Welk keurmerk?

De wereld van de keurmerken is een jungle. Voor een simpel product als een ei zijn er al tientallen. Bedrijfstakken blijven ze maar ontwikkelen in de hoop consumenten iets onderscheidends te bieden. Dat kan ver gaan. Er is ooit geopperd om een keurmerk voor hulpsinterklazen in het leven te roepen.

De wens om per branche tot één keurmerk te komen zal voorlopig wel niet worden gehonoreerd. De consument wordt er horendol van, terwijl hij wel waarde hecht aan een goed keurmerk, zo blijkt uit onderzoek. Daarom komt het ministerie van economische zaken na de zomer op de website www.consuwijzer.nl met een lijst waarop alle keurmerken staan en hun betekenis wordt uitgelegd.

De biologische sector echter blinkt uit in duidelijkheid. Er zijn maar twee keurmerken; het bekende zwarte Eko-label en Demeter. De laatste is het keurmerk van de biologisch-dynamische landbouw. Het voldoet aan alle normen die gelden voor Eko, maar daarbovenop worden aanvullende voorwaarden vanuit antroposofische hoek gesteld. Eko-eisen zijn vooral technisch van aard: zo mag er geen gebruik worden gemaakt van pesticiden en kunstmest bij gewassen en geen krachtvoer en antibiotica bij dieren. Antroposofische eisen gaan meer over de kijk op het bedrijven van landbouw: mens, dier, plant, bodem en landschap en de zorg daarvoor vormen één geheel. Die samenhang is essentieel, daar kun je niet naar believen een stukje uithalen.

Er gaan regelmatig stemmen op om het Eko-keurmerk samen te doen gaan met dat andere verantwoorde keurmerk: Max Havelaar. Die laatste staat voor eerlijke handel. Max Havelaarboeren krijgen voor hun producten een kostendekkende prijs plus een premie. Het keurmerk moet dat de consument garanderen. Max Havelaar is in het leven geroepen om uitbuiting van kleine boeren in ontwikkelingslanden tegen te gaan. Zij vormen in de productieketen geen partij voor machtige supermarktorganisaties en voedingsmultinationals.

Consumenten die Eko-producten kopen blijken vaak dezelfde als zij die de producten van Max Havelaar aanschaffen. Dit soort consumenten gaan er meestal van uit dat én het milieu wordt gespaard én de producent behoorlijk wordt betaald voor zijn inspanningen. Die garantie is er echter niet. Eko schrijft niets voor over een kostendekkende betaling. Andersom is er ook geen garantie dat Max Havelaarproducten milieuvriendelijk zijn geteeld. Er is daarbij vaak wel zorg voor het milieu, maar die voldoet meestal niet aan de Eko-eisen. Vandaar de roep om het in elkaar schuiven van de twee verantwoorde keurmerken, opdat dan de consument in één oogopslag kan zien dat een product op een menswaardige én milieuverantwoorde wijze is geteeld.

Deze twee standaarden samenvoegen is echter geen sinecure, hoewel de laatste vijf jaar op dit terrein wel vooruitgang is geboekt. Er zijn Max Havelaarproducten – bananen, koffie, thee en chocola – die inmiddels ook het Eko-label hebben. Maar dat zijn dan nog steeds twee labels. ,,Het is onverstandig om ze in elkaar te schuiven’’, vindt Nico Roozen, directeur van ontwikkelingsorganisatie Solidaridad en medeoprichter van Max Havelaar. ,,Max Havelaar groeit hard. Als daar Eko-eisen bovenop worden gezet, beperkt dat de groei. Max Havelaar werkt veel met kleine boeren. Velen worden uitgesloten als zij hun grond 3 tot 5 jaar moeten braak laten liggen, zoals is vereist in de Eko-voorschriften. Daarnaast zijn Eko-regels heel streng: nul procent chemie. Voor sommige producten als bananen is in landen als Ecuador, Colombia en Panama telen zonder bestrijding niet mogelijk. De infectiedruk is daar heel groot. Daar is chemie voor nodig. Wel proberen we door slim te telen zo weinig mogelijk chemie te gebruiken. Grote bedrijven als Dole en Chiquita spuiten wel 60 maal per jaar pesticiden op hun bananen. Max Havelaarboeren proberen dat tot 10 à 12 keer te beperken. Dat levert al veel winst op.’’

De huidige directeur van Max Havelaar, Coen de Ruiter, onderschrijft de visie van Roozen en voegt daaraan toe dat ,,de consument van Max Havelaarproducten niet per se ook het Eko-label op zijn product hoeft te zien. Als hij maar weet dat het product naast sociaal verantwoord ook duurzaam is geteeld. Die duurzaamheid voeren we steeds meer op, omdat we ook wel zien dat dat steeds belangrijker wordt.’’

De Eko-sector ziet ook de logica van dat ene keurmerk wel in, maar is eveneens nog huiverig om de stap te zetten. Directeur Bert van Ruitenbeek van Biologica, de koepel van de biologische sector: ,,Het is logisch dat de consument dat ene keurmerk wil, maar het is een lastige opgave. Eko is een zeer geordend geheel, met veel voorschriften en strenge controles die overal gelijk zijn. Het is voornamelijk een westerse aangelegenheid zodat dat ook gemakkelijker gaat. Max Havelaar zit in ontwikkelingslanden. Certificering en de controle daarop zijn nog niet goed op orde. Wij voelen dat de druk van de consument toeneemt om ook sociaal verantwoord te opereren. Door het uitsluiten van het werken met chemicaliën zijn de arbeidsomstandigheden in de biologische landbouw al een stuk beter dan in de gangbare landbouw, maar ik geef toe, er is geen garantie. Het blijft een ingewikkeld verhaal. Voorlopig hebben we onze handen vol aan onze eigen winkel.’’

Peter Brul trekt met zijn adviesbureau voor de biologische landbouw Agro Eco al tien jaar aan de integratie van biologische landbouw en eerlijke handel. ,,In het begin liepen we te veel voor de muziek uit, maar de laatste vijf jaar is er veel gebeurd. Een behoorlijk aantal producten is voor beide keurmerken gecertificeerd. Maar het blijft een lastig verhaal. Het zijn eigen winkeltjes met een eigen historie en gevestigde belangen die moeite hebben om over hun eigen schaduw heen te springen. Beide keurmerken komen voort uit idealisme, maar idealisten kunnen heel star zijn.’’

Voor Eosta, Europa’s grootste handelaar in biologische producten, is het integreren van hoge sociale en milieustandaarden hun voornaamste pijler. Echter, niet door het in elkaar schuiven van Eko en Max Havelaar. Directeur Volkert Engelsman: ,,Het is een illusie dat die twee in elkaar kunnen worden geschoven. Eko is een duidelijk keurmerk met wereldwijd dezelfde standaarden en controles. Daar moet je niet aankomen. Max Havelaar werkt met vele kleine telers in ontwikkelingslanden. Dat in elkaar schuiven wordt nooit wat. Maar de consument wil wel duurzaamheid voor milieu én voor mensen. Die is al verder dan louter Eko en Max Havelaar. Sociale verantwoordelijkheid is voor mensen vaak breder dan alleen Max Havelaar. Dan kun je ook denken aan streekgebonden producten, aan zorgboerderijen, aan cultuurbehoud, aan rentmeesterschap. Ook die zaken geven in zijn ogen meerwaarde. Als je duurzaamheid zo beschouwt, is er nog veel ruimte om te groeien. Ik schat dat 20 procent van de consumenten daar gevoelig voor is.’’

Om aan al die eisen te voldoen heeft Eosta voor zijn producten het traceerbaarheidssysteem ’nature & more’ ontwikkeld. Engelsman: ,,Nature & more voldoet aan de nieuwe verwachtingen van de moderne consument over gezondheid, ecologische duurzaamheid en sociale verantwoordelijkheid. Dat komt op hetzelfde neer als het in elkaar schuiven van Eko en Max Havelaar. Het zijn in de eerste plaats Eko-producten, de boer wordt daarnaast ook behoorlijk betaald en door onderscheidende producten willen we ook bedrijfseconomisch een levensvatbare keten opzetten en onderhouden. Ingewikkelde certificering is vervangen door transparantie. De koper kan via de site de producten traceren tot de producent. Hij kan uitgebreid kennismaken met die producent en dan zelf oordelen. En geloof me, daar zijn consumenten vlijmscherp in.’’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden