Renske Jonkman Beeld Loek Buter

ColumnRenske Jonkman

We zijn allemaal speler in een slecht geschreven toneelstuk

Het (agrarisch) kinderdagverblijf van mijn kinderen is al weken gesloten, maar het aangrenzende tulpenbedrijf is wél nog gewoon open. Ik besloot een bosje tulpen te halen voor mijn ouders, die ik dezer dagen alleen nog spreek vanachter de houten poort van ons erf – intussen de kinderen streng toesprekend dat ze ‘niet te dichtbij!’ mogen komen, alsof het om een stel opdringerige Jehova’s getuigen gaat. Houellebecq schreef in ‘Serotonine’: ‘God is een middelmatige scenarioschrijver’ – we zouden moeten accepteren dat we allemaal speler zijn in een slecht geschreven toneelstuk.

Op een zonnige middag fietste ik over het erf van het kinderdagverblijf. Een paar peuters in rode overalls scharrelden verloren rond. Kinderen van ouders met vitale beroepen? Mijn jongste van één jaar, in het zitje voor op de fiets, keek emotieloos naar de plek waar ze tot voor kort toch wekelijks kwam. Zelfs de pony en de ezel herkende ze niet.

Ik groette de leidster. Naast haar stond een jongetje dat nodig moest plassen.

 “Je bent te laat”, riep hij. “Alles is op.”

De eerste weken na sluiting had ze nog een handje meegeholpen in het naastgelegen tulpenbedrijf, zo vertelde ze, en eigenlijk was dat best leuk: in de overdekte kas voerden ze ineens lange gesprekken met de andere leidsters, die óók gewoon kwamen helpen, zonder dat ze telkens werden onderbroken door kleine kinderen. Het verbaasde me niks: in deze streek help je mee waar dat moet, aan handen altijd een gebrek, zeker tijdens een pandemie, en ook zelf zat ik als puber urenlang te bollenpellen alsmede aanverwante jongens te keuren in een donkere schuur.

Het ventje trok aan haar hand, hij had duidelijk hoge nood. “Ik ga wel een bosje tulpen halen”, zei ik.

Helemaal achter in de lege kas stond eigenaar Kees. “Je bent te laat”, riep hij. “Alles is op.” Het was een beroerd jaar, zei hij, want zeventig procent van zijn tulpen was niet verkocht en voor de overige dertig kreeg hij maar een fractie van de normale prijs. Hij had nog wel een deel van de voorraad wat langer kunnen bewaren door de kachel wat lager te zetten, maar uiteindelijk had hij het overgrote deel van de tulpen moeten weggooien. Gelukkig hadden ze nog de inkomsten van het kinderdagverblijf, ook in hun eigendom.

Uit de koeling haalde hij het allerlaatste bosje tulpen van dit jaar. Gele. “Hoeveel wil je ervoor hebben?” vroeg ik. Hij wuifde met zijn hand. “Helemaal niks, ben je gek.”

Met Pasen legde ik het bosje tulpen voor mijn ouders bij de poort, als het bordes van de paus. Ze kwamen dichterbij dan anders, ergens in de hoop dat ze dit slechte toneelstuk zouden kunnen herschrijven.

Renske Jonkman schrijft over haar leven op het platteland, tussen boeren en natuurbeschermers. Lees haar columns hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden