Windpark wordt het nieuwe nutsbedrijf

null Beeld

Windbossen zoals Staatsbosbeheer die voorstelt, kunnen regionale nuts-bedrijven worden, die investeren in de ontwikkeling van het gebied waar de molens ze staan. Zo worden de molens van de burgers, stelt ideëel projectontwikkelaar Jacob van Olst.

INTERVIEW | HANS MARIJNISSEN

Jacob van Olst vroeg zijn dochter laatst wat zij vond van die windmolen, daar verderop in de polder op nog geen achthonderd meter van haar nieuwe woning in aanbouw. Wat moest ze daar van vinden, antwoordde ze. "Die zorgt gewoon voor onze energie." Over horizonvervuiling had ze het niet, en ook niet over het gezoem als ze dichtbij staat.

De kinderen van nu groeien op met windmolens in het landschap en zien die wuivende witte wieken als vanzelfsprekend. "Ik ben zelf opgegroeid in De Graafschap, waar toen veel verzet was tegen die enorme voedersilo's in het landschap", zegt Van Olst. "Ikzelf had daar geen enkele moeite mee. Ze stonden er gewoon. Het waren vooral de ouderen die te hoop liepen tegen de veranderingen van het landschap. Dat zie je nu weer gebeuren bij de windmolens. Terwijl je overigens niemand hoort over de uitdijende steden en de honderden elektriciteitsmasten die door de groene akkers stappen."

Van Olst was directeur van het Flevo-landschap, de particuliere natuurbeschermingsorganisatie van Flevoland. Sinds twee jaar is hij directeur van de Stichting Klimaatlandschap Nederland die als een ideële projectontwikkelaar probeert locaties te vinden voor duurzame energie-opwekking. En dat valt niet mee.

"In 2020 moet 14 procent van de energie die we verbruiken uit duurzame bronnen komen. De weg naar dat doel is nog zeer lang. We zitten nu pas op 4 procent, en dat betekent dat de komende negen jaar zo'n duizend molens een plek moeten krijgen Ik ga gemakshalve uit van forse molens, anders halen we de afgesproken megawatts al helemaal niet. En dan heb ik het ook nog niet over de afspraken die voor windenergie op zee gelden."

Waar moeten we die masten neerzetten, is Van Olst's dagelijkse vraag. In ieder geval in het buitengebied. Blij verrast was hij vorige week toen bekend werd dat Staatsbosbeheer plannen heeft voor de aanleg van windbossen. De bouw van een windmolenpark wordt dan gecombineerd met de aanleg van nieuw bos. Met de inkomsten uit de windenergie kan het onderhoud van deze nieuwe natuur worden betaald. Daardoor wordt natuurontwikkeling minder afhankelijk van subsidies. Als het bos na zo'n vijftien jaar 'volwassen' is, wordt het aantrekkelijk voor recreanten die dan weinig last hebben van de wieken omdat de boomkruinen het zicht daarop ontnemen.

Het plan van Staatsbosbeheer past precies in het pleidooi waarmee Van Olst al jaren langs diverse partijen trekt. Sterker nog: het komt er uit voort. Duurzame energie en natuurontwikkeling gaan heel goed samen. Voor de opwekking van energie is ruimte nodig en die is te vinden in het buitengebied. En voor de ontwikkeling van natuur is geld nodig, zeker in deze tijd van een terugtredende overheid. Met duurzame energie is dat geld te verdienen. "Partijen hebben alleen grote moeite om elkaar te vinden", zegt Van Olst. "Het samenbrengen van die belanghebbenden is mijn ambitie. Dat is mijn doel. Samen kunnen ze investeren in wat ik klimaatlandschappen noem."

Zelfs uit de hoek van natuurbeschermers komt weerstand tegen het plaatsen van windmolens, zegt Van Olst. "Er heerste bijvoorbeeld grote scepsis bij natuur- en milieuorganisaties in Flevoland toen Nuon langs de Eemmeerdijk over een lengte van 4,5 kilometer negentien windturbines wilde plaatsen. De masten zouden een 'mogelijk negatief effect' hebben op het internationaal beschermde Natura 2000-gebied aan de andere kant van de dijk. In de praktijk is van dat negatieve effect niets gebleken."

Het project aan de Eemmeerdijk is voor Van Olst een positief voorbeeld, net zoals het plan voor de ontwikkeling van recreatie en natuur bij het Wieringerrandmeer dat is. "Mits je zorgdraagt voor zorgvuldige locatiekeuzes en rekening houdt met een nauwgezette vormgeving van de molenopstellingen, kan hinder of schade beperkt blijven. Ik heb inmiddels twintig locaties in Nederland op het oog waar we door duurzame energie-opwekking kunnen investeren in gebiedsontwikkeling. De locatie van Staatsbosbeheer bij het Robbenoordbos en het Dijkgatbos (in de Wieringermeer tussen Den Oever en Wieringerwerf) is er daar een van, maar denk ook eens aan het Groene Hart. De grote vraag is of dit gebied in de toekomst nog een economische drager heeft als de landbouw daar bijvoorbeeld vertrekt. Windparken langs de randen van dit groengebied kunnen die drager vormen." Al is het maar tijdelijk, zegt hij. "Ik voorspel dat de windmolens over twintig jaar zoveel meer vermogen hebben, dat er veel minder van nodig zijn. Dan kun je ze weer afbreken, maar het Groene Hart heeft dan wel door die molens overleefd."

Voorwaarde voor de klimaatlandschappen van Van Olst is dat de opbrengsten uit de windenergie, maar ook bijvoorbeeld van toepassingen van biomassa en biovergisting, regionaal worden geïnvesteerd: in het landschap, maar ook in de sociale structuren op het leeglopende platteland. "Dat heeft grote voordelen, en die lokale investering is zelfs een voorwaarde voor de ontwikkeling van duurzame energie.

"In de eerste plaats nemen de gelden uit energie de plek in van de teruglopende natuursubsidies van de overheid. In de tweede plaats gaan die gelden naar de omgeving waardoor de burger dagelijks naar zijn werk rijdt. Hij ondervindt de investering als het ware persoonlijk. Hij ondervindt de verbetering van leefklimaat door bijvoorbeeld de aanleg van recreatieterreinen. Hij merkt dat de economische vitaliteit toeneemt. Die windmolens langs de weg worden langzaam maar zeker van hem. Het zijn de motoren waarop het gebied draait. In een tijd waarin de traditionele energiemaatschappijen in handen van buitenlandse commerciële concerns zijn gekomen, kunnen de duurzame-energieprojecten de regionale nutsbedrijven van nu worden, met een heuse maatschappelijke inbedding."

Die nieuwe nutsbedrijven hebben geen blijvende overheidssteun nodig, zegt Van Olst, maar wel een zetje om op gang te komen. "Een windmolen levert pas na negen jaar geld op. Eerst moet de lening voor de aanleg met de rente worden terugbetaald. Het zou mooi zijn als de zogenaamde SDE + regeling waarmee de overheid duurzame energie subsidieert, voor een deel wordt gereserveerd voor deze klimaatlandschappen. Een kleine duw in de rug zou welkom zijn, en daarna redden zij zichzelf."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden