Zaak-Shell: testcase voor aanpak vervuilde stookolie

Beeld Colourbox

Justitie werkt in stilte aan een nieuwe aanpak om het dumpen van chemisch afval in stookolie tegen te gaan. De uitspraak in een strafzaak tegen Shell is daarin uiterst belangrijk.

Het is zwart en stroperig, en je kunt er ongezien van alles in stoppen: het blijft zwart en stroperig. Stookolie heet daarom het 'heksenbrouwsel', en is zeer geschikt om illegaal chemisch afval in te verwerken.

In Nederland alleen al bunkeren jaarlijks meer dan 22.000 schepen stookolie als brandstof. Deze smurrie is een product dat overblijft na de raffinage van ruwe olie, maar doordat het hoge concentraties zwavel bevat is het eigenlijk ongeschikt als brandstof. Door toevoeging van andere chemische restproducten uit de raffinage (de zogenaamde blends) ontstaat uiteindelijk toch bruikbare stookolie. De zware motoren van zeeschepen stellen weinig eisen.

Illegaal chemisch afval
Justitie en politie signaleren dat stookolie steeds vaker wordt gebruikt om er illegaal, grote hoeveelheden chemisch afval in te 'verpakken'. Die komen niet van de raffinaderijen, maar uit de chemische industrie. Zeven jaar na het dumpen van chemisch afval uit de Probo Koala in Ivoorkust, hebben afvalverwerkers, de chemische procesindustrie én handelaren in olieproducten er geen moeite mee in hun eigen havens chemisch afval te vermengen met stookolie, om het daarna te verkopen aan de scheepvaart en de Nederlandse glastuinbouw.

Volgens een rapport van de Politieacademie dat volgende week uitkomt, blijkt de handel in deze vervuilde stookolie wijdverbreid. Het is niet dat een beperkte groep criminelen zich met deze praktijk inlaat. Branche-breed wordt er gesjoemeld, en voor de opsporingsautoriteiten is moeilijk vast te stellen door wie precies. Als de afvalstoffen eenmaal in de zware olie zitten, is moeilijk vast te stellen om welke stoffen het precies gaat: die zijn verdund en verbindingen aangegaan met andere chemicaliën.

Om nog maar niet te spreken over de vraag wie het chemisch afval op welk moment heeft gedumpt. Het sjoemelen met chemisch afval kan namelijk voor verschillende partijen voordelig zijn. De verwerking van chemisch afval is prijzig, dus kan een chemisch bedrijf het goedje ook tegen een spotprijs aan een malafide afvalverwerker leveren, die het zelf vermengt, of laat vermengen, met stookolie. Omdat het afval het volume van de stookolie vergroot, krijgt de afvalverwerker voor de doorlevering van chemisch afval zelfs betaald. Hij verdient dus twee keer aan dezelfde partij.

Maar hij kan dit ook zonder medeweten van het aanleverende chemisch bedrijf doen, dat ditmaal te goeder trouw is en voor de verwerking de volle prijs betaalt. Ook kunnen oliehandelaren zelf bijmengen met chemische restproducten, om zo méér stookolie te creëren. Soms zijn de ontvangende scheepsrederijen op de hoogte van illegale bijmenging, omdat ze bijvoorbeeld minder voor de verontreinigde stookolie moeten betalen; soms niet. Het is voor justitie bijna ondoenlijk om een vinger achter deze praktijk te krijgen.Steekproefsgewijze controles leveren nauwelijks iets op.

 
Handel in vervuilde stookolie is geen zaak van een clubje criminelen: de hele branche sjoemelt

Kankerverwekkende stoffen
Toch is het illegale bijmengen inmiddels hoog op het prioriteitenlijstje van justitie komen te staan. Niet alleen gaat er in dit wereldje veel illegaal geld om, het bijmengen van chemisch afval veroorzaakt ook aanzienlijke schade. Het gebruik van vervuilde stookolie leidt tot de uitstoot van kankerverwekkende zware metalen en dioxinen, waardoor er een verhoogde sterfte in kustgebieden bestaat. De uitstoot van fijnstof door schepen leidt wereldwijd al tot 60.000 doden per jaar. De verontreinigde stookolie zal dat getal alleen maar opdrijven.

De gemengde scheepsolie kan ook de motoren beschadigen, waardoor schipbreuk kan ontstaan, met alle gevolgen van dien. Maar Justitie ziet de illegale handel ook als een rotte appel in een mand die de de anderen kan besmetten. Nu al worden illegale prijsafspraken en kartelvorming door inzamelaars van scheepsafvalstoffen waargenomen.

Justitie stuit in haar aanpak van deze grootschalig afvalfraude op een aantal 'hobbels' in de opsporing. Niet alleen zijn de verontreinigingen na vermenging moeilijk vast te stellen en is het moment van vermenging niet traceerbaar. Wettelijk is de inhoud van toevoegingen ook niet geregeld. Als niet beschreven is welke mengstoffen zijn toegestaan, is ook niet duidelijk welke stoffen zijn verboden.

Pogingen wel tot deze eisen te komen en een zwarte lijst op te stellen, worden door de lobby van de mondiale oliesector tegengewerkt met het argument dat een strengere regelgeving de olieprijs zal doen stijgen, zo blijkt uit het 'Nationaal dreigingsbeeld 2012' van het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD)

Toch laat de Nederlandse justitie het er niet bij zitten. De eisen aan de mengsels voor scheepsbrandstof mogen dan niet vaststaan, Europa kent wel een strenge afvalwetgeving, waarin chemische stoffen staan opgenomen die niet zomaar mogen worden vervoerd en verkocht. Met die bepalingen kan justitie ook prima uit de voeten.

Kwalificaties
Belangrijk is daarbij de vraag of een chemisch goedje een verhandelbaar 'restproduct' is, of 'afval' dat alleen mag worden aanboden aan een erkende afvalverwerker. Met die labeling als afval wordt de weg naar de illegale bijmenging afgesneden.

Om duidelijkheid te krijgen over die kwalificaties voert het Nederlandse Openbaar Ministerie momenteel een aantal processen waarin de rechter zich over deze vraag moet uitlaten. Een in het oog springend proces is dat tegen oliegigant Shell voor de rechtbank van Rotterdam, dat als 'voorbeeldzaak' een bijna symbolische betekenis lijkt te hebben. Justitie neemt met de vervolging geen kleine sjacheraar op de korrel, maar een heuse multinational.

In september 2006 leverde Shell zogenoemde Ultra Light Sulphur Diesel (ULSD) per schip aan een Belgische klant. Die diesel was echter vervuild met ether, volgens de verklaring van Shell doordat op het moment van laden de tanks van het schip niet helemaal leeg waren. De vervuiling was zo ernstig, dat de klant de diesel niet meer als brandstof kon verkopen en volgens de milieuvergunning ook niet mocht opslaan. Shell nam de lading van 333.000 kilo vervuilde diesel daarom terug, in een poging deze opnieuw te laten mengen en opnieuw als brandstof aan te bieden.

Maar op dat moment greep Justitie in. Zij kon weliswaar niet aantonen dat Shell de diesel met opzet had gemengd en vervuild, ze vervolgde de oliegigant wel voor iets anders: op het moment dat de lading als 'vervuild' werd bestempeld, was deze 'afval' geworden. En dat mag niet langer vervoerd of verwerkt worden, maar moet worden aangeboden bij een gecertificeerde afvalverwerker.

Omdat Justitie in haar vervolging verwees naar een Europese milieuverordening, legde de Rotterdamse rechtbank de principiële vraag of hier sprake is van een restproduct of afval, voor aan het Europese Hof in Straatsburg. Dat moet nog uitspraak doen, maar de conclusie van advocaat-generaal N. Jääskinen deze zomer moet Justitie als muziek in de oren klinken. Deze is dan wel niet bindend, maar wordt wel vaak gevolgd door het Hof. Jääskinen stelt in een dertien pagina's lang betoog dat de vervuilde diesel wel degelijk een afvalstof is, die met andere woorden nooit door Shell had mogen worden teruggenomen.

 
De uitstoot van fijnstof door schepen leidt wereldwijd al tot 60.000 doden per jaar

Het net sluit zich
Het zijn dergelijke successen die het net rond de sjoemelaars met vervuilde olie moet sluiten. Justitie raakt er steeds meer van overtuigd dat de strijd tegen de dumpingen van chemisch afval in stookolie het niet zozeer moet hebben van het geroer in de verdachte smurrie zelf, maar van papieren controles bij de bedrijven die chemische restproducten leveren, de afvalverwerkers en de oliehandelaren. Produceert een chemisch bedrijf een bepaald product, dan moeten ook de restproducten zijn geadministreerd. Als die weer worden overgedragen aan een erkende verwerker, dan moet ook zijn administratie de inname tonen. Hetzelfde geldt voor de oliemaatschappijen. Zij moeten op papier aantonen met welke restpartijen hun zware stookolie wordt geblend.

De controles op deze processen zijn niet alleen het werk van Justitie, eerder van de inspecties, de douane, de Belastingdienst en de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMA) als het gaat om prijsafspraken. De boetes die vervolgens worden opgelegd, kunnen van Justitie zijn, maar aanslagen door de Belastingdienst, ontnemingen van vermogen en intrekkingen van vergunningen kunnen harder aankomen. Met de brede papieren aanpak van de stookolie-branche die Justitie nu voorbereidt, houden de controleurs weliswaar letterlijk schone handen, het resultaat zal juist ingrijpender zijn.

Stookolie kun je heel makkelijk vermengen met chemisch afval: smurrie, blijft smurrie. Justitie wil de mengers van dit soort 'heksenbrouwsels' aan gaan pakken.

Rotterdam: een grote jongen op de bunkerolie-markt
De haven van Rotterdam is een belangrijke speler op de internationale bunkerolie-markt. Met Singapore, Fujairah (Verenigde Arabische Emiraten) en Houston behoort de haven tot de top-4. De 13,3 miljoen ton brandstof die in 2009 in Nederland werd geleverd aan 22.000 zeeschepen, vertegenwoordigt een waarde van 6 miljard euro.

Belangrijke spelers in de keten zijn onafhankelijke oliehandelaren als Vitol, Chemoil en Trafigura dat in Nederland is veroordeeld tot één miljoen euro boete voor de uitvoer van zeer schadelijk chemisch afval naar Ivoorkust. Daarnaast opereren grote oliemaatschappijen als Shell, BP en Total, overslagbedrijven als Vopak en leveranciers als Argos Ceebunkers en Verbeke . (Bron: 'Blends in beeld', mei 2011, rapport in opdracht van de Vrom-Inspectie).

 
Stookolie kun je heel makkelijk vermengen met chemisch afval: smurrie, blijft smurrie
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden