Jelle's Weekdier

Weinig dingen zijn zo vrolijkmakend als puttertjes

Een putter voert een jong

Deze week introduceert PostNL voor de liefhebber van ornithologische filetalie een velletje van zes postzegels met daarop afgebeeld de pestvogel en de putter, elk op drie zegels. Gebaseerd op aquarellen van Michelle Dujardin en met een allitererende knipoog (postzegel – pestvogel – puttertje), is het een fraai zegelvel geworden.

Bij de term ‘puttertje’, inderdaad in de verkleinvorm, denk je onwillekeurig aan dat prachtige schilderijtje van Carel Fabricius, een topstuk van het Mauritshuis in Den Haag. Het werk is nauwelijks groter dan een A4’tje en in 1654 geschilderd. Samen met de enorme stier van Paulus Potter uit 1647 (eveneens in het Mauritshuis) en de zwaan van Jan Asselijn uit 1650 (in het Rijksmuseum) vormt het puttertje van Fabricius een beroemd trio dierschilderijen uit het midden van de zeventiende eeuw. Fabricius’ vogeltje is daarnaast het trotse onderwerp van een eigen website: puttertje.mauritshuis.nl; dat kunnen weinig geschilderde dieren hem nazeggen.

Het schilderijputtertje zit op een aan de muur gehangen hokje. Wat doet het beestje daar? Wie iets langer kijkt, ziet dat het arme dier met een dun kettinkje aan een zitstok is vastgemaakt. De putter leeft in gevangenschap. Dat is iets wat we ons tegenwoordig niet echt meer kunnen voorstellen, in dit gezegende land van overvloedige dierenliefde, vogelbescherming, 114-red-een-dier, opvangcentra en adopteer-een-kip.nl. Het in gevangenschap houden van wilde zangvogels was hier ooit heel normaal en is dat in andere delen van de wereld nog steeds. Uiteraard hield men liefst vogeltjes die óf mooi konden zingen, zoals kanaries, óf waren voorzien van een fraai uiterlijk. Dat laatste is zeker op de putter van toepassing.

De museale website leert ons dat een putter, die ook wel distelvink wordt genoemd, ooit een distelstekel uit de doornenkroon van Christus verwijderde, waarbij een druppel van het bloed uit Jezus’ voorhoofd zorgde voor de knalrode kop van het vogeltje. Sindsdien is de putter symbool voor de kruisdood, wat onze vrome zeventiende-eeuwse landgenoten er helaas niet van weerhield de arme beestjes aan een kettinkje vast te binden. Zo ging dat toen. De naam distelvink zal in werkelijkheid echter eerder zijn voortgekomen uit hun voorliefde voor distelzaadjes dan aan die act met de doornenkroon.

Carel Fabritius, Het puttertje, 1654 Beeld Mauritshuis

Putters zijn zeldzaam kleurig: tomaatrood, knalgeel, zwart, wit en van alles daar tussenin. Het wijst ons op een paradox: terwijl veel Nederlandse vogels zich in vijftig tinten bruin aan ons lijken te vertonen, laat de praktijk het tegenovergestelde zien. Wie zich erin verdiept, komt tot de ontdekking dat we hier veel kleurrijke vogels hebben. De gaai, de ijsvogel, de wielewaal, kool- en pimpelmees, rood- en blauwborst, de groenling, de geelgors en zelfs de spreeuw: de kleuren spatten er vanaf. Zeker, de tropen kunnen er ook wat van, met paradijsvogels en papegaaien, maar wie daar de nadruk op legt, lijdt aan ornithologische zelfverloochening.

De putter doet het in tegenstelling tot veel andere vaderlandse vogels redelijk goed. Volgens de recent verschenen Sovon Vogelatlas gaan ze in aantallen zelfs licht vooruit. Gelukkig maar, weinig dingen zijn zo vrolijkmakend als een groepje putters in de struiken. Nu ook verkrijgbaar met een perforatierandje.

Jelle’s weekdier

Jelle Reumer is paleontoloog. Voor Trouw bespreekt hij iedere week een dier dat het nieuws haalt. Lees hier eerdere afleveringen van Jelle’s Weekdier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden