Myanmar

Blijven of vertrekken? De coup in Myanmar stelt kledingmerken voor groot dilemma

Textielwerkers in een fabriek in Yangon, Myanmar, nog voor de coronacrisis en de coup.  Beeld Hollandse Hoogte / EPA
Textielwerkers in een fabriek in Yangon, Myanmar, nog voor de coronacrisis en de coup.Beeld Hollandse Hoogte / EPA

Kunnen Westerse kledingmerken wel nieuwe orders plaatsen nu de militairen in Myanmar weer de baas zijn? ‘Het zal moeilijk zijn om transacties met het regime te vermijden’, aldus Alexander Kohnstamm van de Fair Wear Foundation.

Myanmar heeft de afgelopen tien jaar vele textielproducenten aangetrokken, uit China, Japan en Zuid-Korea bijvoorbeeld. Nadat de militaire junta in 2011 terugtrad, werd het lagelonenland overspoeld door buitenlandse investeerders. Binnen drie jaar tijd verdubbelden de inkomsten uit de kledingindustrie tot 1,5 miljard dollar en die groei hield aan. Veel internationale merken laten kleding in Myanmar maken. H&M heeft er bijvoorbeeld tientallen toeleveranciers.

Sinds de militaire coup van februari zeggen bedrijven veelal dat ze de situatie nauwlettend in de gaten houden. Maar ondertussen komt een besluit dichterbij. Blijven we in Myanmar, en kunnen we druk uitoefenen op het regime, of vertrekken we, omdat we geen kleding uit een dictatuur willen verkopen?

“Het is een dilemma”, zegt Alexander Kohnstamm (51). Als directeur van de organisatie Fair Wear Foundation (FWF) werkt hij met 127 internationale kledingmerken aan betere arbeidsomstandigheden in de textielketen. Zo ook in Myanmar. Kohnstamm bezocht het land vlak voordat corona losbarstte. Samen met Suitsupply heeft FWF daar bijvoorbeeld een vakbond in een Japanse fabriek opgezet. Vorig jaar vertrok dit Nederlandse merk uit Myanmar vanwege de coronacrisis.

Hoe reageerden de kledingmerken die bij FWF zijn aangesloten op de coup?

Kohnstamm: “Vanaf dag één waren er zorgen en allerlei vragen. Wat gebeurt er met de textielwerkers die betrokken zijn bij de protesten tegen de militaire onderdrukking? Wat als het transport stilvalt, of het internet ontoegankelijk wordt en betalingen onmogelijk zijn?

“Al snel hebben we richtlijnen opgesteld. Onze leden moesten er al voor zorgen dat ze geen economische banden hebben met bedrijven die aan het leger zijn gelinkt. Daar kwam bij dat ze flexibel omspringen met de levertijden en geen korting afdwingen als de bestelling te laat komt. Ook moeten ze doen wat ze kunnen om te voorkomen dat werknemers die lid zijn van de vakbond een mikpunt worden.”

null Beeld Sander Soewargana
Beeld Sander Soewargana

Hoe gaat het met jullie partners?

“Helaas zijn vakbondsleiders met wie we samenwerken in de problemen geraakt. Er circuleert een lijst van vakbonden en mensenrechtenorganisaties die het regime als illegaal beschouwen, omdat ze zich uitspreken voor het recht om te demonsteren. Het is schrijnend om te zien hoeveel stappen we terug doen in vakbondsvrijheid.”

Wat gebeurt er met kledingarbeiders die meedoen aan protesten?

“Sommige fabriekseigenaren accepteren dat niet. Die registreren hen als ‘absent zonder reden’ en na drie keer kan een arbeidscontract worden beëindigd. We hebben er met de vakbonden op aangedrongen om deze werknemers onbetaald verlof te verlenen en niet te ontslaan. Verschillende internationale kledingmerken hebben hun invloed gebruikt om dit bij fabrieken tot stand te brengen. Wij weten niet precies hoe dat overal op de werkvloer uitpakt.

“Een gruwelijk incident deed zich voor in een Chinese schoenenfabriek. Arbeiders kwamen hun onbetaalde loon opeisen, waarna de fabrieksmanager de politie belde. Een agent schoot een arbeidster in haar gezicht. Het leger arresteerde zeventig werknemers. Toen andere kledingarbeiders zich verzamelden en hun vrijlating eisten, schoot de politie om zich heen en vielen er nog vijf doden. Bij die fabriek produceerden geen Fair Wear-leden, maar het nieuws heeft er bij ons enorm ingehakt.”

Komt er nog altijd kleding vanuit Myanmar deze kant op?

“Ja, veel fabrieken draaien nog. Vorige week hadden we weer overleg met onze leden die in Myanmar actief zijn. De bezetting in de fabrieken die nog produceren schommelt tussen 70 en 90 procent. Veel werknemers zijn vanwege de veiligheid teruggegaan naar het dorp waar ze vandaan komen.

“Het is vooral de vraag of de merken nieuwe orders gaan plaatsen. Myanmar heeft geen eigen spinnerijen, dus alle stoffen komen van buiten. Het is moeilijk om die nu het land binnen te krijgen. Door een lage bezetting bij de douane zijn er vertragingen ontstaan, net als bij het transport naar de fabriek toe. Verzekeringen willen het financiële risico niet dekken. Hoe graag merken ook willen blijven produceren in Myanmar, het wordt steeds lastiger.”

Alexander Kohnstamm, directeur van Fair Wear Foundation, een organisatie die zich bezighoudt met arbeidsrechten in de textielindustrie. Beeld Fair Wear Foundation
Alexander Kohnstamm, directeur van Fair Wear Foundation, een organisatie die zich bezighoudt met arbeidsrechten in de textielindustrie.Beeld Fair Wear Foundation

Als de coup eenmaal een voldongen feit is, welke opties hebben bedrijven dan?

“De afweging is: worden we onderdeel van de oplossing of van het probleem? Merken willen Myanmar de rug niet toekeren. Het land is zakelijk interessant en de kledingsector helpt vooral vrouwen uit arme families aan werk. Essentieel is dat een bedrijf geen indirecte banden heeft met het leger. Maar het zal moeilijk zijn om transacties met het regime te vermijden.”

Kunnen bedrijven het maken om daar kleding te blijven produceren als het regime zijn greep op het land houdt?

“De eerste reactie is misschien: nee, natuurlijk niet. Aan de andere kant, sommige westerse bedrijven hebben eraan bijgedragen dat de mensenrechten in Myanmar beter werden nageleefd. Voor de werknemers is een eigen inkomen een basis voor zelfstandigheid en zeggenschap. Terugtrekken kan betekenen dat alle vooruitgang teniet wordt gedaan. Ik moet er niet aan denken dat we teruggaan naar de jaren van onderdrukking en afsluiting onder de militaire junta. Voor het land zou dat catastrofaal zijn.”

Pensioenfondsen proberen hun invloed aan te wenden

Niet alleen bedrijven, ook pensioenfondsen hebben te maken met de coup in Myanmar. Zo belegt ABP, het grootste Nederlandse pensioenfonds, in multinationals die in Myanmar actief zijn en mogelijk zakelijke of financiële relaties hebben met de militairen. ABP heeft laten weten dat het hierover in gesprek was met deze bedrijven, al voor de coup. Bij de Zuid-Koreaanse staalproducent Posco C&C heeft dat effect gehad. Posco staakt de samenwerking met het door militairen gecontroleerde Myanmar Economic Holdings Limited. ABP belegt in het moederbedrijf van Posco en had hierop aangedrongen bij het management.

Lees ook:

VN: voedseltekort dreigt in Myanmar als gevolg van militaire coup

Bijna 3,4 miljoen inwoners van Myanmar gaan naar verwachting in de komende maanden te maken krijgen met voedseltekorten als gevolg van de militaire coup in het land. Dat melden de Verenigde Naties.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden