Reportage

Wonen op het laagste punt van Nederland, maar onbevreesd voor het water

Bewoners Rob van Lopik (links) en Eelko Doornhein bij het Monument laagste punt van Nederland in Nieuwerkerk aan den IJssel Beeld Arie Kievit

Voelen bewoners van het laagste punt van Nederland zich kwetsbaar door klimaatverandering? Niet per se. “En wat dan nog: als het hier over 300 jaar onder water loopt, dan is dat de natuur.”

Honderduit pratend en met een racefiets aan de hand loopt Pieter Beeldman, adviseur bij Rijkswaterstaat, over een oneffen asfaltweggetje dat voert naar het laagste punt van Nederland. Laagjes gietasfalt bedekken de scheuren die willekeurig verspreid liggen over het pad door de polders rond Nieuwerkerk aan den IJssel. Met zijn vrije hand wijst Beeldman op een paar kuilen. “Hier manifesteert zich de bodemdaling. De bodem zakt hier weg.”

Hij houdt halt aan de rand van een parkeerplaats van een vrachtwagenbedrijf langs de A20. Hier staat het Monument laagste punt van Nederland, een blauwgrijze metalen constructie die het midden houdt tussen een klimrek en een levensgrote thermometer. De voet geeft 6,74 meter onder NAP aan, een kleine zeven meter onder het gemiddelde zeeniveau dus.

Zelf woont Beeldman in Moordrecht, iets verderop. Hoog en droog op de dijk. Maar de Nieuwerkerkers hier, maken die zich zorgen om klimaatverandering, om toenemend overstromingsgevaar door bijvoorbeeld zeespiegelstijging?

Rollen met de ogen

Eelko Doornhein (47), de zonnebril bijna op de kruin, woont hier sinds 1995. Hij reed er al vaak langs, maar ziet het monument voor het eerst van dichtbij. Smalend: “Het ziet er echt niet uit, hè?”

Naast hem staat dorpsgenoot Rob van Lopik (60) in rustpose, met de armen gekruist onder de oksels van zijn babyblauwe trui. Hij ziet weleens bussen met vooral Aziatische toeristen stoppen bij het monument. “Ik kan me best voorstellen dat zij zich afvragen: wat doen jullie hier eigenlijk? Maar voor ons is het doodgewoon.”

Een kwart van Nederland ligt onder zeeniveau. Klimaatdeskundigen voorspellen een wereldwijde zeespiegelstijging van 80 centimeter in 2100. Dat lijkt ver weg, maar de voortekenen van klimaatverandering – bijvoorbeeld hoosbuien – zijn al zichtbaar. Toch doet het woord klimaatverandering het duo bijna rollen met de ogen. Van Lopik: “Ik zet er heel grote vraagtekens bij”.

Een bootje in de tuin nemen

“Het loopt niet zo’n vaart”, zegt Doornhein. “Tuurlijk, het is nu een stuk warmer dan vroeger. Maar wat dan nog? Als het hier over driehonderd jaar onder water loopt, dan is dat de natuur. Dat is het leven.”

De vraag of ze zich kwetsbaar voelen, wuift het duo grinnikend weg. Van Lopik: “Wat moeten we dan? Een bootje in de tuin nemen? Op plekken als Florida of Bangladesh, daar leven ze meer met angst en met de gevolgen van klimaatverandering dan wij. Hier, waar we nota bene onder de zeespiegel zitten, gebeurt gewoon niks. We zitten hier goed, hoor.”

Wie het monument zou beklimmen tot aan de top, zit op zeeniveau. De hoogte is die van een woning van drie verdiepingen. Beeldman: “Door die bodemverzakking is de kans groot dat die 6,74 meter al niet meer klopt.”

De koivijver zakt ook mee

Om gelijke tred te houden met de inklinking van de grond moet het monument af en toe worden aangepast. Zoals in 2004, toen de hoogte met twee centimeter werd gecorrigeerd. En dat houdt de bewoners wél bezig. “De fundering van je huis bijvoorbeeld”, zegt Van Lopik. “Ik heb al 28 kuub zand gebruikt om te zorgen dat die op deurhoogte blijft. Of mijn koivijver van één meter tachtig diep, die zakt ook mee. En je moet niet te diep in je tuin spitten, want dan zit je al snel op water.”

Doornhein stipt zijn carport aan. Om de inklinking te pareren hoogt de gemeente de straat op. “Daardoor staat mijn erf bij de minste of geringste regenval blank. Dus moet ik mee verhogen.”

Zijn ouders komen van Goeree-Overflakkee, in 1953 getroffen door de Watersnoodramp. “Dat is er met de paplepel in gegoten. Best heftig. Je zou denken: waarom ga je dan hier wonen? Maar de Deltawerken en de waterschappen zijn er natuurlijk. Wat dat betreft zijn we een topland.”

Het natte verleden duikt overal op

De kans op een overstroming is op korte termijn heel klein, zegt Beeldman. “De kennis dat het een keer fout kan gaan, zit in je achterhoofd. Maar het is net als autorijden: het kan vreselijk misgaan, maar je hebt er vertrouwen in dat het goed gaat.”

Het natte verleden van deze streek duikt bijna overal op: bushalte Gemaal, de Schielandse Hoge Zeedijk of de Zuidplasweg. Ondanks dat je vijftig kilometer van zee zit, is ze hier heel aanwezig, zegt Beeldman. “Alles ademt hier het waterschapskundige. Maar paradoxaal genoeg staat niemand er bij stil.”

Hoeveel CO2 kostte deze reportage?

Vervoermiddelen:

lopen, trein, lopen (auteur), auto (fotograaf), fiets (expert)

Afgelegde afstand: 

73 km (auteur), 42 km (fotograaf), 5 km (expert)

CO2-uitstoot: 

0 kg auteur, 8,946 kg fotograaf, 0 kg expert

Totale CO2-uitstoot: 

8,946 kg (dat is iets minder dan de hoeveelheid die een boom in een jaar opneemt)

Lees ook:

‘Elektrisch rijden vraagt om een andere mindset’

Elektrisch rijden is echt milieuvriendelijker dan een auto op benzine of diesel. Maar op een doorsnee werkdag blijkt een doorsnee laadstation uitgestorven.

Droogte maakte Zeeuws landschap van voor 1953 zichtbaar

Wie goed kijkt, ziet nog altijd effecten van de overstroming van de Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden. Vooral vanuit een helikopter. De droogte maakt de contouren extra zichtbaar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden