Met Paul van Hoof (links) en Dirk Heijkers van Bureau Natuurbalans op zoek naar wezels.

ReportageNatuurbescherming

Wezels leiden geheime levens, en met zenders komen we er meer over te weten

Met Paul van Hoof (links) en Dirk Heijkers van Bureau Natuurbalans op zoek naar wezels.Beeld Merlin Daleman

Hij laat zich zelden zien, moeilijk vangen of fotograferen: de wezel. Onderzoekers in Brabant hebben toch enkele wezels kunnen zenderen, wat hopelijk een inkijkje biedt in zijn geheime leven.

“We hebben hier eerst twintig struikrovers ingezet”, vertelt onderzoeker Paul van Hoof van Bureau Natuurbalans, klaar voor actie in natuurgebied de Mortelen bij Oirschot. Hij pakt iets uit de bestelbus waarin collega Dirk Heijkers op dat moment een antenne prepareert, bedoeld om gezenderde wezels in het gebied op te sporen. De genoemde struikrover blijkt geen Brabantse bandiet, maar een kunststof koker in camouflagekleuren, met achterin een cameraval. “Deze is speciaal ontworpen voor kleine marterachtigen, met een extra lensje waarmee hij scherpstelt op de kleine beestjes dichtbij”, zegt Van Hoof. Voor in de koker zit een rechthoekig blikje vastgemaakt. “In dat blikje zitten sardientjes. We maken daar een klein gaatje in zodat de olie eruit loopt, de wezels komen eraan snuffelen, waardoor we ze in beeld krijgen. Op deze manier hebben we de activiteit van wezels in dit gebied bekeken. Daarna hebben we vallen gezet op plekken met veel wezels, zodat we er een tiental zouden kunnen zenderen.” Dat bleek echter makkelijker gezegd dan gedaan. In het voorjaar zat corona in de weg en in juni werd geen enkele wezel gevangen. Een nieuwe poging in september had iets meer succes, maar een van de gezenderde dieren kwam te overlijden en een zender werd los teruggevonden. “We hebben nu vier gezenderde dieren rondlopen in plaats van de beoogde tien”, aldus Van Hoof met spijt.

Dirk Heijkers en Paul van Hoof kijken in de richting waar ze een wezel vermoeden.Beeld Merlin Daleman

Van de zenders hebben de dieren zelf weinig last. Om te laten zien wat de dieren om hun hals hebben – ze zullen zich vandaag waarschijnlijk niet vertonen - haalt Van Hoof een zendertje uit een envelop. Het is een kleine knop met antenne, die om de nek wordt gedaan. “De zender is 1,8 gram, hij mag maximaal 5 procent van het lichaamsgewicht zijn en het is maar een klein beestje. Het is voor het eerst dat er in Nederland een wezel is gezenderd, maar we hebben eerder bijvoorbeeld wel hazelmuizen, vleermuizen en knoflookpadden met zenders gevolgd. Zelfs een vliegend hert, een keversoort. Die krijgt dan een piepklein zendertje van maar 0,3 gram.” De wezels worden hier gezenderd omdat ze op de Rode Lijst van bedreigde diersoorten staan, maar het moeilijk is om ze te beschermen vanwege zijn verborgen levenswijze. “De Provincie Brabant en het Brabants Landschap willen iets doen voor de soort, maar er is maar weinig bekend over hoe het dier leeft. Welke plekken in het landschap hij echt gebruikt als verblijfplaats bijvoorbeeld. Reden om samen met hen en de Zoogdiervereniging dit onderzoek te starten”, aldus Van Hoof.

Doortijgeren

Collega Heijkers is al met de antenne op zoek naar het gezenderde dier dat hier moet zitten. Niet ver van de auto wordt een signaal opgevangen, zij het wat vaag. Ook midden in het naastliggende veld is de locatie van de gezenderde wezel niet goed te achterhalen. “Ergens daarachter, maar dan moeten we een heel bos doortijgeren, laten we omlopen”, stelt Van Hoof voor. Via een zandpad lopen de onderzoekers langs een stuk bos naar een volgens graslandje. Net naast het pad hangt een stukje tape aan een bramenstruik. “Een van zijn verblijfplaatsen”, zegt Heijkers, die de plek eerder markeerde. “Hij heeft blijkbaar maar een klein beetje beschutting nodig, en een ruimte onder de grond.” Want daar zit hij meestal, onder de grond, al is het zelf geen graver. “Hij maakt vooral gebruik van muizenholen, konijnenholen of mollengangen. En meestal in bosranden, onder bramenstruiken of tussen boomwortels.”

In het nieuwe veldje gaat de zachte tik uit het apparaat over in een harde piep. “Hij zit ergens in dit bosje. We zullen er toch in moeten om de locatie te vinden.” De onderzoekers stappen over het prikkeldraad en lopen behoedzaam tussen de varens door. De plek is gevonden. “Hier ergens onder de grond”, zegt Van Hoof die van een afstandje kijkt hoe collega Heijkers de antenne inklapt en met ingeklapte antenne verder zoekt. “Hij knijpt de antenne af om ’m ongevoeliger te maken, waardoor je nog preciezer de locatie van de wezel kunt bepalen en daarmee zijn verblijfplaats”, legt Van Hoof uit terwijl Heijkers geconcentreerd verder zoekt. Maar of het echt een verblijfplaats betreft, valt te betwijfelen. Het signaal wordt zwakker, zelfs als Heijkers de antenne weer openklapt. “Dieper de grond in gegaan?”, suggereert Van Hoof.

Dirk Heijkers van Bureau Natuurbalans met een antenne.Beeld Merlin Daleman

Heijkers loopt het bos verder af, de ronde wordt steeds groter, het signaal is weg. Terug op het pad, tientallen meters van het waarneempunt, begint de ontvanger ineens weer te piepen. Enigszins verbaasd kijken de onderzoekers elkaar aan. “Hij is aan de wandel”, constateert Van Hoof. En flink ook, want Heijkers is al weer verdwenen, achter de wezel aan. “Ik hoop niet dat het signaal straks stopt bij een buizerdnest. Dat is ons bij het onderzoek aan de hazelmuizen een keer gebeurd, toen is er eentje gegrepen door een bosuil. De zender is later teruggevonden in een braakbal.” De wezel bevindt zich echter niet in een roofvogelmaag, het dier beweegt zich duidelijk door het struikgewas. Dankzij de zender is hij te volgen, maar zich laten zien doet hij niet. “Het is ongelooflijk hoe verborgen hij zich kan houden. We hebben nog geprobeerd om ze te volgen met een warmtebeeldcamera, maar dat lukt zelfs niet. Na het uitzetten van een gezenderd dier hebben we het nog twintig seconden kunnen volgen, daarna verdween hij in het hoge gras en zagen we hem zelfs niet meer met de camera.”

Leve de zenders dus. De onderzoekers komen nu dagelijks enkele keren polshoogte nemen, maar zullen komende weken nog veel intensiever de wezel in de gaten houden. Dit zal langzaam zijn levenswijze en gebruik van het territorium prijsgeven. “Als je alleen gebruik maakt van vallen, cameravallen, sporenbedden of losse waarnemingen, zie je het dier altijd op de plekken waar jij als mens bent. Als je een dier zendert, laat hij zien waar hij zelf heen gaat, misschien wel plekken waar je ‘m nooit zou zoeken.”

Lees ook: 

Hoe de hazelmuis met een zendertje zijn winterslaap overleeft

Een deel van de zeldzame hazelmuizen in Zuid-Limburg sneuvelt mogelijk tijdens de winterslaap, nota bene door maaibalken of trekkerbanden van de bosbeheerder. Nieuw zenderonderzoek moet dat helpen voorkomen.

Zendertje onthult het onbekende leven van de ruigpoot

De allereerste ruigpootbuizerd met een zendertje op haar rug is op weg naar haar broedgebied in Noordoost-Europa.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden