Werken aan de acceptatie van de windmolen

© AP

De bereidheid van de bevolking om in te stemmen met windmolens, hangt mede af van waar het geld heengaat. Neem nou die twee dorpen in Saksen.

Angela Merkel wil dat Duitsland stopt met het gebruik van kernenergie. Dat moet de komende tien jaar worden opgevangen door inschakeling van meer duurzame bronnen als zon en wind. Geen zinnig mens kan er tegen zijn als bij energieopwekking mens en milieu worden gespaard. Dat is althans het grote plaatje. In de praktijk echter kan de houding van de bevolking ter plaatse nogal verschillen. Soms verzet een dorp zich tegen het plaatsen van windmolens, omdat molens lawaai maken of omdat zij het landschap vervuilen. Eigendomsverhoudingen spelen een grote rol bij die houding, ontdekten onderzoekers van de Amsterdamse Vrije Universiteit bij een recente studie in Duitsland. Merkel doet er goed aan te kijken hoe de opbrengsten worden verdeeld van al die windmolens en zonnepanelen die straks in dorpen en steden worden neergezet, zeggen zij.

Fabian Musall en Onno Kuik van het Instituut voor Milieustudies van de VU deden vorig jaar onderzoek in Zschadrass en Nossen, twee dorpen in het Muldendal tussen Leipzig en Dresden in de Duitse deelstaat Saksen. De dorpen vertonen veel gelijkenis. Ze zitten sociaal-economisch op hetzelfde niveau: arm en nauwelijks financiële mogelijkheden voor ontwikkeling; beide dorpen zijn ruim tien jaar bezig met het installeren van windmolens en zonnepanelen in de omgeving; de inwoners van beide dorpen hebben een min of meer gelijk uitzicht op de turbines in hun woonomgeving.

"Daar zijn de beide dorpen ook op geselecteerd", zegt Onno Kuik, een van de onderzoekers. "Ze liggen elk aan een ingang van het Muldendal, een schilderachtig gebied in zuidelijk Saksen tegen de Tsjechische grens. Het gebied is rijkelijk bedeeld met windmolens, die met name langs de snelweg A14 tussen Leipzig en Dresden zijn gesitueerd. Zschadrass is met zijn ruim 7000 inwoners weliswaar groter dan Nossen met zijn ruim 3000, maar alle inwoners die door ons zijn geïnterviewd wonen in de buurt van een windmolenpark."

Het grote verschil tussen de dorpen is het eigendom van de alternatieve energievoorziening. Kuik: "In het geval van Zschadrass is de gemeenschap mede-eigenaar - voor 20 procent - van de windmolens, en volledig eigenaar van de zonnepanelen. Het gaat hier niet om rechtstreekse financiële betrokkenheid van de burgers, het loopt via de gemeente. In Nossen is de alternatieve energievoorziening volledig in handen van een private, commerciële partij."

De situatie in Zschadrass is aanvankelijk ingegeven door de financiële nood, zo schrijven Musall en Kuik in hun studie. In het chronisch lage gemeentebudget was energie in grootte de tweede uitgavepost. Om die uitgaven terug te dringen bedacht de burgemeester zo rond 2000 een energieplan waarvan besparing en de overgang naar duurzame, lokaal aangeboorde bronnen de kern vormen. In 2050 wil Zschadrass voor zijn energie onafhankelijk zijn van elke buitenstaander. De burgemeester kreeg voor zijn ambitieuze plan niet gelijk de handen van alle gemeenteraadsleden op elkaar. Maar het pleit was snel beslecht nadat de eerste spaarlampen in de straatverlichting waren gedraaid en die lichten ook nog eens tussen middernacht en 4 uur in de morgen uitgingen. De gemeente bespaarde in 2001 zo 30 procent op haar lichtkosten vergeleken met 2000.

De heftige overstromingen van de Mulden in zuidelijk Saksen in augustus 2002 bleken voorts een geluk bij een ongeluk. De burgemeester zag zijn kans schoon om enkele verwoeste gemeentelijke gebouwen zodanig te reconstrueren dat zij energiezuinig werden. De plaatselijke sporthal moest echter geheel herbouwd worden op een andere plek. Het nieuwe gebouw verbruikte nog maar een derde van de energie van het oude. De winst ging niet naar de grote gemeentepot, maar de burgemeester verlaagde de huur voor de sportclubs van Zschadrass die gebruikmaakten van de sporthal. Daarnaast werd de oude oliestook van de sporthal vervangen door een enorme houtkachel. Daarmee werd niet alleen de hal zelf verwarmd, maar tevens een aanpalende school, een clubhuis, een bowlingcentrum en enkele gemeentegebouwen. Aanvankelijk werd voor de levering van het hout een commercieel bedrijf ingeschakeld, maar al gauw waren het de bewoners zelf die het hout uit de omringende bossen aanleverden.

De steun voor de ambitie van de burgervader om Zschadrass om in 2050 energieonafhankelijk te zijn, groeide zienderogen. In 2004 werd een ecologisch-sociale burgerstichting in het leven geroepen die zonnepanelen ging exploiteren op daken van gemeenschapsgebouwen. Duitsland kent een ruim vergoedingssysteem voor door particulieren geleverde zonne-energie. De opbrengsten werden weer in de gemeenschap geïnvesteerd. Zo werden de schoollunches voor kinderen van arme ouders voortaan vergoed.

Toen die burgerstichting in 2008 begon met het neerzetten van een paar grote windmolens in de nabijheid van het dorp, was er nauwelijks verzet. De molens, grote jongens van elk twee megawatt, werden geplaatst door het lokale bedrijf Windstromer, dat al sinds 2000 een paar kleinere molens exploiteerde. Het bedrijf zocht bewust draagkracht bij de plaatselijke bevolking door inschakeling van de burgerstichting. Onderzoeker Kuik: "Hoewel die stichting voor 20 procent meedoet is hun invloed groot. De opbrengsten van de molens gaan voor een deel weer naar de gemeenschap terug in de vorm van lagere tarieven voor kinderopvang. Dat blijkt mensen toch erg mild te stemmen ten aanzien van overlast die die grote molens toch veroorzaken."

Die conclusie wordt onderbouwd door de houding van het gemeentebestuur van het naburige Nossen. Ook daar is de financiële nood hoog en ook daar zijn in het begin spaarlampen in de straatverlichting gedraaid. De opbrengsten daarvan worden echter niet besteed aan specifieke projecten, maar verdwijnen in de grote gemeentepot. Het gemeentebestuur vertoont geen enkele ambitie om deze winst uit te bouwen tot een alomvattend energieplan. Als Nossen toch windmolens laat bouwen op zijn grondgebied, wordt dat geïnitieerd door een beursgenoteerd bedrijf. Van de aandeelhouders wonen er twee in Nossen, zo stelt de studie. De opbrengst voor de gemeente blijft beperkt tot een kleine tienduizend euro aan belastingen.

De deelstaat Saksen haalt zijn elektriciteit nog voor 80 procent uit het vervuilende bruinkool, vier maal het landelijk gemiddelde. Kuik: "Toen we vooraf het milieubewustzijn maten van de inwoners van beide dorpen bleek die zeer hoog, 92 procent in Zschadrass en 87 procent in Nossen. Desondanks is het verschil in acceptatiegraad van alternatieve energie tussen beide dorpen zeer significant. In grote lijnen is de horizonvervuiling door de hoge windmolens in beide dorpen het grootste minpunt. Dat is in die pittoreske omgeving wel voor te stellen. Toch is in Zschadrass de acceptatiegraad van windmolens ruim tachtig procent, in Nossen komt die niet boven de 40. Dat grote verschil is toe te schrijven aan dat mede-eigendom van de windmolens, het delen in de winst door de hele gemeenschap en de transparante wijze van besluitvorming in Zschadrass. De enthousiaste burgemeester heeft er zeker ook aan bijgedragen. Die man wil zijn dorp de groenste van heel Saksen maken. Als Angela Merkel door wil pakken met haar inzet voor duurzame energie, doet ze er goed aan naar Zschadrass te kijken."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden