AnalyseEnergietransitie

Zelfs de IEA - opgericht om olie betaalbaar te houden - zegt het nu: pomp geen nieuwe olie en gas meer op

null Beeld Idris van Heffen
Beeld Idris van Heffen

Het Internationaal Energie Agentschap, de club die ooit werd opgericht om olie makkelijk over de wereld te laten stromen, bepleit nu een radicaal andere koers. ‘Pomp geen nieuwe olie en gas meer op.’

Een ‘bom’, een ‘waterscheiding’, ‘schokkende boodschap’, ‘verbluffend’: de commentaren – van de Financial Times tot energie-experts – liegen er niet om. Het gaat om de waarschuwing die het Internationaal Energie Agentschap (IEA) deze week de wereld in stuurde. Stop nu met het zoeken naar nieuwe olie- en gasvelden, adviseert het IEA. Bouw geen nieuwe kolencentrales meer. Alleen dan heeft de planeet de kans te ontkomen aan meer dan 1,5 graden opwarming.

Ja, dat zeggen wij al jaren, klonk het uit de milieuhoek. Het opmerkelijke zit ’m dan ook in de bron van deze aansporing. Het IEA is in de jaren zeventig van de vorige eeuw opgericht om het aanbod van olie soepel en betaalbaar over de wereld te laten vloeien. De Oeso, de club van rijke landen, riep het agentschap in het leven omdat er een oliecrisis was. Het heeft zich sindsdien ontpopt tot een wereldbeschouwer van de energiemarkten. Ieder jaar brengt het de World Energy Outlook uit, met scenario’s hoe de mix van kolen, olie, gas, kernenergie en later ook zon en wind zich gaat ontwikkelen.

Die analyses leunden tot voor kort sterk op de fossiele brandstoffen. Keer op keer bleken de vooruitzichten voor schone energie te pessimistisch ingeschat. De kosten van zonne-energie en windstroom daalden telkens veel harder dan het IEA voor mogelijk hield. Dat leverde kritiek op van milieu-organisaties en klimaatwetenschappers. Die drongen er ook steeds bij het IEA op aan een scenario door te rekenen waarin de wereld per saldo geen CO2 meer uitstoot in 2050, of wel ‘net zero’.

null Beeld Louman & Friso
Beeld Louman & Friso

Britse druk op IEA

Die mijlpaal is volgens klimaatpanel IPCC noodzakelijk om op maximaal 1,5 graden opwarming later in de eeuw uit te komen. Aan die roep heeft het agentschap nu uiteindelijk gehoor gegeven. Daar was wel ook Britse druk voor nodig. Dit najaar zijn de Britten voorzitter van de 26ste klimaattop, de uitgestelde van vorig jaar. Zij willen dan goed beslagen ten ijs komen en concrete resultaten kunnen boeken.

Voor het eerst laat het IEA nu dus zien wat het betekent voor de energiemix als de wereld het klimaatakkoord wil naleven dat in 2015 is gesloten in Parijs. Daar zijn al op korte termijn radicale stappen voor nodig. Zo zouden verwarmingsketels op fossiele brandstoffen vanaf 2025 niet meer verkocht moeten worden. Het aantal elektrische auto’s moet in korte tijd verachtvoudigen. Geen auto met een diesel- of benzinemotor zou in 2035 meer van de lopende band moeten rollen. In 2040 moeten alle gebouwen in de wereld klimaatneutraal zijn, ofwel verwarmd en verlicht zonder – netto – CO2-uitstoot. En zo zijn er nog honderden andere grote en kleine piketpalen. Rijke landen zullen sneller hun uitstoot van kooldioxide moeten terugdringen dan minder ontwikkelde landen. In 2035 zouden moderne economieën al hun elektriciteit moeten opwekken zonder emissies. De rest van de wereld volgt in 2040.

Het IEA schetst op deze praktische wijze een pad. Daarop zijn natuurlijk allerlei keuzes te maken. Opvallend is dat het agentschap gas niet als een ‘transitiebrandstof’ ziet, een energiebron die nog lang het gat tussen kolen en schone energie zou moeten opvullen. Ook opmerkelijk is dat de opslag van CO2 onder de grond, CCS in jargon, geen hele grote rol krijgt toebedeeld. Als energie uit wind en zon zo snel moet groeien als het IEA voor zich ziet, dan kunnen de dure investeringen in bijvoorbeeld afvang bij kolencentrales niet meer uit. Die worden dan snel overbodig. CCS zou hooguit een uitkomst kunnen zijn voor processen in de industrie die moeilijk te vergroenen zijn.

Een scenario dat uittekent hoe klimaatneutraal te worden in 2050 is op zich niet om van achterover te slaan, constateert Kees van der Leun, energiestrateeg bij adviesbureau Guidehouse, voorheen Ecofys. “Dat hebben wij tien jaar geleden al gedaan, samen met het Wereld Natuur Fonds. Maar dat het IEA nu de stoute schoenen heeft aangetrokken en de consequenties uitrekent, is verrassend. Van oudsher is de IEA gericht op fossiele brandstoffen. Maar ze zien dat dat nu geen zin meer heeft.”

Niet mis te verstaan signaal

Het rapport is volgens Van der Leun in ieder geval een niet mis te verstaan signaal aan landen en de fossiele industrie. “De oproep om geen nieuwe olie- en gasbronnen meer te gaan exploiteren is een enorme aansporing de versnelling aan te zetten. Het IEA is heel invloedrijk, een gereputeerde denktank. Hun adviezen vormen input voor velen. Landen nemen het agentschap serieus, het bedrijfsleven en aandeelhouders zullen zien dat de energietransitie gaat versnellen en zullen zich afvragen hoe ze daarmee om moeten gaan.”

Ook het IEA ziet inmiddels dat schone energie doorbreekt. “Dat hebben ze onderschat. Maar door dalingen van de kostprijs is het nu zo’n aantrekkelijke optie, daar kan ook het IEA niet meer omheen. Dat die ontwikkeling gewoon doorgaat, zag je in de Verenigde Staten de afgelopen jaren. Ondanks president Trump groeide energie uit zon en wind door in de VS, hoewel hij gezegd had weer meer uit kolen te willen halen.” De toename van duurzame energie die het IEA de komende tijd voor zich ziet is wel enorm, constateert Van der Leun. “Duurzame energie moet met een factor vier groeien in tien jaar. Daarvoor zijn heel veel aanpassingen in het energiesysteem nodig, zoals in de infrastructuur, de netten. Het kan wel, maar intussen zal de innovatie door moeten gaan zodat je met minder materialen en minder energie toe kan.”

5000 miljard dollar in 2030

Er zijn hoge investeringen nodig, 5000 miljard dollar in 2030, rekent IEA voor. Maar dat levert, behalve minder uitstoot, nog meer op. De wereldeconomie zal in 2030 4 procent extra zijn gegroeid. Minimaal 14 miljoen banen komen erbij, ruim voldoende om de 5 miljoen arbeidsplaatsen die vervallen in de fossiele industrie, te compenseren. Bovendien scheelt het miljoenen vroegtijdige doden door minder luchtvervuiling.

De duidelijkheid die IEA nu geeft, zal helpen die bedragen op te brengen. “Er is veel geld op zoek naar duurzame bestemmingen. Als helder is waar het klimaatbeleid naartoe gaat, neemt het risico van zulke investeringen af. Overheden spelen daar een heel belangrijke rol in. Duitsland bijvoorbeeld heeft nu de klimaatdoelen aangescherpt. Dat geeft investeerders veel steun. Waterstof gaat daar een belangrijk aandeel leveren, voor die ontwikkeling zijn veel elektrolysers nodig die van water en stroom waterstof maken. Je ziet de Duitse industrie nu de capaciteit uitbreiden. Ook doelen vastleggen in klimaatwetten helpt. Dan borg je het beleid op de langere termijn. Dat is essentieel.”

Lees ook:

De wereld heeft veel meer grondstoffen nodig om de klimaatdoelen te halen

De vraag naar metalen voor elektrische auto’s, windmolens en zonnepanelen zal explosief toenemen als landen zich aan het klimaatakkoord van Parijs willen houden. Het aanbod daarvan schiet ernstig tekort.

De race naar netto nul uitstoot van broeikasgassen

Bomen planten wegstrepen tegen CO2-emissies. Dat is een van de manieren om het label ‘klimaatneutraal’ te verdienen. Bedrijven kunnen zo’n belofte ongestraft doen, niemand telt die claims bij elkaar op.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden