Coronacrisis

Coronavirus raakt Cambodjaanse en Vietnamese fabrieken keihard

Werknemers van de Thanh Cong textielfabriek in Ho Chi Minh city, Vietnam. Foto is genomen in juli 2019. Beeld REUTERS, Yen Duong

De kledingindustrie in Cambodja en Vietnam krijgt harde klappen te verduren. Doordat grondstoffen uit China niet komen, ligt het werk op veel plekken stil.

Het is lunchtijd, maar bij het eet­tentje van Dem Saren zijn alle stoelen nog vrij. Lege borden, plastic bekers, potjes met pittige pepers en een grote kom soep wachten er op klanten. Deze stilte is abnormaal, vertelt Dem, terwijl ze een paar glazen wegzet. “Ik heb nog niet de helft van het aantal klanten dat normaal gesproken komt lunchen.”

Dit eenvoudige eettentje – feitelijk niet meer dan twee tafels en acht stoelen – draait grotendeels op de textielarbeiders die in de buitenwijk van Phnom Penh wonen en werken. De zaken gaan slecht, omdat fabrieken in de buurt zo’n groot tekort aan grondstoffen hebben dat ze de productie flink hebben ingeperkt. Een groot aantal arbeiders is naar huis ­gestuurd.

Textiel en elektronica

De fabrieken zijn voor hun grondstoffen grotendeels afhankelijk van China. Omdat daar als gevolg van het coronavirus veel fabrieken stil liggen of gebrek aan mankracht hebben, loopt de productieketen vast en ontstaan elders tekorten. Honderden textiel- en elektronicafabrieken in onder meer Cambodja, Myanmar en Vietnam moeten daarom de productie grotendeels en soms helemaal stilleggen.

Vooral Vietnam wordt hard geraakt. Het land was de afgelopen jaren populair bij bedrijven die, vanwege het handelsconflict tussen ­China en de Verenigde Staten, hun productie wilden verplaatsen om ­hoge importtarieven te ontwijken. Voor hun grondstoffen zijn ze echter nog grotendeels aangewezen op ­China. Sommige ­bestandsdelen zijn nergens anders in te kopen.

Hoewel de exacte impact nog moet blijken, meldt onderzoeks­bureau IHS Markit dat Vietnamese fabrieken in februari de sterkste ­productiedaling in ruim zes jaar doormaakten. De onderzoekers ­zeggen ook dat de werkgelegenheid in het Aziatische land terugloopt en dat het aantal orders flink is ­gedaald. Volgens Vietnamese staatsmedia komt de economische groei dit jaar mogelijk niet boven 6 procent uit, terwijl het bruto nationaal product vorig jaar nog 7 procent groeide.

In Cambodja, waar kleding- en schoenfabrieken zo’n 60 procent van hun grondstoffen uit China halen, gaat het niet veel beter. Zeker twintig van deze fabrieken hebben hun productie reeds deels of geheel gestaakt. Dat aantal kan volgens het Cambodjaanse ministerie van arbeid in de komende weken oplopen tot tweehonderd. Daarmee staan 160.000 banen op het spel. Met ­grofweg 750.000 banen is de textielindustrie de grootste werkgever van Cambodja.

Weggestuurd

Aan de rand van Phnom Penh keert Cheng Sokha terug van haar lunch. Zij werkt als naaister bij Eastex ­Garment, een grote fabriek waar ­onder meer kleding voor H&M en Hema wordt geproduceerd. Honderden van haar collega’s zijn de afge­lopen weken met verlof gestuurd. Van veel anderen is een tijdelijk contract niet verlengd. “De meerderheid van de mensen in mijn sectie is momenteel afwezig”, vertelt Cheng. “De ­fabrieksmanagers zeggen dat er te weinig grondstoffen zijn om op de gebruikelijke manier door te gaan.”

Ook Myanmar, waar de kledingindustrie in de afgelopen jaren hard is gegroeid, wordt getroffen. Lokale ­media berichten dat fabrieken geen toegang hebben tot hun grondstoffen.

En volgens Thu Rein Aung, de voorzitter van arbeidsrechtenorga­nisatie Action Labor Rights, leggen meer dan vijftig Myanmarese fabrieken de productie tijdelijk of voorgoed stil. Hij schat dat bijna 20.000 werknemers daarvan de dupe zullen zijn. “Het zal voor hen moeilijk worden om elders werk te vinden”, ­voorspelt Rein Aung.

Zoeken naar alternatieven

De overheden worstelen met de aanpak van het probleem. De Cambodjaanse premier Hun Sen belooft belastingverlagingen als fabrieken door het coronavirus in de problemen ­komen. Hij zegt daarnaast China te hebben gevraagd om grondstoffen zo snel mogelijk in te vliegen. Dit transport gaat gewoonlijk per schip, maar het kan nog weken duren voor Chinese schepen de Cambodjaanse havens bereiken.

In Vietnam heeft de minister van handel zijn medewerkers de ­opdracht gegeven om uit te zoeken welke alternatieven er zijn voor Chinese grondstoffen. In het land staan behalve textielfabrikanten ook de makers van elektronica onder grote druk. Met dank aan bedrijven als Samsung en LG is het land in de af­gelopen jaren een steeds grotere ­speler geworden voor de productie van onder meer smartphones. Ook zij zijn deels aangewezen op materialen uit China.

Voor mensen als Dem Saren is het te hopen dat de problemen spoedig zullen worden opgelost. “Ik verdien meestal ongeveer vijftig Amerikaanse dollar per dag”, vertelt de restauranthoudster, terwijl ze een paar borden schoonmaakt. “Dat is nu ­gedaald tot 20 à 25 dollar. En dat is niet eens genoeg om de huur te be­talen.”

Lees  ook:

Corona-epidemie kan de Chinese economie hard raken, en dat gaan wij ook merken.

Jacques Swalen zou zijn rubberfabriek in Suzhou bij Shanghai dolgraag weer opstarten, maar het wil nog niet lukken. De Nederlander heeft zijn handen vol aan werknemers die nog altijd niet inzetbaar zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden