Zuinige auto scheelt zes tanks per jaar

(Mark Kohn)

Een duurzame samenleving is niet alleen maar een ver toekomstperspectief. De consument kan nu al beginnen zijn leven energiezuiniger in te richten. Een serie verhalen vertelt hoe. Deel 6: woon- werkverkeer.

’De belangrijkste verklaring voor autorijden is autobezit”, zegt Jan Anne Annema, universitair docent transport- en milieubeleid aan de Technische Universiteit in Delft. „Als je een auto hebt, ga je ’m gebruiken.”

Zelf heeft hij geen auto, nooit gehad ook, maar uit zijn mond hoor je geen pleidooi om de auto van de hand te doen. „De auto ís een fantastisch vervoersmiddel, maar ik woon in het centrum van Utrecht. Je raakt ’m niet kwijt als je wilt parkeren en zonder auto bespaar je heel veel geld.” Hij kijkt veelbetekenend en ongelijk heeft hij niet. Voor een middenklasser in het C-segment, met een gebruik van 15.000 kilometer per jaar, betaal je zo tussen de 600 en 700 euro per maand. „Ik heb een dochter van zes jaar en soms gebruiken we een deelauto van Greenwheels. Maar de truc daarvan is dat je deze auto weinig moet gebruiken, want het vervoer is redelijk duur, per kilometer en per uur.” Al met al: „Ik gun iedereen z’n SUV, maar ik ben zelf een ov-lover.”

Hij is net overgestapt naar de universiteit in Delft. Elke dag neemt hij de trein. En met hem een heel groot deel van werkend Nederland. De trein is een geliefd vervoersmiddel om van en naar het werk te komen, goed voor een derde van alle treinkilometers die worden gemaakt. Dit geldt ook voor de bus, tram en metro. Van alle kilometers die we met dit type maken, is 30 procent bestemd voor het woon- en werkverkeer. Van alle kilometers die we met de auto afleggen, gebruiken we 28 procent om van en naar het werk te komen.

Maar al die files dan? Het geval is dat er steeds meer werknemers bij komen en die overbruggen gemiddeld genomen steeds langere afstanden om naar het werk te komen. In 1995 reden we met zijn allen nog 37 miljard kilometer, in 2005 was dit aantal gestegen met 30 procent tot bijna 50 miljard. Reisden we in 1995 gemiddeld 14 kilometer naar ons werk, nu accepteren we een baan die gemiddeld 17 kilometer van ons huis vandaan ligt. Die afstand is vooral voor autogebruikers gestegen. Maar ook voor korte ritten tot bijna drie kilometer pakken we de auto. Kortom: autobezit doet autorijden.

Helemaal onlogisch is dat niet. Het openbaar vervoer is zelden sneller dan de auto. Zelfs in de spits duren reizen met trein, bus of tram meer dan twee keer zo lang als die met de auto.

Dat neemt niet weg dat de auto milieu-onvriendelijk is. Een autorit met een of twee personen belast het milieu meer dan reizen met de trein. Maar de grootste vervuiler is de bromfietser, met vier keer meer milieubelasting dan een reiziger per stadsbus in de spits. Zelfs een korte rit door de stad met de brommer is vervuilender dan dezelfde rit in de auto.

Nu is de keuze voor openbaar vervoer al een flinke stap naar een individueel minder vervuilend leven. Als je een dag in de week de trein zou nemen, bespaar je per jaar 800 kilometer. Of ga met de fiets, aangezien de helft van de autoritten korter is dan 7,5 kilometer. Deze tochtjes met de auto zijn namelijk éxtra vervuilend, constateert Milieu Centraal, doordat de automotor en de katalysator nog koud zijn en de verbranding niet optimaal is. Bovendien slijt de automotor sneller bij veel gebruik op korte stukjes. Wie dus op de fiets stapt, bespaart zonder het echt te merken al snel duizend kilometer per jaar én een flink bedrag aan abonnementsgeld voor de sportschool.

Ook de auto-industrie zelf biedt mogelijkheden. Nieuwe personenauto’s hebben labels met informatie over het energieverbruik van de wagen. Auto’s met het A-label zijn het meest efficiënt met brandstof, voertuigen met een G-label het minst. Een auto met een A-label verbruikt twintig procent minder brandstof dan eenzelfde auto in de C- of D-categorie. Een A-label hybride-auto zelfs tot wel 40 procent. Het levert dus een minimale CO2-reductie op van 650 kilogram per jaar.

Maar wat moet je je precies voorstellen bij 650 kilogram CO2? „Dat aantal zegt een consument niks”, is de overtuiging van Annema. „CO2 is namelijk onzichtbaar. Het zit continu in de lucht en er is te veel van. Die hoeveelheid moet omlaag, maar hoe kun je de consument daarvan overtuigen? Je kunt mensen wijzen op de voordelen van de besparing van benzine. Dan levert het hun geld op. De overheid is slim door op aanschaf van een A-label een belastingvoordeel te geven, en op de aanschaf van een G-label een belastingnadeel. Dan hanteer je de stok op een zinvolle manier.” Hoewel zuiniger rijden het milieu spaart, gaat het de consument in veel gevallen vooral om de besparing in financiële zin. En dat biedt een auto met een A-label ook, namelijk zes volle tanks benzine per jaar, vergeleken met een auto met een C- of D-label. Dat is zo’n 360 euro per jaar, rekent de organisatie Milieu Centraal voor.

Wat Annema betreft moet de automobilist vrij zijn in de keuze voor het type vervoer. „Je mag best tijdens de spits in een SUV rijden, maar dan betaal je veel. Rij je in een kleine, zuinige auto, dan betaal je minder.” Annema bestudeert al enige jaren het transportbeleid, inclusief de voorbereidingen van het rekeningrijden. Want dat levert echt iets op, is zijn overtuiging.

Ondertussen stimuleert de overheid werkgevers om het fietsen of carpoolen te promoten en thuis- en telewerkregelingen te treffen. Onlangs pleitte ANWB-directeur Guido van Woerkom nog voor een persoonlijk reisbudget. Werknemers zouden hierdoor slimmer gaan reizen, om zo geld over te houden. Tijdens de spits zouden werknemers juist moeten bijbetalen. „Te vrijblijvend”, zegt Annema. „Als werkgevers en werknemers vrijwillig iets ’moeten’ doen, verwacht ik er niet veel van. Wil je echt gedrag veranderen, dan moet je redelijk hard ingrijpen.” Het rekeningrijden is in zijn ogen een ideale manier om werknemers te dwingen eens uit de auto te stappen.

Maar de auto in de ban? Dat is niet nodig. Want een busrit naar het werk tijdens de spits kan milieu-onvriendelijker zijn dan een rit met een efficiënt volgeplande carpoolauto, stelt Milieu Centraal. Als je met vier mensen in een auto zit, dan lever je misschien enig comfort in, maar spaar je wel het milieu. Mensen die hun voertuig met anderen delen bewerkstelligen dat er dagelijks 249.000 auto’s minder op de weg rijden en dat de files een stukje korter zijn. Carpoolers besparen per werkdag bijna 13,5 miljoen kilometers en dat is één miljoen liter brandstof.

Wie nog geen geld heeft voor een auto met een A-label, of nog te veel verknocht is aan z’n eigen oude wagen, kan wel alvast milieuvriendelijker gaan rijden. Bij het zogeheten Nieuwe Rijden schakel je zo snel mogelijk op naar een hogere versnelling, en zet je de motor af in de file. Als je start, geef je geen gas, en elke maand controleer je de bandenspanning. Het levert je een besparing op van 10 procent op je brandstof. Ook slijten de auto-onderdelen minder snel en de auto stoot minder vervuilende stoffen uit. Concreet betekent dit een besparing van ongeveer 125 liter benzine per jaar.

Ondertussen zijn er hoge verwachtingen van de invoering van het elektrisch rijden. Zo wil de gemeente Amsterdam de hele stad binnen dertig jaar op elektriciteit laten rijden. Over circa tien jaar moeten er in Nederland één miljoen elektrische auto’s gaan rijden, volgens het Actieplan elektrisch rijden van Stichting Natuur en Milieu en drie technische universiteiten. „Elektrische auto’s kunnen op termijn de oplossing zijn”, zegt Annema, „maar nu is het nog wel een hype, terwijl de wagen nog niet eens technisch uitontwikkeld is. Er worden grootschalige subsidieprogramma’s opgesteld, maar eigenlijk moet de overheid zich niet te veel met de techniek bemoeien.” Annema is er geen voorstander van dat de overheid vooral één techniek voorschrijft. „Als je minder CO2-uitstoot wilt, moet je normen stellen of heffingen invoeren. De rest moet je aan de markt overlaten. Misschien ontstaan er dan over tien jaar wel auto’s die beter voldoen dan de elektrische exemplaren.”

(\N)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden