Wat zwemt daar? Vissen bespieden met onderwatercamera's

Een jonge zalm, gespot op een viscamera in de Maas bij Alphen. Beeld *

Hoe reageren vissen op veranderingen onder water en hoe gedragen ze zich? Met traditionele onderzoekstechnieken zoals schepnet of fuik is dat niet te onderzoeken, maar met onderwatercamera’s wel. 

In Amerika en IJsland kunnen dit soort camera’s al zelf de vis identificeren, zoals zalm of forel. In Nederland - waar het water een stuk troebeler is - lukt dit met de huidige techniek nog niet. Toch worden ook hier in toenemende mate camera’s ingezet om visgedrag te observeren, vooral om te onderzoeken of vispassages goed werken. De camera’s blijven een paar uur, weken, maanden of soms zelfs jaren in het water staan. Beelden waarop activiteit te zien is, worden automatisch door de software gefilterd.

De afgelopen jaren zijn in verband met de Europese Kaderrichtlijn Water op grote schaal vispassages aangelegd bij gemalen en sluizen. Zo kan de vis vrijer migreren. Rijkswaterstaat en de waterschappen laten vaak door ecologische bureaus onderzoeken of die vispassages goed werken. Voorheen werden hiervoor fuiken stroomopwaarts ingezet, maar daaraan kon alleen worden afgelezen welke vissen de passage daadwerkelijk gebruikten. Onderwatercamera’s geven een breder beeld.

In Grave werd bij gemaal Sassen in 2015 door Waterschap Aa en Maas een vispassage geïnstalleerd. Bureau Waardenburg hing een camera op. Uit het gedrag van de verschillende soorten leiden de onderzoekers af dat die passage goed werkt. “We zien baarzen rustig heen en weer zwemmen”, vertelt onderzoeker Joost Bergsma (39). “Ze hebben geen moeite om zich tegen de stroom in te bewegen. Daardoor weten we dat de stroming niet te hard is. Ook zien we dat er gejaagd wordt in de passages. Daaruit leiden we af dat ze een volwaardig onderdeel van het habitat vormen. Op een gegeven moment zagen we een school jonge vis - kolblei - heel onrustig worden en vervolgens een grote baars in beeld verschijnen. Even later dwarrelden er schubjes door het water…” Uit de beelden blijkt dat jagende vis handig gebruikmaakt van de vispassages. Ook aalscholvers doen dat: bij verschillende passages zien de onderzoekers aalscholvers door het beeld duiken.

Maatwerk

Elke vispassage is maatwerk, merkte Bergsma in de loop der jaren. Soms moet de lokstroom sterker gemaakt worden om vissen te trekken. “Vis die van stroming houdt, zoals kopvoorn, heeft een grotere stroming nodig dan glasaal of driedoornige stekelbaars.” Bergsma, die zelf opgeleid duiker is, installeert de camera’s vaak eigenhandig, samen met een duikteam. Via de camerabeelden komen de onderzoekers tot nieuwe ontdekkingen over visgedrag. Zo zagen ze sommige vis op andere momenten migreren dan in de literatuur beschreven. “Vaak lees je dat baars in het voorjaar om te paaien stroomopwaarts zwemt en in het najaar stroomafwaarts. Wij zagen pas in de zomer, in augustus, een migratiepiek van jonge baars stroomopwaarts.”

Niet overal is het mogelijk om goed beeld te krijgen met de camera’s: in ijzerhoudend (roodbruin) water is het zicht slecht, net als in veenwater. Algen kunnen de boel ook behoorlijk vertroebelen. Om de zilverkleurige vis die langszwemt beter te kunnen identificeren, zetten de onderzoekers vaak een egale achtergrond voor de camera.

Onderwatercamera's registreren de bewegingen van baarzen. Beeld *

“Of er ontwikkelingen gaande zijn is bij vissen minder goed waarneembaar dan bijvoorbeeld bij vogels”, zegt Jan Kemper (61) eigenaar van ecologisch bureau VisAdvies uit Nieuwegein, een bureau dat ook al jaren onderwatercamera’s inzet voor onderzoek. “Vooral vismigratie is een fenomeen dat aan het oog wordt onttrokken, omdat het vaak ’s nachts gebeurt.” VisAdvies gebruikt de camera’s in combinatie met zogenoemde ‘fishcounters’, een elektronisch apparaat dat de weerstand in het water meet en zo telt hoeveel vissen er langszwemmen.

Ook meet het apparaat hoe groot de vissen zijn en welke richting ze op gaan. “Een fishcounter telt onder alle omstandigheden, ongeacht de helderheid van het water’, verklaart Kemper. ‘Maar het nadeel is dat je niet weet om welke vissoorten het gaat. Daarom gebruiken we ook camera’s.”

VisAdvies monitort sinds 2012 jaarrond met een fishcounter bij een vispassage bij Den Bosch. “Door er af en toe een camera bij te zetten, weten we om welke vis het gaat. De onderzoekers houden op die manier in de gaten hoe het met de visstand gaat. “We zagen de afgelopen jaren de hoeveelheid brasem en blankvoorn flink afnemen, van enkele tienduizenden tot enkele duizenden per jaar. Dat was reden voor waterschap Aa en Maas om onderzoek te doen naar de mogelijke oorzaken. Waarschijnlijk heeft het te maken met de klimaatverandering. Door de lange droge periodes is er minder water beschikbaar waardoor de vispassage soms een paar weken dicht moest. Ook is de waterhuishouding in het gebied aangepast waardoor vissen nu mogelijk een andere migratieroute kiezen.”

Behalve bij vispassages wordt ook op andere plekken onderzoek gedaan met onderwatercamera’s, bijvoorbeeld bij waterkrachtcentrales om te onderzoeken hoeveel vis daar verloren gaat, bij windmolenparken op zee om te achterhalen wat de aangroei is op de palen (een indicatie is voor de bijdrage aan de biodiversiteit). Bij Goeree-Overflakkee wordt onderzocht waardoor op mysterieuze wijze waterplanten ‘verdwijnen’ (waarschijnlijk worden ze opgegeten door vis, kreeft of watervogels). Elders worden proeven gedaan met kunstmatig rif en met boomstammen in het water (zie kader).

Rifkorven

In het Markermeer voerde Rijkswaterstaat van 2012 tot 2014 een proef uit met een veld van tachtig rifkorven (betonnen koepels met gaten erin) om de biodiversiteit te bevorderen. Uit de camerabeelden bleek dat de korven dekking bieden aan jonge vis. Joost Bergsma van Bureau Waardenburg: “We zien jonge baarsjes erin en eruit gaan. Ook blijven ze vaak dicht tegen de korven aan hangen om van de beschutting te profiteren en happen ze naar de kleine beestjes die zich op het substraat vestigen.”

Een andere ingreep waar Rijkswaterstaat de afgelopen jaren proeven mee heeft uitgevoerd, is het plaatsen van hout in rivieren. “In het buitenland zie je vaak hout drijven in rivieren en langs oevers”, vertelt Bergsma, “soms zelfs complete bomen. Hout is een substraat waar specifieke dieren op leven, zoals insectenlarven, maar in Nederland wordt het meteen opgeruimd in verband met de scheepvaart.”

Vanwege positieve onderzoeksresultaten brengt Rijkswaterstaat geleidelijk steeds meer boomstammen terug in de Nederlandse wateren, met zware kettingen vastgeketend aan de kade en met stalen profielen in de bodem. Op de camera’s zagen de onderzoekers dat vooral inheemse vissen van de boomstammen profiteren. Bergsma: “Blankvoorn en baars kwamen op het hout af, maar ook typische stroomminnende soorten zoals jonge sneep en winde. Zij foerageren op het hout en maken gebruik van de dekking die de boomstammen bieden.” Ook zagen de onderzoekers op de boomstammen macrofauna verschijnen die ze lang niet hadden gezien in de Nederlandse grote rivieren, zoals bepaalde kokerjuffers en de houtetende dansmuglarve.

Lees ook: Alles wat je nog niet wist van vissen

Vissen gillen niet als hun een haak in de bek geslagen wordt, maar bioloog Balcombe toont dat ze wel voelen en weten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden