Wat denken de tien grootste vervuilers zelf te gaan doen?

De kunstmestfabriek van Yara in Zeeuws-Vlaanderen. Beeld Hollandse Hoogte

Jesse Klaver (GroenLinks) wil een heffing op de uitstoot van CO2. Het zou bedrijven dwingen hun uitstoot te beperken. De meeste grote bedrijven voelen er niets voor. Hoe denken de tien grootste uitstoters zelf bij te dragen aan de klimaatdoelen?

Over elf jaar moet de uitstoot van CO2 gehalveerd zijn. In 2050, over ruim dertig jaar dus, zijn fossiele brandstoffen (kolen, olie, gas) grotendeels taboe. Dat betekent: werk aan de winkel voor de tien grootste CO2-uitstoters van Nederland. Bijna een derde van de CO2-uitstoot is afkomstig van stroomproducenten. Ongeveer een kwart komt voor rekening van de industrie, de landbouw en de bouw. Binnen die groep springen de raffinaderijen, de chemie en de kunstmestfabrikanten eruit.

Voor huishoudens is het vaak al ingewikkeld om op energie te besparen en gedrag te veranderen, voor stroomproducenten en grote industrieën is het dat zeker. Zij leven van fossiele brandstoffen (in vervuilende volgorde: kolen, olie en gas), draaien erop of doen dat allebei. Halen zij de doelstelling voor 2030? De nummer 10 op de lijst van grootste CO2-uitstoters, de Hemwegcentrale van Nuon in Amsterdam, zeker niet. Die draait op kolen, Nuon ziet geen alternatief daarvoor. Dus sluit de centrale voor 2025.

Nr 1, 3, 9 en 10 in de uitstoot-Top 10:  De grote kolencentrales

Er is werk aan de winkel. Bijvoorbeeld voor het Duitse energiebedrijf RWE – eigenaar van de grootste CO2-uitstoter van Nederland in 2017, de kolencentrale in het Eemshavengebied – en de nummer 8 op die lijst: de Amercentrale in Geertruidenberg.

De kolencentrale in het Eemshavengebied levert sinds 2015 stroom. Haar productie staat gelijk aan het verbruik van meer dan 3 miljoen huishoudens. Het is een efficiënte centrale: ze haalt veel meer energie uit een ton steenkool dan oude centrales. Toch ging er via de schoorstenen vorig jaar 7,5 megaton CO2 de lucht in: 4 procent van de totale Nederlandse uitstoot.

Moderne kolencentrales mogen tot 2030 op kolen blijven draaien, besloot het kabinet. Daarna niet meer. RWE, het moederbedrijf van Essent­­, zet in op biomassa: samengeperst hout, deels afkomstig uit Noord-Amerikaanse bossen. De centrale is er, met subsidie, voor zo’n 50 miljoen euro omgebouwd: de molens die steenkool vermalen tot poeder kunnen ook samengeperst hout vermalen. Er is een overdekte opslag voor het hout gekomen. Steenkool mag nat worden, hout niet.

Halverwege dit jaar draait de centrale voor 15 procent op biomassa, zegt een RWE-woordvoerder. Op termijn wordt dat 30 procent, in 2030 de volle 100 procent. RWE heeft daarnaast plannen om CO2 op te vangen, het als grondstof te verkopen aan chemiebedrijven of op te slaan in de Groningse bodem. Sluiting in 2030? Hoezo?

In Geertruidenberg zet RWE ook biomassa in. Nu al draait die ‘oude­­’ installatie voor 30 procent op biomassa, deze maand wordt dat 50 procent en halverwege 2020 80 procent. Als dat lukt, verliest de centrale haar plek in de uitstoot-top-10. Een op hout gestookte centrale stoot ook CO2 uit, maar omdat die bomen eerst CO2 hebben opgenomen, komt de rekensom uit op nul (in jargon: CO2-neutraal) en telt die biomassa-uitstoot niet mee.

Wat voor RWE geldt, geldt ook voor Uniper en Engie, de eigenaren van twee andere grote kolencentrales. Beide centrales staan op de Maasvlakte, zijn modern en efficiënt en staan in de top-10 van grootste CO2-uitstoters. De Uniper-centrale staat op plek 3, de Engie-centrale op 9. Uniper is begonnen met het bijstoken van biomassa, Engie­­ begint daar dit jaar mee en hoopt ooit kolenloos te zijn. Het Engie-concern wil op termijn de kolen helemaal vaarwel zeggen. Met een project om CO2 op te slaan in gasvelden onder de Noordzee zijn de concerns vorig jaar gestopt: te duur.

Nr 2: Tata Steel

De grootste industriële CO2-uitstoter (6,8 megaton­­) van Nederland is Tata Steel (Hoogovens). Voor de productie van staal zijn hoge temperaturen nodig. Dat kost bergen energie. Hoogovengas dat vrijkomt bij de productie levert­­ Tata al jaren aan Nuon, dat er een centrale op laat draaien. Die staat vijfde in de top-10.

Tata heeft plannen om wat aan de grote uitstoot te doen. In IJmuiden experimenteert het bedrijf met een nieuwe methode om staal te maken. Die zou de CO2-uitstoot met 20 procent verminderen. Grotere reducties zijn mogelijk als het CO2 kan dienen als grondstof voor de chemische industrie of ondergronds wordt opgeslagen.

Tata heeft meer opties. Met chemiebedrijf Dow studeert het op een fabriek waar plastics worden gemaakt van Tata’s afvalstromen. In 2021 besluiten beide bedrijven of ze dat gaan doen. Met Nouryon (voorheen: de chemiepoot van AkzoNobel), onderzoekt Tata de haalbaarheid van een waterelektrolysefabriek: daarin wordt razendsnel windstroom door water gejaagd: zo ontstaan waterstofgas en zuurstof. Dat ‘synthetische’ gas is te gebruiken. Engie en Gasunie onderzoeken de haalbaarheid van een waterstoffabriek in Groningen.

Groene waterstof, waarbij de stroom afkomstig is van wind en zon, wordt door veel deskundigen gezien als dé oplossing voor het probleem van de fossiele brandstoffen. Geen kolen, olie en gas meer nodig, en de uitstoot bestaat uit water. Pasklaar toepasbaar is die oplossing nog niet.

Er is nog te weinig groene energie beschikbaar. De techniek is duur. Grootverbruikers van energie, zoals Tata’s hoogovens, hebben niet alleen veel stroom nodig, maar zouden ook enorme waterelektrolysefabrieken op hun terreinen moeten bouwen om aan hun behoeftes te voldoen. Grootscheepse inzet van groene waterstof is voor 2030 niet te verwachten, daarna misschien wel.

Vandaar dat wordt gepiekerd over andere oplossingen: waterstof maken van aardgas en het vrijkomende CO2 vervolgens verwerken in producten of ondergronds opslaan. Een serie bedrijven in en rond de Rotterdamse haven, Engie en Uniper incluis, onderzoekt de haalbaarheid ervan. ‘Blauwe waterstof’ heet dat en de bedrijven presenteren het als tijdelijke voorloper van groene waterstof – mits het procedé financieel haalbaar is natuurlijk.

Nr 7: Yara

Waterstof speelt ook in de hoofden van de leiding van Yara, de Noorse producent van kunstmest die in Zeeuws-Vlaanderen de grootste kunstmestfabriek van West-Europa heeft staan die veel aardgas verbruikt. Dat is grotendeels afkomstig uit de Noordzee en voor een kwart uit het Groningenveld. “We hebben ooit met waterstof gewerkt. In de jaren negentig al, in Noorwegen. De techniek is er dus”, vertelt een woordvoerder. “Maar het is erg duur, drie tot vijf keer duurder dan het huidige productieproces. En het kost veel ruimte. ” Yara is betrokken bij meerdere projecten en studies om de CO2-uitstoot te verminderen.

Yara heeft zijn uitstoot, zegt de woordvoerder, sinds 1990 fors verlaagd. Terwijl de productie in die periode met 60 procent steeg, daalde de CO2-emissie met 55 procent. Yara levert­­ onder meer CO2 en restwarmte aan kassen in Zeeuws-Vlaanderen. Het verkoopt een deel van het CO2 dat vrijkomt bij de kunstmestproductie. Dat wordt verwerkt in meststoffen en, als prik, in frisdranken en bier. Nieuwe fabrieken die Yara opende, zijn energiezuiniger dan de oude.

Desondanks staat Yara met een uitstoot van 3,8 megaton CO2 op plaats 7 in de uitstoot-top-10, al moet daar volgens de zegsman een kanttekening bij worden geplaatst. De CO2 die het verkoopt, onder meer aan bierbrouwers, wordt aan Yara toegerekend. “Wij stoten zelf 2,3 megaton uit”, zegt de woordvoerder. De overige 1,5 megaton komt elders vrij.”

Nr 6: Shell-Pernis

Net als Yara levert de Shell-raffinaderij in Pernis CO2 aan tuinders: 10 procent van de uitstoot gaat richting kassen. Restwarmte gaat naar Rotterdamse huishoudens. Shell heeft warmtekrachtcentrales in Pernis staan, fakkelt minder gassen af dan vroeger, heeft zijn productieprocessen verbeterd en levert, zo meldt een woordvoerder, steeds schonere brandstoffen aan zijn klanten. Met een uitstoot van 3,8 megaton staat de raffinaderij net voor Yara Sluiskil in de uitstoot-top-10. De kleinere raffinaderijen van Esso en BP staan daar net buiten. In totaal telt Nederland zes raffinaderijen. Hun CO2-uitstoot is 9 procent lager dan in 1990.

Shell denkt na over vergroening van zijn raffinaderij. Een efficiëntere bedrijfsvoering kan daarbij helpen. De inzet van zonnepanelen ook. Net als de elektrificatie van productieprocessen en de inzet van waterstof.

Shell is voorstander van het opvangen en ondergronds opslaan van CO2, net als veel andere grootverbruikers van fossiele brandstoffen. Te denken valt aan Tata, RWE en de bedrijven op het chemiecomplex Chemelot in Limburg (plek vier in de uitstoot-top-10). Zonder CO2-opvang en opslag kan de uitstoot niet snel en drastisch worden beperkt. Het kabinet-Rutte verwacht er eveneens veel van, al is de optie ook omstreden. CO2-opslag is weinig beproefd en duur. Milieu-organisaties zien het als een lapmiddel. Waarom fossiele brandstoffen gebruiken en CO2 onder de grond stoppen als er groene alternatieven zijn?

De 10 grootste uitstoters

1 Eemscentrale RWE
2 Tata Steel - IJmuiden
3 kolencentrale Uniper Maasvlakte
4 chemiecomplex Chemelot Limburg (Sabic, OCI Nitrogen en andere bedrijven)
5 gascentrale Nuon - Velsen
6 Shell Raffinaderij Pernis
7 Yara Sluiskil (kunstmest)
8 RWE - Amercentrale Geertruidenberg
9 Engie - kolencentrale Maasvlakte
10 Nuon kolencentrale Hemweg Amsterdam

De overheid moet ingrijpen. Met wetten en regels!’

“Nee, echt onder de indruk van de duurzaamheidsambities van grote bedrijven ben ik niet geraakt”, zegt Faiza Oulahsen van Greenpeace. Maandenlang spraken overheden, bedrijfsleven en milieu-organisaties onder leiding van ex-minister Ed Nijpels over plannen om de CO2- uitstoot te decimeren. De plannen werden onlangs aan het kabinet gepresenteerd. Oulahsen zat met de grote industriële uitstoters aan tafel: met Shell, chemiebedrijven als Dow en Nouryon en met Tata Steel.

Nouryon (voorheen: AkzoNobels chemietak) is een bedrijf dat oog heeft voor duurzaamheid, oordeelt ze. De meeste andere bedrijven niet. Op zich heeft Oulahsen daar begrip voor. Als je net miljarden hebt geïnvesteerd in een kolencentrale of een grote raffinaderij bezit, dan wil je die laten­­ draaien – en anders eisen je aandeelhouders dat wel. Anderzijds: de CO2-uitstoot moet drastisch worden beperkt. Ingrijpende maatregelen zijn nodig.

Over de kolencentrales is Oulahsen kort: “De meest duurzame optie is om ze te sluiten.” Het gebruik van biomassa heeft volgens haar weinig of niets met duurzaamheid te maken, al was het maar omdat het verbranden van samengeperst hout sneller gaat dan het ‘opgroeien’ van een boom.

Faiza Oulahsen Beeld ANP

Dat Shell investeert in windparken en elektrische laadpalen, is volgens Oulahsen te prijzen. “Maar het blijft een olie- en gasbedrijf. Kijk naar de overname van het Britse gasbedrijf BG voor 50 miljard euro. Jammer, want Shell heeft genoeg financiële middelen om een andere koers te varen.” Oulahsen betwijfelt of de raffinaderij in Pernis nog een lange toekomst­­ tegemoet gaat. “Als veel mensen elektrisch gaan rijden, zal de vraag naar benzine en diesel dalen.”

Dat Tata Steel veel plannen heeft om de CO2-uitstoot te beperken, spreekt Oulahsen aan. “Ze verkopen hun verhaal goed.” Maar Oulahsen is niet overtuigd. “Tata is afhankelijk van veel verschillende partijen.” Het nieuwe proces om staal te maken? “Dan blijft de productie afhankelijk van fossiele brandstoffen. Waarom niet werken aan ‘groen’ staal? Het is ingewikkeld, maar het kan. In Zweden en Oostenrijk gebeurt het al. Oulahsen omarmt de plannen voor een waterelektrolysefabriek. “Die kant moet het op.”

Ook bij kunstmestfabrikant Yara moet wat veranderen, denkt Oulahsen. “Kunstmest heeft weinig met duurzaamheid te maken. Als de landbouw echt verandert, zal er minder kunstmest nodig zijn. Ze ziet een andere toekomst voor grote kunstmestfabrieken. “Van waterstof kun je ammoniak maken. Dat kan fungeren als opslag voor energie. Energie-opslag wordt, als zon en wind de energiebronnen zijn, steeds belangrijker. Yara kan gaan fungeren als energiebuffer.”

Oulahsen concludeert: juist omdat er veel moet veranderen en bedrijven daar niet aan willen, moet de overheid ingrijpen. Wetten! Regels! En een heffing op de uitstoot van CO2.” Voor die laatste suggestie voelden grote bedrijven niets. Het was voor milieu-organisaties de reden hun medewerking aan de klimaatgesprekken te staken, vlak voor de officiële presentatie van Nijpels plannen.

Lees ook:

Laat grote vervuilers meebetalen via klimaatbelasting

De kosten van een duurzame toekomst moeten eerlijk worden verdeeld. Alleen zo ontstaat er draagvlak bij de burger, waarschuwen Kitty Jong (FNV) en Donald Pols (Milieudefensie).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden