Misstanden

Afspraken tussen bedrijven zijn mooi, maar ze helpen niets tegen uitbuiting, geweld en landroof

Een textielfabriek in Bangladesh. Nederlandse textielbedrijven die meedoen aan het textielconvenant proberen structureel onderzoek te doen naar mensenrechtenschendingen, en die aan te pakken. Maar over de hele linie leveren zulke convenanten weinig op, blijkt uit een evaluatie. Beeld AFP

Nederlands beleid om via convenanten misstanden in wereldwijde productieketens aan te pakken, heeft niet gewerkt.

Gevaarlijke naai-ateliers, onderbetaalde theeplukkers, moderne slaven in de visserij, kinderarbeid in de cacao-industrie, landroof door palmolieproducenten - Nederlandse bedrijven hebben via hun productieketens met tal van mensenrechtenschendingen te maken. Zeven jaar geleden kwam de Nederlandse overheid met het plan om die problemen aan te pakken via convenanten. Naar nu blijkt, werken die niet.

Bedrijven konden per sector samenwerken en kregen daarbij hulp van maatschappelijke organisaties, vakbonden en de overheid. De problemen zijn te groot om individueel op te lossen, was het idee. “Maar over het algemeen hebben we geen afname van negatieve effecten in wereldwijde waardeketens als gevolg van de convenanten waargenomen”, schrijft het Koninklijk Instituut voor de Tropen (Kit) in de officiële beleidsevaluatie.

De vrijwillige samenwerkingsverbanden hebben nauwelijks effect gehad, aldus het Kit. Daarmee zijn de convenanten voor bedrijven en mensenrechten mislukt. De evaluatie is gedaan op verzoek van minister Sigrid Kaag van buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking. Nu ligt de vraag voor of er wetgeving moet komen om bedrijven te dwingen zich harder in te spannen. De Sociaal-Economische Raad, die veel convenanten begeleidt, gaat de minister adviseren.

Een mijnwerker in Congo staat op de bodem van een diepe goudmijn in de provincie Ituri. Beeld AFP

Textielbedrijven hebben wel hun productielocaties bekendgemaakt

Het beleid richt zich op veertien sectoren met een hoog risico op misstanden. Dat zijn de sectoren steenkool, kleding en textiel, goud, voedingsmiddelen, verzekeringen, pensioenfondsen, metaal, sierteelt, natuursteen, bosbeheer, olie en gas, elektronica, chemie en de bancaire sector. Van de 31.000 middelgrote en grote Nederlandse bedrijven in deze risicosectoren is slechts 1,6 procent formeel aangesloten bij een convenant.

Alleen de convenanten voor textiel en voor banken hebben wezenlijke vooruitgang geboekt, schrijft het Kit. Deelnemers hebben beleid opgesteld waarmee ze mensenrechtenschendingen in kaart brengen, en vervolgens een eerste stap gezet. Textielbedrijven hebben bijvoorbeeld hun productielocaties bekend gemaakt.

Het goudconvenant schiet weinig op en diverse bedrijven voldoen niet aan de eisen. Een zestal convenanten is er pas in 2018 en 2019 gekomen en staat nog aan het begin. In drie risicosectoren is er helemaal geen convenant, namelijk olie en gas, chemie en elektronica. In deze sectoren hebben de onderzoekers geen vooruitgang in het mensenrechtenbeleid ontdekt.

Bedrijven willen of kunnen niet samenwerken

Al sinds 2011 zijn bedrijven volgens richtlijnen van de Verenigde Naties medeverantwoordelijk voor mensenrechtenschendingen in hun productieketen. Ze moeten structureel onderzoek doen naar de negatieve gevolgen van hun activiteiten. Verder moeten slachtoffers kunnen aankloppen bij bedrijven voor herstel en compensatie. Alleen het textielconvenant heeft nu zo’n klachtenmechanisme.

Samenwerking kent praktische bezwaren, merkt het Kit op. Bedrijven willen of kunnen geen informatie uitwisselen met concurrenten. Uit commerciële belangen, of omdat klanten recht hebben op vertrouwelijkheid, of omdat de wet dat niet toestaat. Positief aan de convenanten is volgens het Kit dat ze bedrijven bewust maken van de problemen. Ook stimuleren ze overleg tussen bedrijven en ngo’s en vakbonden, die voor zwakkere groepen opkomen.

Een vrouw plukt thee in Kenia. Bij dit werk is het loon vaak te weinig om fatsoenlijk van te leven.Beeld REUTERS

Oxfam Novib pleit voor een wet die bedrijven verplicht om IMVO-beleid uit te voeren, wat staat voor internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen. “Op papier boeken deelnemende bedrijven voortgang. Maar de benadeelde partijen en mensen merken weinig tot niets van de convenanten”, aldus Oxfam Novib.

Ook mensenrechtenorganisatie ActionAid vindt het tijd voor dwingende maatregelen. “Vrouwen en gemeenschappen die dagelijks met mensenrechtenschendingen kampen, zoals landroof, uitbuiting en geweld, kunnen niet langer wachten”, zegt hoofd beleid en campagnes Maria van der Heide.

Pleidooi voor gelijke regels  binnen de EU

Werkgeversorganisatie VNO-NCW pleit voor gelijke regels binnen de Europese Unie, zodat Nederlandse bedrijven niet aan zwaardere eisen moeten voldoen dan concurrenten. “We erkennen dat het goed is om een wettelijke norm te stellen. Maar samenwerkingsverbanden blijven ook van waarde”, zegt een woordvoerder. De stappen die banken en textielbedrijven hebben gezet, waren er zonder convenant niet geweest, stelt VNO-NCW.

In Nederland onderschrijft 35 procent van de grote bedrijven de richtlijnen voor mensenrechten van de VN. De overheid wil een campagne opzetten om de animo onder bedrijven te vergroten.

Lees ook:

Kinderarbeid bij recycling van Nederlandse kleding in India

Kinderarbeid is een probleem in de textielrecycle-industrie van Panipat, India. Ook textiel uit de Nederlandse kledingbak wordt daar verwerkt.

Het glanzende mica wordt door kinderarbeid gewonnen, en zit overal in

Autobedrijven zijn een grote afnemer van mica. Het glanzende mineraal komt uit Indiase mijnen waar kinderen werken, voor zo’n dertig cent per dag.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden