ReportageUilenroep

Zo spoort Marjon Savelsberg de zeldzame oehoe op bij de Maastrichtse Sint-Pietersberg

Marjon Savelsberg in de Oehoevallei bij Maastricht.Beeld Bart van der Moeren

Oehoes zijn uiterst zeldzaam en zeer schuw, maar Marjon Savelsberg spoort ze op in de Oehoevallei van de Maastrichtse Sint-Pietersberg. En ze weet zelfs welk individu er in het donker boven haar hoofd vliegt.

Het schemert op de Sint-Pietersberg. De laatste wandelaars reppen zich om nog voor het donker beneden te zijn.

Vogels maken zich op voor de nacht en langzaam komt het leven tot rust. Er rest niets dan verlatenheid. Hoewel? Over het pad komt een vrouw op een scootmobiel aangereden om even verderop bij een fors hek te stoppen.

Ze stapt even uit en ontgrendelt een stevig slot. Weer gemotoriseerd, rijdt ze onvervaard de Oehoevallei in. Metersdiep de groeve in, een van de grote gaten in de Sint-Pietersberg, ontstaan door mergelwinning.

Veilig aangekomen op de bodem van de groeve haalt ze een pluizig ding op een stok en een klein apparaat tevoorschijn. Het pluisding – een dead cat, zoals deze microfoon heet – zet ze vast op het stuur, een koptelefoon gaat op haar hoofd. Vleermuizen verlaten hun slaapplaats om op insecten te jagen; kilte trekt op. De scootmobiel komt in beweging. Vijf minuten verstrijken, tien, vijftien en dan, nog net zichtbaar, wiekt er iets groots over. ‘Oehoe oehoe.’

“Man een”, constateert Marjon Savelsberg, de vrouw in de scootmobiel. In de verte klinkt opnieuw de roep van een uil. “Weer man één. Snel gevlogen. Hoewel? Lijkt toch een fractie hoger. Straks even op het sonogram kijken. Man twee roept lager en langgerekter. Meer zo van oehhhh oehhhh oehhhh. Duidelijk verschil hè.”

Nou nee dus. Niet voor een leek voor wie het allemaal even uilachtig klinkt. Geruststellend zegt ze: “Ik heb een voorsprong door mijn muzikaal getrainde gehoor. Voor mij leest een sonogram als een partituur, als een pianostuk van Chopin.”

Muzikale pret

En dat brengt haar op haar oehoe-onderzoek. Het begint wat triest, maar het verhaal mondt uit in muzikale pret en luid gezang in alle toonaarden. “Oehoe, oe oe hóe, oehoe oehoe.” Hoog, laag, hard, zacht, kort, langgerekt.

Eigenlijk wilde Savelsberg professioneel blokfluitist worden. Hart- en longproblemen dwongen haar enkele weken voor haar examen op het conservatorium de droom op te geven. Ze kwam al maanden adem tekort en ook haar armen en handen leken het op te geven.

Ze weigerde als een zielig hoopje thuis te gaan zitten en maakte de overstap naar de Pabo. “Heerlijk, dat lesgeven aan die jonge kinderen.” Maar weer moest ze, vanwege een nu manifest geworden spierziekte, opgeven. Maanden achtereen heeft ze veel te veel van haar lijf gevraagd en is ze uitgeput, 100 procent arbeidsongeschikt en afhankelijk van een scootmobiel.

Opstandigheid

Rouw en twee jaar van doodziek zijn volgden. Maar de energie kwam terug en daarmee verveling en opstandigheid. “Ik zag en zie mezelf niet als iemand met beperkingen.”

Als tijdverdrijf volgde ze ‘Beleef de lente’, een campagne van Vogelbescherming, waarbij belangstellenden broedende vogels kunnen bekijken, dankzij camera’s in verschillende vogelnesten. Savelsberg raakte gegrepen door de oehoe’s en noteerde maanden achtereen nauwgezet al hun verrichtingen.

Na enkele jaren verdwenen de camera’s. Savelsberg stapte over naar een Amerikaans webcam-onderzoek en leerde daar dat Amerikaanse oehoes – een andere soort dan de onze – individueel herkenbaar zijn aan hun territoriale roep. Dat maakte haar nieuwsgierig naar mogelijke onderlinge verschillen tussen individuen van de Europese oehoes. Ze trok naar de Oehoevallei in de Sint-Pietersberg bij Maastricht, waar sinds 1997 oehoes broeden. Er zitten nu twee paartjes.

Oehoe

De oehoe is een van de grootste uilensoorten van Europa, met een spanwijdte van 162 tot 188 centimeter en een gewicht van maximaal 4 kilo. De vogel broedt sinds 1997 in ons land. Verspreid over Nederland zijn er 25 broedparen. Oehoes broeden op richels en maken nauwelijks werk van hun nest. Ze zijn voedselopportunisten en eet alles dat voorhanden is: van duif tot konijn, van aas tot muis. De oehoes van de Sint-Pietersberg snacken geregeld een stadsduifje in het stadspark van Maastricht.

De uil is goed herkenbaar. Niet alleen door zijn grootte, ook door de bevederde poten, lange oorpluimen en felgele/vuuroranje ogen.

Met haar scootmobiel hobbelend over de bovenrand van de vallei, begon ze geluidsopnamen te maken. Een boswachter van Natuurmonumenten zag haar, werd al even nieuwsgierig en vroeg haar om ook in de vallei zelf onderzoek te doen. “Ongelooflijk. Ik mocht vanaf dat moment komen waar niemand komen mag. Ik had opeens weer collega’s, werd weer gezien als veel meer dan iemand met een handicap.”

Het verzoek van de boswachter was simpel, de avonturen die volgden op zijn minst hilarisch te noemen. Van slippen bij de afdaling in de groeve tot de keer dat ze in het donker met een lekke band op de helling strandde. “Twee boswachters hebben me gered. Ze sleepten me met een aanhanger lachend de groeve uit.”

Donkere lijnen

Terug naar het onderzoek. “Op een avond, Natuurmonumenten ging op dat moment nog steeds uit van één broedpaar, klonk de roep een fractie lager en iets langgerekter. Dat bleek ook uit het sonogram.” Er moest dus een tweede paartje zitten!

De onderzoekster haalt twee blaadjes met donkere lijnen tevoorschijn. Inderdaad een andere tekening, maar om hier nou een lager zingende en andere man uit te halen dat is twee. Talloze keren van in haar eentje en in de schemer over een vuursteenpad afdalen tot in de groeve en dan hobbelen over de bovenrand volgden. Telkens maakte ze opnames die ze thuis in sonogrammen omzette, net als de opnames van een aantal permanent gestelde apparaten. Bij elkaar honderden opnames en sonogrammen.

“En ja hoor. Steeds opnieuw bleek het geluid van oehoes individueel bepaald te zijn. Aan het begin van het broedseizoen probeert de man een vrouwtje te lokken. Dat lijkt een beetje op het spreekwoordelijke gefluit van een bouwvakker. De ene oehoeman doet dat anders dan de andere. De oehoevrouw roept terug, per vrouw verschillend.”

Beter beheer

Natuurmonumenten is blij met het onderzoek. Boswachter Frenk Janssen van Natuurmonumenten: “Met de informatie van Savelsberg kunnen we het beheer van de groeve beter afstemmen op de oehoes. Dankzij haar weten we veel meer van hun gedragingen en verrichten we geen werkzaamheden in kwetsbare periodes bijvoorbeeld. Dit onderzoek helpt ons om de oehoes beter te beschermen.”

Het ene na het andere voorbeeld van gezang en geroep volgt. “Oehoe oehoe, oeoehoe oeoehoe, oehhhhh, oehhhoe oe hoe hoe .” Hoog, laag, langzaam, snel, slepend en staccato. Ze is niet te stuiten. Haar ogen glimmen, haar handen bewegen als die van een dirigent.

Dat het onderzoek haar goed doet is evident en het levert ook belangrijke gegevens op. Zo wordt steeds meer duidelijk hoe de uilen de vallei gebruiken. Waar ze rusten – of roesten – waar ze proefnesten bouwen en over de locaties waar ze jagen. En natuurlijk over het aantal oehoes.

De laatste tijd heeft ze een enkele keer een zwervende derde man gesignaleerd. Praktisch bruikbare informatie, wetenschappelijk van belang.

Maar wat een lang verhaal! Savelsberg wordt ongeduldig. We vervolgen de rondgang door de groeve. Een oehoe roept. Oehoe, oehoe, oehoehh. “Man een.”

Lees ook: 

Aan surrealisme geen gebrek in de Zuid-Limburgse Enci-groeve

Het is spannend om ergens naartoe te gaan waar je nooit mocht komen, het gevoel te hebben de eerste te zijn. En dan voert die ontdekkingsreis ook nog eens naar Zuid-Limburg.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden