hebben voor zo’n 200 miljard aan Franse, Spaanse en Italiaanse obligaties in handen. Die landen zijn hard getroffen door de coronacrisis.

Als het faillissementen gaat regenen

Er zijn meer risico’s. Banken kunnen in de problemen komen als het faillissementen gaat regenen en als bedrijven hun leningen niet meer kunnen terugbetalen; verzekeraars kunnen te maken krijgen met hoge claims; landen krijgen te maken met een sterk oplopende schuldenlast; zelfs de euro loopt gevaar. Bijvoorbeeld als Italië, dat kampt een grote en snel groeiende staatsschuld, er niet meer in zou slagen om leningen aan te trekken. Probleem daarbij is ook nog dat veel van die schuld uitstaat bij Italiaanse banken. Hoe groot het risico op een eurocrisis is, kan het Centraal Planbureau niet inschatten. De Europese kapitaalmarkt werkt tot nu toe overigens nog goed.

In Nederland is vooral het midden- en kleinbedrijf (mkb) in last. Een flink deel is niet stressbestendig. Een kwart van de bedrijven heeft geld nodig als de crisis in totaal zes maanden duurt. Dat geldt vooral voor bedrijven in sectoren als horeca, vervoer, handel, industrie, cultuur, sport en goederenverhuur.

Dat wil volgens het CPB niet zeggen dat al die bedrijven failliet gaan. Ze kunnen immers, als ze toekomstperspectief hebben, bij banken aankloppen. Doen ze dat massaal, dan zouden zij voor zes tot zeven miljard aan leningen moeten afsluiten. 

Als de Nederlandse overheid hen geen steun zou hebben verleend, zou dat bedrag overigens nog veel hoger zijn uitgevallen: meer dan dertig miljard. Dan zou bijna de helft van de mkb-bedrijven na een half jaar crisis extra geld nodig hebben gehad. Overigens hebben de banken tot half mei al bijna 500 miljoen aan leningen met een overheidsgarantie verstrekt aan het mkb. Ook zijn er sinds het begin van de crisis meer ‘gewone’ leningen verstrekt dan normaal.

Weinig zin om zwakke bedrijven lang te steunen

Het planbureau tekent aan dat de overheidssteun niet oneindig is en in sommige gevallen ook niet verstandig. Het heeft maatschappelijk gezien weinig zin om zwakke bedrijven lang te steunen. Het CPB ziet aankomen dat de overheid op termijn minder ruimhartig wordt. In dat geval zullen bedrijven vaker een beroep moeten doen op hun bank. Dan zal ook blijken of banken, die stressbestendiger zijn dan in 2008, ook bestand zijn tegen de gevolgen van de coronacrisis. Het CPB waarschuwt dat leningen die nu nog als veilig (inbaar) gelden als gevolg van de crisis in de categorie ‘risicovol’ kunnen gaan vallen. Dan hebben de banken er nog een probleem bij.

Mensen in loondienst hebben relatief (nog) weinig last van de crisis. Zelfstandigen en flexwerkers wel. Zij moeten, als ze minder of geen werk hebben, hun financiële buffers aanspreken. Veel zelfstandige ondernemers hebben die buffer niet: een kwart van hen heeft minder dan 3000 euro vrij opneembaar spaargeld.

Lees ook:

Het kabinet heeft al rekening gehouden met zwarte scenario’s voor de economie 

Het kabinet heeft al rekening gehouden met zwarte scenario’s voor de economie. De eerste cijfers over krimp zeggen nog weinig, volgens minister Wiebes.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden