Theunis Piersma, trekvogel-ecoloog en hoogleraar.

Interview Ecoloog Theunis Piersma

We willen niet zien hoe slecht het gaat met de natuur, zegt ecoloog Theunis Piersma

Theunis Piersma, trekvogel-ecoloog en hoogleraar. Beeld Reyer Boxem

Het gaat niet goed met de natuur in Nederland, zegt ecoloog Theunis Piersma, en dat willen we niet eens zien. 'We steken liever onze kop in het zand.’

“Er voltrekt zich iets engs in de Nederlandse natuur en ik krijg er geen grip op”, zegt ecoloog Theunis Piersma in zijn tuin in het Friese dorpje Gaast. Het is een bloedhete dag, zomer 2019. Hoog in de lucht jongleren roetzwarte gierzwaluwen. Het zijn de laatsten die hij dit jaar zal zien, weet Piersma. Elke keer vertrekken ze vroeger. Maar waarom? Wat zet hen aan tot hun steeds vroegere trek?

“Ik zit hier iedere avond, want ik vind gierzwaluwen fantastisch. Zo mooi om naar te kijken. Magische beesten, vol raadsels. Dat is waarvoor ik bioloog ben geworden. In oude boeken lees ik dat in Nederland gierzwaluwen begin augustus naar Afrika vertrekken. Afgelopen zomer zag ik ze op 24 juli voor het laatst. Het jaar ervoor ook rond die tijd. Het is een steekproef van niks, maar ik vraag me af: waarom gaan de gierzwaluwen eerder weg? Bij de wad- en weidevogels waar ik veel meer van weet, heeft dat vrijwel zeker met voedsel te maken, te weinig insecten.”

Theunis Piersma (62) is ecoloog, gespecialiseerd in trekvogels, hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen en onderzoeker aan mariene instituut NIOZ op Texel. Piersma’s onderzoeksgroep levert onder andere dankzij het zenderen van trekvogels nieuwe inzichten over de kwetsbare relatie tussen klimaat, voedsel, landschap en vogels. Met die kennis probeert hij, vaak samen met natuurbeschermingsorganisaties, unieke kustzones en cultuurlandschappen voor menselijke ingrijpen te behoeden.

Gierzwaluw Beeld Gerard Geijtenbeek

Piersma is een groot liefhebber van grutto’s en kemphanen, weidevogels die sterk in aantallen zijn verminderd. Voor alles is hij wetenschapper, hij zoekt antwoorden op de vragen die de natuur hem stelt. Maar hoe meer antwoorden hij vindt, hoe meer vragen er rijzen.

Over het eindeloze ontrafelen van de natuur – “we weten nog zo veel niet” – en de manier waarop we ecologische kennis vergaren en toepassen in Nederland, schreef hij vorig jaar samen met bioloog Thomas Oudman een bijzonder boek (‘De ontsnapping van de natuur’, uitgeverij Athenaeum – Polak & Van Gennip). Het boek is een van de vijf genomineerde natuurboeken voor de Jan Wolkersprijs 2019. Kernvraag: kun je een natuur wel goed beschermen, als je denkt dat je het allemaal wel weet?

Het probleem is groter dan die vraag, vreest Theunis Piersma: eigenlijk wíllen we niet weten hoe het is gesteld met de Nederlandse natuur. “We steken liever onze kop in het zand.” Piersma begon dertig jaar geleden als bioloog op het Wad. “Ik wilde werken op plekken waar de natuur de maat was. Het Wad was immers een beschermd natuurgebied, daar had de natuur de leiding, toch? In de eerste week al werd ik geconfronteerd met de mechanische kokkelvisserij. Het duurde drie jaar voordat ik me realiseerde dat ook het Wad geen wereld is waar de natuur leidend is. Zo’n plek is er eigenlijk niet meer op aarde, overal zie je de invloed van de mens.

Theunis Piersma. Beeld Reyer Boxem

“Het Wad is ziek, daarover lijkt consensus te bestaan. Het heeft een goede dokter nodig die de juiste diagnose stelt en helpt bij het herstelproces. Maar dan moeten wij als ecologen wel de kans krijgen om die rol te vervullen. Zonder te weten waarover we het hebben, nemen wij vaak onze toevlucht tot technologische oplossingen van ecologische problemen.

“Inmiddels lopen we tegen de grenzen aan, we hebben in ons agrarisch land de bodems vernield, simpelweg omdat we de oude ecologische wijsheden hebben vergeten. De economie van de korte termijn gaat altijd voor. We hebben veel van onze grond- en watersystemen naar de mallemoer geholpen. Daar is geen simpele technologische fix voor.”

Dwars op een trekvogelroute

Lelystad Airport, is een mooi voorbeeld van hoe ecologische belangen ondergeschikt zijn gemaakt aan economische, zegt hij. “Ik ben geen expert, hoor, maar ik begrijp niet dat die vliegtuigen zo laag moeten vliegen, dwars op een trekvogelroute, waarvan bekend is dat er grote vogels op vijfhonderd meter tot drie kilometer hoogte heen en weer vliegen, grutto’s, ganzen, zeearenden. Het ministerie zou dat moeten onderzoeken, maar verzuimt dat onder druk van economische motieven. Ik vind dat onverantwoord. Maar goed, de ontwikkelingen rond Lelystad Airport zijn wellicht de laatste stuiptrekkingen van een afbrokkelend systeem.”

Landbouwchemicaliën, bestrijdingsmiddelen. Ook zo’n voorbeeld. “Ik heb nooit onderzoek gedaan naar landbouwgif, maar ik heb er wel veel over gelezen. Ik vind het eng. Nederland, Europa en de wereld staan het gebruik van steeds krachtiger biochemisch actieve stoffen toe. Stofjes die alleen maar zijn getest in een beperkte laboratoriumsituatie. Je weet niet wat het daadwerkelijk in en met de omgeving doet. Je weet niet wat het effect is van de stapeling van al die stoffen. Toch wordt dat spul overal gebruikt. Boeren zeggen: ach, we hebben maar zo weinig nodig, het is bijna niks. Dat toont aan hoe ongelooflijk giftig dat spul is: je hebt er maar weinig van nodig voor het gewenste effect.

Jonge boerenzwaluwen op het nest. Beeld Herman Engbers

“Ik begrijp niet dat dat allemaal kan gebeuren, dat er zelfs geen fatsoenlijk onderzoek is naar de ecologische gevolgen. Ik zie dat de huiszwaluwen hier in het dorp de afgelopen vijftien jaar met twee derde zijn afgenomen. Sinds de Tweede Wereldoorlog is naar mijn inschatting 95 procent van de zwaluwen verdwenen. Dát is de werkelijkheid. We kunnen slechts gissen naar het waarom.”

Volgens Piersma is de Nederlandse agrosector te veel gefixeerd op technologie. “We geven ons geen rekenschap van de ecologische context. Door de kennis die door mijn onderzoeksgroep en anderen is verzameld, is duidelijk geworden dat vogels ons heel veel kunnen vertellen over hoe onze wereld en ook die van de akkerbouw en de melkveehouderij in elkaar zitten. Maar geld voor dit soort studies moeten we voor de poorten van de hel wegslepen. In de Waddenzee staan we intussen al vier jaar droog: er is geen financiering meer voor een onderzoeksprogramma dat geweldige maatschappelijke beoordelingen kreeg. Waarom is er geen topsector ecologie in Nederland?

“Nu is er een Deltaplan Biodiversiteit, maar dit lijkt vooralsnog vooral een praatprogramma van veel betrokken partijen. We hadden als biologen samen met geïnteresseerde boeren al veel verder kunnen en moeten zijn.”

Ongelooflijk giftige cocktail

Nederland krijgt de vogels die het verdient, concludeert hij. Maar treurig is het wel, dat bijzondere soorten lijken te gaan verdwijnen. “Ik wil niet per se de grutto redden. Wel wil ik graag dat grutto’s weer algemene broedvogels worden of dat we weer honderd keer meer huiszwaluwen om ons heen hebben. Ze zouden aantonen dat we in Nederland weer een duurzame boerenpraktijk hebben opgebouwd. Het heeft er vooral mee te maken hoe we met ons land omgaan. De snelst groeiende populatie van grutto’s zit in Frankrijk, in Bretagne, omdat daar goed op het land wordt gepast.

“Wij hebben met ons onderzoek aangetoond hoe slecht het is met de wormen – dat had nog nooit iemand op de kaart gezet. In de helft van Nederland verspreiden we twee, drie keer per jaar een ongelooflijke giftige cocktail in de bodem. Dat doen we al dertig jaar en we hebben er nooit bij stilgestaan.

“Dat we op z’n minst 95 procent van de zwaluwen zijn kwijtgeraakt, is tijdens mijn leven gebeurd. Maar niemand heeft dat onderzocht. Ik denk dat we de huiszwaluw verder achteruit zullen zien gaan. Door verandering in landgebruik zijn ze zich gaan terugtrekken in de natte gebieden en nu ben ik bang dat het voortgaande gebruik van die superpesticiden, ze langzaam maar zeker de genadeklap geeft. Eén plus één is twee. We zijn allemaal ongelooflijk verliefd op de technologie, die altijd wel weer een oplossing heeft. Maar het zijn kortetermijnoplossingen.

Huiszwaluw Beeld Koos Dijksterhuis

“We zullen tot restauratie moeten overgaan. Een meerderheid van de boeren is net zo bezorgd als ik. Ons grondbeheer moet anders. Het wordt nog een hele klus om de bodems die we overal in Nederland kapot hebben gemaakt te herstellen. In het veengebied verandert de natuur al tientallen jaren onomkeerbaar: veen dat opdroogt, wordt nooit meer nat. Wat er nog is, zijn we aan het verliezen.

“Ik begrijp niet dat ze niet voortdurend bij ons, ecologen, op de deur rammen: jullie moeten potverdorie aan het werk, maak plannen, help ons! Nederlandse overheden stellen me teleur, ze lopen achter de muziek aan en het gros van de maatschappelijke organisaties danst mee op het deuntje van de overheid. Je kunt het hele verhaal van de ecologische veronachtzaming samenvatten met wat ik een ambtenaar van de provincie Noord-Holland over de kennis van het Wad hoorde zeggen: als ik wil weten wat er met het Wad aan de hand is, kijk ik wel even over de dijk. Dát vind ik eng.”

Lees ook:

De Chinese overheid ontfermt zich over de kanoet

“Welkom in Absurdistan!” zegt hoogleraar trekvogelecologie Theunis Piersma, wanneer we het kunstmatige schiereiland Caofeidian, in de Chinese Baai van Bohai oversteken. Hij overdrijft niet. Langs lange rijen met eenvormige, deels compleet lege flatgebouwen, rijden we naar wat ooit de natuurlijke Waddeneilanden van deze kust waren.

Een nieuw biodiversiteitsplan: wie zorgt ervoor dat het deze keer wél slaagt?

In maart 2019 debatteerde de Tweede Kamer over het Deltaplan Biodiversiteitsherstel. Goed nieuws voor de dwergstern, de egel en vele andere bedreigde dieren. Of toch niet? In 2005 was er ook al een ambitieus én haalbaar deltaplan, ook opgesteld mét de landbouw. En dat heeft niets opgeleverd.

Grutto’s beschermen kan wél

Het kost wat moeite, maar dan heb je ook wat. Wanneer je in een weiland de grondwaterstand hoog houdt, zodat weidevogels in de slappere bodem beter naar wormen en insecten kunnen peuren, waneer je zorgt voor wat meer kruiden op het land dan alleen maar een biljartlaken van Engels raaigras, en wanneer je niet vóór half juni gaat maaien, dan kun je op je boerderij niet alleen gras en melk produceren, maar ook grutto’s.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden