Wordt het de wei of de stal?

Volgens dierenartsen is de wei beter voor koeien dan de stal. De dieren geven er ook zelf de voorkeur aan Beeld anp

Boeren en milieuorganisaties staan lijnrecht tegenover elkaar: moeten koeien verplicht de wei in of niet?

Koe Antje werd geboren op 12 augustus 2009 in Giessenburg. Ze overleed aldaar op 17 april 2016. "Ze was mijn lievelingskoe, mijn enige rode blaarkop", zegt boer Johan Harteveld. "Ze was niet groot maar ze gaf veel melk." Op die 17de april, het was een zondag, deed Harteveld voor het eerst dit voorjaar zijn koeien naar buiten. Weidegang heet goed te zijn voor de dieren, het publiek wil het graag en de boer kan er een kleine premie voor krijgen. Op de eerste dag van het weideseizoen komen de koeien dansend en hupsend de stal uit. Dat werd Antje fataal. Door het gewicht van haar klotsende en zwiepende uier (een volle uier kan wel 50 kilo wegen) scheurde de band waarmee de uier inwendig aan de buik hangt. "Ze kwam aan het eind van de dag als laatste weer binnen, dat was al vreemd", vertelt Harteveld. "In de melkstal kwam er bloed uit haar uier. Ze was heel koud en kort daarna was ze dood. Ze is overleden aan inwendige bloedingen."

Harteveld was afgelopen week te gast in Den Haag. Bij de vaste Kamercommissie voor Economische Zaken vertelde hij over zijn ervaringen met weidegang. De koeien naar buiten - dat was vroeger volstrekt vanzelfsprekend, maar sinds het begin van deze eeuw daalde het percentage koeien dat geweid wordt van 90 naar 69 (in 2014, volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek). Een voorname oorzaak is de schaalvergroting: een grote kudde kun je in de stal beter onder controle houden dan buiten, voor zover een boer al genoeg weide heeft voor zoveel koeien.

Verplicht naar buiten
Om de intensivering van de melkveehouderij te stoppen willen GroenLinks, SP en D66 dat boeren wettelijk verplicht worden om hun koeien minstens 120 dagen per jaar minstens zes uur per dag naar buiten te doen. De Kamerleden Grashoff (GroenLinks), Van Gerven (SP) en Koser Kaya (D66) hebben daarvoor een initiatiefnota opgesteld. "Als we niet willen dat de melkveehouderij in een nieuwe bioindustrie verandert, moeten we nu ingrijpen", vinden zij.

Afgelopen woensdag vroegen ze namens de Kamercommissie om reacties uit 'het veld': van boer Harteveld en zijn collega Stokman uit Koudum, van milieuorganisaties en dierenartsen en van deskundigen van de universiteit Wageningen en de agrarische hogeschool in Dronten.

De koeien binnenhouden is dus makkelijker, maar zijn ze buiten dan slechter af? Nee, dat niet, daarover was iedereen het wel eens. Weiden vermindert klauw- en pootproblemen (die ontstaan vooral op harde, vuile stalvloeren), uierontstekingen en speenbeschadigingen. Dierenartsen zeggen: een koe geeft zelf de voorkeur aan de weide, wanneer de weersomstandigheden niet extreem zijn en de ondergrond van de weide niet te hard is.

Het is dus goed voor het dier en het is ook goed voor het land: begrazen in plaats van maaien geeft wilde bloemen en kruiden (en dus insecten en vogels) meer kans. Opiniepeilingen laten zien dat de overgrote meerderheid van de burgers graag de koe in de wei ziet en ook best wat extra's wil betalen voor weidezuivel.

Koeien dansen de wei in als ze voor het eerst in het jaar de stal mogen verlaten Beeld anp

Mestregels
Wat is dan het probleem? Dat weiden niet zonder gevaar is - zie koe Antje. "Maar je moet reëel zijn", zegt Johan Harteveld, "binnen in de stal kan er ook wat gebeuren." En dat er allerlei regels en regelingen zijn die binnenhouden juist bevorderen: mestregels bijvoorbeeld, maar ook de kwantumkortingen die sommige zuivelcoöperaties bieden en die gunstiger zijn dan de weidepremie. Of, ook veel genoemd: dat er te weinig buitenruimte voor de koeien is. Maar, in Wageningen is uitgerekend dat voor een seizoen weiden een hectare grasland per zes melkkoeien nodig is én dat in 2013 85 procent van de melkveehouders hiervoor voldoende grond had. Toch deed maar 70 procent de koeien naar buiten.

Gelet op de politieke druk en de publieke opinie besloot de zuivelsector zelf te proberen meer koeien in de wei te krijgen. Of, beter gezegd: meer boeren hun koeien te laten weiden. Het verschil is belangrijk, want weiden is vooral goed te doen voor kleinere bedrijven. In Weesp werd in 2012 het 'Convenant Weidegang' gesloten. Meer dan zestig partijen spraken af dat er in 2020 evenveel bedrijven aan weidegang moesten doen als in dat jaar, namelijk: 81,2 procent van alle melkveehouderijen. Vorige week werd de tussenstand bekend voor 2015: bij 78,3 procent van de bedrijven lopen de koeien wel eens buiten. Dat is een fractie meer dan een jaar eerder, maar nog altijd minder dan de doelstelling.

Milieudefensie, een van de partijen in het convenant, is daar uiterst teleurgesteld over. Want, zegt campagneleider Jacomijn Pluimers, sinds 2012 is het aantal koeien in de wei alleen maar gedaald, kijk maar naar cijfers hierover van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Milieudefensie is daarom vorige week uit het convenant gestapt. "Wij willen het signaal afgeven dat er méér moet gebeuren", zet Pluimers. "Het is nu te vrijblijvend. De doelstelling voor 2020 wordt op deze manier nooit gehaald."

Ook buiten het convenant denkt Milieudefensie zich te kunnen inspannen voor meer koeien in de wei. "Via de politiek, of via eigen campagnes", zegt Pluimers. "Kijk naar Wakker Dier, die hadden een campagne tegen stalmelk, zijn ook vóór weidegang, maar zitten niet in dit convenant."

Denkomslag
"Ergens uitstappen, dat kun je maar één keer doen", reageert Bert van den Berg, programmamanager veehouderij van de Dierenbescherming. Die wil net als Milieudefensie een wettelijke plicht op weidegang, maar denkt dat het ondertussen ook zal lukken om het doel voor 2020 te halen. "Er wordt van alles geprobeerd om meer te weiden", zegt Van den Berg. "Dat gaat langzaam en moeizaam, maar voor ons is het glas halfvol. En ik zie echt een denkomslag: jonge boeren zien weiden niet meer als iets uit opa's tijd. De strategie van Milieudefensie is: onder druk zetten. Wij overleggen liever."

Maar een wettelijke verplichting, zoals SP, GroenLinks en D66 willen, samen met milieu-organisaties, ziet verantwoordelijk staatssecretaris Martijn van Dam (PvdA) niet zitten. "Koeien in de wei zijn onlosmakelijk verbonden met het Nederlandse landschap en de zuivelsector", reageerde hij op de initiatiefnota. "De Nederlandse weidelandschappen met grazende koeien, molens en karakteristieke boerderijen zijn van grote waarde. Ik wil dan ook bevorderen dat zoveel mogelijk weidegang plaatsvindt, ook omdat het maatschappelijk draagvlak het grootst is voor melkveebedrijven waar de koeien in de wei lopen."

Wat doet de staatssecretaris dan concreet? Een miljoen euro beschikbaar stellen voor het bevorderen van 'vakmanschap' in de veehouderij.

Dat is nodig, vinden Bert Philipsen en Agnes van den Pol. Van den Pol is sinds dit voorjaar lector 'beweiding' aan de christelijke agrarische hogeschool Vilentum.

Weidecoaches
Philipsen, verbonden aan de universiteit Wageningen, traint 'weidecoaches', die op hun beurt boeren de fijne kneepjes van het weiden bijbrengen. Het vergroten van de vakkennis van de boer, vinden zij, zal zijn motivatie voor weidegang vergroten, wat veel effectiever is dan een wettelijke plicht om de dieren naar buiten te doen.

Rest de vraag of de doelstellingen van het Convenant Weidegang (80 procent van de bedrijven doet de koeien naar buiten) en van de regering (80 procent van de koeien komt buiten) in 2020 zullen zijn gehaald. Waar Milieudefensie zeker weet dat het niet lukt, verzekerde boerenbelangenorganisatie LTO bij het rondetafelgesprek in Den Haag dat het beslist gaat lukken. Een wettelijke plicht wil LTO pertinent niet. Ook de wetenschappers zijn optimistisch. "Het is niet gemakkelijk maar het moet kunnen", zegt Bert Philipsen. Agnes van den Pol: "Dit gaat lukken, ik ben daar heel positief over."

De Kamerleden Grashoff, Van Gerven en Koser Kaya houden vast aan hun idee voor een weidewet. Na de zomer willen ze erover debatteren in de Kamer.

Boer Johan Harteveld blijft ondanks de dood van Antje zijn koeien weiden, zegt hij, niet ontmoedigd. "Ik ga niet opeens de staldeuren weer dichtdoen. Ik heb gekozen voor weidegang en ik wil dat dit lukt. En bij de melkprijzen van tegenwoordig heb ik die weidepremie gewoon nodig."

Verrassingsbezoek van de Graasinspectie
De meeste zuivelcoöperaties geven boeren een premie (gemiddeld een cent per liter melk) als zij hun koeien ten minste 120 dagen minstens zes uur per dag weiden. Zieke dieren mogen binnen blijven. Maar hoe controleer je de weidegang? Allereerst is het verplicht om er een administratie van bij te houden.

Daarnaast vinden er onaangekondigde inspecties plaats om te kijken of de koeien in de wei staan. Als dat niet zo is, wordt er gezocht naar aanwijzingen dat de dieren buiten komen: zijn er drinkwaterbakken en zijn deze in gebruik? Is er een pad aanwezig? Is er een afrastering? Ligt er mest? Een geoefend oog kan aan het gras zien of er gegraasd is. In 2015 werd ongeveer een op de drie weidende boeren gecontroleerd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden