Telecomgigant

Corruptie, fraude en ontvoeringen: om in Irak zaken te mogen doen, ging telecomgigant Ericsson heel ver

null Beeld Sjoerd van Leeuwen
Beeld Sjoerd van Leeuwen

Een gijzeling van een onderaannemer, mogelijke terrorismefinanciering en wijdverbreide corruptie: telecomgigant Ericsson, ook actief in Nederland, heeft heel wat uit te leggen over haar tijd in Irak.

Dirk Waterval

Zal zijn levenloze lichaam straks wegdrijven in de rivier waar hij naast zit? Affan vraagt het zich af. Eerder die dag kreeg de 25-jarige telecom-ingenieur onverwacht een kap over zijn hoofd toen hij langs een brug liep in de Iraakse stad Mosul. Hij werd in een Toyota-truck tussen twee mannen met AK-47’s gezet en naar de rand van een bos afgevoerd.

Daar zit hij nu, handen geboeid, tegenover een militant van Islamitische Staat (IS). Die zal hem vast een kogel door zijn hoofd schieten, denkt Affan.

Dat gebeurt niet. In plaats daarvan laat de man van IS zijn gijzelaar bellen met een senior-manager van Ericsson in Irak. Het Zweedse telecombedrijf is bijna over de hele wereld actief: in Nederland, maar ook in Irak draaien providers op de mobiele infrastructuur die het levert.

Niet dat Affan direct voor Ericsson werkt. Hij is teamleider bij een onderaannemer die een grote klus uitvoert voor de telecomgigant. Zo rijden zijn teams al maanden in bedrijfsauto’s door Mosul om 3G-internet van Ericsson te installeren.

Doodsbang bellen

Totdat die stad in juni 2014 wordt ingenomen door IS. En Affan een maand later, op deze maandag 14 juli, door militieleden wordt ontvoerd.

Het is niet duidelijk wat ze precies van hem willen. Wel dat het lot van de jonge techneut ineens in handen lijkt van de Zweedse telecomgigant. Gezeten naast de rivier en het bos toetst Affan doodsbang het nummer in van de manager bij Ericsson, spreekt wat inleidende woorden en geeft de telefoon dan aan de IS-commandant.

Aan de andere kant van de lijn zit de manager op dat moment met wat collega’s in een vergaderruimte, ergens in de eveneens noordelijke stad Sulaymaniyah. Zwijgend hoort hij aan hoe de IS-commandant tegen hem tekeergaat. Ericsson heeft helemaal geen permissie van IS voor zijn aanwezigheid in het gebied, krijgt hij te horen.

De werkzaamheden – het leveren en laten installeren van telecomapparatuur – kunnen alleen voortgezet worden als Ericsson bereid is ‘een grote som geld’ te betalen aan IS, zo herinnert Affan het gesprek nu. Betaalt het bedrijf niet en vertrekt het ook niet, dan zal IS overgaan tot het opblazen van kantoorgebouwen.

Hoe het afloopt met die betaling? Dat blijft onduidelijk, ook voor Affan. Die krijgt sowieso helemaal niets meer te horen van Ericsson, zegt hij. Ook niet als IS in de dagen daarna steeds van hem wil weten of dat geld nog een keer komt.

Vooral geen marktaandeel inleveren

Wél is duidelijk dat Ericsson na het dreigement van de IS-commandant gewoon kon blijven in Irak. En dat Affans ervaringen met het bedrijf, dat er alles aan deed om maar geen marktaandeel te hoeven inleveren in de regio, niet op zichzelf stonden.

Affans verhaal over zijn gijzeling wordt in grote lijnen bevestigd door een intern onderzoek van Ericsson zelf uit 2019, dat is gelekt naar het Internationaal Consortium van Onderzoeksjournalisten (ICIJ). Het is een gedetailleerd rapport dat verhaalt over de periode tussen 2011 en 2019 in Irak. In samenwerking met een advocatenkantoor uit New York spraken Ericsson-onderzoekers daarvoor met tal van eigen personeelsleden en onderaannemers.

Aanleiding voor de top om zo’n onderzoek in te stellen waren onverklaarbare reisdeclaraties van een klantmanager in het land. Die persoon bleek inderdaad te frauderen met reiskosten, en had daarboven nog dealtjes lopen met leveranciers van Ericsson die hem minstens 308.000 dollar hadden opgeleverd.

Maar bij het onderzoeken van deze fraude stuitte het onderzoeksteam op nog veel meer onoorbaarheden, zodat het besloot wat dieper te graven. Uiteindelijk nam het team zoveel computers en telefoons van personeel in beslag dat het beschikte over 22,5 miljoen mails en documenten.

null Beeld Sjoerd van Leeuwen
Beeld Sjoerd van Leeuwen

Zakenreis

De lijst met bevindingen is lang, en gaat van het schenden van boekhoudregels tot mogelijke omkoping van politici. Ericsson betaalde bijvoorbeeld voor een zakenreis van een groep ambtenaren van het Iraakse ministerie van defensie, waarmee het eind 2014 onderhandelde over een nieuw contract.

De tien ambtenaren kregen ook cadeaus, entertainment en een flinke som zakgeld mee. Kosten: zo’n 100.000 dollar. Tijdens die reis wist Ericsson wel de opdracht binnen te halen. Verder bleken Iraakse werknemers van Ericsson geregeld goedbetaalde opdrachten weg te geven aan bedrijven van hun directe familieleden, die zich zo konden verrijken.

En bij het verrijken leek het personeel zichzelf ook niet te vergeten. Tussen 2014 en 2017 wisten medewerkers, waaronder enkele managers, stiekem geld af te romen bij de verkoop van oude apparatuur. Door dat buiten de boeken te houden konden ze zichzelf voor minstens 188.000 dollar belonen met cadeaus, hotelovernachtingen en andere uitgaven.

Misschien nog het meest pregnant was dat het telecombedrijf in 2016 en 2017 regelmatig een vervoersbedrijf inschakelde dat bewust door gebieden reed waar IS actief was. Dat deed die vervoerder, Cargo Iraq, om telecommasten sneller te kunnen afleveren. Voor deze ‘snelweg’, zoals de route officieus heette, betaalde Ericsson veel meer geld dan voor de gewone route.

Doorgang afkopen

De onderzoekers van het interne rapport ‘kunnen niet uitsluiten’ dat dit extra geld in de zakken van militanten in IS-gebied belandde om doorgang af te kopen. Als dat met medeweten gebeurde van Ericsson-medewerkers zou dat neerkomen op terrorisme-financiering.

Erwin van Veen, Midden-Oosten-specialist bij instituut Clingendael, zou er niet van opkijken. Sterker, volgens hem was het praktisch onmogelijk om in IS-gebied te opereren zonder betalingen aan de terreurgroep te doen.

“Je kon niet om IS heen. Op het moment dat ze een gebied in handen kregen werd er belasting geheven en moest je als bedrijf over de brug komen.”

De top van Ericsson heeft de bevindingen uit het rapport altijd geheimgehouden. Tot ze er enkele weken geleden vragen over kreeg van journalisten. Topman Börje Ekholm en zijn medebestuursleden wachtten de krantenartikelen niet af, maar lieten op dinsdag 15 februari meteen een persbericht de deur uit doen, bedoeld om aandeelhouders in te lichten.

Daarin houdt Ericsson de mogelijkheid open dat er inderdaad geld bij IS is terechtgekomen. Direct volgde een duikvlucht op de beurs, in twee dagen verdampte twintig procent van de totale beurswaarde.

Hoge boetes en schikkingen

Beleggers voelen de bui al hangen. Dit is namelijk niet de eerste keer dat Ericsson tegen de lamp loopt met corruptieschandalen. En dat kan hoge boetes en schikkingen opleveren, zoals die van ruim 1 miljard dollar met Amerikaanse autoriteiten in 2019 voor corruptie in onder meer China en Indonesië.

Nu blijkt dus dat er ook in Irak het nodige mis was. De recente geschiedenis van Ericsson in dat land begint in 2003, als het regime van Saddam Hoessein is gevallen en het telefoonnetwerk dringend vervangen moet worden.

Zo’n kans vraagt om snel handelen in de wereldwijde telecomsector. Die kent immers maar enkele hoofdrolspelers, naast Ericsson zijn dat het Chinese Huawei en het Finse Nokia. In veel delen van de wereld zijn brokken marktaandeel wel zo’n beetje verdeeld.

Grofweg bestieren Ericsson en Nokia de westerse landen, terwijl Huawei vooral in China actief is. Dus als er een nieuw land op de markt komt, moet je als telecombedrijf contracten binnenslepen voor de concurrent dat doet.

Dat lukt. De Zweden leveren uiteindelijk technologie aan drie lokale providers: Zain, Asiacell en Korek Telecom. Ook voor installatie en onderhoud kunnen die providers bij Ericsson terecht, die dit soort klussen dan weer uitbesteedt aan onderaannemers. Zoals het bedrijf waar Affan voor werkt.

Die keiharde concurrentie tussen de telecom-grootmachten verklaart misschien ook waarom Ericsson alles op alles zette om dominant te blijven in Irak, zelfs als militanten van IS, eind 2013, steeds meer grip krijgen op Irak.

Waarom bedrijven zo graag schikken

“Bedrijven willen in gevallen van vermeende corruptie niets liever dan schikken met justitie, en graag ook zo snel mogelijk”, zegt juriste Friederycke Haijer. Ze werkt als onderzoeker aan de Universiteit Utrecht en is specialist in bedrijfsfraude, maar ook in de justitiële vervolging daarvan in zowel Nederland als de Verenigde Staten.

Snelle afhandeling haalt onzekerheid weg bij beleggers, en een schikking is vaak makkelijk te betalen voor zulke multinationals. “Het grootste gevaar voor hen is een dalende beurskoers als hen een strafzaak boven het hoofd hangt.”

Ericsson is heel belangrijk voor Europa en de VS bij het implementeren van het snelle 5G-internet. Volgens Haijer kan die afhankelijkheid soms ook meespelen in de vraag of autoriteiten willen schikken met een bedrijf dat zich misdraagt, of dat ze het bedrijf echt gaan vervolgen.

Naar die afhankelijkheid van strategisch belangrijke bedrijven is wel onderzoek gedaan, zegt Haijer. “Daaruit bleek dat terughoudendheid met vervolgen bijvoorbeeld kan spelen bij grote farmabedrijven: ga je die kapotprocederen als je, bijvoorbeeld tijdens corona, totaal van ze afhankelijk bent voor vaccins?”

Executies

Op 10 juni 2014 valt de noordelijke stad Mosul. Twee dagen later claimt IS de executie van 1700 ongewapende Irakese soldaten in de relatief nabijgelegen stad Tikrit. Het geldt als een van de grootste terroristische bloedbaden ooit.

Nog geen week later vraagt het plaatselijke hoofd juridische zaken, Tom Nygren, dringend om het afroepen van ‘force majeure’ in Irak. Een soort juridisch beroep op overmacht, waardoor Ericsson zich kan onttrekken aan contractuele verplichtingen met providers als Asiacell. Maar de lokale top van Ericsson wil daar niets van weten. Force majeure zou ‘prematuur’ zijn en ‘de business vernietigen’, zo zouden twee verantwoordelijke managers volgens het rapport gezegd hebben.

Op dat moment zijn er al twee afzonderlijke incidenten geweest waarin twee van Affans collega’s zijn ontvoerd. Door de bedrijfsauto’s vallen ze nogal op in de straten, en door hun telecom-gereedschap lijkt IS te vermoeden dat de medewerkers spioneren voor buitenlandse autoriteiten.

Maar telkens als Affan voorstelt om het werk neer te leggen, krijgt hij van zowel zijn eigen werkgever als Ericsson te horen dat hij gewoon door moet zetten. Dat de klus anders naar een concurrent gaat die wél de straten op durft. Dat hij en zijn team dan hun banen en dus hun inkomen zouden verliezen.

Een kleine maand later wordt Affan zelf in een truck geduwd en naar het afgelegen bos met de rivier gereden. Daar zal hij nog een week verblijven, waarna hij terug mag naar zijn familie. Wel staat hij vanaf dat moment nog een paar weken onder huisarrest.

In die periode belt de IS-commandant hem thuis elke dag op. Elke dag opnieuw vraagt hij aan Affan of er al een deal ophanden is met Ericsson. Dat, zo zegt Affan hem elke dag opnieuw, weet de jonge ingenieur gewoonweg niet. Hoe vaak de getraumatiseerde onderaannemer er ook achter probeert te komen voor zijn gijzelnemers, Ericsson neemt sinds zijn gijzeling de telefoon niet meer op.

Verantwoording

Dit artikel kwam tot stand op basis van een intern rapport over corruptie door Ericsson in Irak, dat is gelekt naar het Internationaal Consortium van Onderzoeksjournalisten (ICIJ). In Nederland zijn daar Trouw, het Financieele Dagblad en onderzoeksplatform Investico bij aangesloten.

Affan, die uit veiligheidsredenen alleen met zijn voornaam in de krant wilde, is voor dit verhaal meerdere malen geïnterviewd door ICIJ-partner NDR uit Duitsland. Zijn volledige naam is bekend bij de hoofdredactie. Dat hij werd gegijzeld, de aanloop daarnaartoe en delen van het telefoongesprek tussen de IS-commandant en Ericsson op 14 juli 2014 worden bevestigd door het interne rapport.

Ericsson gaat niet in op specifieke vragen van journalisten, ook niet over de ervaringen van Affan. In grote lijnen bevestigt het bedrijf de bevindingen uit het interne rapport over corruptie in Irak wel.

Zo ook dat er spullen vervoerd zijn door gebieden die deels door IS gecontroleerd werden. Ericsson heeft veel tijd en geld gestoken in het achterhalen van wat hier precies is gebeurd, zo staat in een verklaring. Daaruit is niet gebleken dat Ericsson-medewerkers direct bij de betalingen betrokken waren, of dat zeker is dat het geld in IS-handen is gekomen. Sommige medewerkers zouden naar aanleiding van het rapport ontslagen zijn, en de contracten met enkele onderaannemers en tussenpersonen zouden zijn opgezegd.

Lees ook:

Ericsson wil met 5G laten zien dat het een concurrent kan zijn van Huawei

5G-leverancier Ericsson zit al een eeuw in Nederland en opent een 5G-hub op de High Tech Campus in Eindhoven. Europa moet investeren in mobiel internet om niet achterop te raken, vindt het bedrijf.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden