Windparken

Zenders leren ons vooral over het leven van de Biesbosche zeearend, maar soms ook over de dood

Een jonge zeearend wordt voorzien van een zender. Beeld Dirk van Straalen
Een jonge zeearend wordt voorzien van een zender.Beeld Dirk van Straalen

Eén van elf in Nederland gezenderde zeearenden vloog zich vorige week te pletter tegen de wieken van een Duitse windturbine. ‘Deze zenders leren ons over de dood, maar vooral ook heel veel over het leven van zeearenden.’

Echt, enorm balen”, aldus Dirk van Straalen, voorzitter van de Werkgroep Zeearend Nederland. “Toen we vorige week hoorden dat een van de door ons gezenderde vogels was gesneuveld tegen de wieken van een Duitse windturbine, had ik daar letterlijk buikpijn van. Tegelijk wisten we dat dit een keer stond te gebeuren. In Duitsland zijn al regelmatig aanvaringen tussen windturbines en zeearenden geregistreerd, dus met het stijgende aantal windparken in ons land, én het toenemende aantal zeearenden, gaat dit ongetwijfeld vaker gebeuren.”

Het risico van windparken voor zeearenden was voor de werkgroep in 2019 ook een van de redenen om eerst vier, en een jaar later nog eens zeven kuikens een gps-zender mee te geven. Al blijkt ‘kuiken’ hier wel een relatief begrip. Van Straalen: “We wachten tot de vogels vijftig dagen oud zijn en meer dan 4 kilo wegen. Dan halen we heel voorzichtig even een jong uit het nest en hangen een zender van 50 gram met een tuigje op de rug van de vogel. Dat komt neer op een gewicht van hooguit 1,5 procent van het gewicht van een volwassen vogel; ver beneden de norm van 5 procent die geldt voor biologisch onderzoek aan dieren.”

“De zenders zijn zogeheten gps-gsm-zenders”, licht Stef van Rijn toe, de zenderexpert van de werkgroep. “Ze slaan niet alleen een nauwkeurige gps-positie op, maar ook de hoogte en de subtiele bewegingen in drie richtingen. Op die manier kun je ook registreren of de vogel rustig zeilt, met zijn vleugels slaat, stijgt of daalt. ”

Afgehakte poten

Van de elf zenders weigerde één na een jaar dienst, maar dankzij de andere tien hebben de onderzoekers van de werkgroep inmiddels een aardig beeld van de omzwervingen van jonge zeearenden in Nederland. De nu verongelukte vogel werd in 2019 bij zijn nest in de Dordtse Biesbosch geringd. Na enige omzwervingen hing de arend de laatste maanden vooral in het noorden van Nedersaksen rond. Op de ochtend van 24 februari cirkelde de vogel wat boven het wad in de monding van de rivier de Wezer, om vervolgens in een glijvlucht in een windpark bij Bremerhaven te komen. Twee turbines werden ongeschonden gepasseerd, een derde raakte de vogel vol op de heupen en hakte zijn poten er letterlijk af.

null Beeld Sander Soewargana
Beeld Sander Soewargana

“Zenders leren nu dus wat over de dood van deze ene vogel, maar vooral ook heel veel over het leven van zeearenden”, stelt Van Rijn. “Heel interessant was bijvoorbeeld de afgelopen vorstperiode in februari. Vier van de zendervogels waren op dat moment in de Oostvaardersplassen, wat met alle eenden, ganzen en grote vissen een walhalla is voor deze roofvogels. Maar toen de boel dichtvroor, zag je dat heel veel watervogels naar de Biesbosch en de Delta trokken. Dat waren vervolgens ook de plekken waar de zeearenden naartoe gingen.”

Volgens Van Straalen leren de zendervogels ons ook veel over de reacties van arenden op recreatie. “Aan het eind van de zomervakantie zagen we regelmatig vogels boven het eiland Tiengemeten, maar niet over het deel waar de wandelroutes lopen. Toen de vakantie voorbij was en het weer slechter werd, zag je de vogels ook jagen boven dat centrale deel van het eiland. Datzelfde beeld zagen we op meer toeristische plekken.”

Eén positie per drie seconden

Volgens Van Rijn zijn de gps-posities uit de zenders zelfs nauwkeurig genoeg om te zien in welke bomen de vogels slapen. “Dat geeft ons ook de mogelijkheid om vervolgens naar die locaties toe te gaan om braakballen te verzamelen. Zo kunnen we via de zenders ontdekken wat de vogels in een bepaalde periode eten. In de Oostvaardersplassen staan met name watervogels en karpers op het menu, en heel af en toe ook aas van dode grote grazers uit het gebied.”

Normaal slaan de zenders om de paar minuten de gps-positie op. Vliegen de vogels in de buurt van twee in de zender geprogrammeerde windparken in Flevoland, dan schakelt het apparaat over op één positie per drie seconden. Zodoende hoopt de werkgroep vooral veel te leren over het gedrag van de vogels in de buurt van windturbines.

Een vogel met zender uit de Oostvaardersplassen in een windpark in Oostelijk Flevoland. Beeld Noor Bennink
Een vogel met zender uit de Oostvaardersplassen in een windpark in Oostelijk Flevoland.Beeld Noor Bennink

De vogel die in Duitsland sneuvelde, kon dankzij de zender op enige afstand van de turbine worden gevonden. Van Straalen benadrukt dat dit meteen een probleem aangeeft bij de slachtoffers van turbines. “Als bijvoorbeeld vossen met een dode vogel gaan slepen, vind je die nooit onder de molen terug. De schattingen van de aantallen slachtoffers van turbines zouden dus een grove onderschatting kunnen zijn.”

Voor zo’n onderschatting is Hein Prinsen, onderzoeker van vogels en windenergie bij Bureau Waardenburg, niet zo bang. “Als je een flinke marge neemt voor de slachtoffers die je niet terugvindt onder een windturbine, mag je uitgaan van gemiddeld twintig slachtoffers per windturbine per jaar. Met ongeveer drieduizend Nederlandse turbines, zou dat neerkomen op 60.000 gedode vogels per jaar. Ter vergelijking: er komen naar schatting jaarlijks 800.000 vogels om in Nederland door aanvaringen met hoogspanningslijnen”, stelt Prinsen.

Van Straalen hoopt hoe dan ook dat de dood van de zendervogel een extra impuls is om windparken veiliger te maken. “Er komen steeds meer zeearenden en steeds meer windparken. Er wordt wel gezegd dat turbines die steeds hoger worden ook minder risico’s voor vogels opleveren. Maar uit ons zenderonderzoek blijkt dat de zeearenden in de situatie in Flevoland bijna een kwart van de tijd op ‘rotorhoogte’ van de turbines vliegen. Bovendien is de techniek om hier iets aan te doen gewoon al bekend. Bij het Windpark Krammer zijn camera’s op de turbines geplaatst. Zodra die, volledig automatisch, een zeearend herkennen, worden de molens letterlijk binnen zeven seconden stilgezet. Ik begrijp niet waarom die techniek niet veel meer wordt toegepast.”

Komend jaar hoopt de werkgroep nog eens vier jonge vogels te zenderen. “Uit de eerste groep zien we nu al dat een deel veel minder omzwervingen maakt”, ziet Van Straalen. “Die lijken een territorium te gaan bezetten om zich te settelen met een partner. Daar willen we ook naartoe om te kijken hoe succesvol ze zijn. Want zenderonderzoek vanachter het computerscherm is natuurlijk wel interessant, maar zonder de waarnemingen uit het veld heb je er toch minder aan. Pas als je biologische betekenis kunt toekennen aan de kale getallen wordt het écht interessant.”

Lees ook:

Molen wacht op zeearend

Zeeuwse wind Windmolenpark Krammer komt er, het grootste in eigendom van burgers. De opwekking van groene stroom mocht pas na veel overleg met natuur- en vogelbeschermers.

Hoe voorkom je dat vogels in windmolens vliegen? Verf een van de wieken zwart

Windmolens en vogels, dat gaat niet lekker samen. Te veel vogels sneuvelen tussen draaiende wieken, maar een Nederlandse onderzoeker in Noorwegen bedacht een oplossing: zwarte verf.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden