Korhoenders

NatuurbeheerHerintroductie

We blijven het korhoen maar uit Zweden importeren

KorhoendersBeeld Buiten-beeld

Otter en ooievaar, ja die wilden we terug. Maar kale bosmieren, de Europese steur of de knoflookpad? En waarom blijft de wisent achter een hek? Drie bevriende vogelaars stelden een boek samen over herintroducties in de Nederlandse natuur.

Van adder tot zilveren maan, de lijst diersoorten die bewust door mensen in Nederland zijn uitgezet, is verrassend lang. Liefst 97 soorten somt Mark Zekhuis op, achterin het boek ‘Gewilde dieren’, dat hij samen met Louis van Oort en Luc Hoogenstein samenstelde. Een boek vol enthousiaste en soms wat sombere verhalen van onderzoekers en vrijwilligers, die nauw betrokken zijn bij pogingen tot herintroductie van een van deze soorten.

Hoe is ‘Gewilde dieren’ ontstaan?

Van Oort: “We zijn vrienden, alledrie vogelaars. Tijdens een van onze tochten ontstond het idee om samen een boek te schrijven. Mark en Luc zijn allebei ecoloog, ik ben journalist en werk veel en graag met groen. Herintroductie van soorten is actueel, het hangt samen met herstel van de biodiversiteit. Het viel meteen op z’n plaats. Als het al zou hebben bestaan, zou ik dit boek zelf blind hebben gekocht.”

Zekhuis: “Er zijn veel ervaringen met het uitzetten van dieren en wij verwachten dat het steeds vaker zal worden toegepast. Daarvoor moeten nog wel veel ecologische verbindingen worden aangelegd. Maar we denken makkelijker over de maakbaarheid van de natuur en veel soorten sterven uit, dus er moet wel wat ­gebeuren.”

Jullie schreven niet alles zelf, maar verzamelden bijdragen van anderen. Waarom?

Van Oort: “We hebben mensen ­gevraagd die zelf met het uitzetten van dieren bezig zijn, het zijn verhalen uit eerste hand, vaak is het is hun levenswerk. Ze vertellen avontuurlijke verhalen, over korhoenders vangen in Zweden bij een temperatuur van min 30 of een zooitje fragiele vlinders ophalen in Polen. We hebben de auteurs strenge richtlijnen gegeven en geprobeerd de verschillen in stijlen een beetje recht te trekken, maar het zijn juist op zichzelf staande verhalen.”

Zekhuis: “We vulden elkaar aan, konden onze eigen expertise kwijt. Louis als eindredacteur, Luc, die ook natuurfotograaf is, voor het beeld. En ik heb mijn netwerk gebruikt voor het zoeken naar goede voorbeelden.”

Waarom doen we dat eigenlijk, ­soorten die het niet hebben gered ­terugbrengen in de natuur?

Zekhuis: “Het is een juridische verplichting, we zijn wettelijk gebonden zorg te dragen voor de natuur. Met alleen natuurherstel kom je er niet, daarmee krijg je soorten die hier zijn uitgestorven niet uit zichzelf terug. Het hoort bij ons rentmeesterschap: wat we kapot maken, moeten we herstellen. En mensen houden van dieren en planten. Het is leuk als je tijdens een wandeling op de Sallandse Heuvelrug een korhoen kunt zien.”

Van Oort: “En het is een indicatie dat het goed gaat met de natuur.”

Is die verbeterd dan?

Zekhuis: “De otter zou het niet hebben gered zonder voorzieningen. Maar je hebt eerst een paar dode dieren nodig voordat er faunavoorzieningen komen, dan is de noodzaak duidelijk. Je mag pas dieren uitzetten als je de reden van uitsterven hebt opgelost. En er zijn tal van­ ­redenen: een te klein leefgebied, het wegvallen van voedselbronnen, ­milieuvervuiling, verslechtering van de waterkwaliteit, de jacht. De bever was uitgestorven omdat ie gewoon werd afgeknald, dus hij kon pas ­terugkeren na een jachtverbod.

“Eigenlijk zou het niet nodig moeten zijn om dieren uit te zetten. De wolf komt uit zichzelf, maar die is mobiel, die legt per nacht probleemloos een afstand van 70 kilometer af, dat zie ik de bosparelmoervlinder niet doen. Dieren als oehoe, bever, das, boommarter, kraanvogel zijn niet zo heel kritisch, die redden het wel als je de omstandigheden verbetert. Maar andere soorten blijven achter. En we willen nu ook kritische soorten terugkrijgen: het pimpernelblauwtje, het korhoen, de ­Europese rivierkreeft.”

Van Oort: “Dat is wel een uniek verhaal, die in Nederland zeldzame rivierkreeft overleeft hier nu in feite alleen dankzij een vijver op een landgoed bij Arnhem.”

Een wisent in Polen.  Beeld AFP
Een wisent in Polen.Beeld AFP

Het korhoen is een voorbeeld van een dier dat telkens net niet redt. Waarom blijven we het toch ­proberen?

Zekhuis: “Wat oppervlakte en ­natuurherstel betreft, zou er in Salland ruimte zijn voor een metapopulatie, dus een of meerdere kernpopulatie met daaromheen satelietpopulaties. De vogels weten na herintroductie dankzij de nog aanwezige ­vogels waar ze moeten broeden, waar het gevaar zit, de vos, en hoe ze zich daartegen moeten weren. Maar door verzuring van de bodem kunnen de kuikens geen voedsel vinden. Dus moeten we de hei herstellen. Dat gebeurt nu door kalk- en steenmeel te strooien, dat zou invloed moeten hebben op de insecten in de bodem, maar het duurt ongeveer vijf jaar voor we daar de effecten van zien. Dus is er een overbrugging ­nodig met tijdelijke maatregelen, waar ook andere soorten als de zandhagedis en blauwvleugelsprinkhaan van profiteren.

“We halen jaarlijks 25 korhoenders uit Zweden, waarvan de meesten het nu niet redden. Is dat erg? In Zweden worden ze bejaagd, daar zijn volop korhoenders. België en Duitsland halen ook korhoenders uit Zweden, zij volgen dezelfde methode als Nederland. We laten ze net niet uitsterven omdat we het milieu gaan verbeteren. Over een jaar of tien zien we licht aan de horizon.

“Wat betreft herintroductie zie je twee visies haaks op elkaar staan: de overtuiging dat invloed van de mens niet bij wilde natuur hoort versus de vraag waarom je geen dieren zou uitzetten als je poelen graaft, bomen kapt, mos plagt en andere ingrepen doet om de natuur te herstellen. Bij planten vinden we dat normaal, herbebossing met eiken bijvoorbeeld, maar bij dieren komen de twijfels. Want ja, die mooie bruine ogen…”

Het edelhert, de wisent. Waarom willen we zulke dieren terug?

Zekhuis: “De wisent zit altijd achter wildrasters, momenteel in vier gebieden, het is een gehouden dier. Voor wilde natuur heb je minstens vijfduizend hectare nodig, dat geldt voor de Oostvaardersplassen, maar er zijn geen verbindingen. Nederland stopt de grote grazers achter hekken. Daarom kan bijvoorbeeld de eland nog niet worden uitgezet. Pas als we bedenken dat Nederland niet zo ­geschikt is voor grootschalige landbouw, maar meer voor natuur, kunnen we echt goede verbindingen ­maken.” Van Oort: “We waren goed op weg, totdat staatssecretaris Henk Bleker een streep zette door de Ecologische Hoofdstructuur.”

Zekhuis: “Grote grazers zijn ­natuurbouwers, net als de bever, die dammen maakt, en de oester, die zijn eigen rif bouwt. Je hebt soorten die het ecosysteem vertegenwoordigen, zoals het korhoen en de otter. En soorten die gewoon leuk zijn, ­zoals vlinders.”

Van Oort: “De veldparelmoervlinder is terug als toegift van een project waarbij werd gekeken naar de ­invloed van grazende schapen.”

Zekhuis: “De Noordse woelmuis redt het in Nederland alleen nog op eilandjes. Het zou kunnen dat we die straks moeten gaan uitzetten, alleen om hem in Nederland te houden. Hetzelfde geldt voor de grote vuurvlinder, die alleen nog in de Weerribben is te zien.

Dat zijn aaibare soorten, maar in het boek gaat het ook over oesters en vissen.

Van Oort: “We willen laten zien wat er allemaal gebeurt. En dit is nog maar het topje van de ijsberg. Zelf vind ik de Europese steur heel ­aansprekend. Als jochie raakte ik ­gefascineerd door een vis die meters lang kan worden. Het zou echt ­geweldig zijn als die terugkeert.

Een kroon op het werk van waterkwaliteit verbeteren en de sluizen weer op een kier zetten, waar trekvissen als zalm en steur profijt van hebben.”

Zekhuis: “Zo’n soort kan helpen om de maatregelen die nodig zijn te versnellen. Dat zie je ook bij de­ ­otter. Het waterbeheer is nu nog ­gericht op de landbouw, maar het gaat steeds beter om daarbij rekening te houden met de natuur en dat komt mede door de herintroductie van de otter.”

'Op de Veluwe is plaats voor vijf lynxen' Beeld EPA
'Op de Veluwe is plaats voor vijf lynxen'Beeld EPA

Welk dier zouden jullie zelf willen uitzetten?

Van Oort: “De lynx, maar daar is ­Nederland te klein voor.”

Zekhuis: “Op de Veluwe is plaats voor vijf lynxen. Die dieren hebben aaneengesloten bos nodig, je moet voor terugkeer eigenlijk de grenzen wegdenken. Ik mis veel soorten, maar we raken er ook aan gewend. Wij vogelaars missen de grutto en de veldleeuwerik, maar de ortolaan al niet meer. Of de rouwmantel en de grote ijsvogelvlinder.”

Redden we de biodiversiteit met ­herintroducties?

Zekhuis: “Wilde dieren verplaatsen, stikstofmaatregelen, aanpak van droogte, het lijkt alsof je de natuur steeds maar kunt resetten.”

Van Oort: “De korhoen toont aan dat het echt zo makkelijk niet is. En door de klimaatverandering, daar hebben we het nog helemaal niet over gehad, zie je dat bijvoorbeeld beekvissen, hoogveenvlinders en ­libellen het steeds moeilijker krijgen”

Zekhuis: “Veel populaties van dieren die we nu nog hebben, zijn niet duurzaam. Vlinders, ring­slangen, zandhagedis, zilveren maan, beekprik, ik denk dat er nog veel gaat verdwijnen. De overheid mag wel wat alerter zijn en laten zien dat achteruitgang van de bio­diversiteit niet wordt geaccepteerd. Herintroductie is een sluitpost. Als natuurterreinen in orde zijn en er zijn genoeg verbindingen, dan is het niet nodig.”

Gewilde dieren, herintroducties van dieren in Nederland, KNNV Uitgeverij, 288 blz., €27,95

Lees ook: 

‘De Nederlandse natuur kan nog een stuk wilder’

Her en der wordt geprobeerd natuur terug te brengen in haar oorspronkelijke, wilde staat. Maar de bijbehorende wetenschap loopt achter op Schotse hooglanders en wolven.

Hij was ooit verdwenen uit Nederland, maar nu is er goed nieuws voor de raaf

De raaf, verdwenen in 1928, lijkt zijn draai weer te vinden in Nederland. Daar ging het nodige kunst- en vliegwerk aan vooraf. 

Een wisent als ‘buurman’? In De Maashorst vinden ze het maar niets

Met zijn ruige vacht en zeshonderd kilo lichaamsgewicht is de wisent een imposant beest. Een icoon voor menig natuurgebied. Maar wat als je zo’n icoon als buur hebt?

Hoe een miljoenen kostende reddingsactie de korenwolf van uitsterven behoedt

Na jaren fokken, uitzetten en weer verliezen is het eindelijk zover: de korenwolf is zelfredzaam. Een reddingsactie kostte al wel 20 miljoen euro.

Nederland investeerde elf miljard tevergeefs in de natuur. ‘Er moet iets rigoureus veranderen’

Het verlies aan biodiversiteit is niet afgewend door dertig jaar natuurbeleid, blijkt uit onderzoek van Trouw. De natuur is nog even versnipperd en soorten gaan in Nederland nog steeds achteruit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden