Verglazing

20 jaar glasvezel in Nederland: verbinding snel, uitrol traag

In een  arbeiderswijk uit de jaren dertig in Zwolle worden glasvezelkabels onder het trottoir gelegd. Beeld Herman Engbers
In een arbeiderswijk uit de jaren dertig in Zwolle worden glasvezelkabels onder het trottoir gelegd.Beeld Herman Engbers

Nederland werkt nu twintig jaar aan het aanleggen van een glasvezelnetwerk. Over acht jaar moet elk huis zijn aangesloten. Als de uitrol tenminste niet opnieuw stagneert.

Joost van Velzen

Het is nu al twintig jaar een soort repeterend mantra: als de Nederlandse economie concurrerend wil blijven, moet er zo snel mogelijk een glasvezelnetwerk worden aangelegd. In 2001 klonk het zo, toen pionierende ondernemers in Eindhoven, Nuenen en Amsterdam de eerste Nederlandse huizen aansloten op zo’n razendsnel netwerk.

En nu, net over de drempel van 2022, klinkt het nog precies zo, zij het in een eigentijdse coronavariant: “Zonder snel internet zou de economie in de pandemie zijn ingestort. Glasvezel is een superbelangrijke infrastructuur geworden voor dit land”, vertelt Mathieu Andriessen. Hij is directeur van NLconnect, de branchevereniging van de breedbandsector, en schreef het net verschenen jubileumboek Van pionieren naar massale uitrol. 20 jaar Fiber to the Home in Nederland.

Het is een optimistisch boek over ‘visionaire ondernemers’, ‘welwillende bestuurders’, ‘dappere investeerders’ en ‘slimme telecombedrijven’: “Partijen die elkaar in die afgelopen twintig jaar goed hebben opgejaagd en er samen voor gezorgd hebben dat er inmiddels ruim 4 miljoen glasvezelaansluitingen in de Nederlandse meterkasten zitten. Dat verhaal wilde ik vertellen, inclusief de hobbels die er ook waren. Nu vindt er een enorme versnelling plaats.” Volgens Andriessen werden in het afgelopen jaar 730.000 huizen van glasvezel voorzien.

Digitale racebaan

Dat is de afgelopen twintig jaar weleens anders geweest. De verbinding van glasvezel, kun je stellen, is een stuk sneller dan de uitrol ervan. De aanleg van de digitale racebaan is ook duur. “Maar iemand moet die snelweg aanleggen. Dan kun je krijgen dat een partij als KPN zegt: ‘Het is mijn snelweg, daar mag ik alleen op’,” zegt Ton Koonen, emeritus hoogleraar breedbandnetwerken aan de TU Eindhoven.

Een hindernis was bovendien dat zowel grote telecombedrijven als kleine glasvezelinitiatieven eerst zeker moesten weten dat er genoeg belangstelling was voor een glasvezelabonnement. Dan pas kon er worden gegraven. Zo schoot het niet op, zeker niet in gebieden waar meerdere telecomaanbieders opereren die elkaar geen plek op het net gunden. Nu is er een wet waardoor toezichthouder Autoriteit Consument & Markt (ACM) providers kan dwingen om het netwerk open te stellen voor concurrenten.

De overtuiging was er niet direct, zegt Koonen. “Telecombedrijven hielden deels nog vast aan bestaande technieken zoals coax en telefoonlijnen met dsl. Consumenten aarzelden omdat ze dachten dat glasvezel niet nodig was voor het aanstormende draadloos internet. Een misverstand: antennes ervan moeten worden aangesloten op een bedraad netwerk, daar is glasvezel bij uitstek geschikt voor. Het is niet óf draadloos óf glasvezel, je hebt ze allebei nodig. Het is een huwelijk.”

Nagenoeg stilstand

Reggefiber maakte de eerste serieuze meters met de uitrol. Maar nadat KPN Reggefiber had ingelijfd, ging de stekker eruit en lag de boel nagenoeg stil. Pas de laatste drie jaar zit de gang erin. Zo werden in 2017 nog slechts 100.000 huishoudens op glasvezel aangesloten; in 2020 waren dat er al 500.000. “En als het in het huidige tempo doorgaat, ligt er vóór 2030 in heel Nederland glasvezel”, zegt Andriessen.

Het snel kunnen verstouwen van enorme hoeveelheden data is nodig nu consumenten en bedrijven – aangejaagd door de pandemie – meer van internet gebruikmaken dan ooit tevoren. Vooral het mobiele dataverbruik groeit hard, constateerde de ACM nog onlangs. Alles bij elkaar werd in het derde kwartaal van het afgelopen jaar 346 miljoen gigabyte aan mobiele data verbruikt (+12 procent).

Een stijging die – naast de lockdown – is toe te schrijven aan de opkomst van steeds meer apparaten die over het internet communiceren, zoals slimme energiemeters en rookmelders. Koonen: “Maar denk ook aan gezondheidszorg op afstand, kantoor aan huis of toepassingen in de veeteelt en landbouw. Dat die uitrol doorgaat, is dus nodig.”

4,3 miljoen huishoudens

Bij bijna 4,3 miljoen Nederlandse huishoudens ligt nu een glasvezelkabel tot in de meterkast. Daarvan maken 1,8 miljoen consumenten ook daadwerkelijk gebruik, middels een internetabonnement via glasvezel. KPN is de grootste aanbieder met ruim 3 miljoen aangesloten huishoudens.

Concurrenten maken ook gebruik van het KPN-netwerk, met T-mobile als belangrijkste huurder. Ook Ziggo en Delta zijn volop met glasvezel bezig. Het aantal abonnementen via telefoonlijnen of coaxkabel daalt al een tijdje. Na twintig jaar pieken en dalen en kinken in kabels ziet het er zowaar naar uit dat de droom van een totale verglazing van Nederland dan eindelijk uitkomt.

Zit het werk voor NLconnect en directeur Mathieu Andriessen er dan op? “Zeker niet”, zegt Andriessen. “Een netwerk is veel meer dan kabels trekken. Apparaten bovengronds moeten ook worden vervangen en geüpdatet, om de groei van internet op te vangen. De aanleg van de laatste twintigduizend huizen met een ongunstige ligging in de buitengebieden is ook nog een uitdaging.”

Lees ook:

Glasvezel, goedkope bundels en almaar meer apparaten doen dataverbruik ongeremd stijgen

Het gebruik van mobiel internet vertoont nog altijd een stijgende lijn. De groeiende behoefte aan data zal ook de vraag naar datacenters verhogen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden