De meeste CO2 die consumenten uitstoten komt uit industrieschoorstenen.

Vuile 15De eindgebruiker

Wij, consumerende Nederlanders, zijn de echte vervuilers

De meeste CO2 die consumenten uitstoten komt uit industrieschoorstenen. Beeld ANP

In de serie ‘de Vuile 15’ wees Trouw de afgelopen weken de vijftien bedrijfstakken aan die de meeste broeikasgassen de lucht in pompen. Maar laten we er niet omheen draaien: al die bedrijven werken voor ons. Wij, consumerende Nederlanders, zijn de echte koplopers.

De benzine voor de auto en het gas voor de ­kachel zijn grote vervuilers van de Nederlanders, directe bronnen, die wij zelf aansturen en bedienen. Maar daarmee zijn we er lang niet. Consumenten produceren op grote schaal ‘verborgen emissies’, broeikasgassen die vaak buiten ons gezichtsveld worden uitgestoten maar door of voor ons worden veroorzaakt.

Die emissies ontstaan bij het maken van producten, vlees bijvoorbeeld. De agrarische sector is een belangrijke producent van broeikasgassen, maar een fors deel daarvan ontstaat bij de productie van voedsel voor binnenlands gebruik. Ook bij het opwekken van elektriciteit komt enorm veel CO2 vrij. Het merendeel van deze broeikasgassen walmt niet uit de schoorstenen van rijtjeswoningen in steden en dorpen, maar uit de megapijpen van kolen- en gascentrales.

Ook hier is een groot deel van de stroomproductie uiteindelijk voor consumenten.

Beeld Brechtje Rood

Aankoop van producten zorgt voor grootste CO2-uitstoot

Uit het onderzoek dat bureau CE Delft voor de Vuile 15 deed, blijkt dat gezinnen de grootste uitstoot van CO2 veroorzaken met de aankoop van producten, zoals elektrische apparaten: ruim 6000 kilo per jaar. Voor voeding (en de bereiding ervan) staat bijna 4500 kilo. Met de auto (brandstof en productie) stoot een huishouden per jaar 3800 kilo CO2 uit en in de categorie wonen (gas, elektriciteit en de materialen die zijn gebruikt bij de bouw van woningen) draagt een huishouden rond 3700 kilo CO2 bij. Vliegen staat voor gemiddeld 1900 kilo per gezin. En het zal geen verrassing zijn dat reizen met het openbaar vervoer de minste uitstoot oplevert: zo’n 100 kilo per jaar.

In de categorieën producten en voeding is het merendeel van de CO2 -uitstoot een indirecte emissie; de bron ligt elders, bij de producerende bedrijven. Opgeteld gaat het in deze twee categorieën om meer dan 10.000 kilo. In deze categorieën is de directe emissie, door de consument huis, nog geen tiende daarvan: krap 1000 kilo. De rest wordt dus uitgestoten op industrieterreinen in Rijnmond, bij Geleen en IJmuiden of gewoon op het boerenland.

Beeld Sander Soewargana

Wie kijkt naar het inkomen van gezinnen, ziet in het onderzoek van CE Delft dat de tien procent hoogste inkomens zowat vier keer zo veel CO2 uitstoot (vooral in de categorieën wonen, auto en producten) als de tien procent laagste inkomens. De categorieën voeding, vliegen en openbaar vervoer zijn in deze vergelijking buiten beschouwing gebleven, bij gebrek aan voldoende gegevens.

De verschillen tussen inkomensklassen in de emissies uit elektriciteits- en gasverbruik zijn overigens niet erg groot. De grote verschillen zitten hem in autogebruik en aanschaf van producten.

Verborgen impact van consumentengedrag

Industrieel ontwerper Babette Porcelijn heeft zich verdiept in ‘de verborgen impact’ van consumentengedrag. Het is ook de titel van een boek dat zij hierover schreef en dat inmiddels acht keer is herdrukt.

Porcelijn, tot voor kort jurylid van de Duurzame 100 van Trouw, wil dat Nederlanders het werkelijke effect op de planeet van consumentengedrag gaan zien, ­zodat ze in de gaten krijgen waar de meeste milieuwinst is te halen. Ze is bezig met een vervolg op haar boek. Pas als je weet waar de grootste problemen zitten, kun je effectief verduurzamen, vindt zij.

Babette Porcelijn.

Op haar website mijnverborgenimpact.nl kan de bezoeker zelf zijn of haar persoonlijke impact bepalen. In juni publiceert Porcelijn een handzaam ‘doeboek’ met adviezen en oplossingen voor consumenten die stappen willen zetten om de eigen impact te verlagen.

Minder spullen kopen of tweedehands

“Stap één: kijk eens wat bij jou persoonlijk de grote impact heeft. Dat onderzoek van CE Delft geeft een beeld van de gemiddelde Nederlander. Maar iedereen is anders. Op mijn website zie je wat bij jou de uitschieters zijn en als je met de grotere dingen eerst aan de slag gaat, dan heb je het meeste effect.”

“De echt grote stappen zijn: minder spullen kopen of bij voorkeur tweedehands kopen, spullen repareren en niet vervangen, geen of minder vlees eten, kleiner gaan wonen, de auto wegdoen en natuurlijk minder vliegen.

Beeld ANP

“Het helpt ook om de verspilling van voedsel, spullen, energie en water tegen te gaan. Een heel groot deel van de impact zit in vervuiling en landgebruik, ook dat is verborgen impact. Tachtig procent van jouw impact-ijsberg zit onder water.”

‘Afval is niet de oorzaak maar een symptoom’

Porcelijn heeft een probleem met de, op zich goedbedoelde, focus van veel vrijwilligers die bijdragen aan afvalvermindering en zwerfafval opruimen. “Afval is niet de oorzaak van problemen, maar een symptoom. De echte impact zit daarvóór: bij de productie. We leggen de nadruk vaak op afval omdat dat zo zichtbaar is.

Beeld Sander Soewargana

“Het doet ook geen pijn om afval te reduceren, je manier van leven verandert niet door afval op te ruimen. Maar de pijn zit ’m in dat stuk vlees dat in dat plastic is verpakt. Daar raak je aan het klimaatprobleem. Er zijn veel effectievere knoppen om aan te draaien, al denken we dat deze ingrepen pijn doen. Denk aan minder of niet vliegen, minder of niet autorijden en minder of geen vlees eten.”

De verborgen impact van consumentengedrag is een thema dat de laatste jaren veel se­r­ieuzer is genomen, zegt Porcelijn. “Ik hoor toch vrij veel om me heen dat mensen minder gaan vliegen, minder vlees eten, hun auto weg doen. We staan nog maar aan het begin van die omwenteling. Het gedrag van consumenten verandert maar heel langzaam. Die verandering heeft tijd nodig.”

Vooral het autogebruik zorgt voor extra CO2-uitstoot bij de tien procent hogere inkomens. Beeld REUTERS

De meerderheidsstem

Porcelijn wil het onderwerp positief benaderen en wil juist de doemverhalen – ‘het helpt toch allemaal niks’ – vermijden. “Wij burgers vormen de maatschappij, wij hebben impact. Wij bepalen wie we verkiezen en welke bedrijven groot worden. Alle sectoren, alles bestaat uiteindelijk omdat er consumenten zijn die er voor willen betalen. Wij trekken dus als burgers aan de touwtjes. We kunnen wel degelijk het verschil maken, zonder ons kan dat verschil er niet eens komen.

“Het heeft dus niet zo heel veel zin om te wijzen naar de industrie: geef mensen liever handvatten om er iets aan te doen. Mensen hebben baat bij handelingsperspectief. Van alle finale bestedingen ter wereld, is zestig procent afkomstig van de consument. Wij zijn de vraagkant van de economie. Dus we hebben ook meer dan de helft van de invloed, wij hebben de meerderheidsstem.”

‘EcoPositief in vijf stappen. Doeboek voor een duurzaam dagelijks leven’, Babette Porcelijn, Uitgeverij Volt, 96 pagina’s, € 9,99. Vanaf 4 juni verkrijgaar.

Lees ook

Duurzame 100: Een beter milieu begint bij een karrevracht aan cijfers

Iedereen kan helpen om milieuproblemen op te lossen, door alledaagse keuzes. Wat is effectief? Babette Porcelijn, nummer 73 in de Trouw Duurzame 100, zocht het uit. Feiten en prioriteiten, daarmee begint het.

Zichtbaar maken waar de problemen zitten

Babette Porcelijn, schrijfster van het boek ‘De Verborgen Impact’. 

Verduurzamen betekent juist uitbreiding van welzijn

Betekent verduurzaming dat we moeten inleveren op kwaliteit van leven? Mijn volmondige antwoord is: nee, integendeel, aldus Babette Porcelijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden