Interview

‘We doen lang niet genoeg tegen klimaatverandering, maar er zijn nog zat knoppen om aan te draaien’

Energie wordt opgewekt in Boxberg, Duitsland. Beeld Monika Skolimowska/dpa-Zentralbi

Met de beloftes die ieder land nu gedaan heeft, stevent de wereld af op een opwarming van drie graden. Kunnen staten die ambities komende maand op een conferentie in Katowice nog aanscherpen? Klimaatexpert Detlef van Vuuren is voorzichtig optimistisch: ‘Er zijn knoppen zat om aan te draaien.’

Opeens stond kernenergie weer op de politieke agenda. Arjen Lubach wijdde er zijn uitzending aan, twee dagen later kreeg VVD-fractieleider Klaas Dijkhoff een Kamermeerderheid achter zich. Maar voor het huidige Nederlandse klimaatbeleid is het een non-discussie, zegt Detlef van Vuuren, hoogleraar mondiale milieuproblemen aan de Universiteit Utrecht. “Daarin gaat het om de doelen van 2030. Zelfs als je morgen begint met de bouw, draagt een nieuwe kerncentrale daar niets aan bij.”

In 2050 moet de wereld zijn uitstoot vrijwel naar nul hebben teruggebracht. Het IPCC schetste in zijn laatste rapport vier toekomstbeelden en in elk daarvan speelde kernenergie een rol.

“Maar dat wil niet zeggen dat het zonder kernenergie niet gaat lukken. Het IPCC rekende enkele scenario’s door. Daar zat kernenergie telkens bij, maar het kan ook zonder.

“Bovendien kleven er aan kernenergie allerlei bezwaren. Het belangrijkste argument is: er is momenteel geen markt voor kernenergie. Het is te duur.”

Van Vuuren stond opeens vol in de schijnwerpers. Hij won in oktober de Huibregtsenprijs voor zijn onderzoek naar klimaatverandering. De dag erna verscheen hij op 11 in de Trouw Duurzame 100. “Ik werd jullie lijst ingekatapulteerd”, lacht hij. 

Detlef van Vuuren Beeld Milette-Raats

Mooi die prijzen, zegt Detlef van Vuuren in een vergaderzaaltje van een modern, nieuw pand van de Universiteit Utrecht. Hier werkt hij, naast zijn baan bij het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Maar het voelde ook ongemakkelijk. Tijdens een chic diner in de Ridderzaal, waar hij de Huibregtsenprijs ontving, moest hij aan het sciencefiction-boek ‘Hitchhiker’s guide to the galaxy’ denken. 

“Daarin zit het ‘Restaurant aan het eind van het heelal’. Ken je dat? In het verhaal hebben de gasten, onder het genot van een maaltijd, zicht op de ‘Big Crunch’, het einde van het heelal. Natuurlijk is zo’n prijs een belangrijke stimulans – maar we kunnen niet zomaar weer feestelijk aan de dis. Ik hoop dat over een paar jaar ook iemand een prijs krijgt voor een bijdrage aan de oplossing.” De klimaatdoelen staan hoog op de agenda, dat wel. Maar de resultaten, weet Van Vuuren als geen ander, vallen nog tegen. In Nederland, en wereldwijd.

U wijst, net als het VN-bureau IPCC, op het verschil tussen het doel en de concrete plannen. Hoe verklaart u dit gat?

“Het Parijs-akkoord uit 2015 is geen keihard, bindend akkoord. Dat hadden wereldleiders op de eerdere conferentie in Kopenhagen geprobeerd en dat mislukte. Bij de Parijs-beloften mogen landen dus ieder voor zich zeggen hoe ze precies toewerken naar het gezamenlijke einddoel, de opwarming van de aarde stoppen. Inderdaad, er ligt een enorm gat tussen wat landen hebben beloofd om te doen en wat nodig is om de opwarming ruim onder de kritische grens van 2 graden te houden.

“Mondiale klimaatplannen zijn zo’n beetje de helft van wat nodig is. Zoals het nu gaat komt de wereld uit op 3 graden opwarming. Het groeiende gat moet gevuld worden. Daar zijn nieuwe klimaattoppen voor bedoeld. Het is de bedoeling dat landen elkaar daar uitdagen om meer te doen en sneller te handelen. De kans dat de opwarming op 1,5 graden blijft, bestaat theoretisch, maar is verschrikkelijk klein. Alle uitstoot die er nu nog steeds teveel bijkomt, moeten landen later weer terugdraaien door uitstoot éxtra te verlagen.”

Staat er dan niets vast over de klimaateisen per land?

“Kijk, alle landen hebben zich op wereldniveau gecommitteerd aan het beperken van de opwarming tot ruim onder 2, liefst 1,5 graad. Vervolgens mag iedereen zelf aangeven hoe de uitstoot, via tussendoelen, met 80 tot 95 procent omlaag gaat in 2050. Deze vrijblijvendheid is de kracht en direct ook de zwakte van het Parijs-akkoord. Je zult als Europa het goede voorbeeld moeten geven en via scherpe daling op nul uitstoot in 2050 koersen. Daar zijn politieke en ethische redenen voor. Europa heeft in het verleden relatief veel uitgestoten en zal ruimte moeten geven aan ontwikkelingslanden om te groeien. Hoe ambitieus Europa handelt, dat is aan de politiek. West- en Oost-Europa denken daar anders over. Landen hebben hun eigen belangen en voorkeuren.”

Het risico lijkt dat iedereen blijft praten over internationale doelen. En niet over: wie doet wat?

“Ja, landen moeten hun eigen verantwoordelijkheid nemen. Daarbij is van belang dat de voordelen van stevig klimaatbeleid meegenomen worden. Een land als China heeft meerdere belangen bij duurzaamheid. Omdat het schone energietechniek ontwikkelt en verkoopt, maar ook omdat het zelf een gigantisch luchtverontreinigingsprobleem heeft. In plaats van veel filters plaatsen, zou China versneld op schone energie kunnen overstappen. Europa heeft eigen belangen bij het voorkomen van klimaatverandering. Nederland al helemaal, gezien de zeespiegelstijging.”

En toch schiet het ook in ons land onvoldoende op.

“Vergeleken met andere Europese landen zijn we echt traag. We hebben in Nederland wel de uitstoot van broeikasgassen als methaan of lachgas verminderd, maar niet die van CO2, het broeikasgas dat het langst in de atmosfeer blijft. Het Urgenda-doel van 2020 wordt heel moeilijk. En dan moet Nederland naar 49 procent CO2-reductie in 2030. Dat is een doelstelling die nog onvoldoende is vertaald naar beleid. Daar gaat het nu over aan de klimaattafels.”

Bij de presentatie van de eerste plannen van die tafels klonken politieke twijfels. Loopt Nederland met een klimaatakkoord internationaal niet te ver voorop?

(Zucht) “Nou, dat is echt onzin. Ten eerste voldoet Nederland met een klimaatakkoord simpelweg aan de belofte die het in Parijs heeft gemaakt. En voorlopig hoeven we als Nederland echt niet te beginnen met verhalen over te ver vooroplopen. Als je helemaal achteraan hobbelt en je gaat eindelijk eens versnellen, dan zeg je toch niet: ‘O jee, straks loop ik voorop?’ Probeer eerst eens in de middenmoot te komen. Bovendien, in alle denkbare trajecten om het Parijs-doel te halen moet de uitstoot snel naar beneden. Nederland zou hierin, ook als kwetsbaar land, het voortouw moeten nemen.”

Dat gaat nog stroef, hoe vordert de klimaataanpak elders?

“Ik denk dat er wereldwijd genoeg redenen zijn om bezorgd te zijn, maar ook voor optimisme. Ik merk sinds ‘Parijs’ dat bedrijven, financiële instellingen en toezichthouders wel degelijk klimaat veel serieuzer nemen dan hiervoor. Je ziet dat er rond hernieuwbare energie heel erg veel is gebeurd. Hernieuwbare energie, wind en zon, wordt competitief ten opzichte van fossiele energie. De Nederlandse klimaatkosten zijn doorgerekend op 4 miljard euro per jaar. Het is een groot bedrag, maar zeker geen onmogelijke uitgave voor ons land.”

Een nieuwe Klimaattop in Polen nadert, verwacht u daar een doorbraak?

“Die top, in december in Katowice, wordt een belangrijk moment waar de wereld bespreekt hoe het sinds Parijs loopt met alle plannen. Het IPCC heeft nu ook een rapport over de haalbaarheid van het scenario van anderhalve graad geschreven, daar moet over worden gepraat. De hoop lijkt vooral dat de Poolse top een katalysator is voor aanscherpingen. Wel is het realistisch om ervan uit te gaan dat sommige besluiten weer worden doorgeschoven. Dat onderhandelaars alsnog gaan zeggen wat elk land exact moet doen, dat is in elk geval onmogelijk. Er zijn wel externe clubs die aan het rekenen slaan, onder meer in een project waarin wij als PBL samenwerken met veertien instituten, uit China, India, de VS enzovoort. Die scenario’s zijn de kennisbasis voor onderhandelaars.”

Hebben die scenario’s oog voor ongelijke situaties in landen?

“Wij hadden, als mondiale modelleurs, altijd de aanpak om de meest kostenoptimale scenario’s te berekenen. Dus: als eerste reduceren waar het het goedkoopst is. In reactie daarop kwamen ontwikkelingslanden natuurlijk onmiddellijk met het verhaal: dat is helemaal niet eerlijk. Er zijn vervuilende gebieden, in China of India, waar milieumaatregelen goedkoop lijken – maar misschien niet in vergelijking met het lage inkomen. Die landen vinden daarom dat het ‘eerlijker’ is om te kijken naar emissies per hoofd van de bevolking. Verder is er nog zoiets als een historische verantwoordelijkheid. Dan kijk je ook of de landen die het klimaatprobleem hebben veroorzaakt meer moeten doen.”

Maakt die papieren verdeling over gebieden veel uit?

“Voorlopig nog niet zo verschrikkelijk veel. Neem Afrikaanse landen, voor het klimaat zijn de emissies daar nog zo laag… Er zijn landen met een hoge uitstoot, een stuk of 25, waar je het meest op moet letten. Die landen zitten in dezelfde situatie als Nederland. Plannen zijn in de maak en de implementatie begint. Maar het is bij elkaar alleen nog lang niet genoeg.”

Soms hoor je: men verzint vast een oplossing. Herkent u dat geluid?

“Dan zegt iemand in mijn optiek: we rijden met 130 kilometer per uur op een ravijn af, maar we rekenen erop dat we onderweg nog ergens een parachute vinden. Als het traag gaat kun je achteraf nog wel wat rechttrekken door CO2 uit de lucht te halen, de zogenoemde negatieve emissies. Je kunt daarbij denken aan CO2-opslag, extra bossen of zelfs CO2 uit de lucht halen met filters. Maar de meeste van die technieken voor negatieve emissies hebben wel nadelen. Ze nemen veel ruimte in, zijn duur, of nog nooit op grote schaal bewezen. De échte oplossing is de uitstoot nu omlaagbrengen.

“Veel mensen die ik spreek hebben door dat het anders moet. Er is een bepaalde welwillendheid, bij bedrijven en burgers. Tegelijkertijd vinden velen het lastig om daar ver in te gaan. Mensen zoeken het in kleine dingen. Zo van: dan heb ik toch wat gedaan. De overheid kan instrumenten kiezen om de transitie te helpen, zoals subsidie of een heffing op CO2-uitstoot. Er zijn knoppen zat om aan te draaien, landelijk maar liever nog Europees.”

En wetenschappers, moeten die meer de barricade op voor klimaatactie?

“Wetenschappers kunnen helpen, maar moeten ook terughoudend zijn. Wij hebben ook geen glazen bol. Kijk, ik kan met modellen vrij makkelijk zeggen dat het technisch en economisch goed kan om de klimaatdoelen te halen. Ook ik constateer dat landen nu nog worstelen met draagvlak, maar daar moeten we niet de conclusie aan verbinden dat de doelen buiten bereik liggen. Belangrijk blijft dat wetenschappers de doelen en resultaten bij het klimaatbeleid aandacht geven. Zeker niet alleen doemscenario’s, liever ook met oog voor alle baten en kansen. Er moet voor iedereen handelingsperspectief komen, dat is superbelangrijk.”

Lees ook:

Waarom een appèl aan vaderlandsliefde misschien meer mensen mobiliseert voor duurzaamheid dan doemscenario’s, of hoe de opwarming van de aarde bier onbetaalbaar kan maken. 
Lees meer op Trouw over klimaatverandering.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden