Voedseltekort

Winterweer nekt de trekvogels die verkeerd gokten en in Nederland bleven

Roodborsttapuit. Beeld Buiten beeld
Roodborsttapuit.Beeld Buiten beeld

Sommige trekvogels kozen ervoor om níet weg te trekken in de herfst. Vaak pakt die keuze goed uit, maar na een strenge winterweek als deze worden de blijvers zwaar gestraft.

De tjiftjaf, de roodborsttapuit, de zwarte roodstaart en ook de zwartkop. Het zijn stuk voor stuk trekvogels die er soms voor kiezen om liever géén trekvogel te zijn. Waar hun soortgenoten in de herfst naar het zuiden vliegen, meestal naar het Middellandse Zeegebied, is er altijd een kleine groep die besluit in Nederland te blijven. De Groningse hoogleraar ecologie Christiaan Both kan daar wel inkomen. “Vogeltrek heeft toch altijd een prijs. De trektocht zelf kost veel energie en op reis ben je ook altijd wat kwetsbaarder dan wanneer je in een gebied blijft dat je goed kent.”

Tegenover die hoge kosten van de trek staan volgens Both de nodige voordelen van blijven. “Als je in de buurt van het broedgebied blijft hangen, kan je eerder beginnen met broeden. Zeker wanneer de omstandigheden door klimaatverandering steeds wat eerder goed zijn, heb je als blijver een groot voordeel. Je kunt ook langer doorgaan met een tweede of misschien zelfs een derde legsel, terwijl je soortgenoten alweer aan de slag moeten om zich voor te bereiden op een reis van een paar duizend kilometer.”

Toch pakt de strategie om níet te trekken niet altijd gunstig uit voor de standvastige trekvogels, zo ontdekte Both. In de gegevensbestanden van de website waarneming.nl zocht hij naar alle winterse waarnemingen van roodborsttapuiten en tjiftjaffen. In de meeste jaren zag hij de aantallen van jaar op jaar een beetje toenemen. Tot het moment dat er een bovengemiddeld strenge winter optrad. Dan stortten de aantallen in, om pas in de winters daarna weer langzaam richting het oude niveau te krabbelen.

Zwarte roodstaart. Beeld Buiten beeld
Zwarte roodstaart.Beeld Buiten beeld

Dat het uitgerekend de roodborsttapuit en de tjiftjaf zijn die last hebben van een strenge winter, verbaast Both niet. “Het zijn echte insecteneters, dus met vorst en sneeuw hebben juist die het heel zwaar. De zwartkop eet ook bessen, dus die kan het in een wat strengere winter ook wel wat langer uitzingen. Soms zie je de zwartkop zelfs op de voedertafel, als je daar bijvoorbeeld een appel op legt.”

Van de twee soorten die Both onderzocht, waren het de roodborsttapuiten die de grootste klap kregen van strengere winters. “Tjiftjaffen trekken vaker richting de steden, waar ze profiteren van de opwarming en de bijbehorende insecten van de stad. Roodborsttapuiten blijven echt in het buitengebied waar een winter altijd wat harder toeslaat.”

Both benadrukt dat de blijvers nog steeds echt de uitzonderingen zijn onder de trekkende soorten. “Bij de roodborsttapuit gaat het om 1 tot maximaal 3 procent na enkele zachte winters. Bij de tjiftjaf heb je het over maar 0,1 procent van de populatie. Bij de zwartkoppen is het percentage nog lager.”

Uitzondering of niet, voor Both leggen deze bijzondere trekvogels wel weer een stukje van de vogeltrekpuzzel op zijn plaats. “Er zijn vogels, zoals de kievit, die er overduidelijk bewust voor kiezen om hier te blijven in de winter. Wanneer het gaat vriezen trekken ze alsnog met de vorstgrens naar het zuiden, om weer terug te komen als het hier dooit.”

Erfelijk of aangeleerd

Voor bijvoorbeeld de roodborsttapuit lijkt de keuze om te trekken of te blijven niet echt een vrije keuze, maar erfelijk bepaald, denkt Both. “Rond milde winters zijn de blijvers in het voordeel: zij kunnen meer jongen groot krijgen, doordat ze geen energie ‘verspillen’ aan de trek. De jaren daarop zie je dus ook steeds meer vogels die dat ‘blijven’ blijkbaar met de genen van hun ouders hebben meegekregen. Totdat je stevig winterweer krijgt, zoals deze week. Dan leggen veel ‘blijvers’ bij gebrek aan insecten het loodje en zien we in de waarnemingen van de jaren daarna dus ook minder nakomelingen die dit gedrag in hun erfelijke informatie hebben.”

Tjiftjaf. Beeld Buiten beeld
Tjiftjaf.Beeld Buiten beeld

Daarmee wil Both allerminst zeggen dat vogeltrek in het algemeen dus erfelijk is. “Het verschilt enorm per soort”, stelt hij. “De Groningse promovendi Jelle Loonstra en Mo Verhoeven hebben de afgelopen jaren bijvoorbeeld laten zien hoe de trek van de grutto vooral aangeleerd is en juist níet aangeboren. Wanneer zij jonge Nederlandse grutto’s in gevangenschap lieten opgroeien en ze vlak voor de trek naar Polen verplaatsten, dan gingen deze Nederlandse vogels zich tijdens de trek gedragen als Poolse grutto’s, die er een andere route op na houden. Maar ander onderzoek met zwartkoppen uit Duitsland, laat weer zien dat hún trek juist heel sterk erfelijk bepaald is. De meeste trekken richting het zuidwesten om te overwinteren, maar er is een groeiend aandeel dat in noordwestelijke richting trekt, naar Engeland. Wanneer je zwartkopouders kruist die naar zuidwest en noordwest trekken, dan zit de trekrichting van de jongen precies tussen die van de beide ouders in.”

Meer waarnemers

Een bijvangst van het onderzoek van Both, was de grote wetenschappelijke waarde van de website waarneming.nl. “Die site wordt vooral gevuld met waarnemingen van, strikt genomen, amateurs. Voor mijn onderzoek heb ik gebruikgemaakt van de waarnemingen vanaf het jaar 2007. Dat was het eerste jaar dat er meer dan een miljoen waarnemingen per jaar werd ingevoerd. Inmiddels zit de site op meer dan tien miljoen waarnemingen per jaar. Met de nodige voorzichtigheid kun je daar heel waardevolle informatie uit halen. Je moet wel rekening houden met de menselijke trekjes van al die waarnemers. Ze zijn bijvoorbeeld geneigd om vooral bijzondere soorten in te vullen, en veel minder gewone vogels als huismussen of merels. Als je zonder enige correctie naar de waarnemingen op de site zou kijken, dan zou je zelfs denken dat er afgelopen najaar meer zeldzame bladkoninkjes in ons land voorkwamen dan doodgewone heggenmussen. Op dezelfde manier zijn er ook relatief veel mensen die een roodborsttapuit of een zwarte roodstaart in de winter op de site zetten. Het blijven toch uitzonderingen. En na een winter als deze waarschijnlijk weer net iets uitzonderlijker dan vorige jaren.”

Lees ook: 

Waarom trekken vogels van Afrika naar de Noordpool?

Trekvogels die in het hoge noorden broeden, hebben minder last van rovers die hun eieren stelen, zo lijkt het. Doen ze daarom al die moeite om elk half jaar duizenden kilometers heen en terug te vliegen? Biologen breken zich er het hoofd over.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden