Sphynx en bambino sphynx. Beeld Koen Verheijden

Jelle's weekdier Designerdieren

Wegselecteren, die zieke fokkers

Toen Charles Darwin zijn ideeën over soortvorming en natuurlijke selectie ontwikkelde, ontdekte hij een interessante parallel. Er bestaat ook kunstmatige selectie die gebaseerd is op hetzelfde mechanisme van variatie, selectie en reproductie. Het principe is simpel. Dieren en planten krijgen meer nakomelingen dan noodzakelijk is om de ­populatie in stand te houden. Om overbevolking te vermijden, moet er worden geselecteerd. Alle nakomelingen variëren in eigenschappen als vachtkleur, lichaamsgrootte, spiersterkte, vleugellengte, enzovoort. De meest geschikte en best aangepaste nakomelingen overleven tot het moment dat ze zich zelf gaan voortplanten. Dit is het principe van de survival of the fittest. Uit de variatie binnen de kinderschare selecteert de natuur exemplaren met de beste schutkleur, de mooiste staart, het grootste gewei, de sterkte spieren, enzovoort.

Ditzelfde principe wordt toegepast door fokkers van hondenrassen, snoeptomaatjes, paarse worteltjes, zwarte tulpen, dikbilkoeien en renpaarden. Met de voor de gewenste eigenschap (kleur, smaak, vleesmassa) meest belovende exemplaren wordt doorgefokt. De rest? In de natuur worden die opgegeten of gaan gewoon dood, in de fokpraktijk worden ze geëuthanaseerd of naar de composthoop verwezen. Wanneer dit proces resultaten ­oplevert in de vorm van nuttige hondenrassen, smakelijke paprika’s of mooie rozen is er niks mis mee. Zolang er in het geval van dieren voor wordt gezorgd dat de betreffende rassen geen vervelende kwalen ontwikkelen en de dieren niet lijden, kan het weinig kwaad.

Dierenwelzijn schenden om redenen van financiële aard

Er wandelen echter twee beren op de weg. De eerste is dat eigenschappen vaak gekoppeld zijn. Als de ene, gunstige, ­eigenschap wordt bevorderd, kan een ­andere en soms minder gunstige als het ware ‘meekomen’. Een voorbeeld: bij veel zoogdieren leidt domesticatie om een of andere reden tot de ontwikkeling van een krul in de staart. Varkens staan erom bekend en veel hondenrassen hebben hun hangende wolvenstaart ingewisseld voor een kek omhoog krullende kwispelaar. Nou is dat nog tamelijk onschuldig, maar wat dan te denken van vetkwabben die het gezichtsvermogen belemmeren, invaliderende heupdysplasie, neusgaten die bijna verstopt zijn en de ademhaling belemmeren of een dusdanig klein hersenpannetje dat het brein er niet meer pijnloos in past?

Er worden diverse dierenrassen gefokt die ­iedere norm van dierenwelzijn schenden. De redenen waarom dat gebeurt, zullen wel van financiële aard zijn. Er is kennelijk vraag naar mismaakte katten en honden en waar vraag is, wordt aanbod ­gecreëerd. Omgekeerd kan ook. Maar welk redelijk denkend mens wil er nou een haarloze kat? Een Bambino Sphynx? Een Lykoi of een Peterbald? Of een minihondje dat door een roofvogel uit de tuin kan worden gesnaaid?

Maar nu is er eindelijk ingegrepen. Een fokker van mismaakte kattenrassen moet deze abjecte ­activiteit staken. ‘‘Martelfokker’ mag zieke raskat niet meer fokken’, zo luidde de krantenkop afgelopen donderdag. Die kop klopte niet helemaal, want feitelijk zijn de katten niet ziek. Ze zijn wel mismaakt. Ziek zijn de fokkers in wier brein ergens een paar zenuweindjes verkeerd zijn aangesloten. Behalve het ophouden met hun fokpraktijken zou wellicht ook een serie bezoekjes aan de psychiater aanbevelenswaardig zijn. En de NVWA moet onder de fokkers doen wat zelfs de natuur niet kan, namelijk wegselecteren.

Jelle Reumer is paleontoloog. Voor Trouw bespreekt hij iedere week een dier dat het nieuws haalt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden