Zuivelman Sybren Attema stapt over naar het ontwikkelingswerk: ‘Een simpel advies kan veel opleveren’

Van 2011 tot 2015 werkte Sybren Attema voor FrieslandCampina in Azië om er de productie en kwaliteit van melk te verbeteren. Beeld -

Sybren Attema verruilt FrieslandCampina voor ontwikkelingsorganisatie Icco. Zijn ervaring in de zuivel komt daarbij goed van pas. ‘Wat voor melk geldt, geldt ook voor aardappelen.’

Hoe kunnen boeren in Azië of Afrika een goed inkomen verdienen? Sybren Attema, voormalig melkveehouder in Friesland, weet er alles van. Van 2011 tot 2015 woonde hij in Ho Tsji Minhstad om voor zijn werkgever FrieslandCampina de plaatselijke melkproductie en -kwaliteit te verbeteren. Niet alleen in Vietnam, maar ook in Maleisië, Thailand, Indonesië en Nigeria.

De lokale boeren die Attema bezocht, voelden meteen dat hij geen ambtenaar of wetenschapper was die even kwam vertellen hoe het beter moest. Gezien de wijze waarop hij een koe molk, moest dat wel een collega zijn. Als het vertrouwen er eenmaal was, kon Attema hen vooruit helpen. Er kwamen demonstratieboerderijen, waar boeren uit de omgeving de kunst kwamen afkijken. 

“Simpele adviezen kunnen veel opleveren”, zegt Attema. “Als je een boer vraagt wat hij wil, zegt hij vaak: meer koeien. Hij wil meer melk produceren, maar het is efficiënter om eerst de productie per koe te vergroten. Hoe dat kan? Melk bestaat voor ongeveer 87 procent uit water. Een koe heeft dagelijks 80 tot 100 liter water nodig om voldoende melk te produceren. Als je dan tweemaal per dag 20 liter geeft, komt de melk natuurlijk niet op gang.” Zorg dus dat het water de hele dag beschikbaar is.

Melkveehouder

Momenteel bereidt Attema zich voor op een nieuwe functie: vanaf 1 juli is hij bestuursvoorzitter van Icco. Deze ontwikkelingsorganisatie houdt zich veel bezig met agrofood en akkerbouw. Icco is bijvoorbeeld betrokken bij de ontwikkeling van gewassen die in verzilte grond kunnen groeien. Een nieuw terrein dus, maar Attema zegt veel aan zijn ervaring in de zuivel te hebben. “Wat voor melk geldt, geldt voor aardappelen, groenten, cassave. Als de productie constant en de kwaliteit goed is, kan de boer een prima prijs beuren. Ook in opkomende landen.”

Attema (59) begon in 1982 als melkveehouder in Abbega. Hij raakte betrokken bij het bestuur van de school, de kerk, de landbouworganisatie en later de zuivelcoöperatie. Uiteindelijk werd hij voorzitter van de raad van commissarissen van Koninklijke FrieslandFoods en in 2008 speelde hij een sleutelrol in de fusie tussen Friesland Foods en Campina. De laatste jaren leidde hij het internationale Dairy Development Program van het concern. Vanwege zijn achtergrond in het bedrijfsleven verwacht Attema bij Icco de samenwerking met private partijen te kunnen versterken. Dat is ook nodig, omdat de overheidsbijdrage aan ontwikkelingsorganisaties is afgenomen. 

Terug naar Azië. Het is niet alleen belangrijk de productie per koe te vergroten, ook moet de melkkwaliteit beter, zegt Attema. Want voor kwaliteit is altijd een afzetmarkt.

Even een minicollege. Voor de melkkwaliteit kijk je onder meer naar de hoeveelheid bacteriën in de melk, zegt Attema. Dit kiemgetal wordt uitgedrukt in kolonievormende eenheden (cfu) per milliliter. In Europa mag die score maximaal 100.000 zijn en Nederlandse melkveehouders blijven daar ruimschoots onder, met gemiddeld 10.000. In een land als Pakistan ligt dit kiemgetal op 4 miljoen en bij sommige boeren nog hoger. “Daar zitten dus veertig keer zoveel bacteriën in de melk als in Europa”, concludeert Attema. “Om de melk te kunnen verkopen aan professionele verwerkers zal dit minstens omlaag moeten naar 400.000 cfu per ml.”

Koeling

Kwaliteit begint met hygiëne op de boerderij. “De uiers moeten gezond zijn, de melk moet snel worden gekoeld van 37 naar 4 graden. Daarom is belangrijk dat boeren en coöperaties investeren in koeltanks. Als de melk te warm is, kan het kiemgetal in een uur verdrievoudigen.”

“Pakistan kent een nat en een droog seizoen, waardoor er veel of weinig ruwvoer is en dus veel of weinig melk. Hierdoor schommelt de melkprijs flink. Door boeren te leren hoe ze gras en mais kunnen conserveren voor de droge tijd, het inkuilen, worden ze minder gevoelig voor seizoensinvloeden.”

Een volgende stap is het bijhouden van een goede administratie. “Hoeveel krachtvoer, hoeveel melk, wat zijn de voerkosten, wanneer is de koe tochtig … Al die informatie brengt je weer verder. In Nederland hebben we het management van de boerderij in vele decennia ontwikkeld. Met de technologie van vandaag kunnen boeren in ontwikkelingslanden hun bedrijf sneller verbeteren. De meesten hebben wel een smartphone en kunnen dus management-apps gebruiken.”

Ook Icco ziet een toekomst in big data. Boeren kijken vaak naar de lucht en in Azië kijken ze vaak naar de buurman, om hem te kopiëren, zegt Attema. Terwijl het soms beter is om naar een app te kijken die op basis van data herinneringen stuurt of deskundige tips geeft.

Lees ook:

Zilte groente van Texel voor Bangladesh

In een openluchtlaboratorium op Texel  worden aardappels, wortels en bieten gekweekt die tegen zoute grond kunnen. Salt Farm Texel en Icco introduceren die in Bangladesh.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden