Wie komt er op voor de zilversmelt, de leng en de tongschar?

Viskotter vaart de haven van Scheveningen uit. (archieffoto) Beeld ANP

De regels voor duurzame visserij worden uitgebreid. Minister Schouten is tevreden, maar natuurorganisaties hadden gehoopt op meer.

Er zijn zaken die elk jaar in ­december terugkomen: Kerstmis, sinterklaas en de Europese onderhandelingen over visquota. En bij alle drie wil het nog wel eens een ­latertje worden. In Brussel duurde de bespreking van de Europese visserijministers vorige week tot het ontbijt. Nederlandse milieuorganisaties complimenteerden minister Schouten dan ook met haar uithoudingsvermogen. Schouten mocht als kersvers bewindspersoon voor het eerst aanschuiven bij het jaarlijkse overleg waar wordt vastgesteld wat ‘duurzame visserij’ betekent in concrete cijfers. Hoeveel van elke vissoort mag er uit de zee gehaald worden?

De positie van Nederland op dit punt is niet heel duidelijk, vinden natuur- en milieuorganisaties. “In het regeerakkoord staat heel weinig over duurzaamheid op zee”, zegt Irene Kingma van de Nederlandse Elasmobranchen Vereniging, die zich inzet voor haaien en roggen. “Wij zijn dan ook heel benieuwd naar de invulling die minister Schouten hieraan zal ­geven.”

Voorafgaand aan de visserijraad in Brussel stuurde Kingma’s Elasmobranchen Vereniging samen met vijf andere organisaties, waaronder Greenpeace en het Wereld Natuur Fonds een brief aan de minister met punten waar ze op zou moeten letten. 

Ecosysteem

“Met veel van de voor ­Nederland interessante soorten gaat het na ­jaren van streng beheer en een flinke inkrimping van de visserij echt beter”, zegt Kingma. “Maar de Nederlandse visserij is een gemengde visserij die gekenmerkt wordt door fikse bijvangsten van allerlei vissoorten die misschien niet veel opleveren op de visafslag, maar wel belangrijk zijn voor het ecosysteem. Deze soorten staan er, als er al gegevens over bekend zijn, helemaal niet goed voor en er lijkt ook weinig behoefte van de Europese lidstaten om hier iets aan te veranderen.”

De duurzame doelstellingen, vinden Kingma en haar collega’s, zouden moeten gelden voor alle vissoorten. De Europese visserijministers zouden zich behalve om haring en ­kabeljauw bijvoorbeeld ook wel mogen ­bekommeren om de leng. Dat is een kabeljauwachtige vis die voorkomt in het noordwesten en het noordoosten van de Atlantische Oceaan, de Noordzee en de Middellandse Zee. Het beest, dat wel twee meter lang en 25 jaar oud kan worden, is te herkennen aan zijn ene aarsvin.

Of wat te denken van de zilversmelt (een spieringachtige vis) en de tongschar, die familie is van de schol en met zijn gedrongen ­lichaam drie kilo zwaar kan worden. Deze vissen, zegt Kingma, worden gezien als ‘onvermijdelijke bijvangst’. Daar als politicus energie in steken, levert electoraal niet veel op. “Visserij wordt nog altijd gezien als een economische discipline waarbij de minister een goed resultaat voor de eigen sector moet binnenhalen. Helaas zijn een gezond ecosysteem en hoge ­biodiversiteit lastig uit te drukken in euro’s.”

'Evenwichtig akkoord'

Na 47 uur vergaderen kwam minister Schouten ’s ochtends in Brussel weer naar buiten. Wat kon ze melden? De Nederlandse ­vissers mogen in 2018 minder tong en schol vangen. Voor de vissoorten haring, kabeljauw, tarbot en griet geldt juist een verruiming van de quota. Schouten zei dat ze met haar Europese collega’s ‘een evenwichtig akkoord’ had ­bereikt, ze sprak van “een goede balans tussen ecologie en economie; waarbij vissoorten die onder druk staan zich verder kunnen herstellen en vissers thuiskomen met verantwoorde vangsten.”

De natuur- en milieuorganisaties hadden in de Brusselse wandelgangen nog een ‘leuk gesprek’ gehad met Schouten, maar de uitkomst van de onderhandelingen roept gemengde gevoelens bij ze op. “We zien dat er vooruitgang is geboekt”, zeggen de organisaties bij monde van Marc Timmermans van Stichting De Noordzee. “De lijst van duurzaam geoogste vissen wordt uitgebreid. Maar er moet ook ­geconstateerd worden dat nog niet voldaan is aan de wettelijke verplichting om uiterlijk 2020 alle bestanden op duurzaam niveau te ­bevissen.”

Diverse commerciële vissoorten in de Noordzee hebben zich de afgelopen jaren goed ontwikkeld, concludeert het Nederlandse ­ministerie van LNV tevreden. Ja, nogal wiedes, redeneren de natuur- en milieuorganisaties, dat komt door de strenge maatregelen die zij de afgelopen jaren hebben bepleit. Maar een feit is dat het aantal ‘bestanden’ (een bepaalde vissoort in een bepaald vangstgebied) dat volgens duurzame normen wordt bevist vanaf volgend jaar stijgt tot 53, wat toch 9 meer is dan nu.

Teleurgesteld

En de leng (met zijn aarsvin), de zilversmelt en de tongschar dan? Aan die bijvangst worden door de Europese ministers weinig woorden vuilgemaakt. De natuurorganisaties zijn daar teleurgesteld over. Marc Timmermans zegt: “Wij hadden graag gezien dat het succesvolle beheer op de commerciële visbestanden doorgetrokken was naar de kwetsbaardere bijvangstsoorten en dat er voorzichtiger omgegaan was met visbestanden waar onzekerheden over bestaan.”

De Nederlandse vissers kunnen juist vooruit met de nieuwe afspraken, aldus Johan Nooitgedagt, voorzitter van de Nederlandse Vissersbond. De vissers zijn vooral blij met nieuwe quota voor tarbot en griet. Die komen vaak in de netten terecht als bijvangst van tong en schol en leveren een goede prijs op. Het quotum voor tarbot en griet gaat volgend jaar met 44 procent omhoog.

Nooitgedagt: “Al jaren worden tarbot en griet, die tot de luxere vissoorten behoren, goed ­gevangen. Doordat er weinig bestandsonderzoek plaatsvindt, was het quotum de afgelopen jaren relatief laag. Met meer gegevens en nieuw rekenwerk is een forse toename van het quotum te verantwoorden.”

VisNed, de spreekbuis en belangenbehartiger van de kottervissers in Nederland, is ‘zeer te spreken’ over de Brusselse vuurdoop van ­minister Schouten. “De minister heeft zich in zes weken de materie razendsnel eigen ­gemaakt en ook de manier waarop is samengewerkt wordt door VisNed zeer gewaardeerd.”

Irene Kingma van de Elasmobranchen ­Vereniging blijft vrezen voor het lot van de leng, de zilversmelt en de tongschar. En dat van het witje en de wijting. “Vissoorten die voor Nederland een lage economische waarde hebben, zullen ook volgend jaar nog overbevist kunnen worden.”

Paling is een verhaal apart

Het akkoord over de nieuwe ­visquota omvat ook een bijzondere maatregel gericht op de paling, waarvan de populatie kritiek is.

De Europese Commissie zei vooraf voorstander te zijn van een algeheel vangstverbod voor paling in zout water, maar alle lidstaten van de Europese Unie hebben zich verzet tegen dit voorstel. Uiteindelijk hebben de visserijministers besloten dat met ingang van volgend jaar ­tijdens de paaiperiode (drie maanden) niet op aal mag worden gevist. In Nederlandse ­wateren geldt zo’n verbod al.

De Nederlandse vissers zijn blij dat er geen vangstverbod is ­ingesteld én dat in alle Europese wateren voortaan dezelfde regel voor paling geldt. Volgens Frederieke Vlek van natuurorganisatie Our Fish moet de paling echter beschermd worden in

‘de meest kritieke levensfase’. Het afgesproken vangstverbod geldt voor een nader in te vullen periode van september tot februari. Dat is volgens Vlek niet specifiek genoeg.

De nieuwe quota

Wijzigingen in het Europese visquotum per 2018, uitgaande van het gemiddelde van verschillende vangstgebieden:

Tong: -2,8 procent

Schol: -12 procent

Haring: +24 procent

Kabeljauw: +25 procent

Tarbot: +44 procent

Griet: +44 procent

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden