Dichter bij huis

Bedrijven herontdekken de opbergkast, want een beetje voorraad blijkt best handig

Bruynzeel-kasten in de bibliotheek van de University of West London. Beeld Bruynzeel
Bruynzeel-kasten in de bibliotheek van de University of West London.Beeld Bruynzeel

Nee verkopen, zoals tijdens de coronapandemie, daar houden bedrijven niet van. Daarom proberen ze minder afhankelijk te worden van China en houden ze grotere voorraden aan.

Koos Schwartz

Laat je spullen maken in China en houd je voorraden zo klein mogelijk. Jarenlang was dat de praktijk bij veel bedrijven en instellingen. Maar dat lijkt te veranderen. Er zijn bedrijven die meer onderdelen en artikelen op voorraad willen hebben, en die opteren voor productie dichter bij huis – zonder China en Azië overigens helemaal gedag te zeggen.

De trend zette eind 2020 in en had veel te maken met de coronapandemie en de lockdowns. Het internationale goederenvervoer raakte in de war, containers lagen op plekken waar ze niet nodig waren, de transportkosten stegen, en bedrijven en instellingen zagen met lede ogen dat bestelde spullen later aankwamen dan ze hadden gehoopt.

Niet zo vreemd dat ziekenhuizen besloten om voorraden mondkapjes, protheses, handschoenen en antibiotica aan te leggen, en dat farmaceuten als Janssen en Pfizer meer vaccins en grondstoffen voor hun medicijnen in Europa wilden opslaan.

Op naar Panningen

Ziekenhuizen als het AMC in Amsterdam en diverse medicijnenfabrikanten klopten daarom aan in het Noord-Limburgse Panningen, thuisbasis van Bruynzeel Storage Systems. Bruynzeel maakt mobiele opslagsystemen en stellingen en rekken om artikelen in op te slaan.

Zij waren niet de enige, zegt Bruynzeel-directeur Alexander Collot d’Escury. Het Franse Lisi Aerospace, fabrikant van vliegtuigonderdelen, meldde zich, evenals het cosmeticaconcern L’Oréal, omdat het extra onderdelen voor machines wilde opbergen. De Franse luxegoederenproducent Louis Vuitton Moët Hennessy wilde meer dopjes, labels en kurken opslaan. Intel zocht in Maleisië ruimte om elektronische componenten op te bergen, BMW in Duitsland om auto-onderdelen te stallen. En Nespresso wilde in zijn winkels meer koffiecupjes op voorraad hebben.

Drukke tijden voor Bruynzeel Storage, dat zich lange tijd vooral richtte op opslagsystemen voor musea, archieven en bibliotheken, maar zich de laatste jaren ook richt op bedrijven. Een deel van de omzetgroei van vorig jaar – van 57 naar 70 miljoen euro – kwam daarvandaan. Collot d’Escury verwacht meer groei: 100 miljoen in 2026 moet erin zitten, denkt hij.

Bruynzeel Storage richtte zich lange tijd vooral op opslagsystemen voor archieven, bibliotheken en musea, zoals hier in een depot voor schilderijen. Beeld Bruynzeel
Bruynzeel Storage richtte zich lange tijd vooral op opslagsystemen voor archieven, bibliotheken en musea, zoals hier in een depot voor schilderijen.Beeld Bruynzeel

Dicht bij huis produceren blijft

Want de trend om grotere voorraden aan te houden en spullen dichter bij huis te laten produceren zal aanhouden, denkt de Bruynzeel-topman. De pandemie heeft geleerd dat het niet goed is om zo afhankelijk te zijn van China. Eerder leerde de handelsoorlog tussen de VS en China dat ook al. Het vastlopen van het containerschip Ever Given in het Suezkanaal in maart vorig jaar bevestigde die les. En nu is er de oorlog tussen Rusland en Oekraïne die de import van grondstoffen en sommige producten bemoeilijkt.

Bruynzeel Storage heeft zelf al zijn consequenties getrokken, vertelt Collot d’Escury. Een deel van de tandwielen die nodig zijn voor mobiele stellingen komen nu uit Italië, een deel van de moeren en bouten uit Tsjechië, een deel van de rails uit Duitsland. “Azië is prima, maar ik wil er wat naast hebben.”

“Bedrijven en instellingen denken vaak dat ze een extra gebouw nodig hebben als ze grotere voorraden willen aanhouden”, stelt Collot d’Escury. “Maar bouwen is duur, gebouwen stoten veel CO2 uit, bouwvakkers zijn moeilijk te vinden, en voor de bouw van een opslagplaats is een vergunning nodig. Dat kost tijd. Het beter benutten van bestaande opslagruimte is vaak een betere optie: goedkoper, sneller, efficiënter en milieuvriendelijker.”

Dat is wel duurder, toch?

Maar betekent dat niet dat alles duurder wordt? Weinig voorraden aanhouden en veel in China laten maken: daar kozen bedrijven toch voor omdat dat lekker goedkoop was? “Ja”, zegt Collot d’Escury, “onze Italiaanse tandwielen zijn wat duurder dan de Chinese. In China is arbeid goedkoper, maar ook daar stijgen de lonen. De verschillen met Europa worden kleiner.”

Voor bedrijven speelt ook nog iets anders mee, zegt hij. Op productie dichterbij hebben ze meer zicht. Want hoe zit het in Azië met de arbeidsomstandigheden? Met de uitstoot van vervuilende stoffen? En dan is er de leveringszekerheid, benadrukt Collot d’Escury nog een keer. Wie meerdere leveranciers heeft en goed in zijn voorraden zit, hoeft niet gauw nee te verkopen aan zijn klanten. En nee verkopen, dat is pas echt echt duur.

Bruynzeel-directeur Alexander Collot: ‘Het beter benutten van bestaande opslagruimte is vaak goedkoper, sneller, efficiënter en milieuvriendelijker’. Beeld Bruynzeel
Bruynzeel-directeur Alexander Collot: ‘Het beter benutten van bestaande opslagruimte is vaak goedkoper, sneller, efficiënter en milieuvriendelijker’.Beeld Bruynzeel

Bruynzeel Storage Systems

Bruynzeel Storage Systems was ooit onderdeel van het Bruynzeel dat keukens, vloeren en potloden maakt, maar is dat sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw niet meer. Jarenlang was Bruynzeel Storage eigendom van de Scandinavische investeerder Altor Equity. Vorig jaar kwam het grotendeels in handen van het Nederlandse investeringsfonds Gilde.

Bruynzeel zetelt in Panningen, nabij Venlo. Er werken zo’n 200 mensen vast en zo’n 200 flexibel voor het bedrijf dat vorig jaar een omzet had van 70 miljoen euro. Met kleine opdrachten die Bruynzeel uitvoert is 5000 à 10.000 euro gemoeid, met grote opdrachten tot 3 miljoen euro. Het bedrijf haalt het leeuwendeel van zijn omzet in het buitenland. Bruynzeel leverde onder meer opslagsystemen voor het Louvre in Parijs en het nieuwe Depot Boijmans van Beuningen in Rotterdam. Directeur Collot d’Escury was eerder onder meer bestuursvoorzitter van tapijtfabrikant Desso.

Lees ook:

Problemen met zeecontainers lijken voorlopig nog niet voorbij

Containerschaarste is één van de redenen waarom alles zo duur is tegenwoordig. En die schaarste is voorlopig niet ineens weg.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden